Donderdag 27/01/2022

Bejaard en berooidin Roemenië

Verhalen over Roemenië gaan doorgaans over Ceaucescu, zigeuners, straatkinderen of danteske psychiatrische instellingen. Of een enkele keer over het feit dat de Roemenen volgens een studie van World Values Survey de ongelukkigste burgers ter wereld zijn, en dat niet minder dan zeven Europeanen op de tien het geen goed idee vinden dat dit land in 2007 tot de EU zal toetreden. De Morgen reisde naar het enige Latijnse volk in Oost-Europa om er met zijn bejaarden te praten. Met leraren, arbeiders en boeren, gewezen partijleden en huisvrouwen. Catherine Vuylsteke en Tim Dirven dronken in menige huiskamer tuica, zelfgebrouwen pruimenlikeur, terwijl ze verhalen optekenden over vroeger en nu.

Catherine Vuylsteke / Foto's Tim Dirven

Er wordt in de verhalen over zigeuners en psychiatrische instellingen nooit over gesproken: dat het de bejaarden zijn die de grote verliezers werden van Roemeniës revolutie van 1989. Zij zagen hun reële inkomen tot minder dan de helft gereduceerd worden en verdwenen grotendeels onder de armoedegrens. Ongemerkt, want hoe moet een burger die niet langer economisch-maatschappelijk actief is zijn of haar ongenoegen manifesteren?

Dat het voor de oudjes geenszins de goede kant op zou gaan, was nochtans te voorspellen. Voordat dictator Ceaucescu in 1989 voor de tv-camera's met een nekschot naar de Elyzeese velden verdween, zat het al fout, en sindsdien explodeerde het probleem.

Om de sociale zekerheid in evenwicht te houden hadden de werknemers - en al wie niet op school zat of bejaard was, had in socialistisch Roemenië een job - 21 procent van hun loon moeten inleveren. De bijdrage bedroeg evenwel slechts 14 procent, maar het tekort viel niet op omdat Ceaucescu uit het totale budget betaalde.

Een verkeerde inschatting, maar klein bier in vergelijking met wat na de revolutie van 25 december gebeurde. Roemenië wierp het juk af van het nationalistische socialisme, de Securitate, de honger en de elektriciteitspannes, en hoopte op vrijheid, welvaart en overvloed. 's Lands nieuwe machthebbers probeerden zich van de zegen van hun burgers te verzekeren door sinterklaas te spelen, zich aldus duchtig in de schulden werkend. Er werden massaal consumptiegoederen geïmporteerd, de rijen en de pannes verdwenen en de pensioengerechtigde leeftijd ging naar omlaag. In minder dan een jaar tijd kwamen er een half miljoen gepensioneerden en evenveel arbeidsongeschikten bij.

In de jaren die volgden, zette die trend zich door. Het aantal gepensioneerden steeg met twee derde terwijl het aantal bijdragers aan de sociale zekerheid met een derde afnam. Waren er in 1989 3,75 werkenden per bejaarde, dan was die verhouding een decennium later gedaald tot 1,1 actieve per gepensioneerde. De sociale zekerheid bleek een almaar slinkende koek, te verdelen onder steeds meer mensen.

De overheid nam in de jaren negentig tal van maatregelen, van een fikse verhoging van de bijdragen voor de sociale zekerheid tot een optrekking van de pensioengerechtigde leeftijd. Maar de belastingontduiking schoot de hoogte in, terwijl de controlemogelijkheden van de ontmantelde staat drastisch slonken. Ondertussen kelderden het bnp, de industriële productie en de levensverwachting en gierden de inflatie en de armoede. Mensen vertrokken - jongeren naar het buitenland, bejaarden de boer op.

Oma en opa gingen opnieuw aan de slag. Direct na de revolutie was nog slechts 5 procent van de gepensioneerden aan het werk, ondertussen is dat meer dan een derde. Ze babysitten, verkopen zelfgemaakte wijn of jam en wie kan, verkast van de stad naar het platteland. Daar bewerken bejaarde mannen en vrouwen een lapje grond, ze kweken kippen, konijnen en een varken en maken worst, kaas en tuica.

1Claudia (62) en Vasile (64) Marin. Zij: gepensioneerde tandheelkundig assistente, hij: gepensioneerde sportleraar, eigenaars van een flat in een buitenwijk van Boekarest. Pensioen: samen 5 miljoen lei (125 euro).

"U kunt het zich niet voorstellen, mevrouw", begint Claudia. "Ik heb vijfendertig jaar lang gewerkt voor het ministerie van Gezondheidszorg. Een waardig beroep toch, tandheelkundig assistente? Maar geen respectabel pensioen. Van de minder dan 60 euro die ik krijg, gaat er maandelijks 40 naar verwarming, (warm) water en elektriciteit. Het doet er niet toe of je veel of weinig verbruikt: er is maar één meter voor het hele gebouw, en alleen wie fortuinen verdient, kan het zich veroorloven individuele meters te laten installeren. Haast niemand dus.

"Zo komt het dat verschillende van onze bejaarde vrienden het onderhand zonder warm water moeten stellen. Als een paar mensen niet betalen, wordt de voorziening voor iedereen afgesloten. Precies daarom zijn appartementen in blokken waar veel bejaarden wonen goedkoper. Je loopt immers voortdurend het risico van afsluiting van verwarming of warm water."

Vasile probeert haar te sussen. Dat ze niet moet klagen, zegt hij zacht, maar hij wordt prompt naar de keuken gestuurd. "Mijn grote droom", gaat Claudia verder, "was om na onze pensionering te kunnen reizen naar het buitenland. Voor 1989 kregen we immers geen uitreisvisum. Alleen naar de Sovjet-Unie mochten we, maar daar wilde geen kat heen. Nu zijn er geen beperkingen meer maar ontbreken de centen." Dat ze vorig jaar toch naar New York is gegaan, werpt Vasile vanuit de keuken tegen. "Ja", antwoordt Claudia, "maar op de kosten van mijn meer dan dertig jaar geleden geëmigreerde vriendin. Als een schooier.

"We zijn teleurgesteld, het post-Ceaucescu-tijdperk heeft ons niets dan ellende gebracht. En weet u wat ons nog het meest stoort? Die fenomenale discrepantie tussen de pensioenen. Wie in 2002 met pensioen ging, ontvangt ongeveer twee keer zoveel als een man of een vrouw die in pakweg 1997 stopte met werken. Haast jaarlijks worden er nieuwe pensioenwetten ingevoerd, maar ze zijn nooit retroactief. Met pensioen gaan betekent in de vergeetput verdwijnen, geklasseerd en genegeerd worden. Neem mijn collega, die vorig jaar stopte met werken. Ze heeft evenveel dienstjaren als ik maar bijna dubbel zoveel pensioen.

"Toen we vroeger aan onze oude dag dachten, had dat iets idyllisch. Reizen, vaker naar theater, naar concerten, de bioscoop. Vorige maand kwam de beroemde Franse pianist Richard Clayderman naar Boekarest. Ik ben al jaren een grote fan, maar de goedkoopste kaartjes kostten 25 euro. Nu kan een mens zich af en toe wel een uitspattinkje veroorloven, maar een dergelijke aderlating zou toch waanzin zijn?

"Ik wil heus niet zeuren, maar ik wil niet thuis opgesloten zitten, wachtend op het kerkhof. Ik heb nog tien jaar om dingen te doen, iets voor het hoofd en het hart, maar waar moet je met een lege beurs naartoe?"

2Elizabeta Maria (69), weduwe en gepensioneerde economiste van de staatspetroleummaatschappij, is eigenaar van een flat in een buitenwijk van Boekarest. Pensioen: 70 euro.

"Ik heb altijd een erg drukke baan gehad, zo druk zelfs dat er geen tijd was voor kinderen. Maar we hadden het erg goed, mijn man en ik. Hij was ingenieur van opleiding maar had de ziel van een kunstenaar." Elizabeta toont trots zijn schilderijen, waarmee alle muren van het ruime appartement zijn behangen. Landschappen vooral, maar ook stillevens, en een hele collectie keramiek. Daartussen: kasten vol kunstboeken en veel dia's, van hun talrijke uitstapjes naar alle hoeken van het land. "Toen mijn man twee jaar geleden plots overleed, kreeg ik een beroerte. En zelfs na mijn herstel leek het alsof mijn leven in een groot zwart gat was verdwenen. Alleen het feit dat ik al een paar jaar een baantje had als boekhoudster bij de liefdadigheidsorganisatie Omenia heeft me rechtgehouden."

Elizabeta werkt op maandag en donderdag in Sector Vijf bij Omenia, een grotendeels door bejaarden gerunde ngo die allerlei diensten verleent aan verpauperde gepensioneerden. Er worden broden en levensmiddelen verstrekt, schoenen gerepareerd, huishoudtoestellen hersteld, kleren versteld, haar geknipt en leningen toegekend.

"Er zijn 15.700 leden", legt Elizabeta uit, "van wie er 4.500 moeten rondkomen met 1,5 miljoen lei (38 euro). Dat is in een stad als Boekarest onmogelijk. Die mensen moeten geld lenen om de winterverwarming te betalen, centen die ze dan in een half jaar tijd moeten terugbetalen, zo niet wordt er beslag gelegd op hun pensioen. Ach, u hebt ze vanochtend zelf gezien, de mannen en vrouwen die vaak meer dan een uur op de bus hebben gezeten - bejaarden reizen gratis - om toch vooral op tijd te zijn voor het levensmiddelenpakket. Treurig, toch?

"Ik heb niet de minste sympathie voor Ceaucescu, nooit gehad overigens, maar toch denk ik vaak met heimwee terug aan vroeger. Aan de wekelijkse uitjes naar theater, de tentoonstellingen, de feestjes bij vrienden. Met politiek hebben mijn man en ik nooit wat te maken gehad, we zwegen er in het bijzijn van anderen over, je wist immers maar nooit. Iedereen kon een verklikker zijn van de Securitate. Maar samen leefden we gelukkig in onze cocon van schoonheid, kunst en cultuur."

3Magdalena Bojenaru (61), weduwe en gepensioneerde arbeidster, huurt een kamer in een statig gebouw in hartje Boekarest. Pensioen: 32 euro.

Ze heeft het ons met tranen in de ogen gevraagd, beneden in de portiek van het herenhuis dat de organisatie Omenia betrekt. Willen we alstublieft naar haar huis komen, en met eigen ogen zien hoe verschrikkelijk het is bejaard te zijn in dit land? Ze woont op een kamer in hartje Boekarest. Of bijna: woonde, want ergens deze maand moet ze vertrekken. "Na dertig jaar, stel je voor. De eigenaars van dit negentiende-eeuwse gebouw emigreerden na de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland en vervolgens werden al hun bezittingen genationaliseerd en aan mensen zoals wij verhuurd. Mijn man en ik deelden dit vierkamerappartement met een hoogbejaard echtpaar. Echt lieve mensen, een beetje als ouders voor ons.

"Na de revolutie kreeg iedereen de kans om zijn of haar appartement te kopen. Die oudjes wilden evenwel niet en zelf hadden we niet voldoende geld, dus bleven we huren. Toen het echtpaar in 1998 stierf, begon voor ons de ellende. Er trokken zigeuners bij ons in, en dat waren vreselijke mensen. Vier kinderen, een gewelddadige man die meer dronk dan goed voor hem was, en altijd lawaai. Mijn man was toen al ziek en kon de drukte niet hebben. Toen ik hen op een avond andermaal vroeg wat stiller te zijn, zette die zigeuner me het mes op de keel.

"Dat was lang niet het enige probleem. Die lieden gebruikten gigantische hoeveelheden stroom en water en verborgen vervolgens de gezamenlijke rekening. Ik kwam daar pas achter toen de elektriciteit werd afgesloten, nu tweeënhalf jaar geleden. Er was een schuldenberg van 250 euro. Meer dan acht maanden pensioen. Een fortuin. Bovendien waren de laatste spaarcenten opgegaan aan de begrafenis van mijn man, vier jaar geleden.

"Die zigeuners werden er vorig jaar uit gezet, en ze namen zelfs het aanrecht mee. Nu doe ik bij kaarslicht de vaat in het bad. En als het dat nog maar was."

Magdalena veegt haar tranen weg.

"In 2000 werd een wet goedgekeurd waarbij oude eigenaars hun vroegere bezittingen opnieuw kunnen claimen en dat hebben die Duitsers uiteraard onmiddellijk gedaan. Prompt kwam er een rechtszaak: ik kreeg dik twee jaar de tijd om te vertrekken. In dit pand ben ik de enige huurder, de andere bewoners zijn eigenaar van hun appartement en hebben recht op compensatie, ik niet.

"Het probleem is evenwel dat ik met 38 euro pensioen niets kan vinden in deze stad, en naar mijn familie in het noorden van het land vertrekken is evenmin een optie. De enen hebben te veel kinderen, de anderen zijn zelf doodziek en verkeren in een precaire situatie. Ik wil best naar het platteland, werken voor de kost zolang ik gezond ben, maar waar moet ik heen?

"Tot wie moet ik me nu nog wenden? President Iliescu en prinses Margaretha heb ik een brief gestuurd, het stadsbestuur bezoek ik wekelijks, de directeur van Omenia klamp ik voortdurend aan. Ze kunnen niet helpen, zeggen ze. Het duurt nog hooguit twee weken denk ik, voordat ik er als een misdadiger door de politie uit wordt gezet. Met of zonder meubilair."

4Elizabeta Stanru (66), gepensioneerde arbeidster, arbeidsongeschikt verklaard in 1989. Haar echtgenoot is geestesziek. Ze zijn eigenaar van een krakkemikkig huisje aan de rand van Boekarest. Gezamenlijk pensioen: 89 euro.

"Bejaard zijn is een beproeving, ziek zijn een ramp", meent Elizabeta, en ze weet waarover ze het heeft. Vorig jaar nog moest een melanoom worden weggenomen en in 2000 had ze een ernstig galblaasprobleem. "Honderd euro wilden ze voor de operatie en het heeft me anderhalf jaar gekost om die bijeen te harken. Eerst betalen, zegt zo'n dokter, en dat je ondertussen pijn lijdt, is zijn probleem niet. 'Hoe sneller u bent, hoe sneller wij kunnen ingrijpen', concludeerde hij schaamteloos.

"Kijk, het is geen nieuw fenomeen. Ook onder Ceaucescu, toen de gezondheidszorg in theorie gratis was, kon je niet met lege handen aankomen. Maar in die tijd volstonden een kip, een paar flessen tuica, jam of worst. Nu wil men alleen bankbiljetten. U hebt er vast al over gelezen, over die zogenaamde crisis in de gezondheidszorg. Dat ze slecht betaald worden, de dokters, en dat soort dingen. Dat kan best, maar vertel mij dan maar eens waarom een specialist zoals de mijne drie auto's voor zijn villa heeft staan.

"In het ziekenhuis is het overigens net zo. Je betaalt iedereen, van de verpleegster die je pilletjes komt brengen tot de dokter op controleronde. We hebben grote schulden moeten maken en de medicijnen die ik nu levenslang moet innemen, kosten evengoed een arm en een been. We krijgen als gepensioneerden enige korting, maar dan betalen we nog 20 euro per maand. Ik hoef u wellicht niet te vertellen dat we sinds 1989 geen vlees meer hebben gegeten en zelfs voor een uitje met de kleinkinderen geen geld hebben."

5Olga Bejenaru (80), weduwe en huisvrouw, eigenaar van de garage van haar vroegere huis in een buitenwijk van Boekarest. Pensioen: 22 euro.

"U moet niet op de rommel letten, ik heb artrose in mijn gewrichten en die kou helpt niet. Bovendien ben ik helemaal alleen. Dat hebben zij zo gewild", zegt Olga, wijzend naar het grote huis van de buren. Ze heeft het zelf met haar man in de late jaren vijftig gebouwd, maar toen hij ziek werd, zagen ze zich genoodzaakt het te verkopen. Voor een prikje, "minder dan de prijs van twee pakjes sigaretten nu. Het idee was dat de zoon van de schoenlappersfamilie die hier is komen wonen door ons zou worden geadopteerd, omdat wij kinderloos waren. Maar de jongen wilde niet bij ons intrekken, in de garage die we tot woonkamer hebben verbouwd. Hij zou later komen, beloofde hij altijd, maar ik wacht nog altijd. Ze laten me gewoon creperen, sterker nog, ze verspreiden de wildste geruchten, als zou ik hen stiekem bestelen. Ik mag dan een arme drommel zijn, een dief ben ik niet. En ik doe wat ik kan. Elke zomer distilleer ik zelf wijn voor de verkoop, en ik maak jam. Daar kan ik de halve winter verwarming mee betalen.

"Alleen en verlaten zijn, mevrouw, ik wens het geen mens toe. Ik hoef ook op mijn familie niet te rekenen. Mijn enige zus woont in het oosten van het land, ze is ziek en heeft een berg schulden. Ach, ik wacht gewoon op de genade van God."

6Bela Vass (73), weduwnaar en gepensioneerde wiskundige van etnisch-Hongaarse afkomst. Woont in een luxueus bejaardentehuis in Cluj. Pensioen: 150 euro.

Dat hij het hier geweldig naar zijn zin heeft, zegt Bela, en onze tolk Silviu mompelt dat het hem niet verbaast. Hij hield het niet voor mogelijk dat dit soort luxueuze, nieuwe tehuizen in Roemenië bestonden. Met nauwelijks vijftien bewoners, Miele-apparaten in de keuken en meer dan voldoende personeel. Maar kwaliteit heeft zijn prijs: 200 euro betalen de zonen van Bela voor het verblijf van hun vader. Zij kunnen zich dat als makelaars van onroerend goed permitteren.

"Toen mijn vrouw vorig jaar plots overleed, ben ik nog een paar maanden thuis gebleven. Maar dat is voor een gedeeltelijk verlamde als ik haast onmogelijk. Daarom hebben de priester en mijn zoons samen deze oplossing bedacht. Prima, prima. Ik lees elke dag drie kranten, vooral wetenschappelijk nieuws, en leg het dan haarfijn uit aan mijn medebewoners.

"Net zoals ik in 1973 de eerste speciale klas voor moderne wiskunde stichtte en heel verwonderde reacties kreeg, leg ik nu aan mijn erg geïntrigeerde tafelgenoten uit wat Einsteins relativiteitstheorie inhield, wat er op Mars te gebeuren staat en hoe het klonen van dieren in zijn werk gaat. Erg leuk. Bovendien, zeg nu zelf, de verpleegsters hier zijn erg knap, niet? Over het eten hebben we evenmin klachten.

"Dat het gros van de Roemeense bejaarden zich geen verblijf in een tehuis als dit zou kunnen veroorloven? Ach, dat weet ik niet. Misschien hebben ze er ook geen behoefte aan."

De directie van het door de Duitse en Nederlandse reformistische kerk gesteunde tehuis vertelt ons dat meer dan driekwart van de hier wonende bejaarden van etnisch-Hongaarse afkomst zijn. Toegegeven, ze maken in deze hoofdstad van Transsylvanië bijna een kwart van de bevolking uit. Maar toch. "Het is erg simpel", legt Silviu uit. "Etnische Hongaren hebben de mentaliteit van migranten: ze zijn enorm solidair, denken vooruit en springen verstandig en spaarzaam om met hun centen. Wij Roemenen, het spijt me, vergeten elkaar en de dag van morgen en we spenderen 2 euro als we er 1 op zak hebben."

7Margareta Csiszer (90), weduwe van etnisch-Hongaarse afkomst en gepensioneerde maakster van plastic bloemen. Woont in een bejaardentehuis. Pensioen: 60 euro.

"Het is me niet aan te zien, ik weet het, maar ik droomde ervan in Parijs te studeren en operazangeres te worden. Ik kom uit een adellijke familie, maar toen mijn ouders scheidden en mijn moeder met de kinderen uit Boedapest naar Cluj verhuisde, liepen ook mijn dromen averij op. Toen kwam de Tweede Wereldoorlog en het socialisme, en voor ik er erg in had werkte ik bij een collectief bedrijf als vervaardigster van kunstbloemen. Wel heb ik decennialang in het informele circuit zang- en pianoles gegeven. En wie trouwplannen had, kwam meteen de bruidsbloemen bij me bestellen. Duizenden ruikers heb ik gemaakt, pas op mijn vijfenzeventigste hield ik ermee op." Margareta bleef zelf kinderloos, overleefde drie echtgenoten en voedde na de dood van haar zus haar drie neefjes op. "Voor hen kwam de revolutie geen dag te vroeg. Begin jaren negentig zijn ze vertrokken naar Hongarije, voorgoed. Dat land heeft zijn transitie veel beter aangepakt dan Roemenië. Economisch gaat het Hongarije onderhand voor de wind en over een paar maanden wordt mijn geboorteland zelfs lid van de EU", zegt ze met zichtbare trots.

Maar Roemenië zat in 1989 in een veel slechter parket dan Hongarije. Een kuur van 24 jaar Ceaucescu had het land bepaald geen goed gedaan. Roemenië had voor zijn aantreden een bnp dat 30 procent lager lag dan dat van Griekenland en Portugal, maar tegen 1989 was dat al 70 procent. Dat haal je toch niet gemakkelijk in? Margareta is niet onder de indruk. "Het enige waar ze hier in gegrossierd hebben, is nationalisme. Roemenië boven, tot in den treure. En dat is nog altijd zo. Kijk naar de burgemeester van deze stad: hij liet in 2001 zelfs de verlichtingspalen langs de wegen en de banken in het park in de nationale driekleur rood-geel-blauw schilderen. Om tegen ons, etnisch-Hongaren, te zeggen: dit is jullie stad niet. Bovendien ontkent deze Gheorghe Funar dat we haast een kwart van de bevolking uitmaken van Cluj. Is hij overigens vergeten dat deze stad tot aan de Eerste Wereldoorlog deel uitmaakte van Hongarije? Gemakkelijk scoren, dat is wat die lieden doen, maar de echte problemen aanpakken, zoals de werkloosheid en het gebrek aan kansen voor jongeren, dat doen ze niet.

"Ik protesteer daartegen op mijn eigen manier: ik weiger nog een woord Roemeens te spreken en dat is in dit tehuis geen probleem. Haast iedereen is etnisch-Hongaars en wordt door familie in het buitenland financieel gesteund."

8Dimitri (64), gepensioneerde legerchauffeur, woont in Ingritia, een klein dorp in de buurt van Cluj. Pensioen: 80 euro.

"We mogen niet klagen", zegt Dimitri, terwijl hij het zoveelste glas tuica ledigt. "Acht hectare grond, meer eten dan we op kunnen, een eigen auto en een appartement in de stad. Er vielen goede zaken te doen, net na de revolutie. Of tenminste: voor mensen die wat geld opzij hadden staan en tijdig werden ingelicht over interessante projecten. Zo heb ik via mijn vrienden in het leger in 1991 een flat gekocht in Dej voor de prijs van vier pakjes sigaretten nu. Noroc (proost, CV)!

"Weet u wat mij steeds opnieuw verwondert? Als buitenlanders naar Roemenië komen, willen ze het altijd hebben over de bloedige revolutie in ons land, waarvan aanvankelijk werd gezegd dat er 60.000 doden bij vielen. Het waren er uiteindelijk 'slechts' 1.100 en ze stierven in Timisoara en in Boekarest.

"Voor ons in de kazerne van Dej was de revolutie een vreemde belevenis. We moesten een maand lang in de kazerne blijven, waar we niksten, grappen maakten, tv keken en onder collega's Kerstmis en nieuwjaar vierden. Heel gezellig. Tegen de tijd dat we naar huis mochten, eind januari 1990, waren de leider, zijn vrouw en het communisme doodgeschoten. Of tenminste, zo leek het, want echt veel bleek er achteraf niet veranderd.

"We hoefden geen politieke meetings meer bij te wonen en geen opstellen meer te schrijven waarin we het regime prezen. Een aantal legerkopstukken werd vervangen en we konden hardop zeggen wat iedereen stilletjes allang wist: dat het communisme ons alleen te weinig eten en kleren en slechte levensomstandigheden had gegeven."

9Doina (62), gepensioneerde melkvrouw, woont in Ingritia. Pensioen: 9 euro

Zesentwintig jaar lang heeft Doina als melkvrouw bij de plaatselijke coöperatieve gewerkt. "We hadden het niet slecht, maar nu is het beter. We kregen in 1991 het land terug dat ons tijdens de collectivisering werd ontnomen en kweken nu schapen, varkens, koeien en kippen. Daarnaast hebben we een groentetuin en fruitbomen. We leven van het land en de vruchten van onze noeste arbeid en zijn tevreden. Dat schamele pensioen dient alleen om belastingen te betalen - ja, heus, zelfs of misschien vooral arme drommels als wij moeten afdokken. Met de rest kopen we sigaretten, thee, brood en olie. We doen wat we kunnen, en het is wat het is."

10 Ioan Onita (62), gepensioneerde depotchef van de spoorwegen. Woont in Salva, een dorp in Noord-Transsylvanië. Pensioen: 100 euro.

"Weet u wel hoe bijzonder dit dorp van ons is? Het behoort tot de zeldzame oorden die tussen 1958 en '62 niet, en dus nooit, werden gecollectiviseerd. Dat ging als volgt: een grootgrondbezitter uit het naburige Nasaud die zitting had in het parlement zorgde er met zijn connecties voor dat dit district in 1959 in de zogenaamde 'categorie zes' werd ingedeeld: die der moeilijk toegankelijke bergregio's die ongeschikt zijn voor grootschalige landbouw en waar collectivisering bijgevolg niet zinvol is." Ioan lacht hartelijk. Salva en Nasaud zijn geenszins bergoorden, ze liggen hooguit aan de voet van de noordelijke Karpaten. "Bovendien moet je weten dat het gros van de Roemeense bergstreken - alle dorpen in de zuidelijke Karpaten bijvoorbeeld - niet in die bewuste categorie belandden en onverdiend wél gecollectiviseerd werden. "Toen de collectivisering van heel Roemenië in 1962 'succesvol voltooid' genoemd werd, hadden wij nog eigen akkers en vee. Het was hier communisme light." Het boerenbedrog van Salva en Nasaud sorteerde evenwel het ongenoegen van de Roemeense leiders, en de inwoners van deze regio gingen voortaan als 'onwillige' tweederangsburgers door het leven. Elke familie werd een quotum opgelegd aangaande de verplichte levering aan de overheid van kippen, vlees, eieren, groenten en graan, maar op veel wederdiensten van de staat hoefden ze niet te rekenen. Hun kinderen vonden slechts met de grootste moeite de weg naar de universiteit en zelfs wie het zo ver schopte, kreeg een verre baalbaan toegewezen.

De enigen die wel op goede voet stonden met de overheid en zelfs op een voorkeursbehandeling konden rekenen, waren de partijleden. Het was zaak zich bij die in totaal drie miljoen zielen tellende club te vervoegen, en dat was precies wat de vlijtige en intelligente Ioan in 1977 deed. In datzelfde jaar schopte hij het tot depotchef van de kleine spooropslagplaats Ilva Mica, op zo'n 30 kilometer van Salva.

"Het was er geweldig. Waar het in het toenmalige systeem op aan kwam, was dat je over waardevolle ruilmiddelen beschikte. Ik had als chef de controle over de toevoer van elektriciteit en water naar Ilva Mica en kreeg grote hoeveelheden stookolie geleverd. Was de plaatselijke houtverwerkende fabriek niet in staat ons een lading hout te verstrekken? Tja, dan kreeg het bedrijf met een elektriciteitspanne af te rekenen. En als de plaatselijke broodbakkerij geen wit brood aan ons bezorgde, dan kwamen er technische problemen. Dan stokte de watertoevoer, bijvoorbeeld. U begrijpt dat men er alles aan deed om dergelijke situaties te vermijden. We hielpen elkaar, of zoals we dat in het Roemeens zeggen: de ene hand wast de andere.

"Het was uiteraard ook handig om over een ploeg werknemers te beschikken. Die stuurden we dan per trein naar Salva, zogenaamd om de waterpomp te controleren. Ondertussen bewerkten ze mijn land. Mijn vrouw zette hen 's middags stevige kost voor en 's avonds vertrokken de jongens tevreden huiswaarts met wat jam, eieren of tuica.

"Er zijn evenwel altijd mensen die je het geluk niet gunnen, en herhaaldelijk kwamen er anonieme brieven bij mijn oversten aan waarin 'laakbare praktijken' werden aangeklaagd. Maar ik had voortreffelijke relaties met mijn oversten. Ik kon hen immers altijd met levensmiddelen en andere goederen helpen en we begrepen elkaar. "Met de quotumcontrole was het net zo: we werden steevast gewaarschuwd voordat de inspecteur langskwam, die op basis van het aantal stukken vee bepaalt hoeveel je de overheid moet leveren. Op die manier konden we eventueel kippen, kalveren of varkens verstoppen. Vaak waren de controleurs onze vrienden. Je zei gewoon hoeveel vee je had en de man ging het niet controleren. Hij bleef lekker in de huiskamer tuica met ons drinken. Ja, het was een goed leven."

Voor een man als Ioan toch. Roemeniës communistische partij PCR werd in de volksmond niet voor niets 'pile, cunostinte, relatii' (corruptie, contacten, relaties) genoemd.

Ioan is in 1993 vervroegd met pensioen gegaan en het gaat hem nog steeds voor de wind. Hij heeft zitting in de gemeenteraad, is hoofd van de lokale voetbalclub en is de plaatselijke secretaris van een kleine politieke partij. "Ze noemen mij de éminence grise van dit dorp, omdat ik de beste contacten heb. Met de val van Ceaucescu is er immers niet zoveel veranderd. De administratie bleef intact. Mijn oude vrienden hebben nu hoge functies in het ministerie van Transport. Dat opent uiteraard mogelijkheden. Als mensen problemen hebben, komen ze mijn hulp vragen. Onlangs was er een dorpsjongen die zijn baantje als treinconducteur dreigde te verliezen omdat hij, zoals dat vroeger altijd ging, steekpenningen had aangenomen van reizigers zonder geldig vervoersbewijs. We hebben twintig kilo vlees meegenomen naar een oude vriend van me. Het baantje werd gered."

11Ioan Furcea (63), gepensioneerde schooldirecteur die uit de stad Bistrita terugkeerde naar het huis van zijn familie in Salva omdat ze in de stad niet konden overleven. Pensioen: 75 euro.

"Ik weet niet hoe we het gerooid zouden hebben als we dit huis en de velden niet hadden gehad. De enigen die in dit land een goed pensioen hebben, zijn - met een grote voorsprong - de politici en dan de militairen, de politie en de gewezen werknemers van parastatale instellingen zoals het spoor en de post. De rest krijgt een aalmoes."

Maar zou een overheid die dermate drieste besparings- en hervormingsmaatregelen moet doorvoeren en bovenal de knip op de beurs hoort te houden meer kunnen doen? Ioan windt zich op. "Schrijf het vooral op, mevrouw, opdat de wereld het weet, ze kunnen wél maar ze willen niet. Voortdurend wordt er over geldgebrek geklaagd, maar het is een kwestie van foute keuzes. De overheid geeft miljarden uit aan het in leven houden van bedrijven die in elk ander ex-Oostblokland al jaren gesloten zouden zijn. Een andere gigantische aderlating is het vijfhonderd leden tellende parlement, met zijn secretaresses, auto's, extra kantoren buiten de hoofdstad en God weet wat al niet meer. En kijk naar het aantal ministeries: Roemenië heeft er meer dan de VS. Bovendien is die dure bureaucratie niet eens efficiënt. Uit een recent onderzoek blijkt dat haar werkingscapaciteit 18 procent bedraagt. Ter vergelijking: in het toch evenmin uitblinkende Bulgarije is dat 46 procent.

"Een ander probleem is uiteraard het profitariaat. De miljoenen zigeuners die steun krijgen en geen fluit uitvoeren, en al die lieden met hun invaliditeitsverklaringen. Ik ken dokters die zo miljonair zijn geworden - in het begin van de jaren negentig sneeuwde het plots gehandicapten en arbeidsonbekwamen."

Ioan ziet evenmin verschil tussen het bewind van de gewezen communisten (1989-'96 en 2000-...) en dat van de anticommunisten (1996-2000). "Weet je wat verkiezingen voor ons betekenen? Een lichte stijging van het pensioen, net voor de stembusgang, opdat de zittende regering zich van je stem zou verzekeren. Zo is het elke keer gegaan.

"De meeste mensen laten zich gemakkelijk manipuleren, ze stemmen op de beste leugenaar. Intellectuelen doorzien dat vuile spel, maar talrijk zijn we niet. Er is overigens wel een verschil tussen de vroegere en de huidige (ex-)communisten. Ze stalen en stelen allemaal, zoveel is zeker, maar voor 1989 deden ze dat stiekem, nu gebeurt het openlijk. De gêne is weg. Met de corruptie is het net zo. Die heeft het hele systeem dermate doorkankerd dat de twee zogenaamd onafhankelijke anticorruptieorganen die nu zijn opgericht, niet meer zijn dan een doekje voor het bloeden. Zelfs als ze oprecht wilden, zouden ze niet verder raken dan de oppervlakte.

"In 1989 zei politiek commentator Silviu Brucan op televisie dat het twintig à dertig jaar zou duren vooraleer de transitie naar een vrije, democratische staat is gerealiseerd. Iedereen lachte toen en zei dat de man gek was. Inmiddels weet ik dat hij gelijk had."

12George Ceuca (73), gepensioneerde belastinginner in Salva. Pensoen: 30 euro.

"Ik ben tot mijn vijfenveertigste boer geweest, maar toen kwam het aanbod van mijn vriend de belastinginner om hem na zijn pensionering op te volgen. Je hebt altijd goede hersenen gehad, zei hij, en dat boerenwerk heeft je goed gedaan. Ik moest uiteraard wel partijlid worden, en dat vond ik niet echt een prettige gedachte. Maar toen hoorde ik dat het zo gemakkelijker zou worden om mijn kinderen aan de universiteit in te schrijven en dat ze daarna ook betere jobs zouden hebben. Alleen, tegen de tijd dat ze een diploma op zak hadden, brak de revolutie uit, sloten duizenden bedrijven en was een partijkaart geen aanbeveling meer.

"Ik zag mijn dochter naar Australië vertrekken. Hoe had ik haar moeten tegenhouden? Ik moet u zelfs eerlijk bekennen dat we zonder het geld dat ze ons toestuurt nauwelijks zouden rondkomen. Sinds mijn hartinfarct vorig jaar kan ik niet meer werken en met het aalmoes dat ze pensioen noemen, kom je nergens. Een verhoging? Daar spreken politici, of het nu ex- of anticommunisten zijn, elke keer net voor de verkiezingen over. En dan krijg je 2 procent meer en hoor je dankjewel te zeggen en vooral voor hen te stemmen.

"1989 heeft ons zogenaamd democratie gebracht en vrijheid, we mogen plots zeggen wat we willen. Het probleem is alleen dat niemand luistert, dat er geen werk is, dat alles peperduur is en het leven keihard. Ik begrijp dat de jongeren vertrekken, maar het vervult me met droefheid dat ze niet meer terugkomen. Dat is een reële verarming voor ons land. Want, dat weet u ook, het zijn nooit de stomsten die gaan."

13 Ilie Cotut (59), opzichter voor het ministerie van Openbare Werken, tot hij zich in 1994 arbeidsongeschikt liet verklaren. Vervolgens werkte hij als informele klusjesman. Woont in Salva. Pensioen: 75 euro.

"Je moet ons beschouwen als mensen die op de maan hebben geleefd, zo goed en zo kwaad als dat ging. In 1989 zijn we collectief naar de aarde gekomen, maar tijdens die reis ging het mis. Astronauten hebben een periode van aanpassing en gewenning nodig, ze moeten als het ware weer met de zwaartekracht leren leven. Die fase werd bij ons overgeslagen. We zijn met een harde klap neergekomen. Wij waren geconditioneerd om te gehoorzamen en vooral niet zelfstandig te denken. Wie geen goede robot was en zijn nek uitstak, kreeg geheid narigheid. Toen de vrijheid, de democratie en de markteconomie op ons neervielen, waren we niet in staat tot zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. We hadden dat immers nog nooit gedaan. Als we voor 1989, toen we nog stiekem luisterden naar Radio Free Europe, dachten aan vrijheid, geloofden we dat zulks betekende: minder werken, meer verdienen en vooral meer hébben. Stel je de teleurstelling voor die ons wachtte.

"Het heeft tien jaar geduurd voor we gingen begrijpen dat vrijheid en verantwoordelijkheid de twee zijden van dezelfde medaille waren, en terwijl dat proces aan de gang was, gingen we in alle opzichten pijlsnel achteruit. Daarin is nu langzamerhand verandering aan het komen. Het gaat de goede kant op, ik ben optimistisch voor de toekomst, maar ik vrees ze niet meer te zullen meemaken.

"Onze kinderen vertrekken, ja, zelfs de mijne, naar Italië. Maar ze komen heus wel terug. Niet West- maar Oost-Europa wordt de volgende groeiregio, onze boom komt nog wel. Bovendien vergeten mensen alleen waar ze vandaan komen als ze honger hebben en arm en gefrustreerd zijn. Als de de basisbehoeften eenmaal zijn vervuld, dan krijgen ze heimwee. Naar hier."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234