Dinsdag 14/07/2020

ReportageVogelaars

Begijn Le Bleu en Jogchum Vrielink gaan vogels spotten: ‘Het is Pokémon voor gevorderden’

Beeld Thomas Sweertvaegher

Begijn Le Bleu en Jogchum Vrielink proberen allebei hun passie voor het vogelen met zoveel mogelijk mensen te delen. De eerste heeft er net een boek over uit, de tweede stuurt zijn blijde boodschap via Twitter en Instagram de wereld in. ‘Vogels zijn perfect, er is geen soort die ik niet mooi vind.’

Grote karekiet. Meer dan die twee woorden zijn er niet nodig om het enthousiasme van Begijn Le Bleu met een forse ruk de hoogte in te stuwen. “Zit die hier? Fantastisch. Waar precies moeten we zijn om die te zien?” We staan aan de ingang van het natuurgebied Doode Bemde, in de buurt van Leuven. Het is de vaste vogelstek van Jogchum Vrielink, in het dagelijks leven grondwetspecialist aan de Brusselse Université Saint-Louis, daarbuiten vooral actief als natuurevangelist op Twitter en Instagram.

Begijn Le Bleu in een vogeluitkijkpost. ‘Er is geen enkele vogel die ik niet mooi vind.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Voor Begijn Le Bleu, comedian van beroep maar tegenwoordig steeds nadrukkelijker in beeld als amateur-ornitholoog, is het een eerste kennismaking met het gebied. Van de eerste vogelsoort waar Vrielink ons op wijst – een fazant – is hij niet meteen onder de indruk. Maar de vermelding dat er in de buurt ook grote karekiet te vinden is – een in onze contreien behoorlijk zeldzame rietzanger – zorgt ervoor dat Le Bleu meteen de Dijlevallei wil gaan verkennen.

De komiek stelt deze week zijn eerste boek aan de wereld voor. Fwiet! Fwiet! heet het, naar de gelijknamige podcast die Le Bleu al een paar jaar maakt. Het is een bundeling van verhalen met – uiteraard – vogels in de hoofdrol en de uitdrukkelijke bedoeling om bij de lezer de passie voor het vogelkijken aan te wakkeren. Dat is exact wat ook Vrielink beoogt. Met zijn foto’s die hij via Twitter en Instagram de wereld instuurt, leert hij zijn volgers de wondere vogelwereld kennen. “Ik zit in een vakgebied waarbij het altijd over omstreden thema’s gaat”, vertelt hij. “Nazi’s, homohaat, discriminatie... Noem maar op. Dat levert op social media veel gezeur op. Maar wanneer ik een foto van een vogeltje post, vindt iedereen dat leuk. Zelfs de extreemrechtse figuren die me normaal de huid vol schelden. Dat is weleens een leuke afwisseling.” 

Begijn Le Bleu (l.) en Jogchum Vrielink spotten vogels in de Dijlevallei.Beeld Thomas Sweertvaegher

Soepganzen

Mannen met een passie, dus. Al blijft de vraag wat die vogels nu precies zo fascinerend maakt moeilijk te beantwoorden, zo blijkt. Le Bleu: “Het heeft voor mij te maken met een soort perfectie die alle vogelsoorten hebben. Er is geen enkele vogel die ik niet mooi vind.” Vrielink: “Buiten misschien die half gedomesticeerde soorten. Ik heb het niet zo voor de soepganzen en de stadsduiven. Los daarvan zijn er zo veel dingen die het vogelkijken leuk maken. Gewoon al het feit dat je buiten bent. Weg van alles. Je hoeft niet eens zo veel vogels te zien. Al is er ook een soort verzamelwoede aan verbonden. Je wil ze allemaal. Een soort Pokémon voor gevorderden.”

Die fervente verzamelaars van vogelsoorten worden in het milieu twitchers genoemd. Mensen die meteen in de auto springen wanneer ergens te velde een zeldzaam exemplaar wordt gespot om het beest met eigen ogen te zien en weer een soort aan hun lijstje toe te kunnen voegen. “Twitchen is een beetje de fastfood binnen de vogelarij”, legt Vrielink uit. “Ik heb dat vroeger ook nog wel gedaan, maar tegenwoordig hoeft het niet zo nodig meer.”

Wat niet betekent dat beide heren louter in de eigen omgeving vogels spotten. Vrielink reed een paar dagen geleden naar Mortsel om daar een paar ransuilen op de gevoelige plaat vast te leggen. Le Bleu ging met hetzelfde doel kamperen in de tuin van een Vlaams-Brabantse vriend en laat het resultaat – een foto van een nog wat donzig uilskuiken - op het schermpje van zijn smartphone zien.

Killers

Le Bleu kiest ook zijn vakantiebestemmingen in functie van het aanwezige vogelbestand. Bij Vrielink ligt dat moeilijker. “Ik probeer het wel wat te sturen, maar mijn invloed blijkt meestal miniem. De aanwezigheid van een gezin werkt ook nogal storend als je vogels wil spotten. In theorie moet iedereen dan stil zijn en op afstand blijven. In de praktijk valt dat met een driejarige en een zesjarige in het gezelschap nogal tegen.”

Gelukkig zijn er ook andere mogelijkheden om over de landsgrenzen vogels te gaan kijken. Vrielink: “Als ik uitgenodigd word voor een buitenlandse conferentie, dan googel ik soms eerst even om te zien wat er qua vogels in de buurt zit. Als ik kan kiezen tussen een congres in Finland en een in pakweg Luxemburg, is de keuze snel gemaakt.”

Een uitgebreide verzameling gespotte soorten is niet de enige manier om indruk te maken bij collega-vogelaars, zo blijkt. Wie echt wil tonen dat hij een kenner is, kan zich maar beter bekwamen in het determineren van soorten. “Er is wat dat betreft wel een zekere competitiviteit”, geeft Le Bleu toe. “Je wil toch net iets sneller dan de anderen een soort herkennen. Maar je moet je plaats ook kennen. Er zijn niveaus in vogelarij. Als ik iemand tegen het lijf loop die het verschil ziet tussen een boomkruiper en een taigaboomkruiper dan kruip ik terug in mijn kot.” 

Le Bleu heeft nog een tip voor wie snel wil weten welk vlees hij of zij in de kuip heeft. “Begin eens over meeuwen. Dat zijn echte killers voor veel vogelliefhebbers. Het duurt soms drie of vier winters voor die hun volwassen verenkleed hebben. En telkens ze veren wisselen, zien er weer anders uit. Dat maakt het heel moeilijk om de verschillende soorten uit elkaar te houden.”

“Meeuwen maken in vogelmilieus duidelijk wie de jongens en wie de mannen zijn”, vult Vrielink aan. “Helaas ben ik er nooit echt goed in geworden.”

De verrekijker is een must voor elke vogelaar. 'Zelfs een doodgewone waterhoen ziet er door zo’n kijker fantastisch uit.' Beeld Thomas Sweertvaegher

Diepgevroren waterhoen

We zijn ondertussen aanbeland aan een van de vijvers waar een oorverdovend gekwaak uit opstijgt. “Meerkikkers”, weet Vrielink, die na wat speurwerk ook een paar exemplaren weet te spotten. Voor Le Bleu is het met die aandacht voor amfibieën dan al lang goed geweest. “Als jullie het over kikkers willen hebben, mij goed. Dan ga ik wel iets anders doen.” Een paar tellen later krijg ik zijn verrekijker in handen geduwd en wijst hij een waterhoen aan die in het midden van de vijver dobbert. “Weet je wat vogelen nog leuker maakt? Een goede verrekijker. Dat maakt die dieren nog mooier. Zelfs een doodgewone waterhoen ziet er door zo’n kijker fantastisch uit.”

Al is een verrekijker niet de enige manier om meerkoeten van dichtbij te bewonderen, zo schrijft Le Bleu in zijn boek. Daarin heeft hij het ook over de verzameling dode vogels die hij thuis in zijn diepvries zitten heeft. “Aanvankelijk bewaarde ik de dode vogels die ik vond voor de veren en de schedel. Maar sommige exemplaren vond ik te mooi om er zomaar de kop af te hakken. Ik heb die bewaard en gebruik ze nu tijdens de wandelingen met kinderen die ik geregeld begeleid in de Antwerpse natuurgebieden. Dan pak ik een diepgevroren waterhoen mee in een frigobox en haal die boven wanneer we op een afstand een levend exemplaar zien. 

“Meestal zijn dat de hoogtepunten van de wandeling. Die kinderen hebben zo’n beest nog nooit van dichtbij gezien. De poot van zo’n waterhoen is echt wel indrukwekkend, het heeft iets dinoachtigs, vind ik. Ik heb ook een kerkuil in de diepvries zitten. Maar ook gewonere dingen zoals een roodborstje of een groenling. Ook die zijn heel mooi wanneer je ze van dichtbij bekijkt. Alleen mijn vrouw is niet zo blij met mijn verzameling. Ze vond het op gegeven moment niet meer zo leuk dat die vogels naast haar soepgroenten lagen.” Vrielink herkent het gevoel. “Als kind durfde ik ook weleens dode beesten mee naar huis nemen. Die verstopte ik dan in een schuif onder mijn bed. Dat ging goed tot mijn moeder opmerkte dat het toch wel heel vreemd rook in mijn kamer en na wat speurwerk op een half vergane specht stootte.” 

Begijn Le Bleu (l) en Jogchum Vrielink. 'We moeten daar niet flauw over doen. Eigenlijk gaat het bijna met alle soorten slecht.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Nick Cave

Ondertussen heeft Vrielink een bruine kikker opgeduikeld. Een soort die het door de aanhoudende droogte heel lastig heeft, vertelt hij. Ook vogels hebben het de laatste jaren steeds moeilijker. Vrielink: “We moeten daar niet flauw over doen. Eigenlijk gaat het bijna met alle soorten slecht.” Vandaar dat Le Bleu en Vrielink hun publiek proberen te sensibiliseren. Door hen aan te zetten hun tuin net iets avontuurlijker in te richten, bijvoorbeeld. “Mensen laten me geregeld weten dat het hen maar niet lukt om meer vogels in hun tuin te krijgen. Wanneer ze dan een foto van de tuin in kwestie sturen krijg ik meestal een gigantische lap gras te zien met in het midden één paal met daarop een voederhuis. Natuurlijk komt daar geen vogel op af.” 

Het probleem is volgens Le Bleu dat we de neiging hebben om alles wat natuur is als gevaarlijk of hinderlijk te zien. Hij vertelt over een vriend van hem die op een Zuid-Franse camping Nick Cave tegen het lijf liep. Een dag later kwam Cave om zwembandjes vragen zodat hij met zijn kinderen het nabijgelegen meertje in kon. “Mijn vriend waarschuwde dat ze moesten oppassen voor de waterslangetjes die in dat meer leefden. Waarop Cave hem raar aankijkt en droog repliceert: ‘Snakes? I’m from Australia, mate.’  We staan in Vlaanderen aan de top van de voedselpiramide. Maar van zodra er van een beest ook maar een beetje dreiging uitgaat, trappen we het dood of proberen we het te verdelgen. Het is hoog tijd dat we daarmee ophouden.”

Ondertussen staan we opnieuw aan de ingang van het natuurgebied. Alvast een tip voor beginnende vogelaars: interviewen en vogels spotten is niet de beste combinatie. Van de grote karekiet was helaas geen spoor. Alleen de wespendief, die op gegeven moment boven ons hoofd cirkelde, is in de betere vogelkringen het vermelden waard. Dat er in de Doode Bemde nochtans wel degelijk uitzonderlijke soorten te spotten vallen, blijkt een paar uur later wanneer een mail van Vrielink de mailbox binnen valt. “Zal je altijd zien: vlak bij de Doode Bemde worden net 6 (ZES!) bijeneters gemeld. Dat is dus ook vogels kijken: hard vloeken om dit soort dingen.”

Het boek Fwiet, Fwiet is uitgegeven bij Sterck & De Vreese

Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234