Zaterdag 17/04/2021

Grensgevallen

België of Nederland: Wie is nu eigenlijk het gidsland?

null Beeld Eric de Mildt
Beeld Eric de Mildt

Er was een tijd dat vrijgevochten, tolerant, ruimdenkend Nederland de toon aangaf. Nu lijkt het soms alsof België en Nederland in de ban zijn van hun eigen navel, totaal ongeïnteresseerd voor wat ze van elkaar kunnen leren. Behalve in het grensgebied, zo blijkt.

"In ons restaurant serveren we typisch Nederlandse dingen. Nederlandse hagelslag, Nederlandse kipsatés, Nederlandse pindakaas. Dat hebben onze gasten graag. Dat verwachten ze ook als ze naar hier komen."

Hier, dat is een camping in Wallonië. Als je het grootste cliché over Nederlanders bevestigd wil zien, volstaat het om naar een uithoek van je eigen land te rijden en daar vast te stellen dat zelfs bij 15 centimeter sneeuw Nederlanders inderdaad getrouwd lijken te zijn met hun caravan.

"Of we twee verschillende landen zijn? Geen idee. Mijn collega's zijn Nederlands, 90 procent van onze gasten is Nederlands, en zelf kom ik nauwelijks buiten de camping." Peter Maijer, die in Dochamps camping Petite Suisse beheert, heeft niet echt het gevoel dat hij in een stukje buitenland zit, zegt hij. "Ik zou eerder zeggen dat ik in een stukje Nederland in Wallonië zit."

Belgische bieren, dat serveren ze natuurlijk wel. "En bij de koffie geven we een Belgische bonbon. De frieten? Nee, die zijn dan weer Nederlands. Van die dikke, Belgische frieten, dat werkt niet bij onze gasten."

Het is koud en er staat een gure wind, maar de zon schijnt, en in het juiste hoekje bij de caravan kun je dan buiten best al wel een boek lezen. Wim en Lia Buijs wonen in Woensdrecht, vlak bij het Belgische Putte, en zijn een weekje op vakantie in Petite Suisse. "In Nederland is het alleen maar plat, dus komen we naar hier. Hier zijn tenminste heuvels."

null Beeld Eric de Mildt
Beeld Eric de Mildt

Je plaats kennen

Wim en Lia wonen in een grensgebied, en voor zulke Nederlanders is Vlaanderen veel meer dan een vakantieland. Voor hen is Vlaanderen ook een plek waar kinderen nog degelijk onderwijs krijgen. Dat hoor je in Koewacht, een dorp dat zowel in Oost-Vlaanderen als in het Nederlandse Zeeland ligt, dat hoor je in Breda, en dat hoor je in Hoogstraten. (zie kader)

Veel typischer dan het Klein-Seminarie kan een Vlaamse school niet zijn. De collegegangen ruiken er nog steeds naar klooster, de degelijkheid druipt van het plafond, en een laatste avondmaal aan de muur doet je onbewust - en net als vroeger - weer wat in elkaar kruipen.

Maar die van over de grens hebben niet zo'n last van katholieke onderworpenheid. Telde het Klein-Seminarie in 2004 zo'n 3 procent Nederlandse leerlingen, dan is dat tien jaar later al zo'n 8 procent. "Ouders sturen hun kinderen naar ons wegens de duidelijkheid en de structuur", zegt directeur Michel De Laet. Hij ontvangt ons in zijn statige bureau, en weet gelukkig dat je zo vroeg in de morgen gul moet zijn met koffie.

"In het begin hebben Nederlandse jongeren het wel eens moeilijk met het aanvaarden van gezag en het tonen van respect. Voor hen is een stevig wederwoord, tegenover leerkrachten bijvoorbeeld, normaal. Maar na verloop van tijd hebben ze zich aangepast en beseffen ze dat regels ook mogelijkheden scheppen. De fout van het Nederlandse model is dat iedereen zichzelf mag blijven onder alle omstandigheden. Maar je moet toch leren dat je soms je eigen individualiteit ondergeschikt moet maken? Je moet je plaats kennen, vind ik."

Het is een levenshouding die Nederlanders nooit zullen begrijpen. Zeker niet als ze zeventien jaar zijn. "Nederlanders zijn trots op hun land. Het WK voetbal heeft er een beetje aan veranderd, maar over het algemeen lijkt het wel alsof Belgen niet van hun eigen land houden. Dat snap ik niet. Het is toch belangrijk dat je trots bent op wie je bent?"

Robin is een van de Nederlandse leerlingen in het Klein-Seminarie, en zit in het vijfde jaar handel, in een klas waarin nog vijf andere Nederlanders zitten. Dat een groep mondige leerlingen moeiteloos een les kan vullen met andere gespreksstof dan het oorspronkelijke uurtje Frans, hoeft niet te verbazen. Dat ook pubers in een grensgebied zo'n duidelijk zicht hebben op wat anders is in beide landen, toont aan dat Vlaanderen-Nederland om meer draait dan het cliché van kroketten uit de muur en karnemelk bij de lunch.

"Ik probeer me hier niet te Nederlands te gedragen", beweert David rechtuit. "Niet te veel lawaai maken, niet direct een mening geven, dat soort van dingen." Want ook in dit vijfde jaar handel zit de argwaan tegenover buitenlanders erin. "Belgische scholen moeten wel Belgisch blijven", klinkt het bij een andere leerling in de klas. "In Nederland zijn de scholen veel veranderd door de aanwezigheid van buitenlanders, dat mag hier niet gebeuren."

De stilte die even valt, wordt net niet ongemakkelijk. (Zover laten zeventienjarigen het meestal niet komen.) Waarmee Robin nog moeite heeft als Nederlander? "Met Frans." Och, daar hebben Vlamingen ook moeite mee, zegt iemand achter in de klas, en iedereen grinnikt alweer mee.

null Beeld Eric de Mildt
Beeld Eric de Mildt

Diversiteit

Uiteraard is het toeval. Maar lekker symbolisch is het wel. De radio staat aan, en je hoort hem in het Nederlands zingen over zijn vlakke land. Terwijl Jacques Brel terloops een oor of een gemoed beroert in de kantine van Toneelacademie Maastricht, is het er business as usual. Gevechtsscènes oefenen, sigaretten roken, schouderklopjes uitwisselen met de docenten, die dezelfde slappe koffie als hun studenten drinken.

Een Nederlandse school waar Vlamingen massaal naartoe trekken, dat moet vast een creatieve school zijn. Zeventig procent van de studenten in Maastricht is Vlaams, en dat is genoeg, zegt Jo Roets, die de opleiding tot dramadocent coördineert en daarnaast artistiek leider van theatergezelschap Laika is. "Het is net die mix tussen het rationele, brutale van de Nederlander en het emotionele, schuchtere van de Vlaming die het zo mooi maakt."

Of beide landen iets kunnen leren van elkaars visie op onderwijs? "Nederland kan zorgvuldigheid, discipline en schriftelijke expressie leren van Vlaanderen", vindt Roets. "En omgekeerd zou de Nederlandse individuele ontplooiing, open geest en bereidheid om stevig te discussiëren veel kunnen betekenen in het Vlaamse onderwijs."

Dat we ook eens in Rotterdam moesten gaan kijken, had iemand ons verteld. Omdat we daar zouden zien dat Nederland nog niet helemaal heeft afgedaan als gidsland. Omdat het ons aan de Erasmusuniversiteit direct zou opvallen dat er veel meer mensen met een migratieachtergrond studeren.

Maar eerlijk: na een namiddag rondlopen op de verschillende campussen hebben we het niet gezien. Voor een universiteit in een stad als Rotterdam - die toch bekendstaat als dé multiculturele smeltkroes van Nederland, waar burgemeester Ahmed Aboutaleb bovendien de plak zwaait - is het verschil met pakweg Antwerpen of Brussel niet echt opvallend. En buiten de cocon van de universiteit blijkt diversiteit in Nederland niet meer zo probleemloos te verlopen, hoor je bij verschillende studenten met een allochtone achtergrond.

"Je kunt als moslim niet alles zeggen wat je wilt", vertelt Imane (22), die rechtsfilosofie studeert aan de Erasmusuniversiteit. Wat ze zou willen zeggen dan? "Dat de islam niet bijdraagt tot de ellende. Sinds de moorden op Van Gogh en Fortuyn wordt het steeds erger in dit land. Sommige mensen zijn blijkbaar pas tevreden als je leeft naar hun ideaal, en je eigen principes opgeeft voor die van hen. Ik ben nog nooit iemand tot last geweest, waarom krijg ik dan minder kansen? Waarom zou ik beoordeeld worden op mijn hoofddoek terwijl ik dezelfde hersencellen heb met of zonder hoofddoek?"

Ook Sarah (23) zegt dat ze op haar Marokkaanse afkomst aangekeken wordt. Niet aan de universiteit, daar doet niemand moeilijk, maar wel waar ze woont, in het Brabantse Deurne. "En dan draag ik nog niet eens een hoofddoek. Liggen de zaken in Vlaanderen ook moeilijk? Echt? Goh, wij denken nochtans altijd dat het bij jullie veel gemakkelijker is om een allochtone achtergrond te hebben."

Niemandsland

Misschien draagt een ander deel van Rotterdam nog meer de sporen van het multiculturele gidsland dat Nederland ooit was. Katendrecht was vroeger een wijk die bekendstond als een van de moeilijkste en armste delen van de stad, maar waar de laatste jaren dan toch het proces van gentrification heeft toegeslagen, en die nu beschouwd wordt als voorbeeldwijk. Burgemeester Aboutaleb gaat er prat op dat Katendrecht een stabiele wijk geworden is, omdat er nu eindelijk een mix bestaat van sociale en duurdere woningen.

Maar als je rond het Kaappark wandelt, kun je je afvragen of het woordje 'mix' wel zo toepasselijk is voor de buurt. Goed, kinderen van allerlei nationaliteiten en culturen spelen er samen voetbal op het gras. Maar tegelijk is het park een soort van niemandsland tussen twee totaal verschillende straten.

Alsof het erom gedaan is, heet de ene straat Walhallalaan, en vind je daar de hippe huizen, met dure fietsen in het voorportaal, en de juiste stoelen voor het raam. De namen op de bellen vertonen amper allochtone achtergronden. In de andere kant van 'de mix' zie je dan de eentonige appartementsgebouwen, waar slappe waslijnen langs de muren hangen, satellieten vertrouwde signalen uit een ander werelddeel ontvangen, en te veel kleine fietsjes bij elkaar gepropt staan op een veel te klein balkon.

Moest je als Vlaming vroeger nog afgunstig zijn op de 'grote broer' - waar hippies vrijheid predikten, waar mooier Nederlands gesproken werd, waar de multiculturele samenleving veel beter werd omarmd - dan is die verhouding langzaamaan veranderd. Sinds de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh in 2002 en 2004 is het blakende optimisme in Nederland beginnen te kantelen.

In Vlaanderen is het zelfbewustzijn daarentegen gestaag gegroeid. De komst van de commerciële zender in 1989 heeft dat zelfvertrouwen (en ineens ook dat verdomde verkavelingsvlaams) vormgegeven. Het succes van de Vlaams-nationalistische politieke ideologie heeft het versterkt.

Misschien is ondertussen zelfs het omgekeerde aan het gebeuren, had Peter Vandermeersch enkele dagen geleden nog gezegd in Amsterdam: "Vlaanderen moet oppassen om niet te veel neer te kijken op wat in Nederland gebeurt. De discussie over Zwarte Piet is hier bijvoorbeeld heel uitgebreid gevoerd. Het was een fundamenteel debat over eigenheid, racisme, en geschiedenis. In België is daar erg schamper naar gekeken, en vond men het onnozel om daar zo veel tijd in te steken."

Nee, Nederland is geen gidsland meer. Maar Vlaanderen is het evenmin. Toen De Standaard onlangs met het 'Gele Boekje' op de proppen kwam - waarbij de krant een woordenlijst met duizend Belgisch-Nederlandse woorden publiceerde die ze ondertussen als standaardtaal beschouwt - werd het initiatief in Nederland amper opgemerkt. Leuk en schattig, Vlamingen die een mening hebben over het AN, maar ook niet meer dan dat.

Zijn we twee landen geworden die met de rug naar elkaar in hetzelfde bed slapen? De tanende interesse voor elkaar lijkt in elk geval niet tot een stomende affaire te gaan leiden (zie kader). Behalve bij de intelligentsia en in culturele kringen, misschien, waar schrijvers en creatievelingen aan beide kanten van de grens nog wat worden opgevrijd. Maar zoek in de rest van Vlaanderen of Nederland geen grote liefde tussen beide volkeren. Zoek in Nederland hoogstens wat glimlachende welwillendheid tegenover dat kleine, gekke broertje dat Vlaanderen heet.

Aan de overkant

Maar in het grensgebied is alles anders. Want daar zijn de dingen flou in plaats van helder afgebakend. "Voor ons mogen ze ons weer bij België gooien. Direct. We kijken iedere avond naar Blokken. De slimste mens ter Wereld hebben we ook gezien. Dat doen ze niet aan de overkant, hoor."

De overkant, dat is Nederland voor Hans en Elly Kopers. Terwijl we eigenlijk in Nederland zijn. Hans en Elly wonen namelijk in het Nederlandse deel van Koewacht. De huizen in hun straat lijken allemaal op elkaar, niks bijzonders. Maar bij het huis van Hans en Elly moet je aanbellen. Want aan hun voordeur hangt een joekel van een vlag te wapperen. Een Zeeuws-Vlaamse vlag blijkt dat te zijn, het meest zuidelijke punt van de provincie Zeeland.

"Wij zitten niet aan Nederland vast", zegt Elly vijf minuten later, terwijl ze naar haar zelf geborduurde kaart van Zeeland wijst. "Er zit een zee tussen. En dat is goed zo. Al een jaar of tien is de Westerscheldetunnel er wel, maar voor ons had die er zelfs niet moeten komen."

Het is vooral Elly die praat, maar Hans beaamt alles wat zijn vrouw vertelt. "Wij zijn reserve-Belgen: onze oriëntatie ligt bij België, niet bij Nederland. We komen zelfs bijna nooit in Nederland, want dan moeten we ofwel de tunnel nemen, ofwel de boot. (windt zich op) Betalen om in je eigen land te raken, een schande is het. Nee, als we naar de stad willen, dan gaan we lekker naar Gent, Antwerpen of Brugge. Beschouw ons ook niet als zuinige Zeelanders. Wij zijn Belgische bourgondiërs. Nietwaar, schat?"

Morgen aflevering 3 (slot) Hoe kijkt een Vlaams-Nederlands koppel naar beide landen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234