Dinsdag 02/03/2021

"Belastingbetaler draait op voor berging kernafval"

null Beeld Kos
Beeld Kos

De definitieve berging van het Belgische kernafval zal enkele miljarden euro's kosten. De overheid zal daar zeker de helft van betalen. En mogelijk ook de andere helft, want de garantie dat de energieproducenten de rest zullen ophoesten, is niet waterdicht. Dat brengt Eos aan het licht.

De Belgische regering zet waarschijnlijk nog dit jaar het licht op groen voor de definitieve berging van ons kernafval in een ondergrondse kleilaag in Mol in de Kempen. Vanaf 2040 zou daarin al het afval moeten verdwijnen dat duizenden tot honderdduizenden jaren radioactief blijft. Op technisch en wetenschappelijk vlak lijkt geologische berging de beste oplossing. Maar het kostenplaatje en vooral wie ervoor moet opdraaien, is andere koek.

Geld van producenten kernafval
Sinds eind jaren 1990 legt Niras, de Belgische beheerder van het kernafval, een spaarpot aan om de berging te betalen. Het geld komt van de producenten van kernafval, die Niras betalen voor het afval dat ze komen overhandigen. Eind 2012 omvatte deze spaarpot om en bij de 80 miljoen euro. De tarieven zijn sinds 2003 - toen de wet op de kernuitstap werd gestemd - niet meer gewijzigd. Maar de kosten zijn dat wel: de plannen voor de berging zijn de afgelopen jaren enkele keren aangepast, waardoor ze duurder werden.

Wie betaalt?
Nu al staat vast dat de Belgische belastingbetaler bijna de helft (45 procent) van de totale kostprijs van de ondergrondse berging zal moeten ophoesten. De overheid is immers verantwoordelijk voor twee nucleaire kerkhoven: de vroegere recyclingfabriek Eurochemic in Dessel en de oude afdeling afvalbehandeling van het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol. België neemt dus de kosten voor zijn rekening. Terwijl de Franse overheid eigenlijk met de baten gaat lopen: ze heeft geprofiteerd van het onderzoek in België om een opwerkingsfabriek voor de recycling van gebruikte splijtstoffen te bouwen in La Hague. Die fabriek is voor ruim 80 procent in handen van de Franse overheid.

Spaarpot geparkeerd in Luxemburg
De rest van het geld voor de berging moet vooral komen van de grootste kernafvalproducent Electrabel, die inmiddels is overgenomen door het Franse GDF Suez. Maar de wetgeving die moet garanderen dat de spaarpot die Electrabel daarvoor aanlegt, ook beschikbaar zal zijn, is niet waterdicht. Electrabel moet zijn provisies onderbrengen in een apart vehikel, Synatom, zodat het geld niet 'in rook opgaat' bij een faillissement. Maar Synatom is, op één 'gouden aandeel' van de Belgische staat na, een volle dochteronderneming van Electrabel. Bovendien mag Synatom tot 75% van de provisies teruglenen aan Electrabel. Daardoor staat een belangrijk deel van de nucleaire spaarpot momenteel geparkeerd in een investeringsfonds van GDF Suez in Luxemburg. Dat is geld dat België niet per direct kan opvragen.

Het uitgebreide artikel - het eerste van drie over 'Nucleaire erfenis' - staat in het meinummer van Eos-magazine. De reeks kwam tot stand in samenwerking met het Fonds Pascal Decroos voor onderzoeksjournalistiek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234