Maandag 05/12/2022

'Belgische muzikanten zijn vreselijk verwend'

Anton Walgrave is een koppigaard. Scoort hij een hit, dan vertikt hij het om hem live te spelen. Bij fans die om een handtekening vragen, voelt zich ongemakkelijk. Het verklaart misschien waarom hij, ondanks een handvol mooie platen, tot nog toe aan de aandacht van het grote publiek is ontsnapt. Maar met As You Are, zijn beste plaat tot dusver, lijkt het tij te keren. dOOR BART STEENHAUT

Eerlijk gezegd: ik had me aan het ergste verwacht. Anton Walgrave heeft met As You Are weliswaar een van de mooiste platen achter zijn naam die het jaar tot nog toe heeft voortgebracht. Maar te oordelen naar de paar radio-interviews die ik met hem gehoord had, leek het wel alsof hij daar volstrekt niets over te melden had. Gelukkig toont hij zich tijdens onze afspraak wél een innemende gesprekspartner.

Walgrave begon zijn carrière ooit als zanger van de symfonische rockgroep The Same, maar solo manifesteerde hij zich de laatste jaren als een onvervalste singer-songwriter. Straks treedt hij opnieuw in zijn eentje op, al heeft hij wél een boel randapparatuur me om het gevarieerd te houden.

Dit keer heb je heel nadrukkelijk een popplaat gemaakt. Was je zelf ook wat uitgekeken op de traditionele singer-songwritersound van je vorige cd's?

Anton Walgrave: "Niet echt, maar dit keer was de opzet gewoon anders. Het moest heel rechttoe-rechtaan klinken. Een open plaat, maar niet te glad. Het moesten nummers zijn met een scherp randje aan. En inderdaad: vroeger werd ik altijd omschreven als 'die singer-songwriter uit Leuven'. Ik snap wel waar dat vandaan kwam, maar ik kan ook nog andere dingen. En dus heb ik dit keer voor pure pop gekozen. Niet als toegeving voor de commercie. Ik heb altijd al een zwak gehad voor mooie, pakkende melodieën. En ik hou van een tekst die betekenis heeft. In eerste instantie zou ik de cd opnemen met John Morand, die als producer onder meer met Sparklehorse heeft samengewerkt. Alleen: hij legde er te weinig de zweep op, was niet streng genoeg. Ik was op zoek naar iemand die me in mezelf deed graven, die me zou dwingen om mijn eigen grenzen te verleggen."

En dat is uiteindelijk Mario Goossens van Triggerfinger geworden.

"Dat hij wilde meewerken, was een godsgeschenk. Mario vond alles wat ik deed ook wel mooi, maar vond tegelijk dat ik zelden écht het onderste uit de kan haalde. Hij wilde alles horen dat ik de laatste acht jaar bij elkaar had geschreven, van afgewerkte songs tot halve probeersels. En daar pikte hij dan fragmentjes uit die ik zelf al lang vergeten was. Het heeft meer dan eens gebotst, en hij heeft me regelmatig helemaal naar beneden geduwd. Dat was vreselijk, soms. Maar uiteindelijk vertrouwde ik toch op zijn oordeel. Door de songs voortdurend te herschrijven zijn ze ook beter geworden. Ik ben een enorme twijfelaar. Blij dat die fase achter me ligt, nu."

Je hebt met een Engelstalige tekstdokter samengewerkt. Wat heb je daarvan opgestoken?

"Twee dingen: dat er altijd nog manieren zijn om wat je wil verwoorden nog mooier te zeggen. En dat je je niet moet generen om een songtekst eenvoudig te houden. De enige vraag die er écht toe doet is: does it make any sense? Als Vlaming ben je heel snel geneigd om het allemaal veel te ver te zoeken. Met heel veel complexe woorden achter elkaar. Dat hoeft dus helemaal niet."

Je stelt je in je teksten heel vaak als een outsider op, als iemand die de wereld van aan de zijlijn gadeslaat. Is dat hoe je zelf in het leven staat?

"Ik observeer graag mensen. 'Ice', één van de nummers op de nieuwe plaat, gaat daarover: het gevoel je heel alleen te voelen in een grote massa. Ik stoor me sowieso aan de kuddegeest van de massa, probeer zelf een individualist te zijn. Vorig jaar ben ik naar Prince gaan kijken, en iedereen stond totaal uit zijn dak te gaan terwijl ik het echt platte kak vond. Hij stond daar echt twintig minuten te preken als een Getuige van Jehova. Of neem de kerk: nu is er plots een collectieve verontwaardiging over het seksueel misbruik van al die priesters. Terwijl dat allemaal al jaren geweten was. Opnieuw: de kuddegeest neemt het altijd over."

Zelf laat je je daar niet gauw op betrappen. Je duikt niet in de media op als daar geen reden voor is en ik zie je ook nooit op muzikantenfeestjes. Al bij al sluit je je redelijk af.

"Dat klopt, al die ik dat niet bewust. Ik woon op mijn boerderijtje, waar ik in alle rust aan nieuwe muziek werk. Ik besef wel dat ik eens wat vaker buiten zou moeten komen, maar ik vind dat dwangmatig sociale van de muzieksector helemaal niet evident. Het kost me al moeite om tijdens een optreden iets te zeggen tussen de nummers. Ik werk daar nu wel aan, maar ik al bij al vind ik het toch vooral belangrijk dat ik in mijn teksten iets te zeggen heb.

"Er is trouwens nog een reden waarom ik zelden naar muzikantenfeestjes ga: ik kan niet goed tegen klagende muzikanten. Ik heb er al zo veel gezien die eens ze subsidies kregen meteen gingen doppen. Is dat het dan? Is dat waar je voor leeft? In Groot-Brittannië gaat dat anders hoor. Daar moet je als muzikant véchten voor je plek op het podium. Veel Belgische muzikanten zijn verschrikkelijk verwend. Ik hoef van niemand subsidies te krijgen. Ik zal wel zorgen dat ik rondkom. Bovendien: wat mij betreft is het momenteel een heel boeiende periode in de muziek. Je wordt als artiest weer gedwongen om dicht bij je publiek te staan. Een plaat is nu ook meer dan vroeger een echt visitekaartje geworden. En na een optreden is het plezierig om nog wat na te praten met de mensen. Op dat vlak ben ik heel erg veranderd. Vroeger, toen ik nog bij The Same zong, weigerde ik consequent handtekeningen uit te delen. Ik vond signeren arrogant. Daar ben ik heel lang heel koppig in geweest. Ik was gewoon bang en gegeneerd. Dat is helemaal weg nu."

Je hebt een jaar in Londen gewoond. Ben je daar met grote dromen en torenhoge ambities naartoe getrokken?

"Nee, zo idioot was ik niet. Ik ben destijds naar Londen verhuisd omdat ik weg wilde uit Leuven. Ik was er naar school geweest en had er in alle mogelijke café's getapt. Met The Same was het na zes jaar samen spelen ook strop gelopen, en ik wilde gewoon eens kijken hoe het er in zo'n grote stad aan toe ging. Ik was begin de twintig en ik had niks te verliezen. Maar het was niet evident om er het hoofd boven water te houden. Ik heb er veel in pubs gewerkt. Ben vaak te voet gegaan in plaats van de metro te nemen. Veel op cornflakes geleefd. En heel veel live gespeeld. Ik had er de helft van de tijd hoofdpijn omdat ik er niet in slaagde om al die overweldigende indrukken te verwerken. 't Was een heel hectisch bestaan, en ik heb er ontzettend veel geleerd. Er waren veel open mic-avonden, en als je daar een goeie indruk maakte, mocht je achteraf voor een echt concert terug komen. Verder heb ik in Londen vooral ontdekt dat ik me niet moest generen om mijn eigen songs te spelen, want ook daar lag het niveau lang niet altijd even hoog."

Had je het na dat jaar wel gezien ginds, of ben je uit financiële noodzaak terug moeten komen?

"Goh. Mijn vriendin was zwanger, en toen ben ik teruggekeerd. Maar toen we eenmaal terug in België waren, heeft ze beslist dat kind niet te houden. Dat was een opdoffer. Ik heb nadien een intrieste plaat gemaakt om het van me af te schrijven. Onbewust doe ik dat vaak, denk ik: wegkruipen in mijn songs. Op mijn eerste plaat stond een nummer dat 'Lullaby' heette. Op het moment besefte ik het niet, maar achteraf is het voor mij heel duidelijk dat die tekst over een kind gaat dat er niet is kunnen komen. Niet dat ik helderziende ben, die song dateert van voor de feiten, maar toch: heel bizar om mezelf daar achteraf op te betrappen."

'Lost Soul' is destijds opgevist voor de soundtrack van De parelvissers. Heeft dat je muziek zichtbaarder gemaakt?

"Ik heb er alleszins een publiek door bereikt dat voordien niet het mijne was, en het blijft tot vandaag mijn meest gevraagde nummer. Ik heb het nadien een tijdje niet gespeeld, maar sinds kort zit het weer in de set."

Toch niet bang om uitverkoop te houden?

(lacht) "Ik vond het erg dat er werd meegeklapt met dat nummer. Dat hoorde niet, vond ik."

Je geeft geen handtekeningen terwijl dat al bij al heel gebruikelijk is in de popmuziek, en als je dan eindelijk eens een hit scoort, weiger je gelijk om hem live te spelen. In vaktermen heeft zoiets commerciële zelfmoord.

"Mja. Ik besef dat zoiets voor sommige mensen misschien wat idioot overkomt. Met interviews gaat het net zo. Ik voel me heel erg op mijn gemak tijdens dit gesprek, omdat ik hier de tijd krijg om mijn gedachten te formuleren. Maar op radio of tv word ik verondersteld om over eender wat meteen een gevatte oneliner klaar te hebben. En dan klap ik dicht. Pas op: ik snap dat de muziekindustrie nu vooral focust op jonge, gladde popsterretjes die er ook nog wat goed uitzien. Al ben ik toch blij dat echte muziek nu ook weer wat meer ruimte krijgt. Mijn platen zijn altijd een afdruk van wie ik op dat moment ben. Aan een plaat als Before the Dawn hoor je duidelijk dat ik heel erg zoekende was op dat moment. Ik wilde een plek in mijn hoofd vinden, een stek waar ik me thuis kon voelen. Ik was op zoek naar eigenheid. En ik maak me sterk dat ik die inmiddels gevonden heb."

Op basis van de nieuwe songs heb ik voor het eerst het gevoel dat je goed in je vel zit. Is het leed inmiddels geleden, nu?

"Het is een lange tocht geweest, maar ik ben nu waar ik altijd wilde zijn. Ik heb eindelijk een relatie waar ik me helemaal thuis in voel, er zijn kinderen om trots op te zijn, en ik ben mijn eigen baas. Sinds een jaar of drie kan ik zelfs van de muziek leven. Ik mediteer. Dat helpt ook. Het klinkt wellicht heel cliché, allemaal, maar nu denk ik soms dat ik vroeger niet gelukkig wilde zijn. Toen ik geen mazout kon betalen, ging ik gewoon een week vasten. Om aan mezelf te tonen dat ik dat kon. Dat ik een taaie was."

Het cliché van de lijdende artiest.

"Inderdaad. Maar nu ben ik erachter dat dat allemaal niet hoeft. Het enige wat voor een songschrijver belangrijk is, is dat je genoeg emotionele prikkels krijgt die je dan achteraf kunt omzetten in muziek. Als muzikant heb je sowieso veel langere voelsprieten, omdat het je job is om intuïtief bezig te zijn. Alleen: ik weet nu dat dat ook lukt als je niét in de goot ligt."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234