Maandag 15/07/2019

Belgische beeldenstormers veroveren de wereld De Belgen in Het buitenland

Ongetwijfeld was 2010 het jaar van de Belgisch-Mexicaanse kunstenaar Francis Alÿs (51). Lange tijd gold Alÿs als een geheimtip. Daar is het voorbije jaar drastisch verandering in gekomen.

In september kreeg Alÿs de Biennial Award for Contemporary Art BACA 2010, de enige belangrijke prijs voor internationale beeldende kunst in Nederland. De onderscheiding werd in november uitgereikt in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, waar Alÿs een tentoonstelling maakte die nieuwe relaties legde tussen zijn werk en de collectie van het museum.

Maar vooral de tentoonstelling in de Londense Tate Modern was belangrijk. Na Luc Tuymans en Jan De Cock was Francis Alÿs de derde Belgische kunstenaar die er zijn werk toonde. Tate Modern in Londen is een van de drie belangrijkste musea voor hedendaagse kunst ter wereld.

Francis Alÿs - in 1959 in Antwerpen geboren als Francis De Smedt - is een veelzijdig kunstenaar: hij schildert, tekent en maakt video’s, die hij vaak samen integreert in grotere installaties die hij telkens weer aanpast aan een nieuwe tentoonstelling. Een werk is nooit af, want kunst is een langzaam proces. De reis, niet de aankomst is belangrijk. Alÿs mag dan al meer dan twintig jaar in Mexico-stad wonen, zijn werk blijft een licht absurde, Belgische toets hebben. “Het Belgische surrealisme is een matrijs voor mijn werk”, zegt Alÿs. De minuscule, erg poëtische schilderijtjes die hij groepeert in de monumentale serie Le temps du sommeil tonen visionaire, surrealistische droomscènes die aan Pieter Bruegel de Oude en René Magritte doen denken. “Mijn schilderijen zijn het meest ‘noordelijke’, ‘Europese’ element in mijn oeuvre”, aldus Alÿs.

Zijn oeuvre beweegt zich tussen zinloosheid en utopie, tussen berusting en speelse poëzie. De mens is fragiel, elke actie is futiel. Maar met de moed der wanhoop verzet Alÿs bergen, soms letterlijk, zoals in zijn schitterende video When Faith Moves Mountains uit 2002. Alÿs slaagde erin om met vijfhonderd vrijwilligers in de buurt van Lima (Peru) een zandduin 10 centimeter te verplaatsen. Een absurde en surrealistische actie die door diverse cameraploegen in beeld werd gebracht, maar die toch een utopisch element bevat.

Soms zijn de video’s van Alÿs haast minimalistisch: in 2008 herschilderde hij de wegmarkering op een straat in een voormalige Amerikaanse militaire basis aan het Panamakanaal. Zo zette hij de symbolische grens tussen Noord- en Zuid-Amerika weer in de verf. Of hij duwt een ijsblok voort door de straten van Mexico-Stad, een bijna even doelloze activiteit als de straatventers die elke dag weer hun kraam door de stad sjouwen. Iets doen leidt zo vaak tot niets. Maar Alÿs probeert het altijd opnieuw. Het is zijn onwrikbare geloof in de poëzie van de daad en de veerkracht van de kunst.

De tentoonstelling A Story of Deception reisde na de zomer door van Tate Modern naar Wiels in Brussel, waar de expositie werd uitgebreid tot een museale presentatie. Het ruime, heerlijk labyrintische overzicht - de eerste grote expositie van Alÿs in zijn geboorteland - loopt nog tot 30 januari. In de lente gaat de expo naar het Museum of Modern Art MoMA in New York.

Hoger dan de Eiffeltoren

Wim Delvoye toonde maar een handvol werken in Parijs, maar je kon er niet naast kijken. Op uitnodiging van Musée Rodin ging de Belgische kunstenaar een dialoog aan met Frankrijks beroemdste beeldhouwer Auguste Rodin. Dé blikvanger was de twaalf meter hoge neogotische toren van 4,5 ton, die Delvoye in de tuin van het Parijse museum opbouwde. De neogotische Tour van Delvoye, die inmiddels nog gegroeid is en nu op het dak van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel staat, was in Parijs te zien tegen de bijzonder toepasselijke achtergrond van de Eiffeltoren. “Ik bouw voort aan mijn toren, ik wil hoger gaan dan de Eiffeltoren”, zei Delvoye in april bij de opening van zijn tentoonstelling.

Delvoye was de eerste hedendaagse kunstenaar die ook ín de museumzalen zelf zijn werk mocht tonen, in directe dialoog en confrontatie met Rodin. Zo stonden twee bronzen dubbele helixen met gekruisigde Christussen van Delvoye in de nabijheid van Rodins Le Christ et la Madeleine (1894). En gingen de butaangasflessen die Delvoye beschilderde met Griekse motieven de dialoog aan met Griekse vazen uit de kunstcollectie van Rodin. In Bozar, Brussel, is het werk én de toren van Delvoye nog te zien tot 23 januari. De kunstenaar installeerde in de herfst ook zijn neogotische betonmolen in Brussel. De monumentale sculptuur kwam er na jarenlang juridisch getouwtrek, maar is nu dus permanent te bekijken in de Arduinkaai, pal achter de KVS.

Schilder Luc Tuymans leek in 2010 wel alomtegenwoordig. Op het plein voor het Museum aan de Stroom MAS in Antwerpen bracht hij een 1.600 vierkante meter groot mozaïek aan, Dead Skull, zijn eerste publieke werk dat permanent zichtbaar is. In Brugge ging hij als curator aan de slag: op vijf locaties bouwde hij een indrukwekkende, zij het zelden vrolijk stemmende tentoonstelling over de naoorlogse kunst in Oost-Europa. Die loopt nog tot 23 januari.

Tuymans was ook nadrukkelijk aanwezig in het buitenland. Op 1 mei, de dag van de Arbeid, opende The State of Things in Peking. De expo bracht werk van vijftig hedendaagse kunstenaars uit China en België samen, geselecteerd door Luc Tuymans en zijn Chinese collega-kunstenaar Ai Weiwei. Voor het eerst werd het Chinese publiek geconfronteerd met de eigen hedendaagse kunst in dialoog met Belgische kunst, in een prestigieuze instelling: het National Art Museum of China.

Tegelijk liep van Tuymans een groot retrospectief in de Verenigde Staten. De tentoonstelling bevat zo’n 75 werken die zijn carrière volgen van 1978 tot vandaag. De expositie liep achtereenvolgens in het San Francisco Museum of Modern Art, het Dallas Museum of Art en het Museum of Contemporary Art, Chicago. In Chicago sluit de tentoonstelling haar deuren op 9 januari. Dan reist ze door naar de Brusselse Bozar, waar ze vanaf 11 februari te zien zal zijn. Tuymans maakte in Chicago ook nog drie muurschilderingen. In november en december was nieuw werk te zien in de David Zwirner Gallery in New York. Corporate gunde ons een blik op het koele, artificiële licht van de bedrijfswereld. Nog in november verscheen bij Phaidon Press in Londen het boek Luc Tuymans: Is It Safe?, met werk van 2004 tot 2009.

Vanaf 28 januari zal in galerie Zeno X in Antwerpen nieuw werk te zien zijn van Tuymans. Voorts is de schilder ook curator van de tentoonstelling die Angel Vergara zal presenteren in het Belgische paviljoen op de Biënnale van Venetië, in juni 2011. Tuymans werkt “verdomd hard”, desnoods 24 uur op 24. Dat was ook het beeld dat van hem te zien was in de documentaire Goudvis op Canvas.

Wonden en kwetsuren

Van mei tot augustus werd in het 21st Century Museum of Contemporary Art in Kanazawa, een middelgrote kuststad in het westen van Japan, het beeldend werk van Jan Fabre geconfronteerd met het klassieker ogende werk van de Japanse kunstenaar Katsura Funakoshi, twee kunstenaars uit twee verschillende tradities, esthetisch én artistiek. Dichter bij huis, in Parijs, was Fabre de eerste kunstenaar die in de nieuwe galerie van Guy Pieters tentoonstelde. Pieters bracht in zijn nieuwe, vierde vestiging - op een prestigieuze locatie vlak bij de Champs-Elysées - 36 zelfportretten van Fabre samen: achttien borstbeelden in was, achttien in brons. “Metamorfosen van mens naar dier”, noemde Fabre ze.

Opmerkelijk was de tentoonstelling die de jonge kunstenares Sofie Muller (36) kreeg in de Franse stichting Fondation Francès in Senlis, ten noorden van Parijs. Haar werk, dat voor het eerst in Frankrijk wordt getoond, gaat onder de titel Trauma in dialoog en confrontatie met niet de minsten: Lucian Freud, Tracey Emin, Douglas Gordon en de Nederlandse fotografe Désirée Dolron. De tentoonstelling gaat over wonden en kwetsuren, fysiek en psychisch. Trauma’s die een mens klein kunnen krijgen, maar waaruit hij of zij ook de kracht put om voort te gaan. Sofie Muller maakt ijzingwekkend mooi werk. In tekeningen en sculpturen verkent ze een bevreemdende, androgyne wereld van jongens die meisjes lijken en omgekeerd. Altijd is haar werk kwetsbaar en fragiel en vaak hangt er een waas van bevreemding over.

De schijnbare schoonheid van de kindertijd krijgt bij haar subtiele ondertonen van pijn en dreiging.

Videokunstenares en fotografe Ana Torfs (1963) kreeg haar eerste museale overzichtstentoonstelling in het Düsseldorfse museum K21. In Album/Tracks A toonde ze naast een selectie bestaande werken - voornamelijk ruimtelijke installaties met diaprojecties - ook drie nieuwe werken. Kenmerkend voor Torfs’ oeuvre is de manier waarop ze tekst en beeld combineert. Haar werk versmelt het persoonlijke en de geschiedenis: subjectiviteit, doortrokken van geschiedenis, die met een haarscherpe precisie in beeld wordt gebracht. De tentoonstelling reisde na de zomer door naar de Generali Foundation in Wenen.

Oude meesters

En zo kunnen we nog even doorgaan. In Hongarije was werk van Panamarenko te zien, Jef Geys bracht nieuw werk in het Detroit Museum of Contemporary Art, schilderes Karin Hanssen stelde tentoon in KunstVerein Ahlen en in Kunsthalle Basel kregen Jos De Gruyter & Harald Thys hun eerste museale tentoonstelling.

In de Pinakothek der Moderne Kunst in München was werk van videokunstenaar David Claerbout te zien. Claerbout, in wiens vaak poëtische en unheimische werk het licht een steeds nadrukkelijker rol begint te spelen, krijgt trouwens vanaf 18 februari een ruime overzichtstentoonstelling in kunstencentrum Wiels in Brussel.

Hans Op de Beeck toont zijn ambitieus soloproject Sea of Tranquillity nog tot 2 januari in Le Grand Café, een centrum voor hedendaagse kunst in het Franse Saint-Nazaire. Op de Beeck raakte gefascineerd door de scheepswerven van de stad waar ooit oceaanstomers gebouwd werden en maakte over het fictieve cruiseschip ‘The Sea of Tranquillity’ een installatie met een film, video’s met virtueel gecreëerde ensceneringen, een scheepsmodel en een reeks zwart-witaquarellen. Vanaf 25 januari in Argos, Brussel.

In Düsseldorf was er in het kader van de Quadriënnale uitgebreide aandacht voor twee overleden Belgische kunstenaars. Hedendaagse, internationaal gerenommeerde kunstenaars als Tacita Dean lieten zich inspireren door Marcel Broodthaers, terwijl de vergeten Belgische ZERO-schilder Jef Verheyen (1932-1984) een retrospectief kreeg in de Langen Foundation in Neuss bij Düsseldorf: een intiem, fraai en minimalistisch museum, ontworpen door de Japanse architect Tadao Ando, dat de ideale setting bood voor het verstilde en monochrome werk van Verheyen (nog tot 16 januari).

Ook de oude meesters lieten zich niet onbetuigd. Jan Gossart - of ‘Gossaert’ - kwam het voorbije jaar in de belangstelling toen een mansportret in het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten KMSKA na restauratie een eigenhandig schilderij van Gossart zelf bleek te zijn. Gossart (1478-1532) heeft in het buitenland een grotere naam dan bij ons. Nog tot 17 januari loopt in het Metropolitan Museum in New York een overzichtstentoonstelling, die vanaf 23 februari ook dichterbij te zien zal zijn, met name in de National Gallery in Londen. Hij is een van de eerste kunstenaars, zo niet dé eerste, die omstreeks 1508 vanuit de lage landen naar Italië trok en bij zijn terugkeer de renaissance in de Nederlanden introduceerde. Hij schilderde als eerste monumentale naakten in historische en mythologische taferelen, toentertijd een grote innovatie.

Vijftig topwerken uit het KMSKA verhuisden deze zomer naar het Bucerius Kunst Forum in Hamburg. De tentoonstelling Rubens, Van Dyck, Jordaens - Barock aus Antwerpen hing een beeld op van de 17de-eeuwse schilderkunst in de havenstad. De expositie is volgend voorjaar in de Nasjonalgalleriet in Oslo te zien.

Kapitaal onderschat

Het is een indrukwekkend overzicht, dat niet eens volledigheid nastreeft. En toch beseft lang niet iedereen hoe groot de culturele rijkdom van dit land is. Tuymans zei onlangs in deze krant: “België is een land met een extreme diversiteit en een groot cultureel potentieel. Politici onderschatten het symbolische kapitaal van dit land volkomen.” Hij werd bijgevallen door Chris Dercon, Belg van origine en vanaf maart directeur van Tate Modern in Londen. Dercon zei in De Standaard dat er een zeer levendige kunstscene is in België, en dat nogal wat kunstenaars klinkende namen zijn in Berlijn en Londen: “Ik vraag me alleen af of men dat in België goed beseft. Het beleid neemt niet au sérieux wat er aan creatief kapitaal voorhanden is in architectuur, design, fotografie en beeldende kunst.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden