Donderdag 14/11/2019

Beknopt en prikkelend overzicht van het zelfportret in Londen

Hoe goed leren we een schilder kennen in een bedrieglijk genre als het zelfportret?

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Waarom schildert een kunstenaar zijn/haar zelfportret? Uit ijdelheid? Is het een gooi naar de onsterfelijkheid? Wil hij/zij zichzelf onderzoeken en beter leren kennen? Is het een visitekaartje, een staalkaart van het eigen kunnen? Leren we de kunstenaar er beter door kennen? Het zelfportret mag dan een geliefd genre zijn bij schilders en publiek, er zijn veel haken en ogen aan. In Londen loopt Self Portrait. Renaissance to Contemporary, een beknopt en boeiend overzicht in 56 zelfportretten. Van 1433 tot 2005, van Jan van Eyck tot Chuck Close.

Londen

Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

'Ik begin mezelf te schilderen als ik vastzit", zei schilder Sam Dillemans (40) onlangs over zijn zelfportretten, te zien in het Antwerpse Rubenshuis. Voor Dillemans zijn ze een middel, geen doel. Hij oefent zijn hand, hij verlegt zijn grenzen. Het zelfportret blijft kunstenaars dus fascineren.

Van Rembrandt, een van de zelfportrettisten bij uitstek, hangt in Londen het Zelfportret op zijn 34ste uit 1640. Een knap schilderij, maar zeker niet zijn indringendste portret. In de loop der jaren heeft de Hollandse meester zich van het zelfportret bediend om zeer uiteenlopende redenen. Aanvankelijk was hij vooral geïnteresseerd in een brede waaier van gelaatsuitdrukkingen, de 'tronies'. Bij wie kon hij die makkelijker aantreffen dan bij zichzelf, in de spiegel? Het model had hij bij de hand en het kostte niets.

Later ging hij licht en schaduw in zijn zelfportretten verkennen, daarna doste hij zich uit als oosterse vorst of als welgestelde burger. Het portret in Londen toont hem als zestiende-eeuwse burgerman, in kleren die enkele tientallen jaren vroeger modieus waren. Zijn pose is zelfverzekerd, zijn rechterarm rust op een houten balustrade en lijkt uit het schilderij te steken. Maar belangrijker dan de levensechtheid zijn de referenties die Rembrandt in dat schilderij stopt. Hij verwijst naar grote voorgangers als Rafaël en Dürer, Titiaan en de door hem aanbeden Rubens, die allemaal soortgelijke portretten van zichzelf hadden geschilderd. Rembrandt wou zich nadrukkelijk plaatsen in de rij van groten uit Noord en Zuid, en zichzelf tegelijk voorstellen als gegoede burger eerder dan als simpele handwerksman. Op het eind van zijn leven gooide hij al die ballast overboord en observeerde hij nauwgezet en berustend zijn eigen vergankelijkheid. Toen werden zijn zelfportretten spiegels van uiterlijk en innerlijk.

De vraag blijft hoe goed we een schilder kunnen leren kennen in een bedrieglijk genre als het zelfportret. Het vreemde schilderij van Johannes Gump uit 1646 zet aan tot nadenken. We zien de 'echte' schilder aan het werk, maar we zien hem alleen langs achteren. Geen gezicht, alleen zijn donkere haarbos. Hij kijkt links in de spiegel en rechts is hij zijn zelfportret aan het schilderen. Alleen in dat zelfportret kijkt hij ons rechtstreeks aan. Het mysterieuze schilderij draagt alle vragen in zich die het genre oproept, want er zijn duidelijk verschillen tussen zijn spiegelbeeld en het zelfportret dat hij schildert. De schilder zelf blijft onzichtbaar en onkenbaar, alleen door het geschilderde zelfportret communiceert hij met ons. Liegt hij de waarheid?

Maar er kan ook, zonder piekeren, gewoon genoten worden in de National Portrait Gallery. Bijvoorbeeld van de uitzonderlijk goed vertegenwoordigde vrouwelijke schilders: veertien portretten op 56. Zij vielen vaak op zichzelf terug omdat zij moeilijk toegang hadden tot (mannelijke) modellen - dat werd onzedig geacht - en al evenmin veel opdrachten kregen. De uiterst getalenteerde Artemisia Gentileschi (1593-1652) beeldt zichzelf uit als allegorie van de schilderkunst: een sterk portret, boordevol zelfvertrouwen. Ze zit midden in het scheppingsproces, palet in de linkerhand. Het licht valt op haar intense gelaatstrekken en ze geeft ons een inkijk in haar fraaie decolleté. Haar visitekaartje als mooie, zelfbewuste kunstenares.

De Hollandse Judith Leyster (1609-'60), leerlinge en evenknie van Frans Hals, schildert zich in vol ornaat aan de ezel. Ze kijkt ons aan alsof we ongevraagd zijn binnengevallen. Haar penseel wijst - toeval bestaat niet - naar het kruis van de lachende muzikant, een portret dat ze aan het afwerken is.

Er is voorts fijn werk te zien van Van Dyck, Jordaens, Velazquez en Reynolds. Willen de meeste portretten ons aanvankelijk nog overtuigen van hun levensechtheid, dan verandert dat naarmate we de twintigste eeuw naderen. In de laatste zaal zijn de boeiendste avonturen in verf te beleven. De vingerafdruk, de hand van de schilder, wordt, meer dan de beeltenis, de uitdrukking van het zelf. Bij Georg Baselitz (1938) is dat letterlijk te nemen: hij schildert met handen en vingers. Het is de persoonlijke zoektocht in de verf die naar het echte zelfportret leidt. Van een aarzelend geschilderd, kwetsbaar portret van Pierre Bonnard, over de kenmerkende flou artistique van Gerhard Richter tot de forse, felle borsteltrekken van Marlene Dumas; kijk naar de vurige haren en priemende blik. Opvallend is het statement van Jenny Saville (1970), die in een monumentaal schilderij haar al even monumentale blote rug naar de toeschouwer keert en opgesloten lijkt in haar schilderij. Haar lichaam als meedogenloos geschilderd landschap.

Misschien verbeeldt Andy Warhol in zijn Selfportrait (Strangulation) uit 1978 nog het scherpst dé paradox van het zelfportret. De kunstenaar streeft onsterfelijkheid na maar moet zichzelf daarvoor wel fixeren, opprikken als een vlinder, en een - levenloos - kunstwerk worden. Warhol laat zich wurgen in het schilderij.

Edvard Munch, die andere grote zelfportrettist, ontbreekt. Hij is in al zijn zieligheid en grandeur elders in Londen te zien. Munch raakt nog aan een andere paradox. Of een schilder landschappen, interieurs of groepsportretten maakt, gaat het niet altijd om zelfportretten?

Self Portrait. Renaissance to Contemporary tot 29 januari 2006 in National Portrait Gallery, St Martin's Place (Trafalgar Square), Londen. Dagelijks van 10 tot18 uur. Donderdag en vrijdag tot 21 uur. Info 0044-20/7312.2482 en www.npg.org.uk. Er rijden op weekdagen negen Eurostartreinen tussen Brussel-Zuid en Londen-Waterloo. Info 02/528.28.28 en www.eurostar.com.

Eindeloos Londen

De Britse hoofdstad mag dan duur zijn, er lopen op dit moment tien belangrijke tentoonstellingen. De reis waard, dus.

Rubens. A Master in the Making tot 15 januari in de National Gallery, Trafalgar Square. www.nationalgallery.org.uk.

Edvard Munch by Himself tot 11 december en China: The Three Emperors tot 17 april in Royal Academy of Arts, Piccadilly. www.royalacademy.org.uk.

Jeff Wall: Photographs 1978-2004 tot 8 januari en Henri Rousseau. Jungles in Paris tot 5 februari in Tate Modern, Bank Side. www.tate.org.uk.Degas, Sickert and Toulouse-Lautrec: London and Paris tot 15 januari en Turner Prize tot 22 januari 2006 in Tate Britain, Millbank. www.tate.org.uk.

Diane Arbus. Revelations tot 15 januari 2006 in Victoria and Albert Museum, Cromwell Road. www.vam.ac.uk.

Forgotten Empire. The World of Ancient Persia tot 8 januari in British Museum, Great Russell Street. www.thebritishmuseum.ac.uk.

André Derain. The London Paintings tot 22 januari 2006 in Courtauld Institute, Strand. www.somerset-house.org.uk.

(ER)

n Rembrandt,

Zelfportret op zijn 43ste (1640).

n Artemisia Gentileschi,

n Jenny Saville, Juncture (1994).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234