Woensdag 21/08/2019

Bekroning van lange carrière

Vijfde in Peking. Negende in Londen. Dirk Van Tichelt leek op zijn 32ste over zijn top heen. Maar met brons in de categorie tot 73 kilo sloot bij zijn olympische carrière groots af.

Eén zaak wist Dirk Van Tichelt al, nog voor hij gisteren op de tatami van Carioca Arena 2 stapte: dit wás het dan. Zijn derde en laatste Spelen. Hij is 32, dan heb je als judoka stilaan je pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Hij werd vijfde in Peking, terwijl hij op zoveel meer had gerekend. In Londen droop hij zelfs af met een negende plek. Ontgoocheld door zijn eigen blunders. In Rio wilde Van Tichelt in schoonheid afscheid nemen van het olympisch toneel. Niet glansloos zoals Charline Van Snick zaterdag al was overkomen. "Ik ga om goed te vechten", stelde hij. "Als ik een goede dag heb en alles zit mee, dan ga ik voor een medaille. Dat moet ook, anders heeft het geen zin om me op training zo af te beulen."

Niet alles zat mee. De loting, om maar wat te noemen. Na het kanonnenvlees genaamd Morad Zemouri trof hij in de achtste finales de Koreaan An. Eerste op de wereldranking in de categorie tot 73 kilo, de sterkst bezette gewichtsklasse bij de mannen. Veelzeggend, maar Van Tichelt bleef er gelaten onder: "De concurrentie is met de jaren alleen nog maar toegenomen. Vroeger had je al eens een enkeling uit landen zoals Kazachstan of Oezbekistan, nu zijn het allemaal profs. Pech maar het is niet anders. Eens we aan het gevecht beginnen, telt dat niet meer. Dan is het oorlog."

Vol ongeloof

An heeft het geweten. Ook al stond Van Tichelt zeventien plaatsen lager op de IJF-ranking, hij domineerde de Koreaan. Eén keer uithalen en dan afmaken, net zoals hij dat in zijn gevecht erna met de Rus Denis Iartcev deed. Een zege die de Kempenaar al verzekerde van een kans op een medaille. "Klopt, ik sta op twee kampen maar ik moet ze nog wel winnen. Het zal niet makkelijk zijn want Ono is wereldkampioen, maar ik ga ervoor vechten. Mijn Spelen zijn nu al geslaagd en als ik nog eens win, is de medaille binnen."

Zo makkelijk ging dat niet. Shohei Ono is niet toevallig de wereldkampioen. De Japanse judoka gaf Van Tichelt geen schijn van een kans. Na vier minuten lag hij hulpeloos op zijn rug. Het goud of het zilver, dat kon Van Tichelt vergeten. Maar er bleef nog brons over. Niets mis mee om de Spelen mee uit te zwaaien. Miklos Ungvari, dat was de man die eraan moest. Een generatiegenoot, drie jaar ouder, maar wel eentje met al olympisch zilver in 2012 op zijn cv.

Van Tichelt liet zich niet intimideren. Hij had nog geen twee minuten nodig om Ungvari met een armklem te verslaan. Van Tichelt sprong recht, handen voor de ogen, vol ongeloof. En dan dansend naar de uitgang, met de Belgische medaille om zijn schouders.

Brons. Eindelijk een olympische medaille. Een geweldige beloning voor een judoka die meer dan tien jaar terug onder een moeilijk gesternte aan zijn profcarrière begon. Want doe het maar, een hele generatie judoka's moeten opvolgen die de ene medaille na de andere won, die titels verzamelde alsof het Panini-stickers waren. Als het niet Ulla Werbrouck was, dan was het wel Gella Vandecaveye of Harry Van Barneveld. Johan Laats, of Cédric Taymans. En allemaal maakten ze elkaar beter, eerzuchtig als ze waren. Toen zij stopten en ook bondscoach Jean-Marie Dedecker er de brui aan gaf, dreigde de grote leegte, zeker bij de mannen.

Trainen in het krachthonk

Tot Dirk Van Tichelt aan de horizon verscheen, een product van de topsportschool. Een talent, mét de juiste ingesteldheid. Bereid om hard te trainen. Dat kreeg hij thuis van zijn ouders mee, die een varken- en runderboerderij in Brecht runnen. Tegelijk eisten zijn ouders dezelfde toewijding voor zijn studies én voor zijn sport. Dat deed hij. Twee keer per dag sloofde hij zich uit op training, ging hij naar het krachthonk.

Toen hij in 2008 zijn eerste titel greep (goud op het EK), negen jaar na Daan De Cooman, leek hij klaar voor de aflossing van de wacht, om het label 'wissel op de toekomst' definitief van zich af te schudden. Dedecker zag in hem zelfs een nieuwe Robert Van de Walle, maar Van Tichelt was de eerste om die onmogelijke erfenis te weigeren.

No way dat hij negen wereldtitels in zich had. Hij besefte als geen ander dat hij niet dát grote talent had om jaar na jaar voor de medailles te zorgen. Hij was onvoorspelbaarder, nooit een garantie. Hij zorgde zeker wel uitschieters - brons op de WK's van 2009 en 2013 en EK in 2015 - maar tussendoor vloog hij er vier EK's elkaar wel in de eerste ronde uit.

Aan dat imago van 'net niet wilde hij gisteren verandering brengen. Het is hem gelukt. Van Tichelt mag mee de geschiedenis in, vier jaar na Charline Van Snick. En België mag weer feesten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden