Maandag 03/08/2020

Belgische bedrijven boeken bloedwinst in Kongo

Belgische bedrijven boeken direct en indirect bloedwinst met de handel in coltan, een erts dat gebruikt wordt voor productie van gsm en computers. Dat blijkt uit een onderzoek van het International Peace Information Service (Ipis). Dat toont ook aan hoe buitenlandse afnemers importeren via de luchthaven van Oostende en de haven van Antwerpen.

Brussel

Eigen berichtgeving

Maarten Rabaey

'Toen in maart vorig jaar in de omgeving van Butembu een vrachtwagen met coltanerts werd gestolen door een militie, reageerde een krijgsheer furieus: in zijn zoektocht brandde hij maar liefst 152 huizen plat. Vierhonderd mensen kwamen om. Allemaal omdat voor het illegaal gewonnen coltan duur betaald wordt door westerse bedrijven", zegt Apollinaire Malu-Malu, rector van de Universiteit van Butembu, in het oosten van Kongo.

Malu-Malu staafde gisteren met zijn ervaringen de centrale bevinding van een onderzoeksrapport van het Antwerpse onderzoekscentrum International Peace Information Service (Ipis) over de de regionale oorlog die sinds 1998 in Kongo woedt: de westerse bedrijfswereld speelt een cruciale rol in de bestendiging van het conflict door direct en indirect mee te werken aan ontginning, transport en handel van geplunderde ertsen.

In 'Supporting the war economy in the DRC: European companies and the coltan trade' gaat Ipis in op de activiteiten van vijf Europese bedrijven, die in april en november 2001 voor het eerst werden aangeklaagd in de rapporten van het VN-expertenpanel over de illegale ontginning van ertsen in Kongo. Alle vijf de ondernemingen handelen in coltan, een erts dat het zeldzame metaal tantalium bevat, dat gebruikt wordt in de productie van gsm-toestellen en computers. Ipis stelde vast dat sinds de VN-rapporten weinig veranderde.

Vijf casestudy's tonen de relatie aan tussen Europese bedrijven in Zuid-Kivu en de door Rwanda gesteunde rebellen van RCD-Goma. Documenten waarop Ipis de hand kon leggen, bewijzen bijvoorbeeld dat het Belgische bedrijf 'Cogecom sprl' rechtstreeks handelde met de rebellen via hun exportbedrijf Somigl, dat van eind 2000 tot maart 2001 zelfs een monopolie mocht bekleden om zoveel mogelijk te profiteren van de hoge coltanprijzen.

Twee contracten tussen Somigl en Cogecom leverden de rebellen naar schatting 600.000 Amerikaanse dollar belastingen op. In de documenten autoriseren de rebellen aan Cogecom immers de export van 30 ton coltan ter waarde van 1.568.575 dollar op 1 december 2000 en nog eens 30 ton op 16 december ter waarde van 1.545.593 dollar. Uit berekeningen van Ipis blijkt dat Cogecom op de internationale markten het felbegeerde erts kon verkopen met een winst van 2,5 tot 4 miljoen dollar. Gelijkaardige akkoorden voor een waarde van 828.468 VS-dollar werden gedocumenteerd tussen Somigl en Cogear, een onopspoorbaar 'Belgisch bedrijf' met een fictief adres in Brussel.

Een tweede Belgische bedrijf, Sogem, een dochter van het Belgische Umicore (voormalig Union Minière), werd ook aangeklaagd in de VN-rapporten. Sogem ontkende dat. Het zei zijn handel met de rebellen vrijwillig te hebben opgeschort. Maar Ipis toont nu het tegendeel aan. Uit documenten blijkt dat de Umicore-dochter van augustus 1998, het begin van de oorlog, tot november 2000 met de rebellen handelde via haar partner in Zuid-Kivu, MDM. Daarna stapten ze niet zelf op, maar werden gedwongen door het Somigl-monopolie van de rebellen. Ipis noemt Sogem dan ook een bedrijf dat de oorlog 'indirect' financierde door de oorlogsbelastingen die haar partner betaalde.

België duikt ook op in het derde Ipis-onderzoek naar het Duitse bedrijf Masingiro GmbH, waarvan drie zakelijke transacties van in totaal 75 ton coltan van juni tot september 2001 werden opgespoord. De door Masingiro geïmporteerde coltan werd getransporteerd via de luchthaven van Oostende en de haven van Antwerpen door expeditiebedrijven zoals TMK, A.B.A.C. en het Belgische NV Steinweg. De leveringen eindigden wellicht bij het verwerkingsbedrijf van H.C. Starck, een dochter van industriegigant Bayer, en wereldleider in de coltanverwerking.

De bekende transporten vormen slechts het topje van de ijsberg, want vele handelaren werken immers met malafide traders, die ook actief zijn in de wapenhandel. Dat tonen de activiteiten aan van de Zwitserse zakenman Chris Huber. Via offshorebedrijven zoals Finmining en Raremet koopt hij coltan op van het Rwandese leger en slijt het goedje in Kazachstan. Huber werkte samen met de cargofirma's van de internationaal gezochte Viktor Bout, een ex-KGB-agent en notoire wapenhandelaar die al wapens leverde aan verschillende rebellengroepen en legers in Afrika.

Hoe ver de betrokkenheid reikt van het Rwandese regime bewijst ook Eagle Wings Resources (EWR). Deze joint venture tussen het Amerikaanse Trinitech en het Nederlandse Chemie Pharmacie Holland wordt in de Rwandese hoofdstad Kigali vertegenwoordigd door niemand minder dan Alfred Rwigema, de schoonbroer van de Rwandese president Paul Kagame.

Namens een zestigtal Europese ngo's pleitte Marc-Olivier Herman van Broederlijk Delen gisteren voor verregaande maatregelen zoals een tijdelijk embargo op de coltanhandel uit Kongo en betrokken buurlanden. In België zal dat voorstel vast stof tot discussie geven in de senaatscommissie die nu de rol van Belgische bedrijven in het Kongolese conflict onderzoekt. Leidinggevende internationale bedrijven die tantalium gebruiken, zoals Alcatel, Compaq, Dell, IBM Ericsson, Nokia en Siemens worden gevraagd op te houden tantalium uit de regio van de Grote Meren te kopen.

Desgevraagd zegt Herman niet te denken dat een tijdelijk embargo nefast zou zijn voor de lokale bevolking die, ondanks de oorlog, onder meer aan de kost komt dankzij de coltanwinning. "We zijn uiteraard niet blind voor de gevolgen," zegt hij, "maar de bevolking wordt nu toch uitgebuit. Ze krijgen soms slechts vijftig dollarcent per kilo coltan, een aalmoes in vergelijking met de marktprijzen." Malu-Malu treedt hem daarin bij. "Nu zijn er geen regels op de markt. Een embargo moet de tijd geven om regels op te stellen."

Zestig ngo's vragen tijdelijk embargo op coltanhandel uit Kongo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234