Dinsdag 10/12/2019

België biedt meer dan brood en spelen

Jan Goossens pleit voor een werkgroep ‘politiek en cultuur’ om ons land beter te profileren

Nu dit land geen regering meer heeft en minder dan een maand voor de start van het EU-voorzitterschap naar de stembus gaat, stelt zich meer dan ooit de vraag wat het met dat voorzitterschap nog kan worden. Misschien moet er opnieuw naar de omkadering worden gekeken en dringt een veel steviger dialoog tussen de politiek en de cultuur zich op. Als die dialoog mogelijk is met de sporttenoren, waarom dan niet met onze grote artiesten?

In het licht van het zelfs naar Belgische normen stevige communautaire oorlogje, knipper je toch even met de ogen bij wat er maandagnamiddag 19 april gebeurde. Enkele uren voor koninklijk opdrachthouder Jean-Luc Dehaene de politieke tenoren van dit land meetrok in het B-H-V-bad waarin ze vervolgens kopje onder gingen, verzamelde een groot deel van de federale regeringstop op een colloquium over voetbal en politiek - al is sport in principe een gemeenschapsmaterie. Premier Leterme (CD&V), de vicepremiers Reynders (MR) en Onkelinx (PS), en ook enkele communautaire toponderhandelaars zoals Philippe Moureaux (PS) en Luc Van Biesen (Open Vld): allemaal waren ze present. Laurette Onkelinx verklaarde haar aanwezigheid als volgt: “Als je vandaag de ruimte in de kranten vergelijkt die gereserveerd is voor B-H-V en voor de kampioenstitel van Anderlecht, dan zie je hoe belangrijk voetbal is als massasport.” Leerrijke inzichten dus: de maatschappelijke waarde van een sport als voetbal zit blijkbaar enkel in zijn aantrekkingskracht op de ‘massa’. En het aantal pagina’s in onze kranten bepaalt of die massa groot genoeg is. Premier Leterme verklaarde aan het eind van het colloquium dat er een ‘permanente interdisciplinaire werkgroep’ komt waarin de top van politiek en voetbal enkele malen per jaar zullen overleggen.

Een paar dagen later, toen B-H-V al behoorlijk onfris aan het ruiken was, volgde het bericht dat het pièce de résistance van de feestelijke opening van het Belgisch EU-voorzitterschap op 8 juli zou bestaan uit een tennismatch in het Koning Boudewijnstadion tussen Kim Clijsters en Justine Henin. In de kranten konden we daarna in een voetnoot lezen dat daar ook een of ander concert met “de beste Belgische muzikanten” aan wordt gekoppeld. Maar we hadden er het raden naar wie dat dan precies zouden zijn. Kortom, het lijkt een beetje veel op een zwaktebod dat er over de opening en de omkadering van dat EU-voorzitterschap niet beter is nagedacht. En dat ook de enorme culturele troeven die ons land en zijn twee gemeenschappen rijk zijn, niet ten volle worden uitgespeeld.

Nu, laat me zelf eerst even volgende bekentenis maken: ik ben een grote voetbalfan en heb al meer dan een theatervoorstelling uit mijn agenda geschrapt om een wedstrijd van Anderlecht te kunnen meepikken. Ook al is tennis nooit mijn sport geweest, voor Justine en Kim blijf ik weleens een avond voor de televisie hangen. Verder verdient sport zonder twijfel stevige maatschappelijke ondersteuning, al hoop ik dat niet de vetbetaalde sterren daarvan profiteren. En ik begrijp volkomen dat iedere sector maximaal probeert te lobbyen voor zijn eigen belangen.

Maar toch. Een tennismatch bij de opening van dat EU-voorzitterschap, dat sowieso een lastig verhaal dreigt te worden en in het teken van de onbestuurbaarheid van ons land dreigt te komen staan: mag het niet iets meer zijn? En reduceert premier Leterme de uitstraling van ons land niet een beetje te veel als hij stelt dat België voor vele buitenlanders gelijk staat aan ‘Kim en Justine’? Ik spreek ook geregeld met buitenlanders en ik hoor een keer op twee iets totaal anders. En dan heb ik het niet eens over het feit dat we die buitenlanders ook eens iets anders mogen voorschotelen, dan datgene waarmee ze al tot in den treure om de oren worden geslagen: pralines, bier, mosselen met friet en onze tennissterren. Mogen we dan nooit ambitieuzer zijn dan brood en spelen?

Het is natuurlijk aan artiesten en de culturele sector zelf om ervoor te zorgen dat ze voldoende in de schijnwerpers komen. Maar het is ook aan beleidsmakers om de oogkleppen af te leggen en te zien wat er allemaal is. Om te beginnen zijn vele tienduizenden Vlamingen zelf iedere week actief in een van onze zeer levendige amateurkunsten. Al staat dat niet iedere week in de krant, ook hier gaat het om de ‘massa’. En verder hebben we een cultureel erfgoed en tal van levende culturele iconen om wie de hele wereld ons benijdt en het hier zeer geregeld stormloopt. Luc Tuymans, José Van Dam, An-Teresa De Keersmaeker, Helmut Lotti, Tom Lanoye, Benoit Poelvoorde, Arno Hintjens, Walter Van Beirendonck, Josse De Pauw, Philippe Herreweghe, Wim Vandekeybus, Jan De Cock, Franco Dragone, Toots Thielemans en Philippe Catherine, de broers Dardenne, Dries Van Noten, Adamo, Michaël Borremans, Deus en Ginzhu, Jan Vanriet: het is bijna te belachelijk voor woorden dat ervoor moet worden gepleit dat er ook eens met deze internationale kanjers wordt ‘uitgepakt’. Al decennialang brengen al deze artiesten topkwaliteit, verbinden ze in vele gevallen de ‘hoge’ met de ‘lage’ cultuur, worden ze daar op de meeste prestigieuze plekken met veel egards voor gelauwerd én bereiken ze een heel groot publiek. Maar als we ons noodlijdende land voor het mondiale voetlicht kunnen plaatsen, dan weten we niet waar we ze moeten vinden.

Misschien zou een ‘permanente interdisciplinaire werkgroep’ over cultuur en politiek, waarin het federale niveau en de gemeenschappen elkaar ontmoeten, een verschil kunnen maken. Zeker wanneer die enkele keren per jaar ook effectief pertinente colloquia op poten zet. Op de agenda voor de eerste editie zouden onze federale culturele instellingen kunnen staan, zoals de Munt en Bozar - internationale trekpleisters, volle zalen, sterke programmatie. Maar het blijft voor zulke instellingen in ons complexe land ongelooflijk moeilijk werken en ze dreigen constant tussen allerlei politieke stoelen te vallen. In een werkgroep zou het broodnodige maatschappelijke gesprek over dergelijke cultuurhuizen een grotere zichtbaarheid en gewicht kunnen krijgen. En hij zou gewoon kunnen dienen om beleidsmakers te informeren, want daar wringt het schoentje vaak al. Men zeurt over subsidies, maar men weet te weinig wie ermee aan de slag gaat, welke fantastische dingen ermee gebeuren en hoeveel volk daarnaar komt kijken. Als dan ook nog eens, zoals op Vlaams niveau, cultuur een van de vele bevoegdheden wordt van een minister met een erg zware portefeuille én een zeer afgeslankt kabinet, dan dreigen het onbegrip en de frustraties langs beide kanten er alleen maar groter op te worden. Terwijl de inzet best zou mogen zijn dat onze premier niet enkel over de ‘Waalse pijl’ twittert, maar ons langs die weg ook eens laten weten wat hij bijvoorbeeld van de Frida Kahlotentoonstelling in Bozar vindt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234