Woensdag 27/05/2020
Emmanuel André.

InterviewEmmanuel André

‘België was gewoon niet voorbereid’: microbioloog Emmanuel André legt vinger op de wonde

Emmanuel André.Beeld © Stefaan Temmerman

Microbioloog Emmanuel André bereidt ons voor op de exit, als commandant van een klein leger coronaspeurders. Maar hij kijkt ook al verder vooruit, om te repareren waar het fout ging in ons land. ‘België moet zijn gezondheidssysteem in vraag stellen.’

“Het virus is nog altijd onder ons”, zegt Emmanuel André. “In de ziekenhuizen, in de rusthuizen en in de bredere samenleving. We weten dat als we niet opletten, het meteen van de ene op de andere persoon overspringt en vrij snel belanden we zo weer in een exponentiële curve. We nemen nu dus berekende risico’s.”

Wekenlang was de 37-jarige Emmanuel André samen met Steven Van Gucht hét gezicht dat ons elke dag de weinig opbeurende cijfers bracht over het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en overlijdens. Nadat hij opstapte als woordvoerder werd hij de coördinator van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, dat de sleutel moet zijn om ons zo gezond mogelijk terug te brengen naar ‘het normaal’.

Deze week kregen we plots te horen dat de aangekondigde versoepeling nog iets verder mag gaan dan voorzien. Sommige experts zijn bezorgd dat we vanaf zondag vier personen mogen ontvangen.

Het hoofd van uw lab aan de KU Leuven, Marc Van Ranst, zei al meteen dat hij er met een bang hartje naar kijkt. U ook?

André: “De epidemie vermindert in kracht, maar zodra je de samenleving geleidelijk weer opent, zoals we nu doen, leg je bruggen tussen de ene persoon en de andere, of tussen groepen, waardoor het virus zich weer sneller kan verspreiden. Dus laten we dat gepaard gaan met een aantal aanpassingen zoals het dragen van mondmaskers en het begeleiden we iedereen die besmet is, opdat hij of zij het virus niet verder kan verspreiden. We voorzien dus tegengewichten om aan de andere kant van de weegschaal weer meer circulatie toe te laten.

“Als we zeggen dat we ons zorgen maken, dan is het niet omdat we het denken dat het tegengewicht onvoldoende is, maar omdat we dat evenwicht waakzaam moeten monitoren om de verspreiding van het virus onder controle te houden. Volgens ons voorzien we voldoende tegengewicht om in balans te blijven, maar de komende weken zullen duidelijk maken of we onze strategie moeten bijschaven.”

Waarom nu, sneller dan voorzien?

“Epidemiologisch is de situatie goed, er zijn steeds minder gevallen. De R0, de maat voor overbrenging van het virus, is onder controle, de druk op de ziekenhuizen is gedaald en de piek in de rusthuizen is vermoedelijk voorbij. Dat is iets anders dan enkele weken geleden.

“We nemen nu een risico, omdat er ook een ander risico dreigt als je de samenleving niet op tijd zou openen. Als je maatregelen oplegt die je nog moeilijk kan rechtvaardigen, dan geraak je de band met de realiteit kwijt en dus met de bevolking. Onze adviezen zijn gericht op zo min mogelijk epidemiologische risico’s, met zo min mogelijk inperkingen van de vrijheid.

“We mogen ook niet uit het oog verliezen dat mensen fundamenteel hun gedrag hebben aangepast. We spreken niet meer met dezelfde mensen als in december. Iedereen is zich ten volle bewust van het bestaan van de ernst van deze epidemie en heeft zijn gedrag op individueel niveau aangepast.”

Van de andere kant zie je dat mensen de sociale versoepeling ook onduidelijk vinden. Misschien gaan ze de regels minder strikt volgen?

“Dat is altijd een gevaar. Een lockdown heeft het voordeel van de duidelijkheid, en daar is dan sociale controle op. Die maatregelen weer lossen creëert twee groepen: zij die nog bang zijn en anderen die vinden dat ze nog te weinig vrijheid krijgen.

“De bevolking volgt wat dat betreft een gausscurve (een klokvormige curve, BST) met aan het ene uiterste mensen die de regels niet respecteren en aan de andere kant mensen die meer doen dan nodig. De situatie voor een gezin met tweeverdieners en schoolgaande kinderen is dan ook erg verschillend van die van een alleenstaande oudere. Individuele situaties zorgen ervoor dat iedereen op zijn manier de maatregelen toepast.

“We zullen meten wat het effect is van de exitstapjes op de epidemie, maar ondertussen kan ook de diagnose veel sneller. Als er enkele weken geleden bijvoorbeeld tien besmettingen waren, dan vielen er vijf ziek, van wie er twee in het ziekenhuis belandden. Enkel die twee werden duidelijk gediagnosticeerd. Nu kunnen we die tien diagnosticeren.”

Beeld © Stefaan Temmerman

Dankzij uw testing & tracing?

“Ik hou niet van het woord tracing. Het gaat erom een lijst te maken van de mensen die zijn blootgesteld en hen te begeleiden tijdens de incubatieperiode.”

Deze week sloten de drie gewesten akkoorden met de ziekenfondsen om coronaspeurders aan te stellen. Ik lees in interministeriële nota’s dat de uitrol er op 3 mei moest zijn. Het zal 10 mei worden. Is dat een probleem?

“Voor je coronaspeurders aan het werk kan zetten, moet je mensen testen. Deze week zijn de huisartsen daarmee gestart. Laat me naar de cijfers kijken (dit gesprek vond plaats op donderdagochtend, BST). Er zijn zo al meer dan 8.000 mensen getest, en gisteren hadden 3.000 van hen een resultaat ontvangen. Tussen 5 en 10 procent van hen was positief.

“Er zit een drietal dagen tussen het moment waarop een verdachte casus bij een huisarts komt en hij telefoon krijgt van een coronaspeurder. De cijfers zeggen ook dat 90 procent van de verdachte gevallen niet met Covid-19 besmet is. Dat wil zeggen dat we heel breed testen. Maar het virus zit dus nog altijd in de samenleving.”

Er zijn nu al berichten dat het aantal besmettingen in de provincie Antwerpen stijgt. De statistieken van Nicolas Vandewalle (Universiteit van Luik) tonen hoe daar de ziekenhuisopnames weer toenemen. Dat ziet er niet goed uit.

“Er is sinds het begin van de uitbraak een verschil tussen landen, maar ook tussen provincies. Limburg en Henegouwen waren sterk getroffen, maar een volgende haard kan evengoed elders zijn. Belangrijk is dat bij een nieuwe uitbraak alles nu voor handen is om niet toe te laten dat het virus opnieuw ‘pakt’. We gaan naar een aanpak met meer chirurgische precisie, waarbij we telkens ingrijpen.”

Met andere woorden: dit had ons kunnen beschermen tegen deze epidemie? Kunnen we zoiets dan behouden in de toekomst?

“België heeft de afgelopen jaren sterk bespaard op controle en preventie in de geneeskunde. We zijn snel overrompeld door de epidemie, omdat we te weinig hadden geïnvesteerd in mensen en middelen voor preventie. Als we vergelijken met landen die het gewoon zijn om met infectieziektes om te gaan...”

Landen in Azië zoals Taiwan of Zuid-Korea.

“Laten we naar Congo kijken. In elk dorp zijn er mensen om toe te zien op infectieziektes. Er is dus een veel preciezere informatievergaring. Uiteraard zijn er daar andere problemen, maar we moeten wel degelijk kijken naar de efficiënte preventiesystemen in landen die infectieziektes gewoon zijn. Hier waren we dat totaal uit het oog verloren. We hebben geen toezichtssystemen meer op lokaal niveau, die snel kunnen ingrijpen. Het gaat over meer dan infectieziektes. Als we meer aandacht geven aan preventie, zal ons dat veel teruggeven. Preventieve geneeskunde is veel goedkoper dan curatieve.”

André verwijst niet toevallig naar Congo. Hij heeft jarenlange ervaring met onderzoek naar tuberculose in de Kivu-streek. Hij onderzocht die infectieziekte ook in Zuid-Afrika en hij deed onderzoek naar contact tracing in Syrische vluchtelingenkampen in Jordanië. Om die redenen is hij aangesteld om het systeem van coronaspeurders op poten te zetten.

Vlak ervoor nam hij ontslag als woordvoerder op de dagelijkse persconferenties. Diezelfde dag kondigde de Nationale Veiligheidsraad ook de eerste versoepelingen aan. Dat kreeg kritiek van de GEES (groep van experts die de exitstrategie moet uitwerken, BST), niet omwille van de powerpointpresentatie met kleine lettertjes, maar omdat ze geen voorstander waren om de winkels al op 11 mei te heropenen.

“We vonden dat toen een beetje vroeg,” zegt André, “omdat we nog te weinig zicht hadden op de evolutie van de epidemie.”

Beeld © Stefaan Temmerman

Stapt u op omdat het toen botste met de politiek?

“Neen. Als je een wetenschapper vraagt wat hij echt wil om de epidemie te stoppen, dan is het eenvoudigste antwoord: alles op slot. Alleen is dat de vraag niet. Die is eerder: welk risico kunnen we nemen en om dat te compenseren, wat hebben we daarvoor nodig?

“Onze reactie bij de beslissing tot heropening van de winkels was dat er nog héél wat nodig was. En dan heb ik mijn petje van de GEES afgezet en dat van de testing & tracing opgezet. We moesten dat dan snel uitwerken om voor een tegengewicht in de weegschaal te zorgen. Als wetenschapper moet je bovendien niet enkel met je vingertje kunnen zwaaien en adviezen uitschrijven, je moet de politieke keuzes ook kunnen begeleiden en de handen vuil maken (stroopt de mouwen op).”

Dus u bent gestopt als woordvoerder om die tracing op punt te zetten?

“Voor die flatten the curve moest ik vooral elke dag ‘go, go, go’ tegen iedereen zeggen, maar eenmaal we over de piek zouden gaan, om dan elke dag ook nog eens over de daling van de curve te communiceren, pfff. Ik had belangrijkere zaken te doen. En geen enkele interesse om Bekende Vlaming te worden.

“Tien jaar lang heb ik op internationaal niveau aan ziektebeheersing gedaan en daar heb je bepaalde zaken voor nodig. België was gewoon niet voorbereid.”

Woog het woordvoerderschap mentaal toch ook niet zwaar? We kregen die indruk toen u het overlijden van dat 12-jarig meisje moest vertellen. U was, begrijpelijk, van uw stuk gebracht.

“Die hele periode was loodzwaar. Die curve begeleiden en beseffen dat meer en meer mensen besmet geraken, op intensieve zorg belanden, en sterven, was moeilijk. Op een bepaald moment besef je dat nagenoeg iedereen iemand kent die besmet is. Ik ken bevriende dokters die besmet zijn. Ook in mijn bredere familie zijn er besmettingen. Het virus leek op korte tijd plots overal te zijn.

“Het overlijden van dat meisje was zo bevreemdend, omdat heel onze strategie vooral gericht was op ouderen en zorgverleners. We hadden de bevolking gezegd dat voor kinderen het risico erg klein was. Ik had verteld dat iedereen besmet kon geraken, maar dat kinderen toch beter beschermd waren. Als er dan in het begin van die uitbraak een kind overlijdt, dan vraag je je wel af of je je vergist hebt. Intussen weten we dat het een vrij uitzonderlijke casus is.”

Uw collega’s zeggen dat u soms nog in het midden van nacht e-mails stuurt.

“Ik werk veel. Elke dag, non-stop. Maar intussen is het ergste voorbij en kan ik rond 10, 11 uur stoppen. De rit is ook nog lang. Mijn vrouw werkt ook en we hebben drie kinderen, dus ja, het is soms zwaar.”

Ook u wil dus graag terug naar ‘het normaal’. Wat hebben we daarvoor nodig?

“Een vaccin. Een antiviraal geneesmiddel ook, post-exposure prophylaxis bijvoorbeeld, dat eventueel de ernstige vormen kan onderdrukken. Dit is een ernstige ziekte, maar niet de eerste in zijn soort. De mazelen, tuberculose, dat zijn ziektes die elk jaar miljoenen doden maken. We weten hoe we dodelijke, erg besmettelijke infectieziektes moeten bestrijden. Wat we nodig hebben is ten eerste een efficiënt gezondheidssysteem dat aan preventie doet, ten tweede geneesmiddelen en ten derde vaccins. Als er een infectieziekte uitbreekt, dan is het omdat een van die elementen ontbreekt. Bij hiv is er geen vaccin, bij tbc geen vaccin, in landen met de mazelen is er wel een vaccin, maar geen sterk genoeg gezondheidssysteem. En wat dat gezondheidssysteem betreft, moet België zich echt in vraag stellen. Als je die drie elementen niet hebt, zal zo’n ziekte je altijd overbluffen.”

Steeds meer is duidelijk dat we in het begin te weinig getest hebben, en dat kwam door een tekort aan reagentia. Die zouden niet lang houdbaar zijn, is altijd gezegd, dus kan je testing & tracing wel post-corona in stand houden?

“Er is een Europese wettelijke context die klinische laboratoria afhankelijker maakt van commerciële producten. Daardoor hebben we sinds enkele jaren de capaciteit afgebouwd om zelf testen te ontwikkelen. Een van de redenen dat we problemen kennen, is de te grote afhankelijkheid van commerciële bedrijven, terwijl laboratoria vroeger ongelofelijk veel kennis hadden om zelf testen te ontwikkelen. Het tekort is dus artificieel.

“Dus hebben we opnieuw onafhankelijke productie opgestart, en zo de testcapaciteit opgedreven. Het enorme innovatiepotentieel van universiteiten en uiteraard ook van de industrie, heeft voor een geweldige dynamiek gezorgd. Ik denk dat de klinische laboratoria opnieuw creatiever moeten zijn. Je mag je niet laten beperken door externe bevoorrading. Je moet je vak weer in handen nemen en je losmaken van externe leveranciers als dat kan en zeker als het nodig is.”

Beeld © Stefaan Temmerman

Er komt kritiek op de hoge kostprijs van de testing & tracing. Zal het systeem volstaan om een nieuwe lockdown te vermijden ?

“Dat is de bedoeling alvast (lacht). Dat zal van verschillende zaken afhangen. Een lockdown is een catastrofe voor een land. Met de kostprijs van een week lockdown kan je tien jaar volle bak testen. Qua investering is het dus veel interessanter om op grote schaal te testen en te begeleiden.

“In de toekomst gaan we meer in een preventielogica komen. We denken aan een nieuwe laag erbovenop, niet nu of over enkele dagen, maar misschien wel over een maand of zo. Dan zullen we, zodra we weten dat er een groep blootgesteld is aan een besmet persoon, meteen ingrijpen om te voorkomen dat het virus verspreidt in die groep.

“Als bijvoorbeeld twee mensen op een school positief testen, kan het zijn dat we heel die school moeten onderzoeken. Aan de politiek om te beslissen over de timing, maar de logica is dat we zo efficiënt mogelijk verspreiding moeten voorkomen.”

De politiek heeft een wettelijk kader gecreëerd voor een tracing-app, maar is daar dan nog wel nood aan?

“We wilden alvast niet wachten op zo’n app. Ik denk dat we in de toekomst apps gaan gebruiken, maar niet als de ‘magic bullet’ zoals een lobby het op een bepaald moment voorstelde. Dat zou niet gewerkt hebben. Ze bereikt ook maar een deel van de bevolking en bovendien detecteert ze contacten zonder het risico van die contacten in te schatten. Als je bij een ontmoeting allebei een masker droeg, zal die app toch ‘biep biep’ zeggen. Als je beiden aan weerszijden van een kuchscherm staat, toch biep biep. Moet je dan écht al die mensen testen? Stel dat het virus dan weer zou opflakkeren, dan kan je niet eens je gevallen prioritiseren en moet je terug naar een lockdown.

“Een app kan ons helpen op de lange termijn en voor het heropenen van de grenzen, maar zal nooit op zich staan. Wie de deur open zet voor zo’n app, moet ook in staat zijn om de uitdagingen aan te gaan die zo’n app met zich meebrengt.”

Emmanuel André

Geboren 1982

Microbioloog

Doctoraat aan UC Louvain

Sinds 2012 onderzoek naar tuberculose in Congo

Sinds 2018 als specialist verbonden aan UZ Leuven

Sinds 2019 geneeskundeprofessor aan KU Leuven

Woordvoerder dagelijkse corona-updates tot 24 april

Lid van Groep van Experts belast met de Exit-Strategie (GEES)

Hoofd van het interfederaal comité Testing & Tracing

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234