Donderdag 20/06/2019

Kernenergie

België en buurlanden zijn nauwelijks voorbereid op kernramp

De Belgische kerncentrale bij Tihange Beeld anp

België, Nederland en Duitsland moeten zich beter voorbereiden op een kernongeval met grensoverschrijdende gevolgen. De communicatie moet beter en er moet vaker gezamenlijk worden geoefend. Dat concludeert de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in het vandaag verschenen rapport Samenwerken aan nucleaire veiligheid.

In niet alle nucleaire crisisplannen komt volgens de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid het grensoverschrijdende karakter van een kernongeval goed tot zijn recht. Wat op papier staat, is slechts "in beperkte mate geoefend". De raad keek naar de samenwerking rond de centrales in Doel en Tihange, en Emsland (Duitsland) en Borssele (Nederland).

De drie buurlanden hebben verschillende maatregelen genomen om na een kernongeval de bevolking te beschermen. Daardoor krijgen inwoners aan de ene kant van de grens andere instructies dan aan de andere kant. Dat kan volgens de onderzoeksraad leiden tot verwarring en onrust.

De zorgen van burgers staan "nog te weinig op het netvlies van de autoriteiten die besluiten nemen over de kerncentrales". Burgers kunnen de informatie over incidenten moeilijk doorgronden. 

Stralingsgegevens

Er wordt tussen België en Nederland bovendien te weinig rekening gehouden met culturele verschillen en taalbarrières. Beide landen hebben geen afspraken gemaakt over de gezamenlijke besluitvorming bij een kernongeval in de grensstreek.

De onderzoeksraad zette het onderzoek twee jaar geleden op vanwege de onrust in Nederland en Duitsland na incidenten in Doel en Tihange. Het onderzoek ging niet over de vraag of de Nederlandse, Duitse en Belgische centrales veilig zijn, maar over hoe Nederland met zijn buurlanden samenwerkt in de grensregio's.

De kans op een ernstig kernongeval bij een van de genoemde kerncentrales is klein, benadrukt de onderzoeksraad.

Nieuw nucleair noodplan in aantocht

Het Belgische crisiscentrum, dat meewerkte aan het rapport, onderschrijft de conclusies van het Nederlandse onderzoeksrapport. Bovendien, benadrukt woordvoerder Yves Stevens, werden de opmerkingen uit het rapport al lang opgenomen in een nieuw nucleair noodplan, dat er binnenkort aankomt. Dat zou er begin maart moeten zijn. 

Het crisiscentrum erkent dat er nog ruimte is voor verbetering in de samenwerking tussen beide landen. "We zien de aandachtspunten die aangehaald worden in het Nederlandse rapport als een opportuniteit om ons eigen noodplan te verbeteren", zegt Stevens.

"Ruimte voor verbetering"

Ook het Federaal Agentschap voor de Nucleaire Controle (FANC) werd actief betrokken bij het onderzoek. Het FANC sluit zich aan bij de conclusies van het rapport. "We gaan akkoord met de vaststelling", zegt woordvoerder Erik Hulsbosch. "Er is zeker ruimte voor verbetering. We moeten nu zeker verder kijken hoe het verbeterd kan worden."

Het OVV-rapport staat ook op de agenda van de volgende vergadering van het FANC met de Nederlandse collega's, de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), op 12 februari. Hulsbosch wijst er nog op dat controleurs van de ANVS meelopen met controles van het FANC. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden