Woensdag 20/10/2021

Beleggingen in het goede doel

Bill Gates geeft meer dan de helft van zijn fenomenale inkomen weg aan liefdadigheid en veel nieuwe Amerikaanse rijken volgen zijn voorbeeld. Ook de vermogende Belg doet meer dan alleen maar beleggen en investeren. Maar de filantropen van eigen bodem zijn verlegen van aard. De rijke Belgen zijn zuinig met hun liefdadigheidsgeld en geven het liefst anoniem.

Brussel

Eigen berichtgeving

Vanessa Debruyne

'De Belgische rijken zijn helemaal niet zo rijk als de Amerikaanse toplui", zegt Kurt Peleman, de eerste en enige filantropieconsulent in ons land. "De Belgen blijven meestal bescheiden over het geld dat ze weggeven. Ze willen niet dat hun omgeving weet hoeveel ze kunnen missen en ze zijn bang om overspoeld te worden met aanvragen van mensen die zichzelf als het ideale liefdadigheidsdoel zien." Rijkdom behoort blijkbaar nog steeds niet tot onze cultuur.

Toch zouden de grote weggevers in ons land volgens Peleman iets meer uit de anonimiteit mogen treden. "In de Verenigde Staten heeft het vaak iets pervers: de grote sterren en toplui die met liefdadigheid een goede naam bij elkaar kopen. Als de Belgische filantropen meer woorden bij de daden zouden voegen, kunnen ze misschien nog meer rijken overtuigen om geld weg te schenken."

Want de filantropische ambities van de Belgen staan op een laag pitje. Veel schenkers wachten tot na hun dood om geld over te schrijven naar een goed doel en een veelvoud van hen blijft op zijn miljoenen zitten, voor het nageslacht.

"Aan de overkant van de grote oceaan heerst er veel meer een cultuur van teruggeven aan de maatschappij", zegt Peleman. "De Amerikaanse overheid heeft filantropie fiscaal ook erg aantrekkelijk gemaakt. Onze beleidsmakers hebben weinig aandacht voor liefdadigheid." De filantropische consulent betreurt het dat er in de nieuwe regeling voor fiscale amnestie geen clausule werd opgenomen om schenkingen aan goede doelen aantrekkelijk te maken.

Bij de Belgische filantropen gaat de meeste interesse uit naar projecten in de eigen buurt. Ook sponsoring van medisch onderzoek blijft een populaire vorm van liefdadigheid. "De schenkingen hebben altijd een persoonlijke toets", legt Peleman uit. "Voor een keuze uit het ruime aanbod van goede doelen baseren mensen zich meestal op hun eigen ervaringen. Een ouder die vroegtijdig overlijdt aan kanker kan ervoor zorgen dat het familiegeld naar medisch onderzoek gaat. Een verkeersslachtoffer in de familie motiveert dan weer om iets te doen voor verkeersveiligheid. Tijdens een exotische reis per ongeluk de verkeerde straat inslaan, kan de aandacht opwekken voor de problemen in ontwikkelingslanden."

Peleman helpt zijn klanten zoeken naar zinvolle en persoonlijke projecten voor hun liefdadigheidsgeld. Aangezien hij zelf jaren op het terrein stond voor Artsen zonder Grenzen kan hij de projecten goed inschatten. "Maar ik hou mijn eigen mening zoveel mogelijk voor mezelf. De schenker is veel geëngageerder als hij zelf heeft beslist waar zijn geld naartoe gaat en wat ermee zal gebeuren", zegt de filantropische consulent. "Ik heb mensen al zien stralen bij het weggeven van budgetten tussen de 50.000 en 500.000 euro. Want het gaat om geld dat ze toch kunnen missen, en dat op de bank alleen maar meer geld zou opleveren dat ze eigenlijk niet nodig hebben. De emotionele waarde van de schenking is voor de filantroop van groot belang, zelfs al komt hij er niet mee in de krant. Ik durf zelfs zeggen dat filantropie bijdraagt tot de levenskwaliteit van de rijken."

Kurt Peleman is ook actief op de Franse en Nederlandse markt. Vooral onze noorderburen zijn veel professioneler bezig met het fenomeen van strategische filantropie. MeesPierson, de private-bankingdochter van Fortis, richtte er in Nederland zelfs een speciale divisie voor op: 'charity management'. In België heeft MeesPierson nog geen aparte liefdadigheidsafdeling opgezet. De grotere interesse in Nederland heeft onder meer te maken met de oprichting van de afdeling Filantropie aan de universiteit van Amsterdam, waardoor het onderwerp meer aandacht krijgt vanuit wetenschappelijke hoek.

In België gaan veel schenkingen naar de Koning Boudewijnstichting. De instelling biedt een ruim assortiment aan projecten en thema's aan waar de vermogende uit kan kiezen. Van de 25 miljoen euro waar de stichting over beschikt, neemt de Nationale Loterij een kwart voor haar rekening. Tien procent van het budget wordt gewonnen uit overheidsopdrachten. Voor de overige miljoenen zorgen zowel particulieren als ondernemingen. Met de Koning Boudewijnstichting heeft de filantroop ook de garantie dat het project na zijn dood wordt voortgezet. Het nadeel is wel dat het buitenlands aanbod van de stichting beperkt is.

'Onze beleidsmaker doen weinig om liefdadigheid fiscaal aantrekkelijk te maken'

De gulle gevers van België

De meeste Belgische filantropen wilden anoniem blijven, van de anderen maakten we een lijstje op. De allereerste filantropen probeerden vooral het onderwijs in ons land te verbeteren. Ernest Solvay richtte in het begin van de twintigste eeuw openbare bibliotheken en huishoudscholen op. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog schonk hij daarenboven het toen enorme bedrag van 1 miljoen frank aan het onderwijs. Georges Montefiori-Levi opende in 1883 in Luik het Institut Montefiori, voorloper van de opleiding burgerlijk ingenieur, en Lieven Gevaert, pionier in fotografische producten, richtte twee middelbare scholen op in Antwerpen. Edouard Bunge had eveneens een zwak voor onderwijs. Hij doneerde in 1924 een miljoen frank aan de Koloniale Hogeschool om een handelsafdeling op te zetten. Negen jaar later richt hij het Bunge-instituut op, het enige grote Belgische centrum in neurologisch onderzoek.

Een van de weinige Belgische filantropen uit die tijd die het over zijn hart kreeg zijn kinderen in zijn testament over het hoofd te zien, was baron Henri Lambert, vader van Léon Lambert. Bij zijn overlijden kwam zijn volledige fortuin in handen van de tehuizen van de stad Brussel. Ook Louis Empain en Antoine Allard gaven hun hele fortuin op voor de goede zaak. Empains fortuin, dat nu 421 miljoen euro waard zou zijn, ging bijna integraal naar mentaal gehandicapte kinderen. Antoine Allard, zoon van de belangrijke bankier Josse Allard, werd net als zijn vader een groot mecenas. Hij schonk vooral aan vredesorganisaties.

Stichtend

Maar sommige rijke individuen in de Belgische 'weggeefgeschiedenis' belegden liever in een stichting, opdat het geld een langer leven beschoren zou zijn. De Koning Boudewijnstichting blijft de grootste van het land en richt zich vooral op Belgische problemen en knelpunten. Meer dan een handvol vermogenden hebben hun fondsen eraan toevertrouwd. Bovendien neemt de Nationale Loterij een kwart van de financiering op zich.

De grootste stichting opgericht door een ondernemer is het Francqui-fonds. Emile Francqui was gouverneur van de Generale Maatschappij van België en verscheidene keren minister van Financiën.

Een andere bekende Belgische ondernemer die een fonds oprichtte, was de kinderloze selfmade man Emile Bernheim, de grote man achter Innovation, voorloper van GB en Inno. De stichting Bernheim moedigt jonge mensen aan bij de realisatie van een passie.

Herman Houtman werkte zich via zijn financieringsmaatschappij Sogefin op tot miljonair. In 1989 richt hij het Fonds Houtman op, de Franstalige tegenhanger van Kind en Gezin. Net als Bernheim was Houtman kinderloos, typisch voor de grootste filantropen in onze geschiedenis.

Twee andere grote stichtingen zijn opgericht door Léon Verhelst en graaf Alfred de Baillet-Latour. Vooral de stichting Baillet-Latour is bekend, om zijn tweejaarlijkse prestigieuze prijs van 150.000 euro voor medische verwezenlijkingen.

Professionalisering

Het Noordstarfonds, in 1935 in het leven geroepen door de (eveneens kinderloze) verzekeraar Rodolf Overfeldt, heeft nu nog een belangrijke participatie in de fusiegroep Mercator-Noordstar. De jaarlijkse miljoenen die vrijkomen, worden vooral in culturele projecten geïnvesteerd.

De stichtingen Lippens, Emiel van de Gucht en Spes zijn van een kleiner kaliber. Lippens hielp mee aan de ontwikkeling van natuurreservaat Het Zwin. De stichting van flamingant Van de Gucht kent om de drie jaar een prijs van 25.000 euro toe voor de Vlaamse zaak. De Spes-stichting financiert buitengewone studenten, vaak voor een verblijf in het buitenland.

Een van de jongste organisaties in ons land is het Corporate Funding Programme, dat in 2000 in het leven werd geroepen. De eregouverneur van de Nationale Bank, Alfons Verplaetse, is voorzitter van het fonds, opgezet door zeven Vlaamse ondernemingen: Bekaert, Corona-Lotus, Interbrew, Koramic, Building Products, Sidmar, Siemens en Union Minière. Het doel is investeren in duurzame ontwikkelingsprojecten die ngo's voordragen. Binnen vijf jaar wil de stichting 25 miljoen euro verzameld hebben, die Verplaetse kan uitdelen aan Afrikaanse projecten.

PlaNet Finance verleent microkredieten aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden en heeft sinds kort ook een kantoor in Brussel. Met Etienne Davignon in het erecomité zal de internationale organisatie proberen het Belgische bedrijfsleven warm te maken voor een systeem van soepele leningen als strijdmiddel tegen armoede.

Een andere jonge filantroop is Luc Verelst. Al vier jaar zet de voormalige topman van bouw- en vastgoedgroep Verelst zich voltijds in voor de derde wereld. Jaarlijks maakt hij daarvoor 1,5 miljoen euro eigen kapitaal vrij. Hij hanteert de levensfilosofie om eerst twintig jaar te studeren, dan twintig jaar keihard te werken om vervolgens nog eens twintig jaar maatschappelijk werk te verrichten. Hij werkt met verschillende ngo's samen om vooral de armste landen ter wereld erbovenop te helpen. Als zakenman hoopt hij zijn steentje bij te dragen aan de professionalisering van de sociale sector, die volgens hem dringend efficiënter moet gaan werken.

Zowel de joodse als Indiase diamantairsfamilies kennen een lange geschiedenis in liefdadigheidswerken. Een belangrijk deel van de goede werken door Belgische joden gaat via de Centrale van de Joodse Weldadigheid. Met het geld van donateurs als Abraham Lauw en Henich Apfelbaum werd onder andere een rusthuis en een dienstencentrum gebouwd. Romi Goldmuntz, de dominante Antwerpse diamantair tijdens het interbellum, richtte kort na de Tweede Wereldoorlog het Romi Goldmuntz-centrum op ter ondersteuning van de joodse cultuur. Hij gaf zijn naam aan de synagoge aan de Antwerpse Van de Nestlei, maar ook aan het museum van Nathanya in Israël. De filantropie van de Belgische joden gaat vaak richting Israël. De Jeruzalem University en het schaakcentrum voor kansarme kinderen werden allebei geconstrueerd met behulp van Antwerps diamantgeld.

Universiteiten

De twee belangrijkste Indiase diamantairsfamilies, Mehta en Shah, zijn door hun godsdienst nog veel gedrevener mecenassen. Ze financieren de bouw van de extreem luxueuze tempel in Antwerpen en sluizen enorme bedragen door naar projecten voor armoedebestrijding in het thuisland.

Mecenaat uit zich ook vaak in schenkingen aan universiteiten, in het bijzonder door oud-studenten. Een groot deel van het fortuin van de kinderloze Jules Jadot, voorzitter van CFE en Tractionel, ging naar de universiteit van Leuven. Zijn broer Jean Jadot, gouverneur van de Generale Maatschappij, verzamelde kort na de oorlog 12 miljoen frank voor beide universiteiten.

Ook Edouard Empain was een belangrijke weldoener voor de universiteiten van Leuven en Brussel. De kinderloze Marcel van Massenhove, voorzitter en belangrijk aandeelhouder van Almanij, liet zijn fortuin na aan de KU Leuven en de UCL.

In vergelijking met de VS blijven de giften uit de bedrijfswereld bij ons en in de omringende landen relatief klein. Ook organisaties zoals het Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen en Greenpeace halen relatief weinig inkomsten uit schenkingen geschreven in een testament.

Vele grote filantropen waren kinderloze rijken die hun fortuin liever aan het goede doel lieten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234