Zondag 05/04/2020

Belgische graficus Guy Peellaert (1934-2008) was pionier van Europese popart

Rock-'n-roll verbeeld

In zijn woonplaats Parijs is maandag Belgisch graficus en kunstenaar Guy Peellaert aan een hartstilstand overleden. Hij was 74. Peellaert, eerst actief als striptekenaar, later als schilder, werd wereldbekend met zijn boek Rock Dreams, dat fotorealistische portretten van iconen uit de popgeschiedenis bundelde en waarvan wereldwijd een miljoen stuks werden verkocht. Hij ontwierp platenhoezen voor David Bowie en The Rolling Stones, en filmaffiches voor Taxi Driver en Paris, Texas. Pas dit jaar werd zijn werk voor het eerst in ons land tentoongesteld.

Door Dirk Steenhaut

Jack Nicholson bezit zestien van zijn originele schilderijen en zowel Tom Waits als Federico Fellini noem(d)en zich bewonderaars van zijn werk. Zijn portretten werden overal getoond, van Londen tot Berlijn en van New York tot Tokio. Guy Peellaert, die sinds de jaren zestig in Parijs woonde, was kind aan huis bij de internationale rockaristocratie, maar in zijn eigen land genoot de artiest, van wie gezegd wordt dat hij op het kruispunt stond tussen kunst en kitsch, ironisch genoeg, nauwelijks bekendheid. Pas in mei van dit jaar waren enkele van zijn schilderijen te zien als onderdeel van de tentoonstelling PopEye in de Oude Gevangenis van Hasselt.

Zelf zat Peellaert daar echter niet mee. Hij bleef bescheiden maar deed resoluut zijn eigen ding, zonder compromissen. "Ik heb altijd wat aan de zijkant van de mainstream vertoefd", verklaarde hij enkele maanden geleden aan Het Belang van Limburg. "Ik hou niet van mainstream, maar ook niet van kunst mit grossem K en de intellectuele benaderingen die daarbij gesleept worden. Ik speel het spel van de galeries niet, misschien heb ik daar wel een prijs voor moeten betalen. Mijn grote luxe is dan weer dat ik tegen iedereen 'fuck you' kan zeggen. Als ik zie hoe collega's soms door het stof kruipen om ergens te komen, schaam ik me in hun plaats."

"Voor een deel is het zeker zijn karakter dat hem uit de schijnwerpers heeft gehouden", vertelde Danny Illegems, een van de initiatiefnemers van PopEye, in de marge van die expo. "Guy Peellaert kwam uit een bourgeoismilieu met wortels in het West-Vlaamse Veurne en rebelleerde tegen zijn afkomst door zich onder de rockers te begeven. Dat tegendraadse, die undergroundmentaliteit heeft hij vandaag, op zijn 74ste nog steeds. Zijn probleem is dat hij door zijn werk als uitvoerende graficus in de kunstwereld niet altijd even ernstig wordt genomen. Maar het minste wat je over Peellaert kunt zeggen is dat zijn werk een zekere frisheid heeft behouden."

Na zijn kunstopleiding aan Sint-Lucas in Brussel ging Guy Peellaert aan de slag als reclametekenaar en decorontwerper in theaters in Brussel en Stuttgart. In 1966 publiceerde hij zijn eerste psychedelische strip, Les aventures de Jodelle, met een hoofdpersonage gemodelleerd naar zangeres Sylvie Vartan, die in afleveringen verscheen in het omstreden Franse tijdschrift Hara-Kiri. Met dat album manifesteerde de Brusselaar zich als een van de eerste Europese striptekenaars die popartinvloeden verwerkte en in zijn tekeningen ook de erotiek niet schuwde. Twee jaar later volgde Pravda, la surviveuse, met een heldin geïnspireerd door de figuur van Françoise Hardy. Later bracht hij nog enkele experimentele albums op de markt, zoals Carashi! (1969), waarvoor hij voor het eerst foto's bewerkte, en het hyperrealistische Bye Bye, Bye Baby, Bye Bye (1973).

Volgens Illegems behoorde Peellaert aan het einde van de sixties al tot de voorlopers van het fotoshopprocédé. "Alleen bewerkte hij de beelden nog manueel, zonder dat er een computer bij te pas kwam. Zijn werk is dus zowel in technisch als artistiek opzicht van belang."

Ouderwetse lelijkheid

Nadat hij had ingezien dat zijn toekomst buiten de stripwereld lag, ging hij zich toeleggen op (toegepaste) schilderkunst. Zijn kitscherige airbrushstijl pikte hij op toen hij in Antwerpen decors voor filmsets zag. Populisme was voor hem allerminst een scheldwoord: "Je moet mensen meelokken in een droom", vond hij. "En dat lukt niet als je de grote artiest uithangt die iedereen maar dient te volgen." Weldra zou Guy Peellaert filmaffiches bedenken voor Taxi Driver van Martin Scorcese, Short Cuts van Robert Altman, L'argent van Robert Bresson, Gershwin van Alain Resnais en Paris, Texas en Himmel über Berlin van Wim Wenders.

Als ontwerper van platenhoezen liet hij zich evenmin onbetuigd. Zo werkte Peellaert voor Franse popsterren als Lio en Etienne Daho en de Argentijnse tangolegende Astor Piazzolla. Tot zijn bekendste artwork voor de rocksector behoort dat van It's Only Rock'n'Roll van The Rolling Stones, Diamond Dogs en Live at the Beeb van David Bowie en Horse of a Different Color van Willy DeVille. Op de hoes van The Stones parodieerde Guy Peellaert de nazipropaganda van de Duitse cineaste Leni Riefenstahl, waarbij hij Mick Jagger en zijn gevolg afbeeldde als olympische goden.

De cover van Diamond Dogs werd door het Britse blad Q uitgeroepen tot een van de beste honderd aller tijden. Volgens Bowie vatte Guy Peellaerts werk de toenmalige tijdgeest perfect samen: "Bij Diamond Dogs stelde ik me wilde, hedonistische beesten voor, half man, half hond, die op de daken leefden en zich voedden aan overschotjes. Guy portretteerde me als zo'n beest en voegde er, met dat plakkaat van die freakshow, ook nog een kermisdimensie aan toe. Zelf had ik daar nooit aan gedacht, maar ik vond het een geweldig idee."

Peellaerts mythische boek Rock Dreams uit 1974, met op foto's gebaseerde schilderijen van zowat alle pop- en rockiconen van de jaren vijftig, zestig en de vroege jaren zeventig, ging de wereld rond en vond meer dan een miljoen kopers. 's Mans hommage aan de rockcultuur werd van commentaar voorzien door de Britse journalist Nic Cohn, de auteur van de bestseller Awopbopaloobop Alopbamboom. Guy Peellaert manifesteerde zich in Rock Dreams als een collageartiest die er geen graten in zag zijn helden in een absurdistische context af te beelden. Sommige schilderijen hadden zelfs een pornografische inslag, zoals zijn portret van The Rolling Stones in nazi-uniformen, omringd door naakte kinderen.

Peellaert liet zich niets gelegen liggen aan het moraliteitsbesef van het establishment. Voor hem stond rock-'n-roll juist symbool voor de totale vrijheid en het negeren van iedere autoriteit. Als bewonderaar van Elvis Presley en Johnny Cash beschouwde hij eros en thanatos als de hoekstenen van de rockmuziek, maar humor vond hij minstens even belangrijk. Zo maakte hij een nogal prozaïsch portret van Tina Turner terwijl ze het wasgoed aan de waslijn hing, schilderde hij The Drifters letterlijk 'Under the Boardwalk' en Otis Redding 'Sitting at the Dock of the Bay'. Toch omschreef Guy Peellaert zijn Rock Dreams consequent als 'un clin d'oeil amoureux'.

"Vandaag zou het onmogelijk zijn nog zo'n boek te maken", vertelde hij eerder dit jaar aan Focus Knack. "Sowieso zou geen enkele uitgever zo'n boek nog durven uit te geven. En mocht je er een wel gek genoeg voor krijgen, dan zou het miljoenenclaims regenen. Alle celebrity's hebben tegenwoordig een heel leger advocaten in dienst." Niettemin beschouwt het blad GQ het cultboek van Peellaert als "one of the most enduring meditations upon the iconography of rock'n'roll". John Lennon liet de omslag van de Britse editie van Rock Dreams, waarop hijzelf en Elvis Presley samen te zien waren, zelfs inlijsten.

Tegenstanders van Guy Peellaert nemen vooral het hypperrealisme en de 'ouderwetse lelijkheid' van zijn werk op de korrel. Bovendien verwijten ze hem zijn overvloedige gebruik van vulgaire kleuren. Maar het kitschelement is niet zozeer dat van de artiest zelf als dat van een (over)gemediatiseerde eeuw, waarin het beeld tegen snel tempo muteerde van schilderij naar foto, film, televisie en computer.

'Rock'n'Belgium'

Later zou Guy Peellaert samenwerken met Michael Herr (de scenarist van Apocalypse Now en Full Metal Jacket) voor het boek The Big Room, een meditatie over macht en corruptie in Las Vegas. In 1999 bundelde hij andermaal zijn krachten met Nic Cohn voor Twentieth Century Dreams, een terugblik op de vorige eeuw. Naast figuren uit de entertainmentsector schilderde Peellaert voor die publicatie nu ook taferelen met iconen uit sport, kunst en politiek, onder wie Stalin, Freud, Dalí, Malcolm X, Bill Clinton en prinses Diana. Opvallend daarbij was dat zijn collages intussen heel wat donkerder en grimmiger waren geworden. Niettemin werden ze internationaal bejubeld door bladen als The Village Voice, The Guardian, Time, Vanity Fair en Les Inrockuptibles.

Ondanks zijn tanende gezondheidstoestand (hij was nierdialysepatiënt) maakte Guy Peellaert op vraag van Focus Knack en Le Vif recentelijk nog de reeks 'Rock'n'Belgium', waarin hij enkele groten uit onze vaderlanse popgeschiedenis afbeeldde. "Van alle Belgische groepen die ik voor die reeks heb geportretteerd is dEUS de grootste ontdekking", zei hij. "Ik heb ondertussen hun hele catalogus beluisterd. Ze hebben fabuleuze harmonieën en de teksten zijn geniaal. Ze doen me terugdenken aan de grote periode van de Britse nonsens, de tijd van de eerste Beatlesfilms. Tom Barman verwerkt uitsluitend indrukken in zijn teksten. Dat maakt ze zo rijk. Je kunt er als luisteraar je eigen invulling aan geven."

Ook al werd Peellaart lang door zijn landgenoten onderschat of genegeerd, hij maakte er geen geheim van dat hij zich, na al die jaren, nog altijd Belg voelde. "Was ik in Parijs opgegroeid, dan had ik nooit iets als Rock Dreams kunnen maken. Dan was ik nooit zo doordrongen geraakt van de Angelsaksische pop- en rockcultuur. Want dat kennen ze hier nog altijd niet. De Franse cultuur is altijd heel erg op zichzelf gericht geweest: hautain, narcistisch, navelstaarderig. Invloeden van elders waren altijd uit den boze. Wat ons Belgen van de rest van de wereld onderscheidt is la folie surrealiste."

Guy Peellaert is dood. De revival kan beginnen.

Guy Peellaert:

Je moet mensen meelokken in een droom. En dat lukt niet als je de grote artiest uithangt

Peellaerts hoes voor Bowies 'Diamond Dogs' werd gekozen tot een van honderd beste ooit, zijn boek 'Rock Dreams' is een miljoen keer verkocht en John Lennon liet de omslag ervan (met hem en Elvis) inlijsten

n Hoes van Diamond Dogs van David Bowie.

n De Beatles met de Queen.

n Bob Dylan.

n Hoes van It's Only Rock'n'Roll van The Rolling Stones.

n Affiche van Taxi Driver (Martin Scorsese).

n Arno (uit de recente reeks 'Rock'n'Belgium').

n De strip Les aventures de Jodelle (1966).

n Serge Gainsbourg en president Mitterrand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234