Zondag 09/08/2020

Beethoven en Shakespeare voor een partijvoorzitter

In vroeger tijden hielden machthebbers eraan zich te omringen met kunstenaars en filosofen. Sommigen meer dan anderen, en naargelang voorkeur en interesse verzamelden zij schilders, beeldhouwers, dichters of filosofen rond zich. Da Vinci combineerde alle disciplines aan het hof van François I in Fontainebleau. Denkers konden onthoofd worden, zoals Thomas More door Henry VIII, schrijvers belandden op een zijspoor, zoals Molière bij Louis XIV na diens Tartuffe. Shakespeare kon op bevel van Elizabeth I uit Richard II de scene schrappen, waarin hij afstand doet van de troon, omdat in een absolute monarchie de troon nu eenmaal niet wordt afgestaan (niets nieuws onder de Arabische zon). Mozart werd dan wel nooit hofcomponist onder Jozef II omdat de routineuze Salieri meer handelbaar was, maar mocht uiteindelijk toch Beaumarchais’ verboden Figaro’s bruiloft op muziek zetten.

Kortom, zelfs in autoritaire machtsstructuren bestaat de behoefte aan een wisselwerking (of wat plechtiger: dialectiek) met kunstenaars en redenaars die alternatieven naar voren schuiven, vragen stellen en kritiek uiten, al was het langs de hofnar om. Die dialectiek heeft uiteindelijk geleid tot de vrijheid van meningsuiting die sinds de geboorte van republiek en parlementaire democratie geldt als grondrecht.

Tweeduizend jaar eerder hadden de Griekse stadsstaten, Athene op kop, bij de inrichting van hun Polis al begrepen dat die dialectiek nodig was. Het Griekse theater stond model voor een politiek theater waarin alle vragen van de condition humaine werden behandeld: het natuurrecht tegenover het staatsrecht in Antigone, de noodzaak van een opperste gerechtshof in Oresteia, de gevaren van het imperialisme in De Perzen en Oedipus leert dat iedere machthebber, hoe populair ook, ooit een zondebok wordt. In de 38 Griekse tragedies die ons bekend zijn leren we meer over machtstructuren en -mechanismen dan in duizenden WikiLeaksdocumenten.

Autoritaire reflex

De kwaliteit van een democratisch bestuur kan ook nog vandaag worden afgelezen aan de manier waarop machthebbers met die wisselwerking tussen hun beleid en de vragen van kunstenaars en denkers omgaan. Fascistische, stalinistische of religieuze regimes wijzen die mogelijkheid radicaal van de hand, op straffe van vervolging, verbanning of dood. Zij verbranden boeken en sluiten als dat nodig is theaters (ik denk aan de puriteinse revolutie van Cromwell, enkele jaren na de Globe van Shakespeare). In zulke staten hebben kunstenaars slechts de heersende doctrine te verdedigen en te bezingen.

Als in het Vlaamse parlement dan een vraag opduikt naar het inhoudelijke beleid van een kunstinstelling als de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel, zoals onlangs is gebeurd, is het goed de oren te spitsen. Zo’n vraag hangt bijna onvermijdelijk samen met een autoritaire reflex, en N-VA is hoegenaamd niet de enige partij die er zich aan bezondigt. Veel politici blijven uitgaven voor kunst en wetenschappelijk onderzoek als een gunst beschouwen, in plaats van als noodzaak. We spreken niet toevallig van militaire uitgaven en cultuursubsidies. Maar als we bedenken dat cultuur en beschaving verankerd zijn in de verklaring van de rechten van de mens, terwijl een oorlog zelden tot die rechten bijdraagt, merken we hoe vrijblijvend we in het parlement omgaan met cultuur. (Wie wil weten of onze militaire uitgaven voor de ‘rechtvaardige’ oorlog in Libië te verantwoorden zijn, leze het toneelstuk De kinderen van Herakles van Euripides.)

Over kunst en cultuur blijft verwarring heersen. Kunst moet worden aangeleerd zoals taal en algebra, maar dat is niet veel moeilijker dan golfen - een spelletje waaraan de rijk geworden klasse in Vlaanderen veel tijd besteedt. In een consumptiemaatschappij is het uiteraard niet moeilijk om kunst af te doen als appendix, maar in een beschavingsgemeenschap is en blijft ze van levensbelang. Kunst is daarom géén massaproduct: niet iedereen moet van hetzelfde kunstwerk genieten maar iedereen moet wél de kans krijgen door opvoeding en informatie alle kunstwerken binnen handbereik te hebben.

De Griekse tragedies, Shakespeare, Mozart en noem maar op: de traditie is er om te koesteren én te kneden opdat ze ons kan voeden. Net als brood. De culturele canon omvat alle kunstwerken die ons vandaag helpen leven, zoals André Malraux dat mooi formuleerde, van arbeiders - die kunst dikwijls beter aanvoelen dan intellectuelen - tot politici. Want de knapste boeken, tentoonstellingen, theaterstukken stellen de politiek van de machthebbers in vraag. Aan politici om ermee in dialoog te gaan, in plaats van ze af te doen en te interpreteren als een aanval. Dat vraagt wederzijds respect tussen kunstenaars en politici.

Huizen als de KVS proberen juist op die maatschappelijke snijvlakken te werken. De parlementaire vraag van dat N-VA-lid was niet zomaar een probleempje, maar feitelijk ‘grondwettelijk ontoelaatbaar’: de vraag miskent de procedure van de besluitvorming binnen een culturele instelling. Mag ik erop wijzen dat cultuurinstellingen over raden van beheer beschikken, die zowel financieel toezicht houden als de artistieke onafhankelijkheid tegenover de subsidiërende overheid waarborgen? Die vergadering is de uitgelezen plek voor kritische vragen, waarop de directeur dan kan antwoorden. Dat Jean-Pierre Rondas namens N-VA zal toetreden tot de bestuursraad van de KVS, betekent dat die partij daar ook een stem krijgt. In principe is dat geen slechte zaak, zolang bestuurders hun mandaat niet invullen op een manier die de artistieke onafhankelijkheid bedreigt.

Onder alle kunstvormen neemt het theater, in al zijn vormen van muziek, poëzie en dans, een geprivilegieerde plaats in omdat het twee groepen samenbrengt: toeschouwers en spelers. Ze zijn op elkaar aangewezen om met elkaar te communiceren, en dat kan gaan van agressieve afwijzing tot gevaarlijke idolatrie.

Het theater verdient een apologie, in Vlaanderen zowel als in de rest van de wereld. Wanneer onze huidige informatiemaatschappij revoluties mogelijk maakt tegen roestige staatsregimes, hebben we het theater nodig om te weten wat we met die revoluties willen bereiken. Juist daarom moet men zich niet willen verzetten tegen een theater dat stromingen analyseert en maatschappelijke situaties schetst, dat onze beschavingen kan omwentelen.

We leven in woelige tijden, die de wereld zullen veranderen. We hebben de kunst nodig om dat te kunnen verwerken. Enkel door de kunst en het theater kunnen we vermijden dat politieke strekkingen die angst van het volk uitbuiten zich doorzetten. Fascisme is als de pest, een altijd verder levende bacterie, die altijd opnieuw en vooral in moeilijke tijden weer kan opduiken zoals Rob Riemen het juist heeft geformuleerd.

Verzet nodig

Daarom moeten we ons verzetten tegen alle pogingen, die het theater en de kunst tot populistisch amusement willen herleiden, “omdat het volk ervoor betaalt”. En natuurlijk zijn het de grootste kunstenaars zoals Shakespeare, die de meest tragische situaties zo kunnen voorstellen dat ze ons niet kapot maken maar tot nieuwe inzichten inspireren. Shakespeare kon luisteren naar de dichters, die de straten bevolken en die vanuit hun sociale situatie kunstenaars werden zonder het zelf te beseffen, zoals de grafdelver in Hamlet, of denk aan Leporello in Don Giovanni, de nar in Wozzeck of de idioot in Boris Godounov.

Het theater zou ook Bart De Wever en zijn N-VA kunnen inspireren. In zijn Romeinse tragedies heeft Shakespeare fantastisch geschreven over Coriolanus, de onverbiddelijke staatsman die geen enkel compromis aanvaardt tot zijn moeder hem wijst op de fatale gevolgen die zijn houding kan hebben voor de republiek in de toekomst. Beethoven maakte daarvan en prachtige ouverture: de fortissimoakkoorden van het begin worden twee stille pizzicati op het einde.

Als je dat leest en beluistert, begrijp je waarom Coriolanus een groot staatsman werd, een tragedie van Shakespeare waardig.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234