Woensdag 23/10/2019

Belgische autodesigners aan de Europese top

Bart Lenaerts studeerde ooit autodesign maar kwam al snel tot de conclusie dat hij de middelmaat niet zou overschrijden. Maar de passie voor auto’s en het ontwerpen ervan liet hem niet meer los.

Nu is hij een gerespecteerd autojournalist met als specialisme wat hij zelf ‘autocultuur’ noemt.

Zijn nieuwste boek legt een onbekend aspect van ons land bloot: België heeft al jarenlang zijn

beste autodesigners uitgezonden in Europa.

oor de buitenwereld klinken ze niet zoals onze Belgische modenamen of pralinemakers, maar in de wereld van de wielen zijn het supernamen: Dirk Van Braeckel, Steve Crijns, Luc Donckerwolke, Marc Van der Haegen, Pierre Leclercq, Jochen Paesen, Jo Stenuit, Louis de Fabribeckers, Luc Landuyt en Lowie Vermeersch. Tien heel bijzondere mensen met zeer afwijkende karakters die op diverse niveaus actief zijn. Ze geven niet alleen vorm aan auto’s maar ook aan hun eigen leven. Niets gebeurt per toeval, schrijft Lenaerts in zijn voorwoord, zelfs niet de kleren die ze dragen of de plaats waar ze leven. Is het dan ook geen toeval dat België op dat vlak zoveel toppers levert? “Nee, daar zijn een aantal redenen voor te bedenken”, aldus Bart Lenaerts. “Autodesign is een zaak van compromissen, altijd. Van wat een ontwerper tekent blijft uiteindelijk maar een klein gedeelte over. Alles moet getoetst worden aan de realiteit en aan de nodige voorschriften. Belgen kunnen goed overweg met compromissen, al lijkt dat momenteel in de politiek niet meer zo. In de autowereld is dat echt een troef. De tien mensen die ik portretteer mogen dan zelfverzekerd zijn, ze zijn ook enorm bescheiden. Ook dat speelt een rol. De talenkennis is ook belangrijk. We zijn behoorlijk meertalig, bovendien sterk in de Engelse taal en leren snel een extra taal. Dat helpt enorm. We hebben ook geen eigen merken meer, dat is een echt voordeel. Een Italiaans merk zal toch niet snel een Fransman aanwerven, of een Engelsman. Een Duits merk evenmin. Niet enkel hebben landen met een eigen wagentraditie ook hun eigen designtraditie, een aantal landen vertrouwen elkaar ook niet altijd. België is neutraal, als het ware. Echt goeie opleidingen voor autodesigners hebben we niet, dus dat is geen verklaring.”

Volgens Lenaerts mag autodesign dan geen kunst zijn, het is wel een onderschatte discipline. Vandaar de quote op zijn boek: ‘Ever since I was a young boy I’ve been drawing cars’. Het boek illustreert mooi het werk van onze tien landgenoten. “Autodesign is een ongelooflijk moeilijk commercieel product. Heel complex. Het moeilijkste is de timing”, legt Lenaerts uit. “Wat nu wordt bedacht komt maar over drie jaar op de markt maar moet dan nog minstens zeven jaar meegaan. Het is niet simpel om in deze tijden iets te maken dat tien jaar lang mooi is. Het kan in deze branche ook snel veranderen, bijvoorbeeld onder invloed van een crisis of van een verschuiving in smaak. In de jaren zeventig was het bovenal Italië dat de toon zette, maar de Italianen zijn helemaal de kluts kwijt op dat gebied. Het is duidelijk dat Duitsland nu zowel economisch als op het vlak van design de toon aangeeft.”

Het wordt wel vaker naar voren geschoven dat de durf uit het autodesign weg is. Niks meer van de grandeur van de wilde Amerikanen, geen Saabmodel meer, zelfs geen lelijk eendje. Geen plaats meer voor iconen en individualisme? “Sommige dingen kunnen gewoon niet meer. Een vin zoals bij een Cadillac, dat is verboden”, aldus Lenaerts. “Het probleem is ook dat in het recente verleden de schaarse pogingen die er geweest zijn in die richting commercieel geen topper zijn geworden. Ford had tien jaar geleden een opmerkelijk streetcar-sportautootje. Volledig de mist in gegaan. Dat doe je geen tweede keer. Saab is een goed voorbeeld: het meest in het oog springend is die gewelfde motorkap en die immense gebogen panoramische voorruit. Dat kost stukken van mensen en is een van de redenen waarom Saab nooit rendabel is geweest. Dat is vaak het dilemma van de autodesigner. Wie een stoel ontwerpt, hoeft er niet echt rekening mee te houden of die ook lekker zit. Met de ontwikkeling van een auto zijn zo’n immense bedragen gemoeid dat voor ongemakkelijke of dure fantasie geen ruimte is.”

1. Pierre Leclercq (39)

Designer bij BMW

“Ik ben de kleinste op BMW’s designafdeling, maar heb wel de grootste BMW’s op mijn palmares”, zegt Leclercq. Hij ontwierp de X5 en X6. “Iedere X5 of X6 die mijn pad kruist, doet me iets. Ik ben een van de vijfentwintig BMW-designers die na iedere briefing een voorstel indienen. Naargelang het budget mogen enkele schetsen doorgroeien tot een maquette. Onlangs verloor ik in de finale tegen een collega en ging mijn werk van de voorbije negen maanden de prullenmand in.”

2. Steve Crijns (43)

Designmanager bij Lotus

‘Cheeky Belgique’ wordt Steve Crijns in Engeland genoemd. Een compliment, vindt hij zelf. “Ik studeerde productontwikkeling in Antwerpen, daar leerde ik veel over ergonomie en technologie, maar helaas waren auto’s er taboe. Behalve als je een driewieler voor gehandicapte vrouwen in Afrika wilde ontwerpen. De styling is maar tien procent van de job. Daarna ben ik twee tot drie jaar bezig om met de ingenieurs technische oplossingen te zoeken die binnen het budget passen.”

3. Luc Landuyt (63)

Designmanager large cars bij Renault

Landuyt schopte het als eerste Belg tot autodesigner. Hij inspireerde velen om in zijn spoor te volgen. “Ik ben geen pionier. De ruim 70 Belgische automerken van voor de oorlog waren dat wel. Toen moet men ook al designers hebben gehad. Ik loop hoog op met de Italiaanse designgrootmeesters uit de jaren 1960 en 70. Ze waren heel sterk toen design nog een ambacht was en men met primitieve middelen de fraaiste auto’s uit een stuk metaal hamerde. Maar ze konden zich nooit goed aanpassen aan de nieuwe technologie.”

4. Marc Van der Haegen (41)

Assistent chief designer bij Opel

Hij werd geboren in Oostende maar woonde lang in Aalst. “Ik ontwerp uitsluitend exterieurs, wellicht omdat ik hou van reflecties op grote oppervlakken en ik gefascineerd ben door kleuren en licht en schaduw. Autodesign is voor mij geen nine to five-job om geld te verdienen. Ik ben hier om de mooiste auto te creëren binnen de mogelijkheden die me geboden worden door de ingenieurs, de budgetten en de wetgeving. Dat ik uit West-Vlaanderen kom en dus legendarisch koppig ben, komt me goed van pas.”

5. Jochen Paesen (35)

Interior designer bij BMW

“Hoewel de meeste mensen een auto kopen omdat ze de buitenkant mooi vinden, brengen ze met voorsprong de meeste tijd door ín de auto. Daarom is een goed interieur cruciaal. Absolute vrijheid is mooi maar bestaat niet in deze sector. Er zijn altijd regeltjes. We staren ons nu blind op de jaren 50 en 60 maar designers hadden toen ook problemen met materialen, budgetten en zoveel meer. We worden nu zwaarder beknot, maar we hebben ook meer middelen, een breder modellenpalet om ons ei kwijt te kunnen en technologieën die veel meer mogelijk maken.”

6. Jo Stenuit (43)

Designer bij Mazda Europe

“Ik heb een gezonde interesse in auto’s maar ben geen freak. Er is zoveel meer in het leven. Interieurontwerp is helemaal mijn ding. Voor het interieur van de CX-7 zat ik twee jaar in Japan. Een fantastische tijd. Mijn vrouw Sonja werkte toen bij Mitsubishi aan de andere kant van Japan. Japanners onderschatten hun eigen cultuur. Ze beseffen niet altijd dat ze iets bijzonders in handen hebben. Ook bij Mazda.”

7. Lowie Vermeersch (47)

Designdirector van Pininfarina

(nam zeer recent ontslag)

Vermeersch is meer een denker dan een estheet. “Kunnen tekenen is in deze sector lang niet genoeg. Om in dit vak iets te betekenen moet je vreselijk goed kunnen communiceren via schetsen. Toch is autodesign geen kunst. Een kunstenaar creëert enkel vanuit zichzelf. Een goed designer vertrekt weliswaar vanuit een innerlijke motivatie, maar ook vanuit een duidelijke opdracht. Waarna hij aan de slag moet met motoren, chassis en wetgevingen.”

8. Luc Donckerwolke (46)

Head of design van Seat

Hij is momenteel een van de belangrijkste op dit gebied. Hij was designer bij Skoda, dan designstudiomanager bij Audi, dan head of design van Lamborghini en nu head of design bij Seat in Spanje. Een fantastisch parcours dus. Hij werd als zoon van een VN-diplomaat geboren in Peru, groeide op in Afrika en was sinds zijn vierde verslaafd aan de strips van Michel Vaillant. Op zijn tiende verhuisde hij naar België, al hield hij niet van het land. Uiteindelijk kwam hij bij Audi terecht, bij een andere Belgische grootheid, Dirk Van Braeckel. Samen verhuisden ze daarna naar Skoda. “Het leek professionele zelfmoord”, zegt hij. Ze werkten er keihard aan de Fabia en de Octavia. Door het succes vroeg Audi hem terug, en ontwierp hij de A2. Dan volgde Lamborghini. Binnen de VW-groep draagt hij de naam ‘Red Adair’, naar de flamboyante Texaan die overal oliebranden gaat blussen. Kortom: hij wordt uitgestuurd naar plekken waar het slecht gaat. “Ik kan goed auto’s ontwerpen, maar ik ben geen goed manager. Ik ben emotioneel, werk niet rationeel en verander voortdurend van mening. Moet ook. Voor dit werk moet je voortdurend aan zelfreflectie doen.”

9. Louis de Fabribeckers (34)

Projectleider bij Carrozzeria

Touring Superleggera

“Mijn eerste werk was de Turbotraction 2, de auto van Robbedoes, die we bouwden voor een verzamelaar. Dat lijkt bijna lachwekkend, maar toch was het moeilijk om de haast karikaturale en a priori tweedimensionale vorm van een stripverhaal om te zetten in een elegante auto die echt rijdt. Daarna begonnen we tegelijk aan de Maserati Bellagio en de Berlinetta A8 CGS. De charme van een collectiestuk zorgt voor een bepaalde fascinatie. Veel iconische auto’s zouden nooit zo’n impact hebben gehad als er destijds een hele reeks was van geproduceerd.”

10. Dirk Van Braeckel (52) Designdirector van Bentley

Professioneel racer, dat leek de jonge Dirk Van Braeckel wel wat. Hij werd designdirecteur bij Skoda, dan bij Bentley, twee merken die hemelsbreed uit elkaar liggen. “Toen de VW-groep in 1999 Bentley overnam werd ik naar Engeland gesommeerd. De Engelse pers was erg kritisch. Een Belg in VW-dienst die vorm gaf aan het Britse kroonjuweeel? Dat zag men niet zitten. We snoerden alle kritiek de mond met de Continental GT die het enorme gat dichtreed tussen Rolls-Royce en de topmodellen van Audi, BMW en Mercedes. Het was een ware revolutie in de merkgeschiedenis.” n

Belgen kunnen goed compromissen sluiten, al lijkt dat in de politiek niet meer zo. In de auto-

wereld is dat een troef

Een schets die Luc Landuyt maakte voor BMW Technik.

Luc Donckerwolke tekende de Lamborghini Murciélago Roadster.

Het eerste werk van Louis de Fabribeckers was het bouwen van de auto van Robbedoes, de Turbotraction 2.

Lowie Vermeersch: ‘Het concept Sintesi uit 2008 toont dat elektrische auto’s praktisch én sexy kunnen zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234