Woensdag 12/08/2020

Beeldhouwen met licht

Wat hebben Medardo Rosso, Constantin Brancusi en Man Ray met elkaar gemeen? Ze zijn geen generatiegenoten, geen landgenoten en delen al evenmin een kunstopvatting. Ze hebben wel alledrie grenzen verlegd met hun sculpturen. En vooral, ze hebben een passie voor fotografie.

Het is sterk én gedurfd wat Museum Boijmans van Beuningen doet. Het Rotterdamse museum brengt drie reuzen van de moderne beeldhouwkunst samen in één overrompelende tentoonstelling. Ze krijgen elk een aparte presentatie maar worden tegelijk verenigd rond één verrassend, zelden belicht thema: hun belangstelling voor fotografie of, beter, hun passie voor het licht.

Nooit eerder zijn die drie kunstenaars samengebracht, maar toch slaagt de tentoonstelling moeiteloos in haar opzet. Er zit een soort domino-effect in de expositie: elk oeuvre tikt het andere aan. De affiche toont drie sculpturen, telkens een 'kop', waaruit blijkt dat de kunstenaars meer gemeen hebben dan men op het eerst gezicht zou denken. Bovendien woonden en werkten ze in Parijs - begin twintigste eeuw dé bakermat van de moderne kunst - en hebben elkaar daar gekend en beïnvloed.

Iedere kunstenaar heeft op zijn hoogstpersoonlijke manier een nieuwe, beslissende stap in de beeldhouwkunst gezet. In dit geval is 'beeldhouwkunst' een misleidend begrip, want alleen Brancusi heeft zijn beelden echt gehouwen. Rosso kneedde zijn werken in klei, en Man Ray puzzelde zijn sculpturen bijeen met gevonden voorwerpen. Alle drie hebben ze intensief foto's gemaakt die tonen hoe ze zelf hun sculpturen zagen en hoe ze die liefst aan het publiek wilden laten zien.

Bij het grote publiek is de oudste van de drie, de Italiaan Medardo Rosso (1858-1928), de minst bekende, hoewel hij de laatste jaren langzaam herontdekt wordt. Dat is niet meer dan terecht: zijn grensverleggend werk verdient op zijn minst een plaats naast Rodin. Rosso is de meester van de vluchtigheid. Hij wilde een indruk, een glimp, een impressie vastleggen in sculpturen, net zoals de impressionisten dat in schilderijen deden.

Hij koos geen marmer of steen om mee te werken, maar boetseerde zijn beelden in zachte klei. Daar maakte hij, op hoogstpersoonlijke en vaak onorthodoxe wijze, afgietsels in gips, brons en was van. Vaak in een soort performance, mét publiek. Vooral met het was bereikt hij opmerkelijke resultaten: hij kneedt en boetseert het, zodat het licht op zo veel mogelijk manieren weerkaatst wordt op het oneffen oppervlak van de sculptuur. Wie het beeldhouwwerk van Rik Wouters kent, beseft dat diens oeuvre veel overeenkomsten met Rosso vertoont.

Maar Rosso ging nog verder. Hij plaatste zijn beelden niet op een sokkel, en brak zo met de traditie waarin Rodin zich nog bewoog. Bovendien lijken de sculpturen van Rosso steevast in een tussengebied te zitten: figuren en vormen lijken te worden geboren uit de materie, uit een vormeloze klomp klei of gips komen trekken van een vrouwen- of jongensgezicht zachtjes tevoorschijn.

Soms, zoals in het merkwaardige Kind aan de borst (1889), is er weinig meer te zien dan een homp brons en moet je op zoek gaan naar herkenbare vormen. Geen solide koppen dus, bij Rosso, maar eerder schimmen die verschijnen of verdwijnen al naargelang van de lichtinval. Is het trouwens die paradoxale onstoffelijkheid die zijn sculpturen zo ontroerend maakt? En het feit dat de gezichten ons almaar lijken te ontsnappen, als vage herinneringen?

Ook op het vlak van de fotografie verlegde Rosso grenzen. Hij fotografeerde zijn werken vanuit diverse hoeken en met verschillende belichtingen. Hij bewerkte foto's met verf, vergrootte en overbelichtte ze, drukte ze op allerlei soorten (soms ongeschikt) papier af, knipte ze bij om een kijkrichting aan te geven, maakte collages, en maakte foto's van foto's zodat het beeld vervaagde en zijn sculpturen nog schimmiger, gewichtlozer en lichter werden. Rosso als de vanger van het vluchtige licht. Zijn aanpak klinkt heel hedendaags, hoewel hij nu allerlei digitale technieken ter beschikking zou hebben.

Spijkers aan strijkijzer

De Roemeen Constantin Brancusi (1876-1957) zag de sculpturen van Medardo Rosso op Le Salon d'Automne van 1904 in Parijs. Rosso woonde en werkte al sinds 1889 in Parijs en was er een echte ster. Brancusi was er net aangekomen, te voet, met de trein en met zijn laatste geld. In Rotterdam is mooi te zien hoe Brancusi in zijn eerste, naturalistische sculpturen beïnvloed werd door Rosso. Maar al vrij snel gaat Brancusi de vorm sterk vereenvoudigen om zo tot de essentie van het beeld te komen zonder ooit totaal abstract te gaan werken. Die evolutie wordt knap gevisualiseerd in enkele steeds eenvoudiger wordende torso's.

Een belangrijke stap zet Brancusi in 1907-'08 als hij beslist om direct in steen en marmer te gaan kappen -'la taille directe'. Dat was een reactie op de werkwijze van Rodin, die gipsen modellen maakte en het marmerkappen overliet aan gespecialiseerde medewerkers. Brancusi vond die werkwijze niet authentiek en niet eerlijk. Hij werkte daarom direct in marmer, steen en hout, en maakte daarvan bronzen afgietsels.

Beroemd zijn zijn uiterst vereenvoudigde hoofden - zoals het liggend hoofd van La Muse endormie (1910) -, de al even gestroomlijnde vogels, de totem-achtige zuilen en verticale 'pijlen' in gepolijst, blinkend brons. Maar Brancusi was er geen voorstander van dat zijn sculpturen in witte lege ruimtes werden tentoongesteld. Hij maakte veel foto's van zijn sculpturen in zijn rommelig atelier, vaak met zichzelf erbij. Zo moesten zijn beelden tot leven komen: als een glanzende orde in de dagelijkse chaos van een atelier. Het verbaast dan ook niet dat het atelier van Brancusi in Parijs integraal gereconstrueerd werd en zo, naast het Centre Pompidou, te bezichtigen is. Net als bij Rosso, speelt ook bij Brancusi het licht een essentiële rol. Zie hoe hij in een van zijn vreemde foto's de zon als een lichtflits laat weerkaatsen in L'Oiseau dans l'Espace (1941). Of hoe hij in andere sculpturen zichzelf of zijn atelier laat weerspiegelen.

Brancusi leert Man Ray (1890-1976) kennen, wanneer deze zich in 1921 in Parijs vestigt. De Amerikaan Man Ray (pseudoniem van Emmanuel Radnitzky) wilde Brancusi enkele knepen van de fotografie bijbrengen, maar de Roemeen wilde liever op zijn eigen manier voortgaan. In de fotografie streefde hij geen technische perfectie na, integendeel. Hoe goed Brancusi en Man Ray elkaar kenden, blijkt uit de foto Noire et blanche (1926), waarin Man Ray zijn muze Kiki de Montparnasse fotografeert: zij heeft haar hoofd op tafel gelegd zoals La Muse endormie van Brancusi, en houdt als contrast een zwart Afrikaans masker rechtop.

Voor zijn sculpturen bewandelde Man Ray een derde weg. Hij kneedde en hakte niet, maar assembleerde sculpturen met zogeheten 'objets trouvés'. Kleerhangers haakte hij aan elkaar als een kroonluchter en hij bevestigde spijkers aan de onderkant van een strijkijzer. Toch kwam de fotografie bij hem op de eerste plaats. Zo maakte hij een foto van zijn sculptuur L'Enigme d'Isidore Ducasse (1920), een in een deken ingepakte naaimachine, die op foto groter en dreigender is dan in werkelijkheid. Dat effect en het lage camerastandpunt zijn typisch voor Man Ray. Later zou hij een aantal van zijn verloren gegane assemblages reconstrueren aan de hand van die foto's.

Man Ray zet nog een stap verder dan Rosso. Ook Man Ray was geobsedeerd door licht: maar in zijn fotografische experimenten, de zogeheten 'rayografieën', sculpteerde hij met licht. Er werd geen zichtbare werkelijkheid meer gefotografeerd en er kwam geen negatief meer aan te pas: Man Ray legde voorwerpen op lichtgevoelig papier en belichtte die. Zo ontstonden er unieke 'foto's'.

Als de bezoeker wil, kan hij echt in de voetsporen van de kunstenaars treden, want er zijn drie ruime ateliers, waarin men zoals Rosso, Brancusi en Man Ray fotografische experimenten kan uitvoeren.

De expo Brancusi, Rosso, Man Ray is een hink-stap-sprong door de moderne kunstgeschiedenis. Het is een uitstekend gedocumenteerde en fraai gepresenteerde tentoonstelling met sterke bruiklenen en de verrassende combinatie van sculptuur en fotografie. Rosso, Brancusi en Man Ray zoals u ze nog maar zelden hebt gezien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234