Vrijdag 29/05/2020

Belevenissen met Boon in de Gentse haven

Louis Paul Boon vond toneel 'ouderwets': afgezien van Samuel Beckett en Eugène Ionesco konden weinig theaterauteurs op zijn belangstelling rekenen. In omgekeerde richting bloeit er wel iets moois: vorig seizoen leek Boon niet weg te branden van de Vlaamse en Nederlandse planken. Twee van die voorstellingen haalden de selectie van het Theaterfestival dat vanavond in Gent begint, Menuet door Theatergroep Hollandia in een regie van Johan Simons en DAT DAT door Theater Antigone in een regie van Johan Petit en Bart Van Nuffelen.

Dat beide voorstellingen op locatie spelen in vroegere fabrieksgebouwen in de Gentse haven, heeft op zich niets met Boon te maken, maar past wel bij de sociale inslag van zijn werk. Locatietheater bestond trouwens al in Boons tijd, zeker in Nederland. Daar werd het tot specialiteit verheven door de in 1985 gestichte Theatergroep Hollandia uit het Noord-Hollandse Zaandam. Door uit te wijken naar locaties op het platteland en in de stadsrand, wilden de artistieke leiders Paul Koek en Johan Simons zich onderscheiden van andere gezelschappen en "trouw blijven" aan zichzelf, dorpsjongens als ze waren. Sinds 1996 zoekt het gezelschap meer de stad op, gedreven door de noodzaak "midden in de maatschappij te staan". Met wisselend resultaat: Varkensstal (1996) onder de IJzerenbrug in Antwerpen kon Simons zelf niet onverdeeld gelukkig stemmen, Ifigeneia in Aulis (1998) in het stadhuis van Den Haag daarentegen leverde een prachtige metafoor op van de politieke besluitvorming. Menuet, dat in juni vorig jaar in première ging in de Bruynzeelfabriek in Zaandam, werpt volgens Simons een kritische blik op het kleinburgerlijke milieu dat hij ook later dit seizoen wil portretteren in Dennis Potters Brimstone & Treacle, een coproductie met, toeval of niet, Theater Antigone.

Op Boons roman Menuet (1955) werd hij geattendeerd door actrice Frieda Pittoors. Hollandia-dramaturg Tom Blokdijk zorgde voor een ingenieuze toneelbewerking: de drie monologen waaruit het werk bestaat, werden vervlecht tot één geheel zonder dat er van communicatie tussen de personages sprake is. "Wat me ontzettend dierbaar is bij deze voorstelling", zegt Simons, "is dat mensen in gedachten praten. Ze kunnen de gruwelijkste dingen zeggen en toch elkaars handen aanraken zonder dat het vals is, omdat de gedachten en de beelden niet synchroon lopen. Ik zeg het heus niet gauw, maar dat vind ik werkelijk nieuw."

Van iemand die al Büchner, Duras, Euripides, Pasolini en Wedekind ensceneerde, ben ik benieuwd te horen wat zo specifiek aan Boon is. "Het is lingerie," aldus Simons. "Ik vind Boon ongelooflijk erotisch, iemand die ervan geniet om in hoekjes te kijken en dat prachtig neer kan schrijven, die de schoonheid en niet de viezigheid van voyeurisme laat zien." Als locatie had Simons onmiddellijk aan een "onttakelde fabriekshal" gedacht, omdat het verhaal van de man die voor zich uit zit te mijmeren in de vrieskelders van een brouwerij daar leek thuis te horen. Dat is ook in Gent het geval, waar het gezelschap is neergestreken in de vroegere transformatorenfabriek van elektronicagigant ACEC, aan Dok Noord.

Een kilometer verder, aan de Wiedauwkaai, is nog meer theateractiviteit. Rond de eeuwwisseling werd hier textiel gefabriceerd met als voornaamste afzetmarkt Afrika, nu staan de gebouwen van ondergoedfabrikant Eskimo vooral open voor culturele evenementen. Ook Victoria wist voor het project Kung Fu de weg te vinden. De verlaten weverij waar het Kortrijkse Theater Antigone aan het werk is, oogt heel wat bescheidener dan het immense ACEC-complex. Voor co-regisseurs Johan Petit en Bart Van Nuffelen had de plek het juiste formaat: "Ze moest vooral groot zijn. Dat geeft meer mogelijkheden om met diepte te spelen." Drie weken geleden, toen hun bric à brac-decor hier werd opgebouwd, koesterden beiden alle vertrouwen in deze ruimte. Dat is teruggekeerd, maar tussenin was het "een moeilijke bevalling", geven ze toe. Na het Electrabel-gebouw in Borgerhout, waar de voorstelling in april voor het eerst te zien was, een oude vlasfabriek in Kortrijk en de oude veeartsenijschool in Gent, is dit de vierde locatie voor deze voorstelling: "Op die manier leer je veel over hoe een stuk ruimtelijk functioneert."

Twintigers Petit en Van Nuffelen zijn geen locatie-beginnelingen, maar vergeleken met de ervaren rotten van Hollandia zijn ze nieuw in het theatervak. Als drijvende krachten achter het MartHA!tentatief lieten ze zich twee jaar geleden opmerken met Elias of het gevecht met de nachtegalen naar Maurice Gilliams, een megalomane theaterrondgang in het Militair Hospitaal van Berchem. Het project met de ellenlange titel Ge moet niet per se ananas gegeten hebben om te weten dat dat ongelooflijk lekker is (of: eindelijk het tooneel over alles), kortweg DAT DAT, is hun echte professionele debuut en maakt deel uit van de verjongingskuur die Theater Antigone onder artistiek leider Jos Verbist ondergaat.

Al tijdens hun opleiding aan het RITS toonden beide regisseurs een voorliefde om buiten de schouwburg aan het werk te gaan. Bij Petit gebeurde dat vanzelf, "zonder goed te weten hoe te regisseren"; Van Nuffelen sprong er bewuster mee om, haalt het voorbeeld aan van Hollandia, dat hij in 1992 met Kushwarda City in een vroegere mouterij in Wijnegem aan het werk zag: "Als een locatie goed gebruikt wordt, geeft ze een aparte sfeer. Je kunt meer een eigen wereld scheppen."

Met DAT DAT leverde de auteur Van Nuffelen een dramaturgisch meesterstukje af, waarin de man uit Menuet het symbool wordt van de zoektocht uit Boons De Kapellekensbaan (1953). Eén tekst van Boon voor toneel bewerken was nooit een optie, beweert hij: "Ik probeer een ode te brengen aan Boon en tegelijk mijn eigen kijk op de wereld te geven. Boon wou de hele wereld in één boek vatten, mijn dada is dat iedereen altijd gelijk heeft."

Vormde Hollandia voor Van Nuffelen de stimulans om theater te gaan maken, Boon was de aanzet om "af en toe iets op papier te zetten". "Ik vind hem allang de grootste schrijver aller tijden. Het is ook mijn wereld." Petit: "Waar hij het over heeft, is heel doordacht, maar hij schrijft het neer in gewonemensentaal." Vooral de nuchterheid van de auteur blijkt voor een gevoel van herkenning te zorgen: "Een 'groot licht' of de geniale kunstenaar zijn wij absoluut niet. In die zin is het heel raar dat we ineens op het Theaterfestival staan, waar je dat zogezegd wel bent."

Peter Anthonissen

'DAT DAT' speelt tot zondag 30/8 en van woensdag 2 tot zaterdag 5/9. Telkens om 20.30 uur in de Eskimo-fabriek, Wiedauwkaai 25, Gent. 'Menuet' speelt van vrijdag 28/8 tot dinsdag 1/9, telkens om 20 uur in ACEC, Dok Noord 7, Gent. Info op tel. 09/267.28.28.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234