Vrijdag 13/12/2019

Beersel

Je hoeft niet gek te zijn om lambiek te brouwen, maar het helpt. Armand De Belder van Drie Fonteinen is daarvan een sprekend voorbeeld. De man is meer dan fanatiek met lambiek en geuze bezig en slaat af en toe aan het experimenteren. Een zeer geslaagd experiment ligt bij de drankenhandel onder de naam Beersel (niet te verwarren met de oude geuze onder de naam Oud Beersel).

Alles begint tussen de vaten van Drie Fonteinen als Armand De Belder en collega-steker Willem Van Herreweghen op het idee komen de typische ingrediënten voor lambiek nu eens niet aan de Zenne-lucht bloot te stellen, maar apart te vergisten met een hoge gistcultuur. Zo staat het nog achteraan op het etiket, "gebrouwen met dezelfde ingrediënten als lambiekbier, mout, tarwe, hop en water". Na enkele proefbrouwsels is men enthousiast over het product. Niet zozeer omdat ze menen een absolute klasbak gecreëerd te hebben, wel omdat ze een nieuw, origineel en op zich herkenbaar bier gebrouwen hebben dat nauwelijks aansluit bij het bestaande aanbod.

Uiteindelijk blijkt dat het in eigen huis blijven brouwen onmogelijk is. Lambiek brouwen vraagt nu eenmaal om 'besmetting' met organismen uit het Zenne-dal, hoogvergist bier smeekt om een steriele omgeving. Scheiden van beide compartimenten zou voor Drie Fonteinen te duur uitvallen, vandaar dat de productie van de Beersel verhuist naar de Proefbrouwerij in Lochristi.

De Beersel wordt gebrouwen met 90 procent gemoute granen en 10 procent ongemoute tarwe. Je smaakt dus een volmoutig bier, wat ook de maag voelt. De ongemoute tarwe (typisch voor lambiek en witbier) moet zorgen voor een mals en smeuïg karakter. De eerste proefbrouwsels worden net als lambiek gebrouwen met overjaarse hop (die heeft haar bittere eigenschappen verloren maar behoudt haar bewarende werking), maar men ziet in dat het bier toch wat hopbitter kan hebben. Vandaag werkt de brouwer met Duitse Hallertau, een aromahop die men vooral in pilsbier vindt. Armand De Belder houdt niet van kruiden in bier. Om de smaak van de Beersel wat op te vijzelen, kiest hij voor hoger alcoholpercentage (7) - alcohol is een smaakdrager. Brouwen bij Dirk Naudts liet ook toe bij BLIK het biogarantielabel aan te vragen; de zeer strikte hygiënische vereisten om dit label te kunnen krijgen, zijn onmogelijk te behalen in een ambachtelijke lambiekbrouwerij. De biologische Beersel staat in voor één derde van het brouwvolume. Beide bieren samen zorgen voor de helft van de omzet van brouwerij Drie Fonteinen. Armand De Belder geeft zelf grif toe dat de Beersel hem toelaat te overleven: lambiek brouwen en geuze steken is een zeer arbeidsintensieve en kapitaalverslindende bezigheid waarvoor de gemiddelde consument nog steeds geen juiste prijs wil betalen.

Op de proeftafel staan een jong flesje Beersel (gebotteld december 2001) en een al wat oudere biologische versie (gebotteld november 2000, sindsdien mooi in de kelder bewaard). Voor beide bieren wordt een houdbaarheidsdatum van twee jaar voorgeschreven. De bio schuimt bij het openen wat heviger, maar verder tonen beide bieren een identieke stevige en zeer fijnmazige schuimkraag. Beide bieren kleuren gesluierd honinggeel, de bio een ietsje meer troebel. Visueel doen ze denken aan een glas zonnige geuze.

Alle twee geuren ze volmoutig en granig, fruitig en hoppig. Wel verschilt de balans, een gevolg van het leeftijdsverschil. De oudere bio geurt meer esterig fruitig met toetsen van banaan, appel en solventen. Het jongere bier geurt lichter en hoppiger. De smaak is vrij zacht maar tegelijk behoorlijk vol. De hoofdsmaak is eerlijk moutig met in de aanvang wat zoetige toetsen terwijl het bier in aroma droger en hopbitterig afrondt. Toch is het bitterige staartje niet zo sterk en blijven vooral impressies van mout en granen rondom in de mond hangen, zonder vergezeld te zijn van moutzoet. Deze nasmaak blijft wel heel lang hangen. Tot slot moet nog gezegd dat de biologische versie iets pittiger en scherper smaakt en dat ietsje meer pit ook in de nasmaak overneemt. Voor alle duidelijkheid, dit is geen vergelijking tussen een 'gewoon' en een biologisch bier, daarvoor is het leeftijdsverschil te groot. Toch merkt ook de brouwer zelf een verschil in pittigheid op.

De Beersel laat toe te proeven wat een eerlijk, volmoutig bier kan zijn. Gebrouwen zonder kruiden laat het vooral de granen spreken. De ongemoute tarwe zorgt voor een malse smeuïgheid die het granige karakter nog vetter onderstrepen. Sommige proevers gebruiken zelfs het woord 'papperig', letterlijk 'als (granen)pap'. Waarmee onder meer bedoeld wordt dat de gemiddelde Belg niet meer vertrouwd is met volmoutig bier. In elk geval onderscheidt de Beersel zich door zijn volronde, zeer smakelijke en toegankelijke karakter. Uitbaters horen te weten dat de Beersel ook in hun zaak het goed zal doen, precies omdat het bier velen zal bevallen zonder daarom een eenheidsworst te zijn. Eerlijkheid loont nog.

Herman Teirlinckplein 3, 1650 Beersel, tel. 02/331.06.52, fax: 02/331.07.03.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234