Vrijdag 04/12/2020

Bedreigd door bommen, tanks en plunderaars

In geval van een oorlog tegen Irak is 'collateral damage' vooral voor de burgerbevolking catastrofaal. Maar ook de duizenden archeologische vindplaatsen lopen gevaar, net als de stedelijke musea en vele religieuze monumenten die Irak rijk is. Dat roerend en onroerend erfgoed is niet alleen van regionaal belang. Het is werelderfgoed, dat nu bedreigd is door bommen, tanks en plunderaars.

Brussel

Van onze medewerker

Bart Biesbrouck

Mesopotamië, het huidige Irak, is de geboorteplaats van de westerse beschaving, waar het schrift, de wiskunde, het boekhouden en de eerste steden het licht zagen. De Soemerische, Akkadische, Babylonische en Assyrische culturen kwamen er tot bloei. Later, onder de Abbasiden, werd het land centrum van de islamitische cultuur. Archeologen, academici, museumconservators en juristen luidden onlangs de alarmklok in het internationale maandblad The Art Newspaper en de Amerikaanse krant The Washington Post. Ze vragen met aandrang dat het Pentagon, bij een eventuele aanval, niet alleen de burgerbevolking maar ook het erfgoed zou ontzien. Onder leiding van McGuire Gibson, archeoloog en professor aan de universiteit van Chicago, stelt een veertigtal academici een gedetailleerde lijst samen van Iraks historische en archeologische monumenten en vindplaatsen. De lijst zal aan het Pentagon worden overhandigd.

De Unesco-conventie van Den Haag uit 1954, die de bescherming van culturele goederen bij een gewapend conflict regelt, verbiedt het viseren van historische en religieuze monumenten. De Verenigde Staten ratificeerden die conventie nooit, hoewel ze zich in de praktijk aan de bepalingen lijken te houden. Er is nooit een officiële raming gemaakt van de schade die de Golfoorlog (1990-'91) toebracht aan het Iraakse patrimonium. Na afloop van die oorlog vroeg Irak de Verenigde Naties om een onderzoek, maar in de VN-Veiligheidsraad stuitte dat verzoek op de veto's van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Anders dan tijdens de Golfoorlog zijn de Verenigde Staten nu vastbesloten het regime van Saddam Hoessein ten val te brengen. Wat meteen ook voor het patrimonium een grotere bedreiging betekent dan toen. Dat meent ook Michel Tanret, professor in de assyriologie aan de Universiteit Gent. Hij is als onderzoeker actief in Irak sinds het einde van de jaren zeventig. "Er zijn tijdens de Golfoorlog niet echt sites vernield of musea platgelegd", aldus Tanret. "Het was dan ook geen echte invasie, men is in 1991 immers gestopt voor Bagdad. Maar nu spreekt men wel van een grote grondoorlog, waarbij gestreden zal worden om de controle over de grote steden. Wellicht zal men met tanks de steden binnentrekken om de Republikeinse Garde aan te vallen, en dan is de schade natuurlijk niet meer te overzien."

Een aanval op Irak zou wel eens kunnen beginnen met zware bombardementen op de hoofdstad Bagdad en andere (rand)stedelijke doelwitten. Zoals al bleek tijdens de Golfoorlog zijn niet alle bommen even precies, met 'collateral damage' als gevolg. Niet alleen de burgerbevolking, ook de monumenten en musea lopen gevaar. Archeologische vindplaatsen zijn iets beter beschermd, simpelweg omdat die grotendeels in de grond zitten. Ook een invasie over land, waarbij het terrein nogal eens wordt herschapen, kan nefast zijn voor de bodemschatten. Vooral de hoge ruïneheuvels van Zuid-Irak zijn bedreigd, omdat ze strategische posten vormen in het vlakke landschap. Vele van die vindplaatsen en hun omgeving zijn niet of nauwelijks onderzocht.

In het zuiden liggen de overblijfselen van Ur, een van de eerste steden ter wereld en Iraks beroemdste archeologische site. Het bijbelse Ur is de stad van Abraham, de stamvader van zowel christenen, joden als moslims. Op een steenworp van de meer dan vierduizend jaar oude en deels gerestaureerde ziggoerat (tempeltoren met trapsgewijs oplopende verdiepingen) ligt nu de Iraakse luchtmachtbasis Tallil. De voorbije jaren waren de commandoposten, radarvoertuigen en glasvezelkabels van Tallil herhaaldelijk het doelwit van Amerikaanse en Britse bommenwerpers. Ook tijdens de Golfoorlog werd er gebombardeerd, omdat men er chemische wapens vermoedde. De Soemerische ziggoerat liep daarbij schade op. Volgens Irak maakten VS-militairen zich ook schuldig aan plunderingen.

De hoofdstad Bagdad telt zo'n vier miljoen inwoners en is de zenuwknoop van Saddam Hoesseins regime. Het vermaarde Nationale Museum van Oudheden is er gevestigd, met zijn duizelingwekkende collecties en reserves. Hier vindt het merendeel van alle archeologische vondsten uit Iraakse bodem onderdak. Niet ver van het museum staat een televisiegebouw dat wellicht op de doelwittenlijst staat. Ook de archeologische vindplaatsen Djemdet Nasr en Abu Salabikh lopen gevaar, net als een paleis uit de Abbasiden-tijd (750-1258), toen Bagdad nog - o ironie - Medina al Salaam, of 'Stad van de Vrede' heette.

Uit dezelfde periode stammen de paleizen en moskeeën van Samarra, zo'n 120 kilometer ten noorden van Bagdad. Het bekendste monument van Samarra is de Grote Moskee, met haar 52 meter hoge, spiraalvormige minaret. De stad ligt langs een strategisch belangrijke snelweg. Ook enkele chemische installaties en een brug over de Tigris zijn mogelijke doelwitten.

Het museum van Mosul, een universiteitsstad in Noord-Irak, herbergt een unieke Assyrische en islamitische collectie. De stad telt ook enkele historische moskeeën en vlakbij liggen de overblijfselen van het roemruchte Niniveh, hoofdstad van het laat-Assyrische koninkrijk (1000-612 v.Chr.). Mogelijke schietschijven in Mosul zijn de gebouwen van de intelligentiediensten en een presidentieel paleis.

Ook na een oorlog is het patrimonium niet veilig, zo bleek in de nadagen van de vorige Golfoorlog. In die periode van wetteloosheid vielen de museumcollecties van Kirkuk, Mosul en Basra ten prooi aan plunderaars. Meer dan drieduizend artefacten zijn spoorloos. "Wat veel erger is dan de militaire schade, zeg maar gerust catastrofaal, is de nasleep", weet professor Tanret. "In Bagdad zag ik videobeelden, mij getoond door de Iraakse Dienst van Oudheden, waarop zo'n plundering te zien is: lokale Irakezen bestormen een museum, breken de deuren open en halen de kasten leeg. Je kunt dat die mensen moeilijk kwalijk nemen. Zij zijn tot plunderen aangezet door tussenpersonen, die dan weer in contact staan met handelaars die er veel aan verdienen."

Het kan echter nog erger. Volgens Tanret wordt er sinds de oorlog op grote schaal illegaal opgegraven. De artefacten verdwijnen meestal in privé-collecties van gefortuneerde verzamelaars. Hun archeologische context zal voor altijd onbekend blijven. "Ze zijn tot negentig procent van hun wetenschappelijke waarde kwijt. Voorgoed.", aldus Tanret. Hij geeft enkele voorbeelden: "Na de Golfoorlog doken er in de kunsthandel zeker honderden, wellicht duizenden spijkerschrifttabletten op uit een periode waarover nog weinig geweten is: de zogenaamde Zeeland-dynastie. We kenden wel koningsnamen van die Oudbabylonische dynastie, maar geen teksten. Door de toevalligheid van de roofopgravingen kwam er ineens een heel corpus van die teksten naar boven, waarvan we wellicht nooit zullen weten waar die zijn gevonden. Naar verluidt zouden de tabletten nu in het bezit zijn van een Noorse collectioneur. Het gaat echter niet alleen om tabletten Zo dook er ook een kolossaal basalten beeld op dat nota bene honderden kilo weegt. En de antiekmarkt in Londen werd overspoeld met geroofde artefacten: cilinderzegels, inscripties... noem maar op. Wetenschappelijk gezien zijn het allemaal uit hun context gerukte, verweesde stukken."

Nochtans is plunderen in Irak een riskante bezigheid, want het regime is niet mals voor schattenrovers: in 1998 werden tien mensen geëxecuteerd omdat ze een monumentale Assyrische sculptuur hadden gestolen. Door de economische sancties is de greep van de overheid op de schatgraverij echter verslapt. Tanret: "Toen het regime nog stevig in het zadel zat, hielden bewakers een oogje in het zeil op de archeologische vindplaatsen. Ook op onze site (Tell ed-Dêr, net ten zuiden van Bagdad, BaB) hadden we twee bewakers. Een ervan is later door plunderaars doodgeschoten."

Volgens Tanret zal een nieuwe oorlog de Iraakse bevolking in de culturele ziel treffen. "Door inspanningen van de regering - het moet gezegd - toont de bevolking een grote interesse voor haar nationale verleden. Saddam Hoessein opende musea in de meeste steden, steeds meer jonge Irakezen studeren archeologie en leveren zeer goed werk. Iraakse archeologen blijven in eigen land ook opgraven, hoewel dat moeilijk is in de huidige omstandigheden. Een nieuwe oorlog zou ook voor de archeologie een ramp zijn."

Meer info over de plunderingen van Iraakse sites (in het Engels): http://www.mcdonald.cam.ac.uk/IARC/cwoc/contents.htm#Issue

'Een nieuwe oorlog zou ook voor de archeologie een ramp zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234