Zaterdag 28/01/2023

Belg brengt tiende editie van muziekfestival in Toscane

Al tien jaar organiseert dirigent Philippe Herreweghe in Toscane een klein, kwaliteitsvol festival, waar Belgen de grote meerderheid van het publiek uitmaken. Nu lijkt het festival op een keerpunt te staan. Kan het zijn ziel bewaren?

Toscane is voor velen de hemel op aarde. Belgen hebben daarbij een duidelijke voorkeur voor de streek ten zuiden van Siena, een eerder arm en schraal maar poëtisch heuvelend landschap dat op elk moment van de dag in een ander licht straalt. Daar, in de Crete Senesi, waar hij ook zelf een huis bezit, organiseert Philippe Herreweghe al voor de tiende keer een klein festival.

De 'Accademia delle Crete Senesi' is ontstaan als een vriendenclub. Jeugd- en andere vrienden van de dirigent, die ondertussen een lucratieve carrière hebben, sponsoren al van bij het begin dit evenement. In retour krijgen zij een feest: naast concerten op zeer hoog niveau op buitengewone locaties - de ietwat huiveringwekkende, ongebruikte kerk van San Francesco in Asciano, het Romaanse Santo Stefano in Castelmuzio met het wondermooie uitzicht en het fotogenieke klooster uit The English Patient, Sant'Anna in Camprena - en kennismakingen met interessante jonge musici zijn er ook de inmiddels beroemde diners (bij goed weer in openlucht, op marktpleinen of binnenkoeren) na afloop van de avondconcerten. Het pure renaissancegevoel als het ware: zuiverheid, intellect en hedonisme.

Het zou echter onjuist zijn het festival louter als een onderonsje van de Belgische cultureel-economische elite te zien, al passeert al wie een Toscaans buitenverblijf heeft er wel, inclusief politieke grootheden als Guy Verhofstadt (uiteraard, zijn vrouw zingt mee in het koor) en Karel De Gucht. Enerzijds staat het festival open voor iedereen die voor dertig euro een concertkaartje koopt. Langzamerhand vinden ook andere buitenlanders - Engelsen, Duitsers - de weg; Italianen zijn blijkbaar begin augustus graag aan zee en dus ondervertegenwoordigd. Anderzijds is het festival door Herreweghe bewust opgevat als een broedplaats, waar musici uit zijn eigen ensembles nieuw repertoire kunnen uitproberen en jong talent zichzelf kan presenteren en kennismaken met gevestigde kunstenaars. Er mogen risico's genomen worden. Zelfs wat niet honderd procent lukt, is nog altijd een spannende ervaring.

Het blijft ook spannend omdat, binnen de selectie van Herreweghe, die uiteraard zijn persoonlijke smaak weergeeft, muziek uit verschillende tijden wordt geconfronteerd. Dat Gesualdo (met madrigalen uit het vijfde boek) naast Stravinsky (het blazersoctet en de mis) staat, verwondert kenners niet maar kan voor liefhebbers een ontdekking zijn. Maar het septet van Beethoven en Tasso-madrigalen van Giaches de Wert? Of Brahms (een vioolsonate), Dowland en Britten (liederen met gitaarbegeleiding)? Telkens word je uitgedaagd om je oren open te zetten en je historisch besef meer diepte te geven. Altijd op hoog niveau: heel mooi is bijvoorbeeld hoe Herreweghe solisten uit zijn Collegium Vocale er in zestiende-eeuwse maniëristische madrigalen toe kan brengen het maximum aan expressie te vinden dat met puur muzikale middelen - dus zonder zuchten en schreeuwen - kan bereikt worden. Of hoe een jonge tenor uit het ensemble, Thomas Hobbs, volksliedbewerkingen van zijn landgenoot Benjamin Britten verdedigt met de helderheid, de humor en de melancholie die ook de componist kenmerkten. De grootste momenten van het festival komen echter van twee Duitse twintigers die ook privé een paar vormen: de celliste Marie Elisabeth Hecker en de pianist Martin Helmchen. Op hun eerste avond gooien ze zonder omwegen hun programma om: in plaats van de populaire arpeggionesonate van Schubert, brengen ze drie stukken van Schumann en de eerste sonate van Alfred Schnittke. Die laatste wordt een van die overweldigende momenten die je maar enkele keren per jaar meemaakt en bewijst voor eens en voor altijd dat 'hedendaagse' muziek (Schnittke stierf dertien jaar geleden) bij elk publiek grote emoties kan losweken.

Blik op de toekomst

Enkele dagen later doet Helmchen het nog eens alleen over in een intelligent programma, dat Bach (de eerste partita) en de Bachbewonderaars Schoenberg (de zes stukken Op. 19) en Liszt met elkaar verbindt. Percussieve of strelende aanslag, lyriek of krachtige energie, inzicht in de interpretatiegeschiedenis, intelligentie en een groot poëtisch aanvoelen: deze jongeman heeft het allemaal. Er moet al veel misgaan als hij niet een van de grote pianisten van de toekomst wordt.

Het festival sluit af met wat de toekomst van het Collegium Vocale moet worden. Een groot koor van internationaal gecaste solisten zingt op meeslepende wijze Mendelssohn en Brahms: bijbelse, lutheraanse en deïstische gezangen die een reflectie lijken van Herreweghes spiritualiteit en van de schoonheid van de omgeving. Dit koor wil Herreweghe in de toekomst gebruiken als een pool van zangers, waaruit voor elk project de geschikte elementen worden geselecteerd: een kwintet voor renaissancemadrigalen, enkele solisten voor Bach, een kamerkoor, een groot ensemble... Het Collegium wordt een goed georganiseerde troep, de tijd van het vriendenclubje lijkt voorbij. Kan de Accademia delle Crete Senesi een soortgelijke evolutie doormaken? Een zekere uitbreiding en grotere lokale verankering zijn wellicht noodzakelijk maar mogen er niet toe leiden dat het festival zijn ziel - en zijn financiering! - kwijtraakt. Dat wordt eieren lopen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234