Maandag 24/06/2019

Belgische kunstpaus tussen twee oorlogen

In 1927 presenteerde de Belgische avant-garde zich in het Franse Grenoble. Gangmaker van die baanbrekende expositie was de toenmalige kunstpaus Paul-Gustave Van Hecke. Over 'PG' zelf en over Grenoble lopen nu twee prima tentoonstellingen.

Herinnering aan een zondag: P.-G. Van Hecke en de kunstenaars in de jaren 1920 tot 1 april in Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, Deurle. Di-zo 10-17u: www.museumdd.be

Grenoble 1927: Een panorama van de Belgische kunst tot 27 mei in FeliXart Museum, Kuikenstraat 6, Drogenbos. Do-zo 10.30u-17u: www.felixart.org

aul-Gustave Van Hecke. Zijn naam doet niet meteen nog een belletje rinkelen. Ten onrechte, want 'PG' was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een soort Jan Hoet in het kwadraat - als zoiets al mogelijk is, natuurlijk.

Paul-Gustave Van Hecke (1887-1967) was een spreekwoordelijke duizendpoot: kunstverzamelaar, criticus, kunsthandelaar, galeriehouder, interieurontwerper, couturier, cineast, dichter en theaterman. Hij was bovendien politiek geëngageerd in de socialistische partij. Maar misschien speelde hij wel zijn belangrijkste rol als inspirator en promotor van de Belgische avant-garde tussen de twee wereldoorlogen.

'PG', of Pégé, was van zeer eenvoudige komaf en het prototype van de autodidact. Hij werd geboren in 1887 in een arme Gentse volksbuurt. Toen hij tien was, stierf zijn vader. De jonge Paul-Gustave moest de kost gaan verdienen in een weverij, maar kon al gauw naar de vakschool, waardoor hij terechtkwam in de Coöperatieve Katoenfabriek. Hij was een zeer actief lid van de Belgische Werkliedenpartij, de toenmalige sp.a, en was ervan overtuigd dat kunst en cultuur - en dan vooral de avant-garde - de socialistische strijd moest voeden. Het waren andere tijden dan nu. PG richtte tijdschriften op, organiseerde tentoonstellingen en steunde kunstenaars.

In 1909, toen hij 21 was, ontmoette hij kunstcriticus André De Ridder en de schilders Constant Permeke, Frits Van den Berghe en de broers Gustave en Leon De Smet, kunstenaars die later de kern zouden vormen van het Vlaams expressionisme. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog verhuisde PG naar Brussel, waar hij verliefd werd op de modeontwerpster Honorine 'Norine' Deschryver, met wie hij in 1927 zou trouwen. Ook zij was van eenvoudige Gentse komaf. Samen richtten ze omstreeks 1916 het couturehuis Norine op. Dat was om diverse redenen een belangrijke stap: PG ontwierp samen met Norine nieuwe modellen, waarin hij voor de artistieke inbreng zorgde. Bovendien kreeg hij, door het succes van het modehuis, voldoende financiële armslag om een eigen kunstcollectie aan te leggen en allerlei projecten uit te bouwen zoals een galerie en een kunsttijdschrift.

Na de Eerste Wereldoorlog begon hij Permeke, Van den Berghe en de gebroeders De Smet te steunen. Daarvoor richtte hij met André De Ridder de galerie Sélection - Atelier d'art contemporain op, in de Brusselse Koloniënstraat, en het gelijknamige tijdschrift, dat vanaf 1921 verscheen. Van Hecke presenteerde Belgische én internationale moderne kunst met als doel aan culturele uitwisseling te doen. Zo stonden in de eerste aflevering van het tijdschrift Sélectionkunstenaars als Picasso, Modigliani, Ensor, Spilliaert, Zadkine en Braque zij aan zij.

De eigen collectie, de galerie en het hele netwerk rond PG Van Hecke staat centraal in Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. Herinnering aan een zondag is de titel van de expositie en van een charmant naïvistisch schilderij van Edgard Tytgat. Tytgat schildert het bezoek dat de Frans-Russische schilder Marc Chagall in juni 1926 bracht aan het buitenverblijf van Van Hecke, villa Malpertuis in Afsnee aan de Leie. Die villa mag dan op het platteland hebben gelegen, er heerste een grootsteedse sfeer. Van Hecke ontving er zijn binnen- en buitenlandse gasten. Op het schilderij van Tytgat, waarop de hele kunstenaarskliek rond PG figureert, verwelkomt PG zijn gasten aan een tafel met glazen wijn. Achter hem staat een koffergrammofoon, want er werd gedanst op jazz en foxtrot, de nieuwste rages. Van Hecke had goede smaak en een fijne neus. Hij nam deel aan het leven in Brussel en Parijs en frequenteerde graag de betere milieus aan de Côte d'Azur.

"Het is geen toeval dat veel van de hier tentoongestelde schilders hun beste werk maakten in de periode waarin Van Hecke ze in contact bracht met grote buitenlandse kunstenaars", zegt Tanguy Eeckhout van Museum Dhondt-Dhaenens. "PG creëerde een internationaal kader voor de Belgische kunstenaars en zorgde zo voor artistieke uitdagingen." In Deurle is mooi werk te zien van Marc Chagall, Heinrich Campendonk, Ossip Zadkine (een sensuele sculptuur Intimité) en diens vrouw Valentine Prax, naast opvallend sterk binnenlands werk van Floris Jespers (met kubistische en surrealistische invloeden), Oscar Jespers (een babykopje, beïnvloed door Brancusi) en Gust De Smet (acrobaten in de sfeer van Léger). Twee merkwaardige schilderijen van Frits Van den Berghe verraden al de invloed van het surrealisme. "Maar wie heeft wie beïnvloed?" zegt Tanguy Eeckhout. "Van den Berghe las zelf veel, was goed op de hoogte en kende de schilderijen van een surrealist als Max Ernst en de psychoanalyse van Freud."

Vanaf 1927-'28 richtte PG zich meer en meer op zijn nieuwe passies: surrealisme en fotografie. Op dat moment was Sélection, zowel de galerie als het tijdschrift, al lang ter ziele gegaan en waren galerie L'Epoque en tijdschrift Variétéservoor in de plaats gekomen. PG omarmde alles, als het maar modern en avant-garde was. In Deurle hangen foto's van het indrukwekkende 'museale' appartement van PG en Norine aan de Congolaan in Brussel, gevuld met meubels in art-decostijl van Marcel-Louis Baugniet en schilderijen van Max Ernst, René Magritte en Frits Van den Berghe. In Museum Dhondt-Dhaenens worden voorts ontwerpen, post- en uitnodigingskaarten voor Maison de Couture Norine getoond, waarvoor Max Ernst, Raoul Dufy, E.L.T. Mesens en René Magritte ontwerpen leverden. PG en Norine hadden een indrukwekkend internationaal netwerk opgebouwd. Niemand minder dan Man Ray heeft foto's van het artistieke koppel gemaakt.

Paul-Gustave Van Hecke was ook de gangmaker van de tentoonstelling L'Art Belge, die in 1927 in de Franse stad Grenoble plaatsvond. Die presenteerde de historische avant-garde met werk van Laermans, Spilliaert, Wouters en Ensor én de toen actuele avant-garde met onder anderen Van de Woestyne, Tytgat, de gebroeders Jespers, Van den Berghe, Permeke, Magritte, De Boeck en Servranckx. Van die dubbeltentoonstelling biedt het FeliXart Museum in Drogenbos een opvallende reconstructie.

"Er bestaan zeven historische foto's van de toenmalige presentatie, waarop we ons hebben kunnen baseren", zegt Sergio Servellón, directeur van het FeliXart Museum. "Veel van de Belgische kunst is in Grenoble gebleven: 31 van de 75 getoonde werken." De toenmalige conservator, de bevlogen Pierre-André Farcy, wilde van het Musée de Grenoble een speerpunt van de internationale moderne kunst maken en PG wilde niet liever dan 'zijn' kunstenaars in het buitenland promoten.

Opmerkelijk is dat de avant-gardisten zelf beslisten wie mocht tentoonstellen en met welk werk dat zou gebeuren. Opmerkelijk is de heterogeniteit van de selectie. Want bij de historische avant-garde hangt werk van Léon Spilliaert én Albert Servaes. En nog opmerkelijker zijn de verrassende ontdekkingen van inmiddels vergeten kunstenaars: cartoonachtig werk van Georges Lebrun, geometrisch abstract werk van Jean-Jacques Gailliard en bijna psychedelische, surrealistische schilderijen van Auguste Mambour.

PG overleefde de beurscrash van 1929 niet. Hij stopte met zijn galerie en zijn tijdschrift. Vanaf het begin van de jaren dertig ging hij als criticus voor het socialistische dagblad Vooruitwerken en in 1933 werd zijn kunstcollectie geveild. Modehuis Norine overleefde ternauwernood de Tweede Wereldoorlog. De boeken gingen definitief dicht in 1952.

Twee kleinere musea brengen samen een schitterende brok kunst en geschiedenis. Een prachtig en leerrijk panorama van de historische Belgische avant-garde. Het smaakt naar meer.

Volgende maand verschijnt de publicatie Kunstpromotor Paul-Gustave Van Hecke en de avant-garde, een bundeling essays onder redactie van Virginie Devillez, waarin de vele gedaanten van PG Van Hecke uitvoerig belicht worden. Het boek wordt gepresenteerd op 29 maart in Huis Happaert in Antwerpen. Diezelfde avond geeft Nele Bernheim er een lezing over modehuis Norine (http://huishappaert.com). Nele Bernheim bereidt momenteel een proefschrift voor over Norine en is nog altijd op zoek naar aanvullend materiaal zoals ontwerpen en documenten (nele.bernheim@ua.ac.be).

Bij de tentoonstelling in FeliXart hoort een catalogus die specifiek ingaat op 'Grenoble 1927' en uitvoerig geïllustreerd is met schilderijen en documenten. Ten slotte bereidt Manu Van der Aa de biografie van PG Van Hecke voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden