Maandag 23/09/2019

Beelden van onszelf. In fragmenten

Recensent bezoekt tentoonstelling, raakt danig onder de indruk, wil daar een enthousiasmerend verhaal over vertellen. Moet echter constateren dat de tentoonstelling geen verhaal verdraagt, maar alleen in flarden en fragmenten te beschrijven valt. Over het ik dat wat anders is. En hoe kunstenaars daar vorm aan geven, of juist niet.

We weten al enkele jaren dat het individu aardig veel weg heeft van zo'n veelkleurige, uit vele kleinere kubusjes samengestelde Rubik-kubus, waarvan je de zes vlakken nooit elk eenkleurig krijgt - of als dat toch zou lukken, dan alleen ten koste van verschrikkelijk veel dwang en door onderdrukking van het veelkleurige mozaïek dat we eigenlijk blijken te zijn.

Eeuwenlang heeft de geschiedenis van het westerse denken in het teken gestaan van de identiteit: het ik dat samenvalt met zichzelf en als dat niet zo is, bedenken we daar wel de nodige technieken voor. Filosofen als een Friedrich Nietzsche zijn aan dat beeld gaan tornen, daarin bijgevallen door Freud en de hele psychoanalytische familie. Of zoals Richard Rorty ergens schrijft: we moeten het doen met de schamele berichten die ons vanuit ons onderbewuste bereiken en met de lichtjes gestoorde gesprekspartner die we voor onszelf zijn.

Laten we het er op houden dat dit de 'theoretische' achtergrond is van de tentoonstelling Ich ist etwas Anderes. Vijftig kunstenaars met werk van de laatste 35 jaar werden hier samengebracht. De ondertitel, Kunst aan het einde van de twintigste eeuw, is dan ook niet misplaatst: een wandeling door de tentoonstelling geeft een mooi overzicht van waar we nu beland zijn met het rijk van de verbeelding.

Beginnen we met een testje van de eigen verbeelding. Ga voor een muur staan, aan de andere kant waarvan zich ook een min of meer lege ruimte bevindt. "Druk zo hard als je kan de voorkant van je lichaam tegen de wand (handen naar binnen of naar buiten gedraaid, linker- of rechterwang afgewend). Oefen veel druk uit en concentreer je. Maak je een voorstelling van jezelf (verbeeld je dat je naar voren bent gestapt)), alsof je aan de andere kant van de wand heel hard tegendruk staat uit te oefenen. Druk heel hard en concentreer je op het voorgestelde beeld dat ook heel hard drukt. (...) Druk je voorkant tegen de voorkant van het beeld van jezelf aan de andere kant van de wand en begin de dikte van die wand te negeren of geestelijk los te laten. Bedenk hoe verschillende delen van je lichaam tegen de muur drukken; welke delen ze beroeren en welke niet. Beschouw de lichaamsdelen die tegen de wand persen, druk stevig en voel hoe de voor- en achterkant van je lijf zich op elkaar dringen. Concentreer je op de spanning in je spieren, de pijn, hoe beenderen elkaar raken, hoe het vlees vervormd wordt door de druk; denk aan je lichaamsbeharing, aan het zweet, de geuren. Dit zal vast een heel erotische oefening worden" (vrij naar Bruce Nauman, Body Pressure, 1974).

En, voel je je één met jezelf? Of sta je dichter bij het zelfportret van Francis Bacon uit 1971, dat je aan het begin van de tentoonstelling om de oren slaat. Zijn kop is meerduidig. Moeilijk om uit te maken uit welk perspectief het gezicht gezien wordt. En zelf ziet. Is er één gezicht, of zijn er meer? Suggestie: er is er maar één, maar één is veel. Zei Bacon zelf: "We zijn vlees, we zijn potentiële kadavers. Als ik een slagerij binnenga, dan vind ik het altijd verbazingwekkend dat ik daar niet hang in plaats van die dieren."

René Descartes (1596-1650), opa van het modernistische westerse denken, introduceerde een radicale twijfel. Slotsom: alleen het denkende ik blijft overeind. Cogito ergo sum.

En dan Timm Ulrich: "Ik denk, dus ben ik. Ik ben, dus denk ik. Ik ben dus, denk ik. Ik denk dus: ben ik?"

Over het oog. Was heel erg noodzakelijk om in jezelf te kijken. Introspectie leert wie je in wezen bent. Pel alle schijn en bedrog weg en uiteindelijk zie je wel die innerlijke vaste kern: je Zelf (hoofdletter verplicht). Wat dan met Danica Dakic (°1962). Haar video-installatie, waaruit de affiche voor deze tentoonstelling werd geplukt, toont een op het eerste gezicht klassiek portret. Kleine ingreep: de ogen zijn verwijderd en vervangen door een tweede mond. 'Mona Lisa 2000', zeg maar. De twee monden vertellen verschillende verhalen, de ene in het Duits, de andere in het Servo-Kroatisch. Dakic werd in Sarajevo geboren en woont in Düsseldorf. In de verhalen gaat het om een verwisseling van rol, om waarheid en om bedrog door de zintuigen. Van de titel leren we dat het hier om een zelfportret gaat. We kunnen de kunstenares niet identificeren dankzij de ogen, zoals gebruikelijk. Haar identiteit is wat twee paar lippen vertellen.

Michel de Montaigne (1533-1592), opa van een ander soort modernistisch denken, nu ook postmodern genoemd: "We zijn dubbel in onszelf. Ik vandaag en ik eertijds, dat zijn twee mensen."

Hannah Wilke (1940-1993), vertegenwoordigster van de Amerikaanse Body Art: "Maak van jezelf een kunstwerk, alvorens anderen er iets van maken waar je het niet mee eens bent." Op één van de foto's uit de serie So help me Hannah zit ze naakt, op schoenen met naaldhakken na, in de hoek van een groezelig kamertje. Rondom haar liggen op de grond speelgoedpistolen. Haar rechterarm op de knie, voorhoofd tegen de hand gedrukt, lijkt ze een denkende houding te suggereren. Haar blik is leeg, dof, niet-ziende. De cartesiaanse twijfel en nog een stapje verder: ook het ik valt weg.

Ik is iets anders. Elke representatie is potentieel bedrog, misleiding. Friedrich Nietzsche (1844-1900): de ware wereld is uiteindelijk een fabel geworden. En: er bestaan geen feiten, enkel interpretaties. "Simulatie is nog de enige waarheid waarop we vertrouwen kunnen," zeggen de Amerikaanse kunstenaars Anthony Aziz en Sammy Cuccher. Uiteindelijk heeft dat ook de uitholling van identiteit tot gevolg. Museumconservator Armin Zweite, die een schitterende inleiding verzorgt in de catalogus bij deze tentoonstelling, zegt dat het subject ongrijpbaar is geworden. "Het heeft zich veranderd of is getransformeerd in iets anders, zonder dat zich laat zeggen in wat."

De dichter Arthur Rimbaud leverde de inspiratie voor de titel van deze tentoonstelling. In 1871, zeventien jaar oud, schrijft hij aan zijn voormalige leraar retorica: "Je est un autre." Hij revolteert daarmee tegen de in de scholen gangbare voorstelling van esthetiek. Rimbaud: "Ik neem zoveel in mij op als ik maar kan. Waarom? Ik wil dichter worden en het gaat mij er om een ziener te zijn (à me rendre voyant). Dat verstaat u natuurlijk niet en ik heb ook geen zin om het te verklaren. Het gaat erom, door alle zintuigen vrij te laten, het onbekende te bereiken. Dat brengt buitengewoon veel lijden met zich mee, men moet sterk zijn en als dichter geboren zijn. Ik zie in mezelf in elk geval de dichter. Dat is niet mijn eigen schuld. En het is fout om te zeggen: ik denk. Men zou veeleer moeten zeggen: het denkt mij. ? Verontschuldig mij het woordspel. Ik is een ander."

Annette Messager (1943) toont met haar fotocollages hoeveel identiteiten in haar huizen. Zelf heeft ze, om aan de gangbare rolpatronen te ontsnappen, zichzelf verschillende rollen toegemeten: verzamelares, kunstenares, praktische huisvrouw, goochelares. Een werk van haar heet Hoe mijn vrienden mijn portret zouden maken (1973). Een honderdtal tekeningen en foto's zijn daarvoor nodig. "Ik vind mijn identiteit door een veelheid van personen," luidt het. Lijnrecht daartegenover een collage, bestaande uit foto's uit vrouwenbladen. Dames met schijfjes komkommer op de ogen, gezichtsmaskers, spul om kapsels wat fraaier te vormen, de hele schoonheidsindustrie wordt er doorgedraaid. Of hoe de veelheid van personen in het gepaste keurslijf wordt gedrongen. Titel van het werk: Het vrijwillige folteren (1972).

Vrijwillig folteren, maar minder om het gezond verstand te bevredigen. Vito Acconci (°1940), Amerikaan, toont in zijn super-8 film Openings (1970) hoe hij alle haren rond zijn navel uitrukt. Hij wil daarmee zijn lichaam openstellen voor de opdringerige kijker, om zo ook zijn mannelijkheid in twijfel te trekken. In een interview zegt hij: "Ik heb een deel van mijn lichaam geopend om van mijn navel een vagina te maken." Tijdens een performance, Trappings (1971), had hij een ietwat andere aanpak. In een aparte ruimte in een warenhuis in het Duitse Mönchengladbach had hij zich naakt tussen een berg speelgoed, klederen, hout en snoeren geïnstalleerd. Hij was er druk met zichzelf in de weer. Het ging hem er naar eigen zeggen om zich te splitsen en zijn penis in een ander persoon te veranderen. Hij trok zijn lul poppenkleedjes aan en zat er tegen te praten. Terwijl in Openings een fictieve verandering plaatshad, was het hier de bedoeling seksualiteit te objectiveren en te bevestigen door de personalisering van het geslacht. "Ik kan met mezelf spelen, terwijl ik iemand anders wordt." De uitnodiging van Bruce Nauman om jezelf te testen wordt niet herhaald.

Opvallend is hoe aan het eind van het millennium ooit onwankelbare coryfeeën beginnen te duizelen en hun zelf uitgeroepen weerbarstigheid vlot gladgestreken zien door minder sprekende namen. De hele reeks zelfportretten van Andy Warhol vind ik hier gereduceerd tot duur, zij het niet echt smaakvol, behang. Weinig andere kunstenaars hebben zo expliciet van zichzelf een kunstwerk willen maken. Te midden van al die andere dingen zie je pas dat het om niet meer dan een sjabloon gaat, dat wil zeggen: een geijkte vorm. En geijkte vormen kunnen niet iets anders zijn. "Kijk gewoon naar het oppervlak," zei hij, "en daar ben ik. Er zit niets achter." Wel ja.

Lezer, ik kan niet anders: zelden zult u in uw onmiddellijke omgeving nog de kans krijgen om een zo rijke tentoonstelling te gaan bekijken. Over wat er aan het begin van dit millennium is van de kunst, wat er is van het individu. Ik zweer het u: bij het verlaten van de Kunstsammlung zult u prevelen "Ik is iets anders".

De tentoonstelling Ich ist etwas Anderes loopt nog tot 18 juni in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen aan de Grabbeplatz te Düsseldorf (maandags gesloten).

De dichter Arthur Rimbaud leverde de inspiratie voor de titel van deze tentoonstelling

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234