Woensdag 21/10/2020

BiodiversiteitLiving Planet Index

Belgische biodiversiteit stelt het een beetje beter: toch is onze natuur niet in gezonde staat

Sofie Luyten: 'Vooral een intensieve samenwerking tussen beleid, burgers en boeren is nodig.'Beeld BELGAIMAGE

Sinds 1990 is onze natuur er een beetje op vooruitgegaan, zo toont het Living Planet Index-rapport van het WWF. Toch blijft dat volgens onderzoekers te weinig, omdat veel diersoorten het toen al moeilijk hadden.

Wat de wolf en de otter lijken te signaleren, klopt: de Belgische natuur stelt het stilaan wat beter. Het WWF plakt er voor het eerst een cijfer op. Tussen 1990 en 2018 is de zogeheten Living Planet Index (LPI) met 5,7 procent gestegen. Die index is gebaseerd op de toestand van 283 soorten vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten.

De verbetering kwam er vooral tussen 1995 en 2005. De laatste tien jaar bleef alles stabiel. “Dat betekent niet dat onze natuur nu gezond is”, schrijven de onderzoekers. Want in 1990 waren populaties van bijen, vogels, vlinders en amfibieën al aan het spartelen.

De bescheiden vooruitgang in bijna dertig jaar compenseert die eerdere zware verliezen niet en het is daarom “waarschijnlijk dat onze biodiversiteit zich op een historisch laag niveau bevindt”, meldt het rapport. Vandaag boert bijna een derde van de soorten in de LPI achteruit.

De gemiddelde vooruitgang toont niet dat sommige natuur opveert, terwijl andere soorten klappen krijgen. Zo herademen sprinkhanen, krekels, libellen en juffers, maar zit liefst 54 procent van de vogelsoorten in de verdrukking. Voor vlinders en zoogdieren is dat bijna een derde.

Ringmus

Vooral landbouwsoorten, zoals de ringmus, zijn zwaar in het gedrang gekomen: daar is de LPI sinds 1990 gedaald met 60,9 procent. Ook de bosnatuur kalft af (min 26,6 procent). De winst is vooral geboekt in waterrijke gebieden (plus 47,6 procent) en in open natuurgebieden zoals de vaak beschermde heides en natuurlijke graslanden (plus vijftien procent).

In Vlaanderen steeg de LPI veel flinker dan gemiddeld, met ongeveer 25 procent, terwijl hij in Wallonië 28 jaar gelijk bleef.

“Dat verschil zit vooral in de bossen”, zegt WWF-beleidsdirecteur Sofie Luyten. “In Wallonië is nog veel intensieve bosbouw, er zijn te veel planteneters die bos schaden en er blijft te weinig dood hout liggen. Er zijn ook veel sparren. Die zijn gevoelig voor de toenemende droogte door de klimaatverandering en daardoor vatbaar voor parasieten. De Vlaamse bossen zijn diverser en het natuurgericht bosbeheer brengt er stilaan verbetering.”

Die vooruitgang in waterrijk gebied en open natuur kwam er vooral dankzij beleid, zoals de richtlijnen voor waterkwaliteit, en door lokale inspanningen. Intussen verstoort de klimaatverandering de ecosystemen: zuidelijke soorten, zoals de Orpheusspotvogel, rukken op (plus 28,5 procent), noordelijke, zoals de graspieper, krijgen het moeilijk.

“Vooral een intensieve samenwerking tussen beleid, burgers en boeren is nodig”, zegt Luyten. “Nu krijgen boeren premies per dier dat ze houden. Waarom niet per hectare permanent of hersteld grasland?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234