Donderdag 24/09/2020

Beesten van angst en pijn

In Neem en eet, dit is je lichaam toont filosoof Frank Vande Veire tot welke excessen ons verlangen naar het genot leidt. Het bloedt aan alle kanten.

Frank Vande Veire

Neem en eet, dit is je lichaam

Sun, Nijmegen, 372 p., 34,90 euro.

Op een regenachtige namiddag ergens in de vroege jaren negentig, in een groezelige bioscoop in een voorstad van Parijs, monteerde men de spoelen van een klassieker uit 1975 op de ronkende projector - een verschrikkelijke film, zo was ons verteld. Bij het begin van de vertoning was ongeveer de helft van de rode, fluwelen stoeltjes gevuld, maar op het apocalyptische dieptepunt van de schandaalfilm bleven er maar enkele toeschouwers over. Gedegouteerd, ontgoocheld of zelfs verveeld: de meesten hadden de zaal verlaten, nog voor de afsluitende martelscène.

Ook vandaag blijft Pasolini's Salò een van de extreemste ervaringen in cinemaland. De verfilming van Les 120 jours de Sodome van Markies de Sade is in staat een verpletterende indruk na te laten, niet zozeer wegens de obsceniteit, maar vooral omdat het moeilijk is om dit soort radicaliteit een plaats te geven. Vier fascisten die zestien mooie adolescenten in een villa gevangen zetten om hen te vernederen, te folteren en - jezus - stront te doen eten? Dat is van een horror die letterlijk ongenietbaar is.

In zijn indrukwekkende essaybundel ruimt de Gentse filosoof Frank Vande Veire niet minder dan 155 pagina's in om deze misselijke film een plaats te geven in ons universum, dat vaker sadistisch is dan we willen toegeven. Het essay neemt niet alleen door de lengte een centrale plaats in, het zet ook de toon voor andere stukken. Die gaan, bijvoorbeeld, over de kritiek van Nietzsche en Dostojevski op de moderniteit die nog altijd onze tijd is, waarin de mens verschijnt als "een wezen dat fataal gericht is op een grillig, onzinnig genot". In een andere analyse ziet hij bij Kafka's interpretatie van het homerische Sirenenverhaal de veilige consumptie van de moderne mens opduiken: "Odysseus is de eerste toerist: hij wil ontroerd worden en wil dus eigenlijk niet echt ontroerd worden." De toerist wil doorgaans zijn leven niet op het spel zetten, en dat staat de echte ervaring in de weg. Nog een ander stuk heeft het over niet minder dan het verband tussen waarheid en poëzie "in een tijd waarin het goed staat [...] om je revolver te trekken als je alleen al het woord 'waarheid' hoort".

Het artikel over Pasolini geeft meteen een idee van de methodes die Vande Veire zal gebruiken. Te weten: géén. Op het eerste gezicht, althans, heeft de schrijver geen plan. Hij weet niet waar hij zal uitkomen. Niet alleen het Pasolini-essay, maar ook alle andere zijn klassiek in de zin dat ze steeds opnieuw proberen om een 'geraaktheid' of een 'gegrepenheid' onder woorden te brengen en steeds opnieuw daarin mislukken. Dat is meteen ook een van de belangrijkste redenen om dit confronterende boek te lezen: de koppige weigering van de auteur om 'afgeronde' stukken te maken, teksten die een 'punt' hebben, die samenvatbaar zijn in een paar heldere gedachten waarmee men de dag mee kan doorkomen. Wie stoplappen zoekt voor zijn eigen onvolkomenheden, wie op zoek is naar gemakkelijke verontwaardiging of comfortabele meningen, moet dit boek aan zich laten voorbijgaan. Dit boek bloedt aan alle kanten. Daar leeft het van. De intellectueel, zo schrijft de intellectueel, is er "om de mensen te leren lijden aan de toestand".

Dat de teksten niet meteen een punt lijken te hebben: het is wellicht een vreemde aanbeveling voor een boek. Maar laat dat nu net de verborgen agenda zijn van Neem en eet, dit is je lichaam. Er zijn veel andere lastige filosofen die zijn denken bespoken, maar Vande Veire behoort in de eerste plaats tot de school van Adorno, de Duitse filosoof die maar al te graag zand in de machine van de cultuurindustrie gooide. Met andere woorden: hij saboteerde die niet niet zozeer omdat hij het graag deed, maar omdat dat moest. Vande Veire sluit aan bij de romantische traditie van het heilige moeten: als hij 155 pagina's aan Salò wijdt, dan is dat omdat hij niet anders kan, omdat die film een beroep op hem doet. Dat wil niet zeggen dat hij er snel mee klaar is en al helemaal niet dat de lezer na het essay de film wel 'begrepen' zal hebben: in elke zin schuilt een verzet tegen de verkoopbaarheid van zijn boodschap. Denk aan alles wat Steve Stevaert niet is, en u komt in de buurt.

Zijn essay over het geval-Salò is een sprekend voorbeeld van de onverwachte, bevreemdende en soms onwaarschijnlijke wendingen van Vande Veires denken. In zijn stuk over Pasolini legt hij uit hoe de Italiaanse regisseur een dwingende verbinding legt tussen de Sadeaanse fantasmen, het historische fascisme en het hedendaagse consumentendom. In het spoor van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan komt hij uit bij een gedurfde en riskante interpretatie van het fascisme. Het ligt binnen de lijnen van de verwachting om "de fascinatie voor Orde" een "grondkenmerk van het fascisme" te noemen. Maar het wordt al controversiëler om te stellen dat de ideologie ervan leeg is, net als die van het katholicisme: de fascisten en de katholieken van na de reformatie willen, volgens Vande Veire, de mensen "pakken" door spektakel en theatralisering van "een onwrikbare Orde en van het genot om deel te mogen uitmaken van die Orde. Van niets dus." In dialoog met Pasolini ziet Vande Veire een directe link met het apathische genot van de fascisten in de villa: het schokkende van de brede, objectiverende shots van Salò is dat de fascisten niet eens lijken te kunnen genieten van hun wreedheden; ze genieten wel van hun "onaangedaanheid", maar dat genot is hol en doods. Het is te vergelijken met het effect van de film zelf: ook de meest gewelddadige sadomasochist zal niet opgewonden raken van Salò. Daarom is die film zo kil en choquerend en uiteindelijk ook zo kritisch.

Gelardeerd met citaten van Hitler, Speer en een aantal minder bekende fascisten illustreert zijn verhaal hoe Hitler en volgelingen vooral genot puren uit het onderwerpen van een massa aan een geloof waarin ze zelf niet geloven. Terwijl de massa opgaat in het levensgevaarlijke genot op te gaan in een massa - denk aan de partijbijeenkomsten en de geometrie van Riefenstahls films - lachen de fascisten, in Berlijn en in Salò, in hun vuistje. Het fascisme is een nihilisme.

Anders dan Slavoj Zizek, een van zijn voorbeelden, blijft de filosoof soms iets te angstvallig binnen zijn interpretatiekaders. Zo durft hij het zelden aan om hedendaagse beelden te zoeken om de libidinale logica wat concreter te maken. In een van de spaarzame excursies naar vandaag gaat het over de Italiaanse premier. Volgens Vande Veire is de sleutel tot het succes van Silvio Berlusconi, hoe cynisch ook, te zoeken in zijn trots op zijn machtshonger en corruptie: zo verlost hij het volk van hun droefenis om "het goede dat hen in de steek heeft gelaten". Zijn cynisme is geruststellend: hij bevestigt het cliché dat iedereen "toch maar" uit is op eigenbelang, zodat zijn stemmers zich niet schuldig moeten voelen als ze zelf tekort schieten ten aanzien van hun idealen.

Bij zijn bespreking van het meest fundamentele gebod - de imperatief van het genot, die je terugvindt in de woorden 'Geniet ervan' als iemand op reis vertrekt of in de slogan 'Enjoy' in reclame voor Coca-Cola - heeft hij het dan weer heel even over Madonna en Prince. Omdat we niet kunnen voldoen aan het wrede genotsgebod van een "fantasmatische Ander" - iemand waarvan we ons voorstellen dat hij ons verplicht om te genieten, zie bijvoorbeeld reclamespots voor sterke drank - zoeken we een andere "meester", zeg maar een groot verhaal waarin we ons veilig voelen: "Als het popidool Madonna de paus vraagt om haar dochtertje te dopen dan heeft dat niets te maken met een plotselinge ommezwaai. Met al haar soft-perverse ensceneringen was ze er ongetwijfeld altijd al op uit om van een of andere Heilige Vader de zegen te ontvangen, desnoods in de vorm van een donderpreek." Het stoute geflirt van Madonna met het katholicisme is een pseudo-transgressie, een kleine overtreding, die alleen maar het verlangen naar een duidelijke Wet verraadt.

In deze essays gaat het zeer vaak over die "fantasmatische Ander": een voorstelling die we ons maken van hoe iemand anders naar ons kijkt en ons doen en laten beoordeelt en onze beslissingen uiteindelijk ook richting geeft: wat zou hij of zij van mij denken als ik dit of dat deed? Even belangrijk is onze voorstelling van hoe een ander geniet. Dat zou een van de belangrijkste lessen van de psychoanalyse zijn: dat het verlangen naar genot niet primair is, maar dat we enkel naar genot verlangen omdat we denken dat een ander het heeft. Melancholici, neuroten, romantici, drugsverslaafden: ze zijn allemaal op zoek naar de ultieme ervaring. Denk aan de feesten van angst en pijn van benji-springers en triatleten: op hun gezicht lezen we het ploeteren naar de extase, het excessieve genot. We weten ergens wel dat ook zij het ultieme niet hebben beleefd - ze leven tenslotte nog - maar toch zijn we er jaloers op. De uren die ons resten worden voortgestuwd door het idee: "ik ook".

Zoals gezegd stuurt de psychoanalyse ook de meeste andere stukken in deze bundel. Bij momenten lijkt het alsof Vande Veire zich zelfs net iets te lang door de elliptische, aartsmoeilijke teksten van Jacques Lacan heeft gezwoegd: de essays waarin Lacan slechts op de achtergrond meeresoneert zorgen voor een blikverbreding en dat is een verademing. Een van de artikelen die het meest te denken geven, gaat in op "het journaal als christelijk ritueel". De sterkte van Vande Veires kritiek op het dagelijkse tv-journaal, waarbij het "recht op informatie" niet meer dan een alibi lijkt, is dat het aansluit bij een intuïtie die we allemaal wel kennen: het idee dat de dagelijkse portie gezinsdrama's, verkeersongelukken en aanslagen méér doet dan onze nieuwsgierigheid bevredigen. Volgens Vande Veire is het journaal "een rituele wassing waaruit de kijker telkens als een schoon, dat wil zeggen beschaafd, weldenkend, goedmenend mens te voorschijn komt". Het journaal spreekt altijd vanuit een serene verontwaardiging: hoe kan het dat er in deze tijd nog zoveel kwaads gebeurt? Niet zonder ironie schrijft hij over de centrale rol van de nieuwslezer: "Hij is beheerst zonder onverschillig te zijn, bewogen zonder ontsteld te zijn. Hij is de machteloze getuige van de chaos en het kwaad in de wereld waarvan hij melding maakt, maar hij kwijt zich op waardige wijze van deze zware en ondankbare taak."

Veel meer zou hier nog gezegd moeten kunnen worden, want Neem en eet, dit is je lichaam bevat meer ideeën dan men hier kan samenvatten; ideeën waarmee men het geenszins eens moet zijn, maar die altijd minstens een ander licht werpen op de wereld en onszelf - vooral onszelf. Want dat moet hier nog wel worden vermeld: wat deze essays steeds opnieuw benadrukken - en daarin vormen ze zelf bijna een katholiek ritueel - is onze eigen schuld, onze medeplichtigheid. Niets onmenselijks is ons vreemd, zo zegt Vande Veire steeds opnieuw. Het is onder meer die boodschap die dit boek zo subversief, lastig en belangrijk maakt.

Bert Bultinck

Wie stoplappen zoekt voor zijn eigen onvolkomenheden, wie op zoek is naar gemakkelijke verontwaardiging of comfortabele meningen, moet dit boek aan zich laten voorbijgaan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234