Zondag 31/05/2020

België houdt biobrandstof op laag pitje

Er wordt voor het eerst aan landbouw gedaan op het Autosalon. Tussen de vele nieuwe wagens ligt een koolzaadveld. De bezoekers kunnen de grondstof ruiken, betasten en proeven. Een broodnodige kennismaking, want straks zal er een percentage koolzaad in onze dieseltanks zitten zonder dat we daar iets van merken. Het is een moeizame eerste stap in ons land, dat serieus achterop hinkt in Europa. Vanessa Debruyne

Elke diesel- en benzinepomp in ons land moet volgens een Europese richtlijn minstens 5,75 procent biobrandstof bevatten tegen 2010. Dat quotum bedraagt vandaag al 2 procent, maar België lapt die richtlijn voorlopig aan zijn laars. In tegenstelling tot Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Zweden wordt er in ons land nog altijd geen biobrandstof vermengd met traditionele diesel of benzine. Laat staan dat omgebouwde wagens volledig op plantaardige olie kunnen rijden. En dat heeft verschillende redenen. Er zijn in ons land bijvoorbeeld nog altijd geen officiële garages die de auto's kunnen aanpassen. Er zijn ook nog geen tankstations die puur plantaardige olie aanbieden. En het is ook nog altijd een dure grap om je wagen te laten ombouwen. Tenzij de autobezitter zelf aan het knutselen gaat, kunnen de kosten oplopen tot 2.000 euro.

Maar zover hoeven we eigenlijk helemaal niet te gaan om de norm van 2 of zelfs 6 procent te halen. Het is de bedoeling dat er aan de gewone pomp diesel of benzine getankt kan worden die voor een bepaald percentage uit biobrandstof bestaat. En zo zal de autobestuurder volgend jaar zonder het te beseffen of te voelen in zijn portemonnee voor een klein deel op milieuvriendelijke brandstof rijden.

Maar ook daar wringt het schoentje. Doordat de biobrandstoffen nog altijd duurder zijn dan hun fossiele tegenhangers, zelfs na de fors gestegen olieprijzen, moet de overheid een duit in het zakje doen om ze voor de consument interessant te maken. Biobrandstoffen kunnen alleen maar concurreren met benzine of diesel, als ze vrij worden gesteld van accijnzen. Maar dat zal onze schatkist pijn doen. Want op dit moment gaat bij elke tankbeurt twee derden van het verschuldigde bedrag naar overheidsaccijnzen. De fiscale problematiek van de nieuwe brandstoffen zou al voor heel wat vertraging gezorgd hebben.

Bij biobrandstoffen gaat het trouwens niet enkel om koolzaad. Biodiesel kan ook uit zonnebloempitten geperst worden. De plantaardige olie moet een eenvoudig chemisch raffinageproces ondergaan en is daarna geschikt om te vermengen met gewone dieselbrandstof. Bio-ethanol is het resultaat van gefermenteerde of vergiste plantensuikers, afkomstig van suikerbieten, maïs of tarwe. Die brandstof is bedoeld om te vermengen met benzine.

De opkomst van de biobrandstoffen zou volgens een studie van PriceWaterhouseCoopers een aardige stimulans kunnen geven aan onze economie. De boeren die overschakelen op het telen van energiegewassen kunnen binnenkort rekenen op een subsidie van 45 euro per hectare, een interessant alternatief voor de Europese exportsubsidies die wegvallen voor onder meer suikerbieten. En in de hoofdstad van Oost-Vlaanderen wordt de Ghent Bio-Energy Valley opgericht, een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Gent en een aantal lokale energiebedrijven. Maar die wachten nu al meer dan een jaar op groen licht van de overheid om met de productie en de levering van start te gaan. Zonder de accijnsregeling geraakt de biobrandstof niet tot bij de pomp. En is rijden op plantaardige oliën in ons land zelfs nog altijd strafbaar.

Het was nochtans de bedoeling om de biobrandstoffen deze zomer al toe te voegen. Professor Wim Soetaert, initiatiefnemer van Ghent Bio-Energy Valley, heeft de indruk dat minister van Financiën Didier Reynders (MR) opvallend veel moeite doet om de zaak op de lange baan te schuiven. Er zou namelijk ook een communautair kantje aan het dossier zitten. De overheid kent de verschillende brandstofproducerende bedrijven productiequota toe. Alleen staan ze in het Waalse landsgedeelte nog nergens, terwijl de Vlaamse projecten al meer dan een jaar startensklaar zijn. Ten slotte zouden ook de klassieke brandstofproducenten de goedkeuring tegenhouden. Aangezien zij alle wettelijke en technische procedures op hun duimpje kennen, kunnen ze geregeld zand in het raderwerk strooien.

"De goedkeuring van de Europese Commissie wordt nu verwacht voor begin 2006. We halen onze achterstand zeker nog in", zegt Vicky Willems, woordvoerster van minister van Leefmilieu Bruno Tobback (sp.a). "Enkel voor de bussen van De Lijn wordt er nu al een uitzondering gemaakt. In Hasselt rijden ze al volledig op biobrandstof. En de vervoersmaatschappij heeft zich ertoe verbonden om ook de bussen in andere regio's aan te passen, vanaf het moment dat daar voldoende koolzaadolie geleverd kan worden."

Volgens een recent rapport van minister Tobback zal België pas in 2007 genoeg biobrandstof produceren om in de behoefte te voorzien. Tot dan moet er worden ingevoerd. De studie benadrukt het belang van eigen productie, om het milieuvoordeel optimaal te houden en niet opnieuw afhankelijk te worden van buitenlandse leveranciers, zoals het geval is met de olie.

"Maar om het hele Belgische wagenpark volledig op biobrandstoffen te laten rijden, zouden we een paar keer de oppervlakte van Frankrijk moeten volplanten met koolzaad en suikerbieten. Een percentage van 6 procent is dus nog haalbaar, maar het is echt niet de brandstof van de toekomst", zegt Joost Kaesemans van de autofederatie Febiac. "Een biobrandstof stoot ook nog altijd CO2 uit, maar is gemaakt van planten die tijdens hun groeiperiode ook CO2 uit de lucht hebben opgenomen. Daarom worden ze CO2-neutraal genoemd."

"Het is zeker geen wondermiddel, maar toch wel een goede zaak dat de biobrandstoffen worden ingevoerd. Zelfs al gaat het maar om een paar procentjes. Want het is eigenlijk het enige alternatief waarmee we deze overgangsperiode kunnen overbruggen", zegt Kaesemans. "Er wordt veel meer verwacht van auto's die op waterstof (vergast water, VD) of brandstofcellen kunnen rijden. Maar die technologieën staan nog in hun kinderschoenen. Het zal zeker nog tien tot twintig jaar duren voor we daarmee rondrijden. In de tussentijd kunnen we maar beter al iets ondernemen om de uitstoot van schadelijke gassen in te perken. Zo raakt de consument ook alsmaar meer overtuigd van de noodzaak aan alternatieven, zonder dat hij in het begin iets aan zijn auto of tankgedrag moet veranderen."

Maar toch gaan er ook stemmen op tegen de biobrandstoffen. Volgens de Gentse professor Jo Dewulf zijn biobrandstoffen helemaal niet zo groen als men denkt. Van de energie die ze leveren is eerst een vierde tot een derde energie van fossiele brandstoffen nodig om ze te produceren. Dewulf onderzocht drie gevallen van biobrandstofproductie op hun hernieuwbare karakter: een Italiaanse productie van bio-ethanol uit mais, een Zweedse biodieselproductie uit koolzaad en een Amerikaanse uit soja.

Eerste vaststelling: er worden vrij veel milieuschadelijke producten en niet-hernieuwbare energie ingezet bij de productie van biobrandstoffen. Bij de teelt van energiegewassen als koolzaad, mais, suikerbiet of -riet, wordt gebruikgemaakt van landbouwmachines, mest en pesticiden, en bij de industriële omzetting van de biomassa in biobrandstof komen elektriciteit, chemicaliën en technologische installaties kijken, allemaal zaken die vaak fossiele brandstoffen vereisen. Wordt dat allemaal verrekend, dan blijkt er voor de productie van biodiesel een derde niet-hernieuwbare energie nodig te zijn. Bio-ethanol doet het met een kwart iets minder slecht.

Bovendien is het rendement laag. Tien miljoen gigajoule zonne-energie levert slechts 1.200 kilogram biodiesel of 47.500 gigajoule op, wat nog geen half procent is. Dat is een fractie van zonnepanelen met fotovoltaïsche cellen, die 10 tot 15 procent rendement halen. Maar die installaties zijn dan weer duur en in tegenstelling tot biobrandstoffen kan zonne-energie niet worden opgeslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234