Zaterdag 15/08/2020

'Begeerte heeft ons aangeraakt'

Op 1 mei bouwen de Vlaamse socialisten in Molenbeek hun eigen feestje, in de schaduw van de grote Franstalige broer PS. 'We hebben niets tegen de PS. Au contraire, ik ben vorige week nog naar een begrafenis van een kameraad geweest. En toch, ook hier onder kameraden hebben we veertig jaar moeten vechten voor onze taal en cultuur.' Vlaams socialisme in Brussel, het is net iets anders dan in Gent of Antwerpen. Maar het heeft een even lang verleden en een scherp geheugen. Aanhoor het verhaal van meneerke Jef (81), 'Agitateur Très Dangereux'.

MOLENBEEK

Van onze verslaggever

Filip Rogiers

Vlaamse socialisten in Brussel. Ze zijn met weinig. Ze staan doorgaans wat te blozen in de schaduw van de grote broer PS. Ter vergelijking: het aantal Brusselaars dat bij de parlementsverkiezingen van 1999 in het kanton Brussel zijn stem gaf aan SP en PS, bedroeg respectievelijk 1.562 en 8.553.

"We zijn toch allemaal kameraden", zegt Gustaaf. "Maar het is toch niet hetzelfde." Gustaaf begon in 1956 bij de Franstalige socialisten en stapte daarna over naar de Vlaamse kameraden. "L'ambiance est mieux ici", zegt hij. "'t Is hier veul plezanter."

Elk jaar houden ze hun eigen stoet(je). Van metrostation Zwarte Vijvers over de markt van Molenbeek naar hun volkshuis, Randstad. Een Vlaams, rood hol in de gemeente van Philippe Moureaux (PS). Wie mee opstapt in de stoet krijgt een papiertje mee met de tekst van de Internationale erop, in twee talen. Er zit een behoorlijk verschil op. Zingen de Franstaligen ietwat miserabel "nous ne sommes rien, soyons tout", bij de Vlamingen wordt dat: "Begeerte heeft ons aangeraakt." Henriette Roland Holst was dan ook stapelverliefd op 'rode' dichter Herman Gorter toen ze de Nederlandse tekst van de Internationale schreef.

"Grote liefde is het niet, tussen SP en PS hier", zegt Gilbert, voorzitter van de culturele bond, gegroeid uit de SP en genoemd naar Herman Teirlinck, die jarenlang in Molenbeek woonde. "Een paar jaar geleden is er een poging geweest om cultureel samen te werken. We zouden samen een feest organiseren. Maar nog tijdens de voorbereiding ervan liet Philippe Moureaux weten dat 'de tijd er niet rijp voor was'."

"We zijn socialisten, we zijn voor de communautaire vrede", zegt Léon Van Belle (63), gemeenteraadslid in Jette en ondervoorzitter van Sociale Woningen. "Maar we hebben wel altijd moeten vechten voor de verdediging van onze taal en cultuur. Veertig jaar heb ik erover gedaan om de Franstalige kameraden duidelijk te maken dat het tamelijk beledigend is om op plechtigheden van de beweging een Franstalige enkele woordjes Vlaams te laten brabbelen. Bert Anciaux is een goede aanwinst voor de SP.A. Veel kameraden hadden het moeilijk met de komst van Spirit, maar in Brussel toch iets minder. Ook wij hadden het niet begrepen op zwarten, maar bij de VU was het kaf al van het koren gescheiden toen Spirit bij ons kwam."

De SP-afdeling Molenbeek (de "a" van anders wordt nogal eens ingeslikt in dit gezelschap) had het niet zo begrepen op Patrick Janssens. Al hield ouderdomsdeken en peetvader van het socialisme in Molenbeek Jef Demulder (81), zeg maar meneerke Jef, op het congres waar Janssens werd ingezworen als voorzitter een zeer emotionele toespraak om de verjonging van de partij te aanvaarden. En dat begint eindelijk ook te lukken in Molenbeek. Sinds kort is er een actieve kern van Animo, de jongerenafdeling van de SP.A. En de voorzitter, Jean-Claude Mertens, is een dertiger. Het kan, het mag, het moet. Vinden de zestigplussers, het gros van de 198 leden. "Mijn tijd en die van Rufin Grijp en Robert Garcia is voorbij", zegt Léon. "Het is goed dat de opvolging verzekerd is." Al wringt er iets, zoals bij vele oude socialisten. Dat hun partij in de regering zit, dat hun partij zich na de klap van 1999 en dankzij Steve Stevaert herstelt, vinden ze het beste nieuws sinds jaren. Maar dat de SP.A het economische tij niet kan keren, dat de partij mee tekent voor de liberalisering van allerlei overheidsdiensten, steekt. Léon is gewezen postier, opgeklommen van postbode tot controleur van de postdiensten en cabinetard van minister van PTT Freddy Willockx.

"'Léon', zeggen oud-collega's mij, van gewone postbodes tot postmeesters. 'Wat ze hier tegenwoordig allemaal binnenhalen, jonge universitairen die van de posterijen nog het begin niet kennen.' Ze zijn nodig natuurlijk, voor de informatica en andere noodzakelijke moderniseringen. Maar laat ze wel van de ziel van de job afblijven. Postiers zijn kameleons. Ze spreken een heel aparte taal. Ik ken hier alle straten. In het ene huis kon je meepraten met een werkmens, in het andere met een advocaat. Je sprak Vlaams, Frans, Brussels en op den duur ook een woordje Turks."

"De geschiedenis die hier samen staat", zegt Molenbeeks SP.A-voorzitter Mertens, "het is niet min."

Er is een tijd geweest dat socialisme niet hip was. Dat het carrières brak of zelfs levens. Meneerke Jef staat er nog, in Randstad, maar het heeft niet veel gescheeld. Jef is oud-weerstander, maar verspeelde het respect van de Belgische staat toen hij zich in de Koningskwestie gooide. En bijna een oog, toen hij enkele jaren later de schoolstrijd aanging. "Het volkshuis in Opwijk lag in dezelfde straat waar de katholieken hun clubhuis hadden. Toen ik na een betoging terugkeerde naar ons lokaal, stonden de katholieken mij met een man of vijftig op te wachten. Plots vloog er een steen door de ruit van mijn auto. Onze kameraden stormden op de katholieken af, maar dat heb ik niet meer meegemaakt. Ik werd afgevoerd naar de kliniek. Meer dan honderdtwintig glassplinters zaten er in mijn oog. Het gros ervan hebben ze er uitgepeuterd, de rest moest er uitzweten. Elke dag kreeg ik een druppel opium in mijn oog. Sindsdien draag ik een bril."

Ook die sneuvelde nog een aantal keren bij de betogingen tegen de Eenheidswet van 1960 en 1961. Hard tegen hard. "Ik stelde mijn eigen ploegje samen, mannen met harde vuisten, maar altijd gedekt door de partijtop, door Toine Spinoy (oud-minister Antoon Spinoy, 1906-1967, FR). Zoals tijdens de Koningskwestie wilden we de elektriciteit in de hoofdstad platleggen. We hadden daar détonateur en zeep voor nodig. Semtex, wij noemden dat zeep. Om elektriciteitspalen mee om te leggen. Ik sliep in het volkshuis. Elke dag ging ik betogen met een vermomming, ik wist dat ik gesignaleerd was. Op een dag volgden twee mannen mijn vrouw naar het volkshuis, toen hebben ze mij geklist.

"In de gevangenis kreeg ik het bezoek van Hendrik Fayat (Molenbekenaar en een notoir socialistisch flamingant, 1908-1997, advocaat, schreef in 1935 als eerste zijn stageverslag aan de Brusselse balie in het Nederlands, FR). 'Jef', zei hij, 'ik moet u iets vertellen. Wist ge dat ge bij de staatsveiligheid al sinds 1945 een dossier hebt?' Hij heeft ze mij laten zien. Een dikke, grijze map. Met op de kaft in grote letters: 'Agitateur Très Dangereux'. Toen ik weer op vrije voeten was, heb ik al mijn decoraties teruggestuurd." Meneerke Jef hapert. Zijn ogen worden roder dan de vlaggen in de zaal. Op 1 mei weent hij gemakkelijker dan op alle andere 364 dagen van het jaar. Om wat was en niet meer is, en toch nog wel. "Mijn vrouw, ze is er niet meer bij. Ik mis haar zo op een dag als vandaag". Ze schreef het voor Gorter, Henriette, maar op 1 mei neuriet meneerke Jef het voor de beweging en voor hààr. "Begeerte heeft ons geraakt."

Emopolitiek bij de socialisten? Het bestond al lang voor Bert Anciaux.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234