Woensdag 11/12/2019

Bek dicht, mainstream media

'Is dit een journaliste of een activiste?' De harde tweet van Theo Francken (N-VA) aan het adres van VRT-journaliste Marjan Temmerman deze week was geen losse flodder. Populistische politici zijn erop gebrand om kritische media onder vuur te houden. 'Journalisten mogen niet bang zijn. Kritiek is net een ereteken.'

In de Verenigde Staten is het conflict tussen Donald Trump en klassieke media als CNN en The New York Times behoorlijk uit de hand gelopen. Toen de nieuwe Amerikaanse president vorige week voor het eerst de Witte Huis-pers bij elkaar riep, beschuldigde hij CNN van fake news. Aanleiding was de onthulling dat de FBI en de CIA tijdens een eerste veiligheidsbriefing Trump hadden gewaarschuwd dat Rusland bezwarende informatie over hem hadden. Buzzfeed zou later berichten dat het over excentrieke seksuele escapades met Russische prostituees ging. Tijdens de fameuze persbriefing viel Trump CNN-verslaggever Jim Acosta aan. "Uw organisatie is verschrikkelijk. Een schande. U bent fake news."

De discussie over Trumps autoritaire optreden was nog volop aan de gang toen de nieuwe presidentiële woordvoerder Sean Spicer voor een extra rel zorgde door aan te kondigen dat er in de persruimte van het Witte Huis onvoldoende plaats was voor alle journalisten en dat bepaalde correspondenten geweigerd zullen worden. Professor Robert Reich, een éminence grise onder de opiniemakers, reageerde ontzet en haalde voor zijn doen snoeihard uit: "Enkel tirannen haten de vrije pers en snoeren journalisten de mond. Zij willen totale controle. Deze aanval is Trumps zoveelste poging om de pers te discrediteren en het publieke vertrouwen in journalisten aan te tasten."

Maar niet alleen in de VS steekt dit fenomeen de kop op. De manier waarop Geert Wilders journalisten publiekelijk schoffeert en verder enkel via Twitter en eigen filmpjes communiceert, is bekend. In Duitsland kondigde de extreemrechtse partij Alternative für Deutschland aan dat bepaalde media vandaag niet welkom zijn op een belangrijke persconferentie in Koblenz met andere Europese zusterpartijen waarop ook Geert Wilders en Marine Le Pen aanwezig zullen zijn. Met name gerenommeerde publicaties als Der Spiegel, Frankfurter Allgemeine en de Duitse openbare omroep ARD zijn ongewenst.

En in Vlaanderen was er deze week ophef over de tweet die staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) woensdagochtend de wereld in stuurde om zijn ongenoegen te uiten over het feit dat VRT-journaliste Marjan Temmerman volgens hem de begrippen vluchteling en migrant met elkaar verwarde. De N-VA'er zag daarin blijkbaar een charge tegen zijn beleid. "Is dit een journaliste of een activiste? Of is dat tegenwoordig hetzelfde op de VRT-redactie? Onvoorstelbaar." De harde tweet komt bovenop de publieke ergernis van N-VA-voorzitter Bart De Wever over een deel van het journalistenkorps en diens weigering om met bepaalde media te praten.

Techniek van de lege stoel

Gedonder tussen politici en media: dat is natuurlijk van alle tijden. In de Wetstraat lopen weinig journalisten rond die nog nooit 's ochtends uit hun bed zijn gebeld door een razende Guy Verhofstadt, een zwaar teleurgestelde Yves Leterme of een verongelijkte Groen-woordvoerder. Maar tegelijk heerst het gevoel dat er momenteel iets meer aan de gang is. Ervaren journalisten en politieke waarnemers hebben het over een bewust intentieproces van populistische politici om kritische media onderuit te halen.

"Het ongenoegen van politici over de media is op zich niet nieuw", zegt voormalig Terzake-ankerman Walter Zinzen. "Ex-minister Luc Van den Bossche (sp.a) omschreef ons ooit als media-inquisiteurs en het gebeurde weleens dat een politicus weigerde om nog langer met mij te praten. We lieten ons daardoor niet intimideren en hanteerden dan de techniek van de lege stoel.

Als een minister weigerde ons te woord te staan, plaatsten we een lege stoel in de tv-studio en verklaarden we tijdens de live-uitzending dat een minister niet het lef had om onze vragen te beantwoorden.

"Als ik me niet vergis, hebben we niet alleen voor Luc Van den Bossche maar ook voor diens partijgenoot Johan Vande Lanotte ooit een lege stoel moeten zetten. Ja, ook vroeger ging het soms hard tegen hard. Kijk maar naar de mislukte pogingen van Guy Verhofstadt om politiek commentator Luc Van der Kelen bij Het Laatste Nieuws weg te krijgen omdat die kritisch was voor de paarse regeringen. "

Zinzen voegt eraan toe dat hij op zich geen probleem heeft met kritische politici. "Een politicus die je boos opbelt om zijn of haar ongenoegen te uiten: dat moet kunnen, dat houdt je scherp. Zij hebben het recht om te schelden. Maar nu is er volgens mij toch iets meer aan de gang. Het grote verschil is dat sommige politici nu via de sociale media uithalen naar een journalist. Op zich is dat misschien minder achterbaks dan een boos telefoontje naar de directie of de hoofdredactie, maar toch lijkt het me van een heel andere orde.

"Plotseling worden duizenden andere mensen bij het conflict betrokken en dat kan zwaar aankomen voor een journalist. Komt daar nog bij dat er in zulke tweets vaak harde en beledigende woorden staan en dat er vaak geïnsinueerd wordt dat de media deel zijn van een groots complot tegen het volk. Dat is wel een gevaarlijk spel. Want door een journalist meteen als 'activist', of 'rode missionaris' uit te roepen, ondergraaf je op een gratuite manier zijn of haar geloofwaardigheid. Als politicus zou ik toch wel omzichtig omspringen met die aanpak."

Vervelende obstakels

Ook voormalig Knack-hoofdredacteur Rik Van Cauwelaert is ervaringsdeskundige op het vlak van ziedende politici. "Knack bracht ooit een artikel over de dubieuze manier waarop Noël Slangen communicatieverantwoordelijke van de Vlaamse liberalen was geworden. Slangen reageerde door puur op de man te spelen. Op televisie verklaarde hij dat onze berichtgeving gedreven werd door mijn vermeende afkeer voor de toenmalige paarse regering. Daar is toen een proces van gekomen dat Knack gewonnen heeft."

Nog een laatste roemrucht voorbeeld dat aantoont dat politici soms hun zelfbeheersing verliezen tegenover lastige journalisten, is dat van de clash tussen voormalig Buitenlandminister Karel De Gucht (Open Vld) en Le Soir-journaliste Colette Braeckman. In 2005 kreeg Braeckman te horen dat ze niet meer welkom was op de regeringsreizen van De Gucht omdat ze de liberale minister bij de Congolese president Joseph Kabila in diskrediet zou hebben gebracht. "De volgende keer smijt ik haar door het vliegtuigraampje", zou De Gucht zich in die periode hebben laten ontvallen. Het leverde hem een reprimande op van de Belgische journalistenbond waarna de Buitenlandminister zijn reisverbod snel weer introk: "Ik ben niet haatdragend", was de zinsnede waarmee het incident werd afgesloten.

Een Verhofstadt die uit zijn krammen schiet, een Daniël Termont die een beleefde doch kritische mail stuurt, de voormalige Amerikaanse ambassadeur Howard Gutman die van een beleefdheidsbezoek aan de redactie gebruik maakte om zijn onvrede te ventileren: allemaal demarches die tot het normale spel tussen pers en politiek horen. Maar de tweet-kanonnade die sinds een jaar zowel in Washington, Londen, Parijs als Brussel aan het knallen is, is van een heel andere strekking.

Met amper 140 tekens snijd je niet alleen in het vel van individuele journalisten, maar raak je ook iets delicaats en essentieels: de kritische journalistiek, zegt socioloog Luc Huyse (KU Leuven). "Er is een andere visie van democratie in opkomst. Leiders als Trump dromen van een modeldemocratie waarbij politici in rechtstreeks contact treden met de individuele burger. Middenveldorganisaties en ook de media worden in die visie als vervelende obstakels beschouwd en moeten daarom afgebroken worden. Vandaar dat politici als Trump, Wilders en bij ons Theo Francken zoveel tijd en energie steken in sociale media. Ze hopen op een bepaald moment zo veel volgers te hebben dat ze de klassieke media niet meer nodig hebben. Het huidige conflict tussen Trump-politici en de klassieke media komt eigenlijk neer op een gevecht voor de communicatie met de bevolking."

Gui Polspoel, ondertussen al bijna een halve eeuw journalist, wijst erop dat Twitter ons op dit vlak eigenlijk geen vooruitgang oplevert maar ons terug katapulteert naar de jaren 50, 60 en 70 toen kranten in handen waren van politieke partijen. "Van een kritische filter was toen geen sprake. Integendeel: liberaal zwaargewicht Frans Grootjans was hoofdredacteur van De Nieuwe Gazet en in De Volksgazet bepaalde socialistisch kopstuk Jos Van Eynde de editoriale lijn. Het is pas in de jaren 70 en 80 dat er een nieuwe generatie kritische en assertieve journalisten opstond die zich vooral liet inspireren door Nederland. Nu wendt Trump de sociale media aan voor twee doelstellingen: hij wil de kwaliteitspers in diskrediet brengen en tegelijk het model van veertig jaar geleden herinstalleren waarbij politici rechtstreeks met de kiezers communiceerden."

Dagenlang in het nieuws

Net als Luc Huyse ziet VUB-politoloog Dave Sinardet in de huidige mediakritiek een intentioneel proces om de geloofwaardigheid van kritische journalisten te raken. "Sommige reacties zijn emotioneel, maar dat men die emotionaliteit zo systematisch de vrije loop laat, geeft aan dat er ook een strategie achter zit. Zowel in de VS, Frankrijk, Nederland als België heb je politici die zich willen profileren als anti-elite en anti-establishment. Deze populisten beschouwen zich als de enige echte vertegenwoordigers van het volk en schilderen de klassieke media af als een elitair instrument dat aangevallen moet worden. Dat is populisme volgens de juiste definitie van het woord en dat vormt ook het grote verschil met vroeger: politici hadden af en toe zware kritiek op een journalist, maar nu maakt de systematische kritiek op de media deel uit van een ideologisch discours."

Sinardet wijst erop dat de N-VA zich wel in een wat ambigue situatie bevindt. "De partij domineert nu al enkele jaren in de Vlaamse en federale regering en behoort daardoor zelf tot het politieke establishment. Ooit klaagden N-VA'ers allerlei uitwassen zoals politieke benoemingen aan, nu doen ze mee aan die praktijk. Maar tegelijk blijven N-VA'ers als Bart De Wever en Theo Francken zich om electorale redenen als anti-establishmentfiguren gedragen. Op die manier eten ze van twee walletjes: ze nemen deel aan de macht, maar blijven de elite bekritiseren. Wel kunnen ze hun pijlen niet meer richten op de Vlaamse en federale regering. Tegenwoordig verwijzen ze naar Angela Merkel als de elite en beschrijven ze rechters als wereldvreemd. Ook de recente tweet van Francken tegen de VRT past in die logica."

Het voortdurend in diskrediet brengen van media omschrijft Sinardet als verontrustend. "Als je voortdurend zegt dat de media deel uitmaken van een complot tegen het volk, speel je met vuur. Je zal mij niet horen zeggen dat de media onfeilbaar zijn, en mediakritiek blijft meer dan ooit nodig. Maar in een democratie is het wel cruciaal dat er een onafhankelijke vierde macht is die toeziet op de werking van de politiek. De media moeten burgers informeren, op de hoogte houden van actuele debatten maar ook wantoestanden uitzoeken en aanklagen. Dat is essentieel voor een democratie."

Luc Huyse ziet in de manier waarop de N-VA journalisten diaboliseert eveneens een bewuste strategie: "De N-VA heeft Francken er op uitgestuurd om te zien hoe ver je te ver kunt gaan. Net als Trump weet Francken heel goed dat hij in een rode zone opereert. Maar al die tweets en sneren tegen de media leveren wel resultaat op: applaus van de eigen aanhang, media-aandacht, en je tegenstrevers worden gedwongen om te reageren en te achtervolgen. De baten van zo'n twittergedrag zijn er wel degelijk. Eigenlijk voegt Francken een dimensie toe aan wat De Wever al een paar jaar doet: die lanceert ideeën waarvan hij weet dat ze niet realiseerbaar zijn, maar hij slaagt er op die manier wel in om dagenlang het nieuws te beheersen."

Dictatoriaal aura

Maar er zijn ook stemmen die vinden dat de media de huidige kritiek aan zichzelf te danken hebben. Communicatie-expert en voormalig sp.a-woordvoerder Fons Van Dyck vindt dat journalisten te veel geëvolueerd zijn naar verhalenvertellers die feiten voortdurend vermengen met duiding en persoonlijke meningen. "De journalist is al lang geen waarnemer meer maar een soort selfmade antropoloog die de wereld op een eigenzinnige manier interpreteert. Vroeger hadden we alleen Paul Jambers die dat deed en dat was best interessant, maar nu is zijn aanpak de norm geworden en dat vind ik een gevaarlijke evolutie. De journalist is geen waarnemer meer maar een actieve en subjectieve participant. Objectiviteit is de uitzondering en we zijn in een wereld van verhaaltjes en meningen terechtgekomen die soms nog maar weinig met de realiteit te maken heeft. Je krijgt een reconstructie van de realiteit voorgeschoteld. En ja, dat zorgt soms dermate voor verwarring dat je in de leugen dreigt terecht te komen."

Een figuur als Trump past perfect in die journalistiek van verhaaltjes, zegt Van Dyck. "Door van zichzelf een megaverhaal te maken, heeft Trump dit spel heel goed meegespeeld. De meeste media vonden het verhaal machtig en maakten Trump almaar groter. En zo is Trump in een positie gekomen dat hij kan zeggen: 'Jullie kunnen niet meer zonder mij, wees maar braaf of ik leg jullie droog.' Zo gaat dat in een wereld waar feiten niet meer belangrijk zijn: daar regeren de leugen en de macht. De grens tussen story telling van journalisten en post-truth van Trump is flinterdun geworden. Wie geld, macht en invloed heeft in deze hybride arena, zal winnen. En ik vrees - jammer genoeg - dat de journalist de verliezende partij zal zijn."

Betekent dit alles dat de tijd van de kritische journalistiek definitief ten einde is? "Helemaal niet", zegt Luc Huyse. "Journalisten mogen zich niet neerleggen bij deze situatie. Kritische media blijven cruciale sluiswachters die de veelheid aan informatie kritisch moeten blijven doorlichten. Politici die denken dat ze met tweets kunnen besturen, dwalen. Wel is het belangrijk dat journalisten een zo hoog mogelijk professioneel niveau ambiëren: hun feiten moeten juist zijn. Als journalisten te snel en te slordig worden, verzaken ze aan hun maatschappelijke rol en maken ze zichzelf kwetsbaar voor kritiek."

"Journalisten mogen niet bang zijn", zegt Rik Van Cauwelaert. "Als je een goed journalist bent en je kent je vak, is het geen probleem dat politici kritiek leveren op je werk, integendeel: het is een soort ereteken. Een goed journalist moet ervoor zorgen dat hij niet alleen via politici maar ook via topambtenaren, experts en andere betrouwbare bronnen aan zijn of haar informatie raakt."

Interessant: CNN-baas Jeff Zucker zei deze week ongeveer hetzelfde over de aanvaring met Donald Trump: "Dat Donald Trump de afgelopen acht maanden geen interview aan CNN heeft gegeven, kan me niets schelen. Onze geloofwaardigheid is hoger dan ooit, onze kijkcijfers zijn hoger dan ooit en onze journalistiek is zelden zo goed geweest. Het is CNN die als geen ander in staat is om in alle hoofdsteden ter wereld het imago van Donald Trump te bepalen. Iemand die voor de rest van zijn leven met ons in onmin wil leven, maakt volgens mij een vergissing." En het is geen toeval dat The New York Times deze week tegen Trump en fake news in de tegenaanval ging met een advertentiecampagne voor "echte en originele journalistiek": "Unprecedented times, uncompromising journalism".

Van Cauwelaert: "Politici die onophoudelijk kritiek leveren op de media schieten zichzelf in de voet en meten zich toch wel een beetje een dictatoriaal aura aan. Boos worden is toch altijd een teken van zwakheid: het bewijst dat je geen echte argumenten meer hebt. Wie het zwaard hanteert, zal door het zwaard vergaan. Misschien moet ik dat even naar de 21ste eeuw vertalen: wie Twitter hanteert, zal door Twitter vergaan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234