Vrijdag 18/10/2019

Natuurbehoud

Belgen helpen unieke natuur in Cambodja beschermen: ‘Even veel waard als Angkor Wat’

De machtige Mekong. Beeld Mac Stone

De witgeschouderde ibis, het mysterieuze zwijnshert, een enorme schildpad en de Irrawaddyrivierdolfijn. In Cambodja leven enkele van de laatste exemplaren. Met steun van de Belgische overheid en lokale bewoners probeert het WWF ze te redden. ‘En zo redt de straatarme bevolking ook zichzelf.’

“Van mijn 10de tot mijn 22ste zat ik in een vluchtelingenkamp in Thailand. Ik ging met honger naar school. De wc’s waren afgrijselijk.” Say Ratanak (50) pookt het kampvuur op. De knalrode zon ging net spectaculair onder maar het is nog altijd 36 graden op dit idyllische, onbewoonde eilandje in de machtige Mekong-rivier.

Ratanak draagt een tropenhoed met daarop een Belgische vlag. Rond zijn schouders hangt een typisch Cambodjaanse rood-wit geblokte khmer-sjaal.

Als kind van een Cambodjaanse soldaat die tegen de Vietnamezen vocht, belandde hij met zijn ouders in een vluchtelingenkamp. “Het was overleven”, zegt Ratanak. “Ik deed mijn best op school maar ik wist niet of ik er ooit iets mee zou kunnen doen. De toekomst was een gigantisch vraagteken. Tot op 23 oktober 1991.”

Buitenmens

Toen tekenden de strijdende partijen het vredesakkoord van Parijs. Ratanak studeerde rechten maar “bleek eerder een buitenmens” en is nu hoofd wetshandhaving bij WWF Cambodja.

“Ik organiseer patrouilles in dit natuurgebied. We proberen stropers en andere illegale jagers te stoppen. Als kind waren wij opgejaagd wild. Nu redden we wilde dieren uit de klauwen van stropers”, mijmert hij terwijl we naar de volle sterrenhemel staren en naar het getsjirp en gefluit luisteren.

Ook de andere WWF-medewerkers die op dit eiland in hun hangmat de nacht doorbrengen, dragen een hoed met Belgisch insigne. Voor hen is ons land geen volslagen onbekende. “Het is dankzij de Belgen dat wij kunnen doen wat we doen”, zegt Ratanak.

Zo zijn het Belgische biologen die er mee voor zorgden dat dit spectaculaire natuurparadijs langs de oevers van de Mekong nu beter beschermd wordt dan voorheen.

Say Ratanak (m.) van WWF Cambodja en twee van de rivierbewakers. Ratanak: ‘Het is dankzij de Belgen dat wij kunnen doen wat we doen.’ Beeld Dieter Decleene

Mekong Flooded Forests, zo heten deze uitgestrekte vloedbossen. Vanuit de lokale taxi, een smal bootje, wordt die poëtische naam concreet: de schipper moet veel moeite doen om niet vast te varen in bomen midden in de rivier waarvan we enkel de kruin zien. Een waterslang schiet weg wanneer we te dicht langs zo’n toefje groen scheren. Aan de oevers zoeken buffels verkoeling bij een temperatuur van 38 graden.

De Mekong biedt nog veel meer. In Cambodja, Vietnam en Laos samen hangen 60 miljoen mensen af van de visserij, die jaarlijks 11 miljard dollar opbrengt.

En wanneer de rivier tijdens het regenseizoen buiten haar oevers treedt, is dat niet alleen een zegen voor rijstboeren, het is ook de bron van uitzonderlijk veel leven. Honderden uitzonderlijke soorten zoals de Mekong-katvis en de zoetwaterrog, die 200 kilo kunnen wegen, de mutslangoer (een aap) en de schrikwekkende Cantors reuzenweekschildpad wonen hier.

“De overheid kende die schatten niet”, zegt Seng Teak, directeur van WWF Cambodja. “Tijdens en net na de oorlog was natuurbehoud geen prioriteit.”

Twee extra natuurgebieden

Nu heeft een internationaal team biologen onder leiding van Belgische vorsers voor het eerst in veertig jaar onderzoek gevoerd. Ze brachten zoveel waardevolle dieren en planten in kaart dat de Cambodjaanse regering eind vorig jaar besloot twee extra natuurgebieden in de provincie Kratie officiële bescherming te geven, goed voor in totaal 62.000 hectare meer natuur die beschermd moet worden. Dat is dubbel zoveel als gepland.

Teamleider Merlijn Jocqué (Biodiversity Inventory for Conservation & Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) is trots. “We hebben ook twee nieuwe spinnensoorten ontdekt en we kregen bevestiging dat het zwijnshert, waarvan iedereen dacht dat het uitgestorven was, hier nog leeft. Maar ze zijn wel met zielig weinig.”

Dat blijkt tijdens een tochtje naar het hertengebied. Op de overzetboot kijkt een leerkracht Engels erg verbaasd. “Hier wordt de hele tijd bos afgebrand. Jullie zullen geen zwijnshert zien.” Hij krijgt gelijk.

Tussen de uitgedroogde stoppels en bladeren van een ander stuk bos langs de oever zien we wel een elegante Indische oorgier. Wie geluk heeft, vangt ook een glimp op van de eveneens nagenoeg uitgestorven majestueuze witgeschouderde ibis.

Een van de rivierbewakers maakt zich klaar om uit te varen. ‘De dolfijn beschermen is onszelf beschermen.’ Beeld rv

“De regio is niet alleen erg waardevol door die bedreigde soorten”, zegt Jocqué. “Het is alles samen. Hier zijn nog prachtige wilde eilandjes, met een ongelooflijke biodiversiteit. Maar de economische druk is enorm. Zonder bescherming schiet er binnen vijftien jaar niets over.”

Net daarom steunen WWF België en de Belgische overheid de bescherming van de Mekong Flooded Forests. Ontwikkelingssamenwerking maakt dit jaar 560.571 euro vrij, WWF 2,1 miljoen voor de periode 2017-2022.

De ster in dit verhaal is de Irrawaddydolfijn, een ernstig bedreigde rivierdolfijn die op nog maar vijf plekken ter wereld in kleine aantallen voorkomt. In Cambodja leeft een van de laatste levensvatbare groepen. In cafés en winkels zie je talloze afbeelding van de dolfijn met zijn bolle kop en brede grijns. “Het kloppende hart en de brede glimlach van de rivier”, klinkt het.

“Vroeger zag je ze hier veel”, zegt Ratanak ongeduldig. “Zelfs tegenover het koninklijk paleis in het centrum van Phnom Penh (de hoofdstad) zag je er regelmatig in de rivier.”

Boeddhistische cultuur

We varen in een van de negen diepe zones in de rivier waar de dolfijnen zich het best thuis voelen. Na een uur turen tellen we een magere vier dieren die zich even laten zien.

Vandaag zijn er nog maar 92. In de boeddhistische cultuur wordt deze dolfijn nochtans vereerd en lokale mensen zullen er zelden op vissen. Tijdens de oorlog schepten soldaten er wel plezier in ze neer te schieten, maar dat is niet de reden voor die drastische neergang. Wel raken ze verstrikt in de kieuwnetten van vissers en zo stikken ze. Ook komen ze om door destructieve visserijmethodes met elektrische schokken en dynamiet.

Die tuigen en netten zijn nu verboden. Ook zijn er nu 72 rivierbewakers die de dolfijnen proberen te beschermen door illegale vissers in te rekenen en de lokale vissers uit te leggen dat de negen diepe zones bevissen niet meer mag en dat korven beter zijn dan kieuwnetten. Het zijn lokale inwoners die door de overheid worden betaald en die geflankeerd worden door agenten. WWF staat hen bij met materiaal en kennis.

Man So Phy, Pech Hean en Long Chuon vormen zo’n team. Phy leeft in Kompong Kboeng, een afgelegen dorp op een Mekong-eilandje. Hean is afgevaardigde van het milieuministerie en Chuon is agent.

In de Mekong Flooded Forests leven nog 92 Irrawaddyrivierdolfijnen. Beeld rv

“De meeste illegale vissers die wij tegenhouden zijn niet van hier en werken in opdracht van iemand met geld. Ze hebben betere boten en apparatuur dan wij. Het is riskant werk want ze zitten vaak op amfetamines. Vorige week nog is een van onze boten gezonken toen we een elektroshockapparaat in beslag namen”, zegt Chuon.

Ze zijn echter vastbesloten hun werk voort te zetten. Nochtans hebben Phy en zijn dorpsgenoten het niet breed. Hun dorp vol tropische planten langs de rivier is adembenemend mooi maar er zijn nauwelijks voorzieningen. Velen zijn te arm om vis te kopen en vissen dan maar zelf. Met gewoon materiaal levert dat in vijf uur zo’n 60 dollar op, met dynamiet of elektroshocks is het 200 dollar.

Dolfijnen beschermen lijkt dan niet echt prioritair. Maar dat spreken ze hier tegen. “De regels volgen is wel een aanpassing, maar de dolfijn beschermen is onszelf beschermen”, zegt Phy. “Illegale visserij betekent minder vis voor ons, de lokale vissers die wel met toegelaten methodes werken. En door als rivierbewakers de dolfijnen te beschermen, hebben we extra inkomen en moeten we zelf minder vissen.”

Kracht van toerisme

De eerste positieve resultaten zijn er al: voor het eerst in vijftien jaar worden er weer meer dolfijnen geboren. Iedereen hier hoopt dat dat meer toeristen zal aantrekken die de dolfijnen willen zien en in een lokale hangmat komen overnachten.

Ontwikkelingsland Cambodja kent de fortuinlijke kracht van toerisme maar al te goed. De inkomsten die Angkor Wat opleveren zijn een zegen voor de schatkist. “De natuur hier moet onze Angkor Wat worden”, zeggen de mensen in Kampi, waar de boten voor het dolfijnwatchen vertrekken. Net zoals bij de befaamde tempels hebben ze alvast kraampjes met prullaria, zoals sleutelhangers in de bijzondere vorm van de Irrawaddydolfijn.

En in het onooglijke maar heerlijke dorpje van Phy hebben ze ook al ruim tien jaar een paar huisjes die functioneren als wildernisversie van een Airbnb. Je logeert er in het houten huis van het gastgezin, dat je door de natuur gidst en voor je kookt. Er is zelfs in boxen voor karaoke geïnvesteerd.

Say Ratanak, hoofd wetshandhaving bij WWF Cambodja, draagt een tropenhoed met een Belgische vlag. Beeld Ratanak

“Vorig jaar kwamen er zo’n zestig toeristen. We hopen dat het er meer worden”, zegt de vrouw des huizes bij het gezin Seam Hun. Uit een piepklein keukentje tovert ze een uitgebreid ontbijt met vis en rijst dat we op een vloerkleed verorberen.

Ook in Koh Pdao, een al even oogstrelend Mekong-dorp, koesteren ze die hoop. “Dankzij toerisme hebben meer mensen nu werk en moeten wij minder gaan vissen”, zegt Prom Sarin (53). “Tien procent van de opbrengst gaat naar de gemeenschap en toeristen gaven ons vorig jaar een wc. Jaarlijks ontvangen we zo’n vijfhonderd reizigers. Maar het zouden er best dubbel zoveel mogen zijn.”

Dat is de aanpak van WWF in dit natuurgebied: geef mensen alternatieven voor houtkap en overbevissing en help hen om ecotoerisme uit de grond stampen.

Bescherming op papier

Zo houden dorpelingen Eng Sokhon en Mara Sem nu kippen, gekregen van WWF, in ruil voor patrouilles in het bos. Dankzij de kippen moeten ze minder tijd steken in landbouw en kunnen ze het bos in. Want bescherming op papier is in Cambodja niet hetzelfde als gehoorzame mensen in de werkelijkheid.

“Als wij ons bos niet beschermen, zou het in beslag genomen worden door de rijken”, zegt Sem, terwijl hij ons de kippen toont. “Daar zijn we bang voor. Wij hebben dit land nodig. Op de markt krijgen we een goeie prijs voor wilde paddenstoelen en honing uit het bos. Het is niet evenveel als de 300 dollar die je krijgt voor een zwijnshert, maar die zijn er toch bijna niet meer.”

En er zijn nu ook vogelbeschermers. Wie erin slaagt een nest van een bedreigde soort te bewaken tot de kuikens uitkomen, krijgt van WWF acht dollar per week.

“Vroeger at ik de eieren en de kuikens of doodde ik die vogels voor mijn plezier”, zegt de jonge vader Tign Vic. Nu beschermt hij elke dag nesten, onder andere van de witgeschouderde ibis, waar er hier nog zo’n 130 van zijn, de grootste populatie ter wereld. “Ik wil dat mijn kinderen deze vogels kunnen zien”, zegt Vic.

Een witgeschouderde ibis. Beeld Getty Images/National Geographic

Eén vogelsoort trekt ook een specifiek soort toeristen aan. Ze kopen een dode koe en geven die aan de gieren, die het beest verorberen. In dit deel van de wereld is het een toeristische attractie en dus een inkomstenbron. ‘Gierenrestaurant’ heet de activiteit.

De aanpak met ecotoerisme en de lokale bevolking als natuurbeschermers is echter nog pril en kwetsbaar.

Politiek heeft natuurbescherming momenteel wel wind in de zeilen. “De jeugd demonstreert vaker tegen de grootschalige ontbossing”, zegt Seng Teak, directeur van WWF Cambodja. “We hebben ook een nieuwe milieuminister die in Australië studeerde en die heeft begrepen hoe cruciaal het is dat we dit kapitaal behouden.”

Niet alleen omdat het zo mooi is, zo benadrukken ze hier, maar vooral omdat de wouden en rivier essentiële inkomstenbronnen zijn voor de bevolking en hen beschermen tegen klimaatverandering, overstromingen en droogte. Het feit dat dat letterlijk kapitaal is, dringt meer en meer door.

 Rijk ecosysteem 

“Het gaat niet per se om individuele soorten redden”, zegt Jocqué. “Zo’n rijk ecosysteem van dieren, planten en de rivier zorgt voor proper water, schone lucht, afweer tegen virussen en ziektes, planten waaruit talloze medicijnen worden gemaakt en bescherming tegen opwarming en extreem weer. De grote uitdaging is een evenwicht vinden met de groeiende economie en bevolking.”

Ook twee andere grote bedreigingen kunnen alle inspanningen weer ongedaan maken. “Hier komt een enorme dam voor een waterkrachtcentrale”, zegt Phy. “Dan verdwijnt heel Kompong Kboeng.”

Zo verwarrend kan het in een autoritair regime zijn. Cambodja gaat akkoord om meer natuurgebied te beschermen, maar er liggen ook plannen op tafel om er een enorme dam van 18 kilometer in neer te poten.

Onderzoek van consultancybureau National Heritage Institute (NHI) bevestigt het aanvoelen van de dorpelingen dat het effect vernielend zou zijn. Niet alleen zouden duizenden mensen moeten verhuizen en zou de Irrawaddydolfijn het mogen vergeten, ook de economische verliezen zouden groot zijn.

“Hierlangs migreren de zoetwatervissen en ook het natuurlijke sediment in dit deel van de Mekong is cruciaal voor de visserij, ook in Vietnam. De dam zou de rivier en de visserij doden”, zo staat in de studie.

Een zwijnshert. Beeld ThinkStock

Een goedkoper en veiliger alternatief om aan de grote energiehonger te voldoen zijn zonnepanelen op een al bestaande kleinere dam verderop, zo rekent NHI uit. En ten huize Seam Hun zeggen ze: “Wij halen al onze elektriciteit uit twee goedkope zonnepanelen. Voor ons hoeft die dam echt niet.”

Maar niemand kan vertellen wat het wordt. De vrije pers bestaat in dit land niet meer. “Wij zullen het pas weten als de bulldozers komen”, zeggen ze in het dorp van Phy.

Een zo mogelijk nog grotere bedreiging is de klimaatverandering. Net zoals in de drie andere Mekong-landen steken extreem weer, droogte, hitte en overstromingen hier steeds vaker de kop op.

Houtkap

“Zo heet was het vroeger niet”, zegt rijstboer Riy Saran terwijl we hem en enkele dorpsgenoten badend in het zweet ontmoeten onder een afdakje langs een landweg. “Met dit weer word je ziek, is landbouw moeilijk en er is steeds minder water.”

Daarom organiseren ook zij patrouilles in ‘hun’ bos om houtkap tegen te houden. Saran: “Alle bomen zouden moeten blijven staan.”

Maar Cambodja heeft de op twee na hoogste ontbossingsgraad ter wereld en Saran en co. hebben geduchte tegenstanders: buitenlandse megaconcerns die rond de beschermde natuur concessies krijgen.

Woedeaanvallen zijn geen aanrader in dit weer, maar het maakt hen wel kwaad. Saran: “Zij komen hier al het luxehout weghalen om hun zakken te vullen, wij moeten met de gevolgen leven. Het leven is moeilijk zonder bomen. Bomen koelen af en houden ons land en water gezond. Mocht ik dat kunnen, ik zou er duizenden en duizenden planten. Maar de toekomst is hier een groot vraagteken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234