Dinsdag 12/11/2019

Syrië-strijders

België zo goed als zeker in beroep tegen repatriëring IS-strijdster

Vrouwen van IS-strijders in het kamp Al-Hol in Syrië Beeld AFP

De Brusselse rechter in kortgeding heeft de Belgische staat opgelegd om een Syrië-strijdster en haar twee kinderen naar ons land te repatriëren. Maar de federale regering zal wellicht in beroep gaan tegen het vonnis, zegt minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Hij wil dat de rechterlijke macht duidelijkheid schept na enkele tegenstrijdige vonnissen.

75 dagen: zoveel tijd krijgt de Belgische staat om Syrië-strijdster Hafsa Sliti en haar twee kinderen weg te halen uit het vluchtelingenkamp Al-Roj, in Syrië. Dat besliste de Franstalige Brusselse kortgedingrechter woensdag. Ons land kan in beroep gaan tegen de uitspraak, maar die procedure schort de uitspraak niet op. Volgens minister van Justitie Koen Geens (CD&V) zal de federale regering zo goed als zeker beroep aantekenen. Volgens de rechtbank heeft de vrouw een subjectief recht op repatriëring – dat wil zeggen: het recht om repatriëring op te eisen voor een rechter. Maar in een andere zaak oordeelde de rechtbank dat er geen subjectief recht op terugkeer is. Geens wil dat de rechterlijke macht klaarheid schept.

Op die manier blijft het onduidelijk wat ons land wil doen met de 58 IS-strijders en hun families die zich in Irak en Syrië bevinden. Er zijn geen honderd opties, en door de onstabiele situatie in de regio wordt ieder scenario steeds lastiger. De Turkse troepen willen de Koerdische strijdmachten verder van de grens wegduwen. Het gevaar bestaat dat in de conflicten IS-strijders ontsnappen en onder de radar kunnen blijven.

Amper draagvlak

Paul Van Tigchelt, topman van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), zette de situatie eerder op scherp: er is geen mirakeloplossing zonder risico. Ofwel berechten we IS-strijders ter plekke – dat wil zeggen: in Irak – ofwel halen we hen terug. In het laatste geval behouden we zelf de controle over hun proces en gevangenschap, en kunnen we hen daarna ook opvolgen. In Irak geven we alle controle uit handen, en krijgen de IS-strijders wellicht een schijnproces waar de doodstraf op volgt. Maar het draagvlak om de aanhangers van Islamitische Staat naar hier te halen is erg klein.

Bovendien gaf de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken deze week aan dat België en andere Europese landen zelf hun boontjes moeten doppen: Irak is niet van plan IS-strijders te berechten die hun misdaden in Syrië pleegden. Slechts 3 van de 58 Belgische IS’ers bevinden zich momenteel in Irak. Als België van zijn foreign terrorist fighters af wil, moet het maar met Turkije of Syrië onderhandelen, klinkt het. Ons land gelooft echter dat er nog een oplossing mogelijk is. Op 14 november zitten de Europese landen en Irak opnieuw rond de tafel in Washington.

Irak is niet het enige land dat België te kennen geeft dat het zijn IS-strijders terug moet nemen. Ook de Amerikanen zijn die mening toegedaan. De Amerikaanse ambassadeur in ons land, Ronald Gidwitz, herhaalde dat deze week nog eens publiek, maar via diplomatieke kanalen wordt al veel langer op dat standpunt gehamerd.

In Nederland worstelt de politiek met hetzelfde vraagstuk. De Nederlandse tegenhanger van het OCAD, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), stelde vorig jaar in een memo aan de regering dat de veiligste optie is om Nederlandse vrouwen en hun kinderen in Syrische kampen te repatriëren. “Het niet terughalen van deze kinderen brengt meer veiligheidsrisico’s met zich mee voor de nationale veiligheid en de betrokkene”, zo citeert de Volkskrant uit de memo. “Als de terugkeer niet plaatsvindt, kunnen deze kinderen op latere leeftijd wel een risico vormen.”

Ook bij het NCTV luidt het belangrijkste argument voor repatriëring dat Nederland op die manier zelf de controle over de risico’s krijgt. Maar net als in België is de politieke appetijt voor repatriëring bijzonder klein. Tot grote frustratie van de NCTV-medewerkers, schrijft de Volkskrant. “Er komt een dag dat we wel wat moeten met deze mensen”, klonk het bij een van die medewerkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234