Woensdag 23/06/2021

België stond erbij en keek ernaar

Bij de ontmanteling van de oudste holding van Belgi� is Suez de voorbije zeventien jaar weinig in de weg gelegd

De verhuizing van Electrabel naar Parijs: de hoofdrolspelers

Wanneer Suez volgende week het prospectus publiceert waarmee de Franse nutsgroep haar openbaar bod op Electrabel op gang wil trekken, zal dat ongetwijfeld interessante lectuur opleveren. Maar aan de verhuizing van onze nationale elektriciteitsmaatschappij zal het niets veranderen. Die is, na een voorbereiding van bijna twintig jaar, onvermijdelijk geworden.

Zondag 17 januari 1988. Zoals het een Italiaanse zakenman betaamt, heeft Carlo de Benedetti een cadeautje meegebracht voor het diner met René Lamy, de gouverneur van de Generale Maatschappij, en zijn echtgenote. Voor mevrouw Lamy heeft hij een doos Peyrano-pralines uit Turijn klaar, voor mijnheer Lamy de mededeling dat hij een participatie van bijna 19 procent in de Generale opgebouwd heeft en van plan is een openbaar bod op alle aandelen te lanceren: de strijd om de machtigste holding van België kan beginnen.

In dat gevecht zal De Benedetti, ondanks zijn charmes en zijn sterke uitgangspositie, na drie maanden toch het onderspit moeten delven. De controle over de tientallen Belgische bedrijven uit de portefeuille van de Generale belandt eind april bij Suez. De Fransen bleken handiger - en rijker - dan de Italiaanse zakenman en een club Vlaamse ondernemers onder leiding van André Leysen.

Voor Electrabel, net als voor de Generale Bank, Recticel, CMB of al die andere zwaargewichten die gecontroleerd werden door de Generale Maatschappij, zou het leven na april 1988 nooit meer hetzelfde zijn. De nieuwe eigenaar maakte al snel duidelijk dat hij een einde wilde maken aan die wirwar van participaties die de Generale tot een spin in het web van de Belgische industrie gemaakt had. Rond de Tweede Wereldoorlog had die spin nog bijna de helft van het Belgisch industrieel patrimonium kunnen controleren, maar nu, op het einde van de twintigste eeuw, bleek ze vooral stof te verzamelen: het oude holdingmodel had afgedaan.

Suez wilde het anders doen. De groep wilde uitgroeien tot een wereldleider in nutsdiensten: het ophalen van huisvuil, de levering van water en de productie van gas en elektriciteit. Tractebel en zijn dochter Electrabel waren cruciaal voor de Franse strategie. Al de andere activa mochten de deur uit.

Bij de ontmanteling van de oudste holding van België is Suez de voorbije zeventien jaar weinig in de weg gelegd. Toegegeven, het heeft even geduurd vooraleer de Franse nutsgroep definitief haar handen kon leggen op de kip met de gouden eieren. Maar dat had vooral met haar eigen timing en met het ingewikkelde kluwen rond de Generale te maken.

Echte weerstand van buitenaf was er niet. Daarvoor waren de politici te onmachtig en de financiers te veel met hun eigen zaakjes bezig. Suez speelde het spel ook slim. Al van in 1988 heeft de leiding van de Franse nutsgroep getoond hoe goed ze erin is akkoorden te sluiten met al wie er echt toe doet in België. Met Albert Frère bijvoorbeeld, de rijkste man van België en in 1988 een grote aandeelhouder van zowel Tractebel als Petrofina. Op aangeven van Parijs sloot Generale-man Etienne Davignon in maart van 1989 een akkoord met Frère om beide kroonjuwelen te verdelen. Frère mocht de baas worden bij Petrofina, Tractebel belandde in de invloedssfeer van de Generale Maatschappij: een Belgisch energie-Yalta was geboren. Amper een jaar later liet Frère zich tot voorzitter van Petrofina kronen (en acht jaar daarna verkocht hij de zaak aan Total).

Ook met Maurice Lippens, een van de weinige Belgen die Suez gesteund hadden in de strijd tegen De Benedetti, mocht Davignon een verstandshuwelijk sluiten. Lippens kreeg in ruil voor zijn loyauteit een vrijgeleide om Fortis uit te bouwen tot een Europese financiële dienstengroep. In 1998 zou Suez Fortis ook steunen bij de overname van de Generale Bank.

De prijs voor de sterkste - en zeker de luidruchtigste - tegenkanting tegen de verhuis van Electrabel naar Parijs gaat ongetwijfeld naar Philippe Bodson, de Don Quichot onder de Belgische managers. Zijn verzet was vooral ingegeven door eigenbelang. Bodson had in 1989 de leiding over Tractebel gekregen en had de wat verroeste industriële groep door overnames en een sterke internationalisering tot een van de sterkste bedrijven van België gemaakt. Aanvankelijk tot grote goedkeuring van Suez en Frère (de 'stille' aandeelhouder). Maar die goedkeuring sloeg om in ergernis wanneer Bodson niet alleen aandringt op het terugschroeven van het dividend, maar ook steun begint te zoeken om Tractebel zelf uit te bouwen tot een autonome energiegroep met een Belgisch beslissingscentrum. Dat bleek voor de Fransen een stap te ver. In februari 1999 laat Suez het strategisch comité van Tractebel Jean-Pierre Hansen benoemen tot gedelegeerd bestuurder. Bodson neemt daarop zelf ontslag, ontgoocheld over het gebrek aan steun voor zijn project bij Belgische financiers en politici. Sommigen van hen, zoals Elio Di Rupo (toen minister van Economie en Energie), Vlaams minister van Economie Eric Van Rompuy en captains of industry Luc Bertrand (Ackermans) en Jan Huyghebaert (Almanij), hadden het idee van een Belgische verankering wel lippendienst bewezen, maar omdat niemand ook daadwerkelijk zijn portefeuille wilde bovenhalen was het bij woorden gebleven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234