Dinsdag 15/10/2019

Belgisch gezwans in deTour de France

Laten we er geen doekjes om winden: nooit reden de Belgen zo slecht als dit jaar in de Tour. Natuurlijk zijn er nog al jaren geweest dat de Belgen geen ritten wonnen, en het is de laatste jaren te vaak het geval dat de Belgen afwezig zijn in de top van de rangschikking. Maar een Tour de France waarin je, op een eenzame uitzondering na, zelfs geen Belg vooraan ziet? Tot de tweede rustdag is de balans erg negatief.

Pau

Van onze verslaggevers

Walter Pauli en Tony Landuyt

Een buitenstaander kan het misschien moeilijk geloven, maar iedere dag troepen er Belgische journalisten rond de bus van Domo-Lotto, en samen met de verzorgers en de ploegleiding wachten we dan tot alle Belgen binnen zijn. Een Belg die het níét haalt, is tamelijk groot nieuws. Niet omdat we dat zo verschrikkelijk erg vinden (we verwachten het eigenlijk), niet omdat we dat een schande vinden (niets meer met de Belgen om zich over op te winden), maar omdat er dan tenminste iets te schrijven is, te melden.

Er rijden twee Belgische ploegen mee in de Tour, en die doen het beter dan hun renners. QuickStep-Davitamon heeft met Richard Virenque en Paolo Bettini twee renners die deze Tour kleur hebben gegeven, de ploeg is erin geslaagd om de bolletjestrui om de schouders van Virenque te houden. Lotto-Domo is minder fortuinlijk met McEwen, maar het klopt dat, als McEwen niet gevallen was, hij nog altijd in het groen zou rijden. Zo geweldig sterk is Baden Cooke ook niet. Maar de kans is groot dat er nog weinig te geef zal zijn voor de sprinters, en dan blijft Lotto natuurlijk met lege handen achter.

Doordat McEwen het groen miste, is de ploeg natuurlijk veel negatief in het nieuws gekomen. Het beeld dat bijblijft en tot nadenken aanzet, is toch dat van Axel Merckx, aan de finish hoog op Luz-Ardiden. Een minuut of tien over de tijdsgrens aangekomen, en dus uit de wedstrijd gezet. Redenen waarom hij niet tijdig binnen kon zijn, waren er niet echt. Axel Merckx, mogen we het aanstippen, is misschien niet de kopman van Lotto-Domo, maar toch een renner met 'beschermd statuut'. Zijn hele seizoen mogen afstemmen op de Tour. Zonder de zoon met zijn vader te willen vergelijken, toch staat de sportieve evolutie van de familie-Merckx model voor de achteruitgang van het Belgische wielrennen. Vader wilde altijd en overal winnen, ook in de Tour de France, zoon kan niet mee, tenminste niet op dit niveau.

De buitenlandse collega's begrijpen er niets van. Is Merckx geen ronderenner? Staat hij niet bekend als een man van de Ardennen, dus toch iemand die niet bang hoeft te zijn voor een col? In theorie klopt dat allemaal, Axel Merckx reed nog vooruit in Luik-Bastenaken-Luik, en Eddy Merckx wond er zich behoorlijk over op dat uitgerekend Lance Armstrong zijn best deed om zijn zoon (en diens 'vriend') terug te halen. Maar in de Tour rijdt Lance Armstrong op een hoger niveau, Axel Merckx op een lager.

En Merckx is niet alleen. Een overzichtje van de Belgen (duurt niet lang, want er waren er maar acht aan de start in Parijs).

Aerts, Mario (Telekom): rijdt bij een topploeg, maar is niet bezig aan een Top-tour. Barslechte proloog, waarvan zelfs Walter Godefroot het op de heupen kreeg. Reed voor zijn doen een 'prima' ploegentijdrit, wat betekent dat hij niet moest lossen uit de ploeg, die op de zesde plaats eindigde. Even, héél even mee in een vroege ontsnapping in de rit naar Luz-Ardiden, maar kiest meestal 'de bus'. Aerts, vorig jaar nog tweemaal tweede in de Alpen, tweede ook in de eindstand van de bolletjestrui, na Laurent Jalabert maar voor Santiago Botero, staat 93ste in de tussenstand. Baguet, Serge (Lotto): onze held, want de enige renner die iets presteerde. Serge Baguet, twee jaar geleden nog ritwinnaar in Montluçon - en daarmee nog altijd de laatste Belgische ritwinnaar in de Tour - slaagde erin in de rit naar Marseille in een vlucht mee te glippen die vooruitbleef. Het leverde hem de enige Belgische toptienplaats op - niet in de rangschikking, natuurlijk, maar in een rituitslag. Hij was zevende op acht. Dat lijkt voorlaatste, maar de man achter hem, Vicente Garcia-Acosta, had wel een vluchtpoging achter de rug. Maar kom, zevende op acht, dat is al hartverwarmend. Brandt, Cristophe (Lotto): vorig jaar wekte de kleine Luikenaar nog heel wat sympathie op met zijn Tour-debuut. Brandt hield aardig stand op de tweede rij in bergritten. Een jaar later heeft hij zijn ambitie al teruggeschroefd, en is hij in de bergen een vaste klant in de 'snelle bus'. Een van de weinige Belgen die dat kan. Met zijn 72ste plaats in het algemeen klassement is hij de tweede beste Belg. De Clercq, Hans (Lotto): verzet bergen werken op het vlakke voor Robbie McEwen. Helaas voor De Clercq heeft de Australische spurter het dit jaar tot dusver nog niet kunnen afmaken. In de bergen verloopt het iets minder vlot. Hans De Clercq is zo goed als zeker van de prijs van Rode Lantaarn (mag hij zondag misschien met Armstrong - of Ullrich, wie weet - op de foto, een van de klassieke jolige beeldjes in de rit naar Parijs). Hans De Clercq heeft al een kleine dertien minuten achterstand op de voorlaatste, de andere Lotto-Australiër, Nick Gates, en die staat op zijn beurt meer dan acht minuten achter de derde laatste, Alessandro Bertolini. En die zou wel op zijn hoofd gevallen zijn mocht hij zich een paar minuten ná De Clercq over de finish laten uitbollen: de kans dat hij dan buiten de tijdsgrens aankomt, is reëel. De Clercq is erin gespecialiseerd net op tijd binnen te komen. Merckx, Axel (Lotto): de wisselvalligheid zelve, tot het licht uitging. Moet lossen in de eerste Alpen-rit naar Morzine. Slecht gehumeurd. Zit in de tweede Alpen-rit op de Télégraphe mee in een kopgroep, moet lossen op de Galibier, krijgt op L'Alpe d'Huez een verschrikkelijke dreun. Rijdt naar Gap veel beter, is mee vooraan. Dat wil zeggen: mee vooraan 'op zijn Belgisch': niet in de kopgroep, niet in de groep daarachter, ook niet in die daarna, maar in die dáárna. Merckx werd veertigste, op twee minuten van Vinokoerov. Hij kreeg die dag een positieve pers. Rijdt een behoorlijke tijdrit - weer, voor zijn doen - 49ste, beter dan bijvoorbeeld Laurent Dufaux, Davide Rebellin of Michael Boogerd. Krijgt het dan ineens moeilijk, altijd achteraan, en raakt niet tijdig aan de streep in Luz-Ardiden. Merckx mocht zijn seizoen min of meer richten op de Tour. Van de Wouwer, Kurt (QuickStep): reed mee in een team dat vierde werd in de ploegentijdrit, kwam in het spoor van Armstrong aan in de eerste Alpen-rit te Morzine, moest daarna werken voor Virenque en zocht dan snel beschutting in de bus. Bij zijn ploeg hadden ze hem graag wat meer zien aanvallen. 46ste in de tijdrit, eerste Belg (33ste) op Luz-Ardiden, 65ste in de stand. Of dat voldoende is voor een man die zijn hele seizoen mag afstellen op de Tour? Verbrugghe, Rik (Lotto): aan het begin van het seizoen maakte Rik Verbrugghe, vorig jaar nog negende in de Giro, zijn ambitie voor dit seizoen bekend: "Toptien in de Tour." (Wie dat ambieert, moet dus iedere dag mee vooraan zijn, ook op de Tourmalet en L'Alpe d'Huez, en goede tijdritten rijden. Carlos Sastre bezet de tiende plaats, hij verdedigt die tegen Denis Mentsjov van Banesto. Dat niveau dus.) Verbrugghe staat bekend als een tijdrijder. In de proloog was hij goed voor een 86ste tijd. "Bewust gedaan", zei hij, "om te kunnen aanvallen naar Ax-3-Domaines." De eerste Pyreneeën-rit was Verbrugghe inderdaad mee, maar vanaf het moment dat het vooraan sneller ging, en de weg steiler klom, was het gedaan. Opgave na een paar kilometer in de tweede Pyreneeën-rit. Ziek. Hoopt competitie te hervatten in de Ronde van de Waalse Gewesten. Als hij zich niet herpakt, heeft Verbrugghe, met de forse wedde van een kopman, een barslecht seizoen gereden. Niet gezien in de Waalse klassiekers, zich nooit gegeven in de tijdritten en dus nauwelijks iets gepresteerd in de Tour. Wauters, Marc (Rabobank): onze laatste geletruidrager, ook een man die zich graag in vluchten mengt, maar dit jaar is nog niets gelukt. Deelt in de malaise van Rabobank: twee man uit met de val in Meaux, een falende kopman Michael Boogerd. Heeft sterk gereden in de ploegentijdrit (maar wat koop je ervoor?). Heeft er al een paar keer doorgezeten in deze Ronde. Wauters, door zijn ploeggenoten 'soldaat' genoemd, had na de korte, snelle en zeer warme rit naar Toulouse maar één opmerking: "Soldaat gesneuveld." Een dag later was Marc Wauters de beste Belg in de individuele tijdrit te Cap Découverte: 29ste, op zes minuten twintig. In de bergen is hij een van de chauffeurs van de 'trage' of 'grote' bus. Wauters heeft aangekondigd dat hij in de rit van vandaag wil aanvallen. Als dat zo is, als hij vooruit blijft en de rit wint, kan u met dit artikel nog altijd uw barbecue aanmaken.

Bij het herlezen valt het verschrikkelijk op hoe mild bovenstaande beoordeling is. Een 33ste plaats in een rit, het krijgt al een positieve beoordeling. In zo'n klimaat is ritwinst in de Tour natuurlijk écht het onbereikbare. Een toptienplaats - waar Kurt Van de Wouwer nog in 1999 voor gestreden heeft, hij mislukte net en werd elfde - daar denken we niet meer aan. Axel Merckx was een jaar voordien ook tiende in de eindstand in Parijs, maar dat is een gelukkige klassering, omdat door allerlei dopingaffaires toen de ploegen van Festina, TVM, Once, Banesto, Kelme en Vitalicio in hun geheel de Tour verlieten.

Vraag het Claude Criquielion eens. Die kreeg in 1981 bakken kritiek over zich toen de BWB hem had geselecteerd voor het WK op de weg. Criquielion had toch niets gepresteerd? Ja goed, negende in de Tour, maar wat stelt dat voor? In de Alpen-rit naar Morzine tweede geworden, ook toptien in de Pyreneeën-rit naar Pla d'Adet? Van geen tel, want Johan De Muynck was zevende, Van Impe tweede, en die won zelfs de bolletjestrui en een bergrit De negende plaats was het vermelden amper waard, zelfs de zesde van De Muynck werd als een halve mislukking gezien. Dat duurde zo door tot begin jaren negentig. In 1991 wint Luc Roosen de ronde van Zwitserland, zelfs voor de vroegere Giro-winnaar Andy Hampsten, en daar werd hier zelfs wat lacherig over gedaan. "Roosen, zeg. Dat zal dus wel niet veel zaaks geweest zijn." Roosen woog inderdaad te licht voor de Tour, maar pikte in Dauphiné Libéré of Midi Libre zijn bergritje mee. Wie doet dat nog? Wie komt nog in de buurt?

Vandaag is het bovenstaande een onwezenlijk verhaal. Een Belg die negende wordt in de Tour en een beetje handig onderhandelt, zal zijn brood bijzonder goed verdienen. En over een WK-selectie wordt nauwelijks nog geruzied. Vroeger wilde iedereen er altijd bij zijn, nu laten vele van de betere renners weten dat ze eigenlijk weinig zin hebben.

Wat eraan te doen? Met de huidige renners, eerlijk gezegd, weinig. In het beste geval zijn het goede knechten, in het andere geval jongens die al een paar jaar hopen, beloven, zeggen dat ze iets gaan doen in de Tour, maar dit jaar komt het er, wellicht niet toevallig, weer niet uit.

Maar misschien dat, 'in diepten van ellende', zoals dat in de katholieke begrafenisliturgie heet, er een oplossing komt. Uitgerekend op de rustdag in Pau, een dag dat alle Belgen zich afvragen wat er nog te melden valt over Belgen, stelt Patrick Lefevere een nieuwe ploeg voor, een van tweede divisie. De naam: Bodysol-Brustor, met als geldschieters Omega Pharma (Bodysol) en Brustor, een Belgische fabrikant van zonneweringssystemen. De ploeg zal volledig onafhankelijk opereren van het 'grote' QuickStep, behalve dat Lefevere ook de manager is. En dat de jonge renners, als ze enig niveau bereikt hebben, ook bij het grote QuickStep willen rijden. Het is de omvorming van de belofteploeg van Herman Frison, kwestie om die jongens 'mee te pakken' naar de elite. Met Nico Mattan wordt onderhandeld over de functie van wegkapitein, om de jongeren de knepen van de stiel te leren.

Is dit de zoveelste kleine Belgische ploeg? "Néén", zegt Lefevere, "ik wil een ploeg die af is." Uitermate professioneel begeleid moeten ze een "mooi, verzorgd, niet te overladen" programma rijden. Lefevere biedt bij het grote QuickStep renners van allerlei nationaliteiten onderdak, velen ervan kunnen prima klimmen, maar Belgen zijn er, helaas, te weinig bij. Voor de kasseiklassiekers, dat wel nog, maar niet voor het rondewerk, of voor wedstrijden waarin geklommen moet worden. En aan die weg werken, jonge renners zo oriënteren dat ze een mooi internationaal programma kunnen rijden (en 'internationaal' is dan verder dan Roubaix), dat is de bedoeling. Marc Coucke, bedrijfsleider van Omega Pharma, maakte het zeer concreet: "Het is de bedoeling dat we met de nieuwe ploeg, op een termijn van een jaar of vijf, tien, een Belg opgeleid krijgen die in staat is een topklassement te rijden in de Tour." Vingers kruisen dat het lukt. Wat kun je anders doen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234