Dinsdag 23/04/2019

Gezondheid

Belgische militairen ziek in Afghanistan? ‘Het was daar oorlog, dan moest je niet lopen klagen over stinkende rook’

Amerikaanse burn-pit op de basis Azzizulah in het district Maiwand in de Afghaanse provincie Kandahar. Beeld Reuters

In het buitenland weten honderden militairen en veteranen het haast zeker: ze zijn ziek geworden door de rook van ‘burn-pits’ in te ademen, afvalverbrandingsplekken in de openlucht. Wat met onze jongens in Afghanistan? ‘Een Nederlander trekt meteen zijn mond open. Een Belg zwijgt.’

De stinkende rook – de overrompelende geur van verbrand plastic – herinnert hij zich nog goed. “Het was verschrikkelijk.”  

Danny Swennen is een gepensioneerde militair, een pezige man met een sappig Limburgs accent. Tussen 2008 en 2012 trok hij drie keer naar Kandahar in Afghanistan. Als ‘specialist bewapening’ en onderhoudstechnicus moest hij de F-16’s van de Belgische luchtmacht in topvorm houden. De F-16’s namen deel aan de oorlog tegen de taliban.

Wat zijn ‘burn-pits’?

Burn-pits waren plekken in een militair kamp waar in de openlucht afval werd verbrand. Bij gebrek aan betere uitrusting werd in de kuilen huishoudelijk afval verwerkt, maar ook autobatterijen, olieresten, plastic, chemisch en medisch afval, piepschuim, uitwerpselen... In Afghanistan en Irak brandden de burn-pits de klok rond. Alleen op Kandahar Airfield, de grote luchtmachtbasis in het zuiden van Afghanistan, werd per dag 100 ton afval opgestookt.

“Toen we de eerste keer in Kandahar aankwamen, liepen overal in het kamp buitenlandse militairen met een mondmasker op rond. We vonden dat een onnozel zicht, maar al snel begrepen we waarom ze die maskers droegen”, zegt Swennen. 

“Boven het hele kamp hing een stinkende rook. Rond onze slaapplaatsen – eerst in tenten, later in containers – was de stank vaak niet te harden. Je moest ’s avonds naar gebouwen met airco vluchten om wat adem te kunnen happen. Elke zandstorm was een opluchting: dan werd de stank even weggeblazen. Al snel werden vragen gesteld, maar antwoorden kregen we niet. Het was daar oorlog, de taliban viel ons aan, dan moest je niet lopen klagen.”

Burn-pit in Kandahar. Beeld RV

Amerikaans meldpunt

Westerse militairen gestationeerd in Afghanistan en Irak ademden de rook van de burn-pits regelmatig in. Sommigen klaagden daarop over tranende ogen, een prikkelende keel en hoestbuien. Tegen 2013 werden de meeste burn-pits daarom gedempt en vervangen door hoogwaardige afvalovens.

Intussen, met het verstrijken van de jaren, wijten duizenden (oud-)militairen die in het Midden-Oosten hebben gediend hun gezondheidsproblemen aan de burn-pits. Een speciaal Amerikaans meldpunt heeft al 172.000 meldingen van ongeruste militairen binnen. Velen kampen met aanslepende long- en hartkwalen. 

Tweehonderd Nederlandse militairen, vooral veteranen, vermoeden dat ze ziek werden tijdens missies in Irak en Afghanistan, onder meer in Kandahar. In beide landen worden tegemoetkomingen gevraagd aan de krijgsmacht. Als werkgever wordt die verantwoordelijk geacht voor het lot van de troepen.

Geen meldingen

Het Belgisch leger heeft geen weet van militairen met gezondheidsklachten die verband houden met de burn-pits, leert navraag van deze krant. In Irak dienden voor 2013 geen Belgen. In Afghanistan wel: op Kandahar Airfield, maar ook in de hoofdstad Kaboel en in het noordelijke Kunduz. Alleen in Kandahar was er een burn-pit in het kamp, beheerd door onderaannemers van de Amerikaanse krijgsmacht.

“Bij de geneeskundige dienst van het Belgisch leger is nooit melding gemaakt van blijvende of ernstige klachten”, verduidelijkt de persdienst. Anders dan in de Verenigde Staten en Nederland bestaat er in ons land geen meldpunt voor eventuele klachten. De Belgische militairen die in Kandahar waren – in totaal 1.938 militairen uit vijftien detachementen, voor gemiddeld vier à vijf maanden – zijn meestal niet eens op de hoogte van het mogelijke gezondheidsrisico van burn-pits. 

“Er wordt vaak gelachen met het Belgisch leger,” zegt Swennen, “maar als wij ergens in uitblinken, dan is het in volgzaamheid. Een Nederlander trekt meteen zijn mond open. Een Belg zwijgt.”

Joe Biden

De mogelijke gezondheidsproblemen met burn-pits zijn al langer bekend. Rond 2009 deed vooral in Amerikaanse media het verhaal van zieke militairen de ronde. Aan de stinkende zaak werd daarop niet meteen gevolg gegeven. 

De onrust over de burn-pits kwam onlangs in een stroomversnelling nadat de voormalige Amerikaanse vicepresident Joe Biden in januari 2018 zijn vermoeden had uitgesproken dat zijn zoon Beau, militair en overleden aan de gevolgen van een hersentumor, mogelijk ziek was geworden door de rook uit burn-pits. 

Daarop volgde een stortvloed van meldingen. Even later besloot een Amerikaanse arbeidsrechtbank dat de longziekte van Veronica Landry, een officier die in 2005 in Irak diende, gelinkt kon worden aan de burn-pits. Landry getuigde dat in de kuilen “allerlei gevaarlijke materialen” werden opgebrand, waaronder “elk waterflesje dat elke militair opdronk”.

In de Verenigde Staten wordt naar de burn-pits intussen verwezen als ‘the new agent orange’ – een toespeling op het giftige ontbladeringsmiddel dat tijdens de Vietnamoorlog massaal werd gebruikt en dat verschillende soorten kankers veroorzaakte.

Belastende cocktail

Toch blijft het een bijzonder ingewikkelde zaak om gezondheidsproblemen van militairen in verband te brengen met de burn-pits. Wie in het Midden-Oosten ingezet werd, kreeg zandstormen over zich heen, die soms maanden raasden. In Afghaanse en Iraakse steden wordt ‘s winters verwarmd met vervuilende houtkachels. In Irak liggen veel legerbasissen naast steenbakkerijen, waarvan de ovens doorgaans gestookt worden met autobanden. Stress en vermoeidheid verminderen de weerstand. 

Al die elementen werken op elkaar in en vormen samen een belastende cocktail voor het lichaam. Ook de Belgische militairen die geposteerd waren in Kaboel herinneren zich de dikke wolken smog boven de stad.

De wetenschap biedt vandaag geen absolute zekerheid. Wat wel geweten is: uit een onderzoek in 2014 onder Amerikaanse militairen die in Irak en Koeweit waren, bleek dat bij hen achteraf 25 procent meer ademhalingsgerelateerde klachten en 54 procent meer astmaproblemen werden vastgesteld dan bij collega’s die thuis bleven. 

In 2016 werd duidelijk dat militairen die naar Afghanistan werden uitgezonden 61 procent meer kans op astma hadden dan militairen die er wegbleven. Het Amerikaanse Department of Veteran Affairs besloot toen ook dat er “een verband bestaat tussen de duur van de uitzending en de afname van de longfuncties”.

 Gevoelig rapport

De Belgische krijgsmacht benadrukt dat Belgische militairen zich geen zorgen moeten maken: op Kandahar Airfield was er geen probleem met de luchtkwaliteit. Men hecht daarvoor vooral belang aan een eigen onderzoek. In 2011 stuurde het leger een team laboranten naar de luchtmachtbasis om de vervuiling te meten en bodemstalen te nemen. Volgens de persdienst is dat een normale voorzorgsmaatregel bij buitenlandse operaties. Wellicht speelde de onrust onder de troepen ter plaatse ook een rol in de beslissing.

Volgens het leger “blijkt uit het rapport over de gevoerde luchtkwaliteitmetingen duidelijk dat de gemeten concentraties binnen de grenzen vielen”. Met grenzen worden twee internationale normen bedoeld: de zogeheten occupational exposure limits (OEL), die gelden als de enige wettelijke arbeidsgerelateerde grenswaarden, en de military exposure guidelines (MEL), die bepalen aan welke gezondheidsrisico’s militairen blootgesteld mogen worden tijdens een missie. 

Meer informatie over de metingen zelf wil het leger niet kwijt. Het rapport wordt als “gevoelig” beschouwd, omdat er ook plannen en foto’s van Kandahar Airfield in worden getoond. De basis is nog in gebruik. De persdienst benadrukt wel dat de metingen “als representatief worden beschouwd” voor de luchtkwaliteit in het kamp.

Niet geruststellend

Deze krant kon alsnog de hand op het rapport leggen. Daaruit blijken een aantal dingen. Een: op het rapport zelf staat nergens aangegeven dat het om vertrouwelijke of geheime informatie gaat die niet verder verspreid mag worden. Als dat wel het geval zou zijn, schrijft het militaire reglement voor dat dat boven- en onderaan elke bladzijde van het rapport wordt aangegeven. Dat gebeurt niet. 

Twee: het rapport blijkt gebaseerd op wankele wetenschap. De Morgen legde de studie voor aan milieu-epidemioloog Tim Nawrot (UHasselt) en toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven). Zij komen tot hetzelfde besluit: de metingen gaan onder de wetenschappelijke lat door. “De metingen volstaan niet om chronische toxiciteit in te schatten”, zegt Tytgat.

Toxicoloog Jan Tytgat: ‘De metingen van het leger volstaan niet om chronische toxiciteit in te schatten.’ Beeld Vertommen

Drie: de gedane metingen, hoe indicatief ook, waren niet zo geruststellend als het leger doet uitschijnen. “Bij metingen aan de Belgische slaapvertrekken en werkplaatsen lagen de fijnstofwaarden bijna constant op een ongezond niveau”, stelt Nawrot vast. “Het gaat niet om rampzalige waarden, maar daar dag en nacht in vertoeven kon wel schade aan het lichaam toebrengen.” 

Korrel zout

De vervuilingsnormen waarmee het leger schermt, blijken dan ook met een serieuze korrel zout te nemen. De militaire luchtkwaliteitsnorm werd regelmatig (ver) overschreden. De wettelijke arbeidsnorm niet, maar dat is dan ook een uitzonderlijk hoge grens die bedoeld is voor bijvoorbeeld staalarbeiders en wegenwerkers. De arbeidsnorm slaat ook op een normale werkdag van acht uur, niet op een constante blootstelling van 24 uur per dag, 7 dagen per week.

De conclusie van het rapport ondermijnt de communicatie van het leger verder. In het besluit staat geschreven dat de hoge fijnstofwaarden (PM10) op Kandahar Airfield op korte termijn kunnen zorgen voor “aanzienlijke oog-, neus- en keelirritatie en ademhalingsproblemen”. Die klachten zijn “in principe” van tijdelijke aard. Maar voor de hoge ultrafijnstofwaarden (PM2,5), gemeten in de nabijheid van de burn-pit, is het “plausibel” dat de ontwikkeling van chronische gezondheidsproblemen zoals een afname van de longfunctie, chronische bronchitis, astma en hart- en longziekten kunnen opduiken bij in het algemeen gezonde troepen”. 

Omdat het militaire onderzoek met haken en ogen aan elkaar hangt, is het gevaarlijk om al te veel gewicht aan dit besluit toe te kennen. Toch plaatst het vraagtekens bij de stelligheid waarmee het leger de mogelijke gezondheidsrisico’s gerelateerd aan de burn-pit in Kandahar wegwuift.

Zorgplicht

“Het leger heeft een zorgplicht voor zijn militairen”, zegt Ferre Van de Nadort, jurist en gewezen beroepsmilitair die in Nederland onderzoek verrichtte naar burn-pits. “Belangrijk is om daarbij het verschil te maken tussen ‘verantwoordelijkheid’ en ‘aansprakelijkheid’. Je hoeft niet in de ‘fout’ te gaan als krijgsmacht om verantwoordelijk te blijven voor je militairen. Dat geldt voor een soldaat die op een mijn trapt en zijn benen verliest, maar evengoed voor een veteraan die jaren later longproblemen krijgt door de vervuiling in zijn kamp.” 

Van de Nadort hekelt het gebrek aan medische opvolging. Het verrast hem daarom niet dat er geen meldingen zijn in ons land. “In Nederland kwamen die pas binnen toen militairen zelf het verband zagen. Voordien meldden ze hun klachten wel aan de legerartsen, maar die werden niet gelinkt aan burn-pits.”

“Ik heb me nog niet laten controleren door een dokter”, zegt Swennen. “Eerlijk gezegd: ik heb daar niet veel zin in. Bij vertrek en terugkomst van een buitenlandse missie neemt een legerarts bloed af. Maar opvolging op de lange termijn bestaat niet. Ik heb alvast niets meer gehoord.” Tot op vandaag heeft Swennen geen gezondheidsproblemen.

De wankele wetenschap van het leger

De burn-pit op Kandahar Airfield vormde geen gezondheidsrisico voor de Belgische militairen die er jarenlang werkten, stelt het leger op basis van een eigen onderzoek ter plaatse. Die studie staat wankel.

1. Maar negen dagen metingen

Meten is weten. Een luchtkwaliteitsonderzoek wordt doorgaans uitgevoerd over een lange periode, in het beste geval een heel jaar. De onderzoekers van het leger hebben negen dagen in Kandahar doorgebracht. Hun metingen geven maar een algemene indruk van de luchtkwaliteit in het kamp. Meer niet. Tytgat: “Men had deze metingen beter herhaald, bijvoorbeeld vier of vijf keer, op verschillende momenten.”

2. Wind uit verkeerde richting

Luchtkwaliteit hangt nauw samen met het weer en de wind. In hun rapport noteren de onderzoekers dat de Belgische slaapvertrekken en werkplaatsen de meeste last ondervinden van de burn-pits als de wind uit het zuiden blaast. Maar alle metingen zijn uitgevoerd bij flauwe oosten- en westenwind. Op geen enkele metingsdag kwam de wind uit de richting die de meeste hinder veroorzaakte. Nawrot: “Voor mij is dit de belangrijkste onvolkomenheid. Op die manier wordt de blootstelling allicht onderschat.”

3. Burn-pit niet op volle kracht

Op Kandahar Airfield brandde de burn-pit dag en nacht: per etmaal ging 100 ton afval in vlammen op. Tijdens twee metingsdagen draaide de verbranding echter niet op volle toeren door technische problemen. Dat maakt het nog moeilijker om gefundeerde conclusies te trekken. Omdat de burn-pit niet altijd op volle kracht draaide, was de impact op de luchtkwaliteit allicht lager dan normaal. Nawrot: “Opnieuw: op deze manier is het moeilijk om een juiste inschatting van de vervuiling te maken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.