Dinsdag 03/08/2021

Belgiës beste skiër Jerke Van den Bogaert ziet vooral zwarte sneeuw

'Als Hermann Maier met mijn ski's een afdaling skiet, eindigt hij nooit bij de eerste dertig'

Verslaafd aan de uitdaging

Het ontbreekt de Belgische atleet aan opofferingsbereidheid. Bang is hij/zij om te investeren in de onzekerheid van de (top)sport. Maar er zijn uitzonderingen. Deze handelsingenieur uit Edegem bijvoorbeeld. Goeie babbel, slim, prima diploma's behaald met afstandsonderwijs, van de zomer een wedstrijd gewonnen en een professioneel sponsordossier. En toch wil niemand investeren in skiër Jeroen 'Jerke' Van den Bogaert. Een monoloog uit de marge van de topsport.

Hans Vandeweghe

'Mijn skiverhaal begint zoals dat van zoveel Vlamingen. Gaan skiën met het gezin en verliefd worden op de sport. Voelen dat je beter wordt en nog beter willen worden. Niet geloofd worden. Willen bewijzen dat je toch beter kunt en ervoor gaan, desnoods zonder sponsors. De liefde voor het skiën is er nog, maar het skiën zelf ben ik soms een beetje beu. Maar ik wil bewijzen dat ik nóg beter kan worden. Eigenlijk ben ik nu een beetje verslaafd aan die uitdaging, meer dan aan mijn sport.

"Ik heb een sponsordossier, maar voorlopig heeft dat geen cent opgeleverd. Mijn vader investeert nu 20.000 euro in mijn carrière, maar dit jaar moet het gebeuren. Ik heb dan wel geen financiële sponsor, buiten mijn vader, maar wel enkele kleine materiaalsponsors: Rossignol voor bindingen en skischoenen, sokken van X-socks en kledij via de federatie.

"Het wordt meer dan ooit elke eurocent omdraaien. Vorig jaar woonden wij in Courchevel, het chicste Franse skioord. Maar we zaten niet boven, we logeerden in de vallei, waar het nog betaalbaar is. Tot vorig jaar zaten wij met de beste vier Belgen in een nationaal skiteam en waren we aangesloten bij de skiclub van Courchevel. Eric Stappers was onze nationale coach. Maar na vorig seizoen besloot Bart Mollin het alleen te proberen en die twee anderen zijn gestopt, dus is iedereen op zichzelf aangewezen.

"Dit jaar woon ik in Italië, in de buurt van mijn nieuwe coach Daniel Fahrner, die ik deel met Kim Geluykens (een Belgisch vrouwelijk talent, HV) en nog een Hongaar. Een auto heb ik momenteel niet maar Kim wel, dus rijd ik voorlopig met haar mee.

"Italië is goedkoper. Sowieso probeer ik ter plaatse een deal te sluiten met een restaurant om vermindering te krijgen voor een vast aantal maaltijden. In Italië is het gelukkig goedkoper op de piste. Daar eet je al voor 5 euro. Tijdens de wedstrijden zitten we vaak in mooie skigebieden, dat klopt, maar altijd buiten het topseizoen. De internationale skifederatie zorgt dan voor hotelkamers die wij voor ongeveer 50 euro kunnen boeken. Gelukkig volstaan voor mij drie pinten om na een goeie prestatie flink door te zakken. Dat drukt ook de kosten.

"Van de zomer ben ik zeven weken in Nieuw-Zeeland gaan trainen. Dat lijkt heel duur, maar dan heb je het vooral over het vliegticket. Heen en weer rijden naar de gletsjers in de Alpen is ook duur en dan heb je nog je verblijf en je skikaart niet. Ooit stonden we in Zermatt op de gletsjer om te trainen. Bleek dat het ons 500 euro per dag zou kosten om daar slalomstangen in de sneeuw te mogen steken. We hebben rechtsomkeer gemaakt. Die trip naar Nieuw-Zeeland heeft geloond. Ik heb daar een internationale FIS-wedstrijd gewonnen. Daardoor sta ik nu 217de op de wereldranglijst, terwijl ik in november vorig jaar nog 450ste stond."

Het systeem

"Het rankingsysteem van de internationale skifederatie (FIS) bevoordeelt de toppers. Om door te stoten naar de top moet je meer dan geluk hebben. Als ik start, is dat meestal op een uitgesleten piste. De beste slalommer ter wereld heet Rainer Schönfelder, hij is Oostenrijker. Vorig jaar in Frankrijk moest ik 3,5 seconden inleveren over twee runs op de eerste Oostenrijker, toen Mario Matt, want Schönfelder was uitgevallen. Ik eindigde 22ste na de eerste run. Dus mocht ik de tweede run als achtste starten en had ik dezelfde sneeuwcondities. Toen verloor ik maar één seconde meer op de winnaar.

"Het verschil tussen de top en de rest komt door het systeem. Neem nu Rainer Schönfelder. Hij is opgepikt door het Oostenrijks model, terwijl ik vanuit het Belgisch recreatieskiën kom. Hij heeft zoveel ski's als hij wil, maar die worden dan ook nog eens speciaal voor hem gefabriceerd. Ik heb nu twee paar en ik hoop een derde bij te krijgen. Degelijk materiaal, daar niet van. Wedstrijdski's die niet in de handel verkrijgbaar zijn, maar niet speciaal voor mij gemaakt.

"Het grootste verschil tussen Schönfelder en ik is zijn serviceman. Na elke training komt het onderhoud van het materiaal nog eens op mijn schouders terecht: ik slijp en wax mijn ski's gemiddeld tien uur per week. Tel daar twintig uur skitraining en tien uur conditietraining per week bij en voor après-ski blijft er niets meer over.

"Ik ken een aantal toppers persoonlijk. Met Ivica Kostelic, de Kroatische wereldkampioen, ben ik samen beginnen skiën als zestienjarige. Dat schept een band. Als je ze eenmaal kent, zijn ze wel aardig. Dat wij laaglanders zijn, hoeft niet te betekenen dat we geen kans maken. Onze enige optie blijft wel slalom en reuzenslalom. Super G en afdaling is aan ons niet besteed. Dat is talent én glijden. Vergelijk het maar met Formule 1.

"Het materiaal en de technische voorbereiding is erg belangrijk. Als Hermann Maier met mijn ski's een afdaling skiet, eindigt hij nooit in de eerste dertig. Bovendien vind ik afdalen niet leuk. Op een WK neem ik deel aan de combiné, dat is slalom én afdaling, maar die afdaling doe ik toch met gezonde tegenzin. Eén foute crash en je kunt dood zijn. Dan is slalom minder gevaarlijk.

"Slalom kun je ook trainen op indoorbanen, afdaling niet. Als je twee minuten wilt skiën heb je een piste van drie kilometer nodig. Ik ga geregeld naar Ice Mountain in Komen, waar mijn vader lesgeeft. Volgende week, op 25 november, hebben ze zelfs een Europabekerwedstrijd in Landgraaf bij Den Haag. Dat is een primeur: voor het eerst in Nederland en op kunstsneeuw. Een Europabeker staat wel lager dan een wereldbeker, zoals Sestrière of Kitzbühl. Zo'n klassieker winnen, is haast onmogelijk.

"Ik haalde wel bijna de Spelen van Salt Lake City. In 2001 werd ik 30ste op het wereldkampioenschap in Sankt-Anton. Toen ben ik ook prof geworden. Ik kreeg een mooi budget van het BOIC om me voor te bereiden want ik had mijn preselectie te pakken. Je bent pas echt geselecteerd als je top-24 bent, maar ik had goede hoop. Uiteindelijk mocht ik niet naar Salt Lake. Op het WK in Bormio in februari volgend jaar moet het gebeuren. Ik wil opnieuw in de topdertig eindigen en als het kan iets hoger. Andere piekmomenten worden het Belgisch kampioenschap in Courchevel tegen mijn concurrent Bart Mollin en de Universiade in Innsbrück, waar ik voor een medaille ga."

Gekkenwerk

"Mijn budget had ik begroot op 30.000 euro, maar daar zal ik moeten in schrappen. Ik krijg 5.000 euro van het BOIC en dat is het. Bloso wil niet weten van wintersporten en in het beleidsplan van de nieuwe sportminister wordt ook geen inspanning gedaan voor ons. Dat ik niet word gesteund, begint me op mijn systeem te werken. Ik ben zelf handelsingenieur, een man van de cijfers dus.

"Zou ik het slim vinden om iemand als ik te sponsoren? Ja. Ik denk dat ik voor een sponsor iets kan betekenen. Ik heb mij gericht op bedrijven uit de sport, maar ook op Omega Pharma, dat een zonnecrème heeft voor in de bergen. Ik wacht op antwoord. Ik kan meer zijn dan alleen maar een uithangbord - die return is in mijn sport toch beperkt - want ik heb ook een verhaal te vertellen. Het motivationele aspect, de teambuilding en dat alles in een winters kader, in vier verschillende talen en een beetje Italiaans dat almaar beter wordt: zo'n verhaal heb ik te bieden. De bedragen die ik vraag, zijn peanuts, zelfs voor kleine bedrijven. Voor 5.000 euro ben je al cosponsor. Dat zijn enkele etentjes met een paar flessen goede wijn.

"Plaats 217 op de wereldranglijst is niet zo goed als Henin en Clijsters, dat besef ik , maar het is wel het beste wat een Belg ooit heeft gehaald in het hedendaagse skiën. Ik ben geen veredelde toerist, ik zal bijvoorbeeld nooit skileraar worden. Ik ben een topsporter. Ik train 25 uur per week als ik in België ben. Dagelijks doe ik 300 tot 400 buikspieroefeningen.

"Ik heb tegelijk mijn studies afgewerkt, maar mijn sport kreeg voorrang in de winter. Dus ging ik nooit naar school en toch heb ik mijn examens in de eerste twee kandidaturen handelsingenieur in de eerste zittijd afgelegd. Dat was gekkenwerk en uiteindelijk heb ik de vijf jaar bewust gespreid over zes jaar. Vorig jaar heb ik ook nog eens het postgraduaat Sport, Economie en Management aan Vlekho gevolgd. Daar kwam ik ook nooit naar de les. Met mijn bereidheid om te investeren in topsport is niets mis.

"Nu kan ik mij voor het eerst helemaal op skiën concentreren, maar ik ben niet naïef. Ik ben al 25 en dit is het seizoen van de laatste kans. Als ik geen sponsors vind of geen structurele steun van het BOIC of Bloso krijg, zal ik volgend jaar werk moeten zoeken. Maar voorlopig heb ik nog deze winter om te bewijzen dat ik voltijds profskiër ben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234