Vrijdag 30/07/2021

Belgische gepensioneerden hebben geld te veel

De Belgen plaatsen meer geld dan ooit tevoren op spaarboekjes en in beleggingsfondsen. Het gaat vooral om gepensioneerden. Zij weten met hun geld geen blijf en vertrouwen tienduizenden euro's toe aan hun huisbankier.

Brussel

Eigen berichtgeving

Emmanuel Vanbrussel

Misschien duizelde u ook toen u gisteren het recordcijfer las in de krant. Er vloeide al 170 miljard euro naar beleggingsfondsen die in ons land worden verkocht. Met dat geld kun je al ruim de helft van de hele Belgische economie (ons bruto binnenlands product is een kleine 300 miljard euro waard) opkopen.

Het grootste deel van die 170 miljard is niet afkomstig van banken of verzekeraars, maar van particulieren. Volgens de laatste schatting van de Nationale Bank hebben de Belgen ruim 118 miljard euro in fondsen gestopt. Maar dat is lang niet alles. De Belgen hebben ook nog 140 tot 150 miljard euro op hun spaarboekjes staan, ruim 100 miljard in kasbons en obligaties en bijna 66 miljard in aandelen op de beurs.

Allicht schuifelt u nu ongemakkelijk op uw stoel en vraagt u zich af: waar zit al dat geld toch? Het antwoord van de vermogensbeheerders: bij de gepensioneerden. "De Belgische gepensioneerden zitten met aanzienlijke spaaroverschotten", zegt Dirk Van den Broeck, bestuurder bij het beurshuis Petercam. Hij schetst het profiel van de typische belegger in fondsen. "Iemand van de oudere generatie, die een goede relatie heeft met zijn bankier. Hij is vertrouwd met bankieren en heeft een zeker niveau van financiële kennis. Als je zijn levenskosten, de kosten van zijn huis en eventueel van zijn eigen zaak aftrekt, beschikt hij nog altijd over een groot vermogen, waarmee hij vrij kan schuiven."

De sterke stijging van inlagen in beleggingsfondsen heeft deels te maken met de koersstijgingen op de Brusselse beurs, die onlangs haar hoogste piek in vijf jaar bereikte. De fondsen die, geheel of gedeeltelijk, in aandelen beleggen, zijn goed voor twee derde van de fondsenmarkt. Maar ook de fondsen die alleen in vastrentende activa, zoals obligaties, beleggen, zitten in de lift. Van den Broeck: "Ik vermoed dat de risicoschuwe belegger zijn portefeuille anders is beginnen in te delen. Hij schuift weg van kasbons naar obligatiefondsen, maar ook - en misschien nog meer - naar aandelenfondsen met kapitaalgarantie. De kasbon boet aan populariteit in omdat het rendement zo laag is."

Volgens Erwin Schoeters van KBC Asset Management is de boom in de beleggingsfondsen een Europees fenomeen. "In 1995 plaatste de doorsnee Europeaan 5 procent van zijn financieel vermogen in fondsen. In 2003 was dat al 12 procent. De Belgen, die meer dan 15 procent in fondsen steken, zijn daarin een voortrekker. De Belg vindt nog sneller dan de gemiddelde Europeaan de weg naar beleggingsfondsen."

Verklaart de fiscale amnestie een deel van het fondsensucces? "Moeilijke vraag", antwoordt Peter De Proft van Fortis Investments aarzelend. "Maar er is heel wat kapitaal teruggekomen naar België, dus het zal er wel mee te maken hebben."

De Proft, ook voorzitter van de vereniging van vermogensbeheerders, wijst op de wervende rol van de bankadviseur. "Beleggingsfondsen worden vooral in de bankkantoren verkocht", zegt hij. Schoeters bevestigt: "Fondsen worden niet gekocht, maar verkocht. Zonder adviseurs heb je ook geen fondsenverkoop. De overgrote meerderheid van de Belgische beleggers zijn geen 'stock pickers', die zelf actief aandelen verhandelen. Zij opteren voor het gespreide risico van een beleggingsfonds en laten de handel in handen van de vermogensbeheerder."

Het vermogen van de rijke gepensioneerden ging mee de hoogte in met de Brusselse beurs. Van den Broeck: "De grote vermogens zijn in verhouding meer aangezwollen dan de kleine. Hoe groter je vermogen, hoe groter het deel van het vermogen dat je stopt in aandelen. Logische conclusie: vooral de grote vermogens - mensen met een vrij vermogen van meer dan 250.000 euro - hebben hun geld de afgelopen maanden zien aangroeien." Economisten gaan er doorgaans vanuit dat 70 procent van het Belgische vermogen in handen is van 30 procent van de bevolking.

De jonge gezinnen daarentegen hebben, gemiddeld genomen, weinig kunnen profiteren van de beurshausse, denken de vermogensbeheerders. Van den Broeck: "De jonge gezinnen zijn traditioneel schuldenaren. Dat is weinig veranderd." De Proft: "Ik kan mij niet inbeelden dat het spaarvermogen van de jongeren gegroeid is."

Maar volgens Van den Broeck profiteren ook de jonge gezinnen van het sterk gestegen vermogen van de gepensioneerden. "Het is voor elke generatie een goede zaak. De ouderen laten hun geld renderen en vertrouwen grote sommen toe aan hun bankier. Die beschikt daardoor over veel geld, dat hij goedkoop kan uitlenen via bijvoorbeeld woonkredieten. Hoe groter het geldaanbod, hoe minder schaarste aan beschikbaar geld en dus hoe lager de rente."

Dat sommige Belgen geen blijf weten met hun geld, blijkt uit het enorme bedrag dat op spaarboekjes staat, 140 tot 150 miljard euro. Van den Broeck: "En dat terwijl een spaarrekening niets opbrengt, als je rekening houdt met de inflatie. Blijkbaar is de Belg erg gehecht aan het gemak van het spaarboekje. Maar het succes van het spaarboekje toont ook aan dat er veel snel beschikbaar geld is op de markt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234