Dinsdag 22/06/2021

Belgische kindermode

krijgt steeds meer applaus

Contre Vents et Marées, Du sable dans mes chaussures, Il était une fée, La Petite Ourse, Le phare de la baleine, Matt & Max, Pomme d'Amour en Pomme Françoise, Train de Vie... het lijken titels of personnages uit (Franse) kinderboekjes. Deze klinkende namen hebben echter niets met boekjes, maar wel met broekjes en andere kleren te maken. Het zijn enkele merken die hun kinder- en juniorcollectie voor de zomer van 2002 presenteerden op de vakbeurs Kid's Fashion in Brussel.

Traditioneel zijn de kindermodebeurzen van Firenze, Parijs en Londen toonaangevend voor de (kinder)mode. Baby Dior, Cacharel en andere miniversies van grote merken zijn er dan ook sterk vertegenwoordigd. Maar net zoals bij de grotemensenmode groeit de ster van de Belgische kindermode en met hen het belang van Kid's Fashion. Anne Kurris, Da-Da, Frederiek (van Kaat Tilley), Mon oncle d'Amérique (van Ann Coppens) , Quincy en tientallen anderen hebben ertoe bijgedragen dat steeds meer inkopers de reis naar de Brusselse kindermodebeurs maken. Of zoals de Britse vakpers na de winterkinderbeurs in Brussel opmerkte: "Winkels en ketens zoals Harrods en Le Bon Marché hebben verschillende inkopers gestuurd; Bloomingdale's was zelfs met tien mensen vertegenwoordigd".

Ondanks de hitte was het aangenaam snuisteren en kuieren langs de stands van de Belgische (73), Franse (59), Nederlandse (42), Italiaanse (15), Duitse (15), Britse (10) en andere (20) kindercollecties. De defilés - jawel, het gaat tenslotte om een modebeurs - waren ronduit spectaculair. Een groep kinderen tussen de 6 en 16 jaar danste aan een hels tempo enkele wilde choreografieën, professioneel (in het Engels) aan elkaar gepraat door een zwart jongetje met een beloftevolle toekomst in de showbizz. De verschillende passages werden aangegeven met bordjes waarop de merknamen werden aangegeven.

Maar we kwamen voor de kleren. Bij Diesel treffen we een allerliefst, geel lederen pakje aan, handig om de kleine op de scooter of moto mee uit te nemen, te warm voor een doorsnee zomerse dag. Chipie presenteert bedrukte T-shirts in een setje van twee: een voor het kind en eentje voor de pop of beer. De trend van (foto)bedrukte shirts, meer dan vijf jaar geleden gelanceerd door onder meer W< en Paul Smith, wordt volgende zomer algemeen overgenomen. Er zijn leuke versies te zien bij Mon Oncle d'Amérique, dat vier jaar geleden startte met een pyjamacollectie en nu een volledige baby- en juniorkledinglijn heeft. Anne Coppens, ontwerpster: "De prints die ik gebruik zijn niet conventioneel, ik zoek ze in oude tijdschriften en kookboeken. Voor de baby's zijn er prints van een Delfts porseleinen poppetje of een molentje in blauwe steen, voor kinderen zijn er shirts met een prentbriefkaart van twee kindjes die confituur aan het eten zijn of met een bloem die uit een vaktijdschrift voor bloemisten komt. Bij de juniors werden T-shirts bedrukt met een goudvis, sportvliegtuigjes, een dessertje met kersen en slagroom en beelden van de Expo 58."

De onverslijtbare sponsen broekjes en hemdjes in roze, lichtblauw en wit van het oerdegelijke Absorba - nostalgie! - hebben plaats gemaakt voor een volwaardige kindercollectie. De droomjurk van meisjes tussen de 5 en 7 jaar is te koop bij het Franse Jeudi Après Midi: een wit tulen elfenjurkje met opgezette stoffen roosjes. Een echte pronkjurk die niet geschikt is om mee te spelen, en al evenmin om kersentaart te eten. Een flesje water met een rietje kan nog net. Ook de Efteling, Disney, Kuifje en Lego hebben - zo blijkt - een kidslijn: commercieel en weinig origineel. Sport- en jeansmerken zoals Lois, Quicksilver, O'Neill en Oxbow moeten de merkenbewuste ouder of teenager aanspreken.

Zo'n twintig jaar geleden, toen kinderkledij in de regel nog onopvallend en saai was, vormde het Nederlandse Oilily een vrolijk buitenbeentje. De uitbundige collectie met drukke, kleurrijke prints en etnische of folkloristische elementen was onmiskenbaar een trendsetter. De Oilily-stand is nog steeds een van de mooiste (en grootste) van Kid's Fashion, maar het merk uit Alkmaar bezit allang niet meer het monopolie op leuke, creatieve kinderkledij. In dezelfde prijscategorie - H & M en andere ketens zijn hier niet vertegenwoordigd - namen andere, waaronder heel wat Belgische merken, de fakkel over. De collectie van Quincy, ontworpen door Anouk Robyn die destijds ook de kindercollectie van Dries Van Noten meetekende, is om te snoepen. Anouk Robyn: "Ik heb me laten inspireren door een kinderfeestje met slingers en taarten in een Japanse tuin. Maar de kleren zijn helemaal niet minimalistisch. Van de Japanners heb ik de bloemen en de uitbundige kleurencombinaties overgenomen: rood met felroze, felgroen en wit, vaak met fluo-accenten. Het materiaal is in hoofdzaak katoen, in alle variaties en op verschillende manieren behandeld. Ik heb ook royaal gebruik gemaakt van broderie en gehaakte stukken. Die moeten met de hand gemaakt worden en dat beïnvloedt de prijs. In de collectie zit een jurkje van 4.500 frank (111,55 euro), maar daarop zit borduurwerk dat een halve dag in beslag heeft genomen. Dat is puur artisanaat. Het grootste deel van de collectie wordt in België gemaakt, maar we zijn verplicht om uit te wijken naar landen zoals Marokko (waar toch een enorme vakkennis aanwezig is), Polen, Italië en Portugal. Het blijft belangrijk dat we de controle over de productie behouden. We zouden ook naar India of een ander Aziatisch land kunnen gaan, maar daar is de controle moeilijker. Het is ook een van de redenen waarom Dries Van Noten met zijn kindercollectie is gestopt. Hij stond erop dat alles in België werd gemaakt, wat als gevolg had dat de kleren te duur werden voor de markt."

Quincy heeft inmiddels een aantal belangrijke buitenlandse klanten. Robyn: "Voor ons is het belangrijk om ook op de beurs Pitti Bimbo in Firenze aanwezig te zijn. Maar ik merk dat hoe langer hoe meer Italiaanse inkopers de reis naar Brussel maken."

Ook voor Anne Kurris, die sinds vijf jaar haar eigen kindercollectie ontwerpt, is Kid's Fashion belangrijk. "Het is voor mij de enige manier om nieuwe klanten te zien. De meeste standplaatsen in het buitenland zijn peperduur, voor het transport, het hotel en de stand betaal je algauw zo'n 150.000 frank (3.720 euro). Ik nodig meestal klanten uit in mijn hotelkamer in Londen of Firenze. Wie echt interesse heeft, komt daarna naar mijn showroom in Antwerpen kijken."

Anne Kurris, in een vorig leven grafisch ontwerpster, beschrijft haar collectie als "fris en gesofistikeerd. Ik maak geen basic kleren. De concurrentie met de goedkope ketens is bij voorbaat een verloren strijd. Ik heb de oefening ooit gemaakt: ik vroeg aan een fabrikant wat het zou kosten om een broekje van Zara hier te maken. Wel, het uiteindelijke prijskaartje zou 7.500 frank (185,92 euro) bedragen. Ik wil me meer als designer profileren en niet meegaan met de massa. Het feit dat ik zelf kinderen heb, heeft wel degelijk invloed op mijn ontwerpen. Mijn dochtertje houdt van frivoliteiten. Ik maakte vroeger meer strakkere dingen, maar onder invloed van haar is mijn collectie speelser en frivoler geworden. Kinderen zijn geen volwassenen en tussen de verschillende leeftijden bestaan bovendien gigantische verschillen. Dat maakt het ontwerpen voor kinderen ook moeilijker: kleine meisjes houden bijvoorbeeld heel erg van grote zwierrokken, meisjes van 9 vinden dat al snel onnozel. Je ziet ook dat kinderen vanaf 10 jaar de volwassenen willen imiteren en 'nieuwe', gedurfdere zaken niet willen aantrekken. Dat verandert dan weer wanneer ze 12 of 13 jaar worden. Dan kunnen shirtjes met gekke opdrukken weer wel. Maar dit gegeven maakt het ontwerpen voor kinderen ook zo boeiend. Ik hou er ook rekening mee dat kinderkledij tegen een stootje moet kunnen. Zo maak ik gebruik van een speciale verftechniek waardoor het materiaal resistenter wordt en een speciale patine krijgt. De kleren worden eerst in elkaar gestoken en dan pas geverfd bij temperaturen van meer dan 70 graden. Daardoor kan ik de kleur kiezen die ik zelf wil, zoals bij dit felle fuchsia jurkje (Kurris laat me een prachtig jurkje zien met rushes, nb). Alle kleren worden in België gemaakt, op die manier kan ik waken over de kwaliteit. Ik heb ooit contact gehad met fabrikanten in India, maar ik sta daar afwijzend tegenover. Ik mag er niet aan denken dat er kinderen aan mijn kindercollectie zouden werken. Dat dit invloed heeft op de prijs is evident, het fuchsia jurkje kost in de winkel 3.150 frank (78,09 euro), wat nog net doenbaar is, vind ik. Mijn collectie is dan ook bedoeld voor een publiek dat niet mee wil gaan met de 'grote' merken, maar iets speciaals zoekt."

Nica Broucke

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234