Vrijdag 27/01/2023

Beaubourg op 't Eilandje

Architect Willem Jan Neutelings werd geboren in Bergen-op-Zoom (in 1959), maar woont al sinds 1968 in Antwerpen. Dat hij zich met die stad verbonden voelt, is te merken aan het vuur waarmee hij over het project Museum aan de Stroom spreekt. Meer dan een museum moet het een publieke ruimte worden, betoogt hij: een ontmoetingsplaats, een verticale wandelboulevard, bekroond met een panoramisch uitzicht over de stad. 'Dit museum moet iedereen aantrekken: alle rangen en standen en afkomsten en culturen. Zodat het een bijdrage levert aan, het klinkt wat emotioneel, het heel maken van Antwerpen. Dat zie ik toch wel als een uitdaging.'

Een opeenstapeling van tien enorme betonnen dozen die samen een toren van 53 meter hoog vormen, met een basis van 35 bij 35 meter. Dat is het project voor het Museum aan de Stroom (MAS), waarmee Neutelings Riedijk Architecten in juni de internationale architectuurwedstrijd won. Zij waren een buitenbeentje alleen al door het feit dat ze als enigen het nieuwe museum voor de geschiedenis van stad en haven in de hoogte bouwen.

Het MAS moet tegen 2005 verrijzen aan de Hanzestedenplaats, op de landtong tussen het Bonaparte- en het Willemdok, en 't Eilandje met de oude stad verbinden. Kostprijs: 1 miljard frank.

"In Antwerpen wil men om de zes jaar iets speciaals doen," zegt Willem Jan Neutelings, die met modder aan schoenen en broekspijpen zijn Antwerpse kantoor is binnengestapt. Neutelings volgt de bouwwerken op die zich bezuiden Rotterdam bevinden, Michiel Riedijk neemt het noorden voor zijn rekening. "Na Antwerpen 93 kwam het Van Dyck-jaar 1999. In 2005 wil men weer een spektakeljaar organiseren. Dat zou rond het erfgoed kunnen zijn, waarbij het MAS de centrale spil is - net zoals de Bourla in 1993. De hoofdtentoonstelling kan dan in het MAS plaatsvinden."

Volgens Neutelings is 2005 een realistische termijn: "Wij zijn nu bezig aan de verfijning van het programma. Dat moet klaar zijn tegen het eind van het jaar, waarna we de bouwtekeningen kunnen maken. Dus: één à twee jaar voorbereiding, twee à drie jaar bouwen, en een half jaar tot een jaar voor de inrichting en de opbouw van de tentoonstelling zelf. Afgezien natuurlijk van alle politieke verwikkelingen die zich vandaag voordoen."

Is er dan onzekerheid over dit project?

"In Antwerpen kan natuurlijk alles, ik woon hier lang genoeg om dat te weten. De wedstrijd en de uitslag ervan zijn wel unaniem aanvaard door het schepencollege en door alle partijen, die het ook allemaal in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Uiteindelijk is het een museum voor en over alle Antwerpenaren, het gaat over de geschiedenis en de voorwerpen die al onze voorouders hebben nagelaten. De opzet is een niet elitair museum voor iedereen. Kinderen, ouderen, toeristen, de havenbaron én de dokwerker moeten er iets van hun gading vinden. De Antwerpenaar moet er bij wijze van spreken informatie over zijn straat en zijn familie kunnen opzoeken, maar ook prachtige kunstwerken zien.

"Drie collecties worden samengevoegd: het Vleeshuis heeft een kunst- en geschiedkundige verzameling, Volkskunde is meer antropologisch met huisraad en kinderwagens, en gaat in op de vraag hoe men vooral in de 19de en 20ste eeuw leefde, en het Steen biedt een technisch verhaal over de scheepvaart. Al die aspecten brengt men bij elkaar in dit heel brede museum. Dat is ook het interessante eraan en daarom denk ik dat het politiek niet betwist wordt."

Er is wel de financiële kant: het MAS kost om en bij het miljard.

"Alles draait in Antwerpen vandaag om geld. Iedereen heeft verlanglijstjes en veel zal afhangen van de schuldsanering. Maar anderzijds moet je zeggen dat de drie musea waar de collecties vandaan komen in deplorabele toestand zijn: daar is twintig jaar niets in geïnvesteerd. De toestand is vrij ernstig: op de zolders van het Vleeshuis vliegen duiven, in de kelders van het Steen dobberen bij springtij de scheepsmodellen rond, en in Volkskunde is de laatste twintig jaar niets meer aan tentoonstellingsopzet gedaan. Plus dat er heel veel mooie stukken zijn die wegens plaatsgebrek niet getoond kunnen worden. Als je het MAS niet bouwt, moet je sowieso zwaar investeren in die musea. Het geld ben je in zekere zin altijd kwijt.

"Toch is een miljard niet veel. Zeker niet als je kijkt naar wat andere steden spenderen of naar het feit dat het MAS er toch voor honderd jaar staat."

Tot nu toe hebben jullie zeer diverse ontwerpen gemaakt: brandweerkazernes, een universiteitsgebouw, een postkantoor, woonhuizen, de uitbreiding van kunstcentrum STUC in Leuven, het hoofdkantoor van de ABN-AMRO Bank in Amsterdam, een drukkerij, zelfs een gevangenis. Is dit jullie eerste museum?

"Niet helemaal. We zijn bezig aan wat voorlopig het Nederlands Audiovisueel Archief heet, een mediamuseum in Hilversum. Alle archieven hebben we in een enorme put, een hel van Dante, gestopt. Je komt het gebouw binnen over een brug, en onder je is dat archief heel manifest aanwezig. Meestal zie je niets van een archief, wij maken er een soort drama van. De ontwikkeling van dit museum loopt parallel met het MAS. Ze zullen ook vrijwel gelijktijdig klaar zijn."

Vergt een museum een andere aanpak dan een brandweerkazerne of een woonhuis?

"Wat mij betreft niet. In die zin dat wij methodisch gezien altijd uitgaan van een locatie en een programma. Die gegevens analyseren we en we maken er een concept voor. Dat is in wezen niet anders voor een woonhuis of voor een museum. Het verschil is alleen dat een museum een veel publieker gebouw is. Het is in wezen een interessanter werk omdat het zo publiek is. In een museum gaat alles over publieksstromen, de logistiek is onwaarschijnlijk belangrijk.

"Het feit dat we een verticaal museum gemaakt hebben maakt het nog complexer: musea zijn vaker horizontaal georganiseerd. De spiraal, de routing waarbij de bezoeker naar boven gaat, is de kern van het museum. Het hele museum steunt op twee à drie heel eenvoudige gedachten. Het eerste is dat je de geschiedenis stapelt in dozen, tien dozen op elkaar. Door te stapelen tonen we de zwaarte, de veelheid van de geschiedenis. Dat is heel anders dan wanneer je een platte doos maakt. Door die tien dozen telkens een kwartslag te draaien ontstaat een hele grote wenteltrap, een spiraal."

Is dat technisch moeilijk? Is er geen probleem met het evenwicht?

"Nee nee, bouwtechnisch zijn er geen zware problemen. Moeilijker is het klimaataspect, omdat je een openbare en een museumruimte hebt. Maar er zitten geen hoogstandjes in. Ik kan het heel makkelijk uitleggen. (Hij neemt een pak kleine chocolaatjes en maakt een mini-museumtoren, die inderdaad probleemloos overeind blijft.) Ik zou dit ook met lucifersdoosjes kunnen doen. Het is een kwestie van evenwicht. Als je dat met chocolaatjes kunt, kun je het ook met betonnen dozen. Moeilijker is dat niet.

"De aardigheid van het ontwerp is dat je een spiraal maakt waarin je kunt lopen. De nuttige ruimte zit in de dozen - daar kan de collectie in. Maar door glas om die dozen heen te zetten, creëer je twee dingen: een museum én een publieke ruimte daaromheen, die dertig procent van het gebouw uitmaakt. In onze visie is dat geen museum an sich, maar een publieke ruimte van de stad: een plein of een boulevard die verticaal oploopt.

"Eén idee is dat je continu de stad kunt zien: de levende stad is op die manier aanwezig in het museum. De geschiedenis van de stad is er, maar de stad zelf ook. Je kunt vergelijken. Je gaat naar boven, je ziet de stad steeds op andere hoogten en uit andere hoeken, de stad ontvouwt zich langzaam aan je. De apotheose komt op het eind.

"Boven op het MAS is er een uitzicht, een publieke ruimte die nu niet bestaat op die hoogte: de Boerentoren heeft een mooie receptieruimte, maar daar kom je zelden in, dat is de toren van het grootkapitaal; in de toren van de kerk mag je niet in van de brandweer; de staat, de sterke arm van de wet, heeft ook een toren, maar ook daar mag je niet in. De toren van de cultuur, én die van het volk, is de eerste waar de Antwerpenaar naar binnen mag, zelfs zonder kaartje te kopen: het idee is dat je zonder te betalen, met de roltrappen of met de lift, naar het dak kunt. Daar is ook een café, een restaurant en een congreszaal."

Je kunt niet alleen van binnen naar buiten kijken, maar ook omgekeerd.

"De gedachte is dat het MAS een uitstalkast is. Grote voorwerpen zoals de Antwerpse reus of de boot die onlangs in het Doeldok werd opgegraven, kun je een zichtbare plaats geven. We suggereren ook om het museum 's avonds van binnenuit te verlichten."

Aan de buitenkant gebruiken jullie ook de typisch Antwerpse handjes: als versiering maar ook als functioneel element, namelijk als borgpen om de gevelplaten te verankeren.

"We zijn de laatste tijd nogal bezig geweest met het probleem van decoratie. In al onze gebouwen zie je dat er een grote interesse is voor de huid als textuur: baksteenpatronen of het reliëf van een autoband in het beton of letters op de gevel die samen een gedicht vormen. In ons ontwerp voor het concertgebouw in Brugge hebben we zelfs met een soort kantwerk gewerkt.

"In de moderne architectuur is versiering heel lang verwaarloosd. Er rust een groot taboe op sinds Adolf Loos in het begin van de jaren twintig zijn beroemde stuk 'Ornament und Verbrechen' ('Decoratie en misdaad') schreef, over het kwalijke van het ornament. Sindsdien past men het ornament niet meer toe. Tegelijkertijd is het zo dat alles als versiering wordt gebruikt. Neem een toren van Mies van der Rohe, in Chicago of New York. Je ziet staalprofielen die een bepaalde lineariteit, verticaliteit, ook schaduweffecten aan het gebouw geven. Maar die profielen zijn loos, die dragen helemaal niets, eigenlijk zijn dat versieringen. De voorbije eeuw heeft niemand daar nog iets over gezegd, terwijl iedereen ermee bezig is. De laatste tien jaar zie je wel weer een toename. Herzog en De Meuron (bekend door de Tate Modern in Londen; ER) werken bijvoorbeeld vaak samen met fotografen en laten zelfs bloempatronen in glas etsen.

"Ik ben onlangs een half jaar gastprofessor in Harvard geweest en heb speciaal dat thema uitgekozen om het taboe open te breken. Het is een moeilijk punt, want het ornament kan snel omslaan in kitsch. Ik vind dat interessant: die lijn tussen high en low culture, die eigenlijk helemaal niet bestaat.

"Het interessante van het MAS is nu net - omdat het een volksmuseum is, een museum over het volk, met een collectie van pollepels tot retabels - dat de versiering erop toegepast kan worden. Omdat het museum in feite een nogal zware monoliet is, zochten we naar een verfijning op die kleine schaal. Dat handje is dan ook nog een icoon... Eigenlijk zie je geen handjes, maar knopjes die 's avonds in het licht of in de zonneschijn een soort... (zucht diep) Het is zoals een vrouw die een kous met stippeltjes aantrekt om haar been beter te doen uitkomen. (lacht) Of een voile, die werkt ook zo."

De ornamenten van het MAS zijn sober in vergelijking met het kantwerk van het Brugs concertgebouw.

"Op Brugge is veel kritiek gekomen, men vond dat pure kitsch. Wij vinden dat het best wel kan. In het Nederlands Audiovisueel Archief werken we met gezeefdrukte ramen waarop iconen staan uit het Nederlandse leven: de koningin op de fiets, Johan Cruijff die een doelpunt maakt. In Antwerpen is het soberder, onder invloed van een aantal Vlaamse cultuurfilosofen. Voor dit soort complexe gebouwen willen we tijdens de ontwerpfase al eens mensen op kantoor uitnodigen. Dan zetten we een aantal maquettes op tafel. Er is een lange discussie geweest over hoever je kunt gaan. Is de buitenkant het uithangbord? Uiteindelijk tonen we geen portretten van Antwerpenaren op de gevel, maar de transparantie van het gebouw zelf."

Al jullie ontwerpen zien er erg verschillend uit. Wat is de verbindende factor?

"Materialen zijn anders, de vormentaal is anders, maar onze methodiek blijft dezelfde. Door een analyse van het programma en de locatie, en door te puzzelen, ontstaat er een meerwaarde. Dat is vaak een additionele ruimte. In het Minnaert-project in Utrecht hebben we een bijkomende hal gemaakt van 1.000 vierkante meter - binnen het budget. Wij hebben alle gangen van het schoolgebouw samengebald, zo is het geen verloren ruimte..."

Welke meerwaarde hebben jullie in het MAS gecreëerd?

"Door in de hoogte te werken is er een plein ontstaan. Alle andere inzenders voor de architectuurwedstrijd hadden een platte koek: zij bouwden alles vol. Wij gebruiken maar de helft van de locatie. Op het plein kun je een buitenmuseum creëren met boten en industrieel erfgoed, havenkraantjes en stoommachines. We maken er een verzonken plein van, omzoomd met kleine winkels - zo krijgt het iets intiemers. En wij behouden de wandelas tussen de stad en 't Eilandje, en blokkeren het zicht over de oude dokken niet.

"En we hebben de wandelspiraal toegevoegd. Dat was niet gevraagd. Door het organiseren van het programma creëren we extra ruimte. Onze ambitie is dat het MAS een museum van een nieuwe generatie zou zijn: met name het publieke aspect ervan. Je kunt het als een verlengde van Beaubourg zien. Dat is een onwaarschijnlijk succes geworden, juist omdat het museum zo publiek is - wat in de eerste plaats op kritiek stuitte. Ook de slijtage van Beaubourg is zo snel gegaan omdat het zo'n succes was. Goed is die enorme bibliotheek, de begane grond die helemaal open is, de roltrappen en het uitzichtplatform, de tijdelijke tentoonstellingen die er altijd lopen. Het plein daarvoor, die interactie, is wat van Beaubourg een succes maakt, wat je verder ook van de architectuur denkt.

"Voor het Museum voor Schone Kunsten op het Zuid moet je eerst die enorme trappen op en dan kom je in de tempel van de cultuur, wij willen die barrière wegnemen. Ik hou er terdege rekening mee dat het MAS een zeer populaire plaats zou kunnen worden: vergelijk het met de Antwerpse wandelterrassen. Je hoeft niet per se een zaal binnen te gaan: we zijn een systeem aan het uitdokteren dat dat toestaat. Om, zoals in een supermarkt, niet vooraf, maar achteraf te betalen. In Amerika zie je dat al. Als je binnenkomt krijg je een magneetkaart, je gaat naar boven met de roltrappen, drinkt iets, bezoekt een of twee zalen, koopt iets in de museumwinkel, en bij het buitengaan reken je af aan de kassa. Sommige mensen moeten niets betalen: het panorama is immers gratis.

"Het leuke van het ontwerp, van die Chinese puzzel, is dat je het heel gedifferentieerd kunt gebruiken. Je kunt in een deel ervan een receptie organiseren. Maar we voeren nu ook discussies: laat je de spiraal dag en nacht open? Of kun je na zes uur 's avonds alleen nog met de lift naar de panoramische zaal? Wat ik heel graag wil is dat het museum af raakt van zijn imago van oud en stoffig. Uit onderzoek blijkt dat mensen vaak maar één keer naar een museum gaan en dan bevestigd willen zien wat ze al weten. Dit museum, of noem het 'gebouw', moet iedereen aantrekken: alle rangen en standen en afkomsten en culturen. Zodat het een bijdrage levert aan, het klinkt wat emotioneel, het heel maken van Antwerpen. Dat zie ik toch wel als een uitdaging. Als je er een elitair museum van zou maken met een dichte deur en een duur kaartje, schiet je je doel voorbij."

Dat maakt er een ambitieus project van.

"Ik wil die ambitie wel opnemen. Kijk, als we nu gewoon een museum voor Romeinse beeldhouwkunst aan het maken waren - maar dit is verdorie hét museum van Antwerpen en de Antwerpenaar, het gaat over Antwerpen in de laatste duizend jaar.

"Ik ga niet zeggen dat het niet om een museum gaat, maar het is een publiek gebouw. Iedereen kan er komen, er moeten festiviteiten en evenementen gebeuren. DeSingel heeft dat een beetje, met dat nadeel dat ze in de periferie zitten en een relatief elitaire programmering hebben. Maar op de Nacht van deSingel waren mensen aan het feesten in de lobby's van het gebouw, en gingen ze de zalen in voor flamenco, rock, de lezing van een dichter. Als je dat in het MAS zou kunnen doen, met een nog breder cultureel scala, van een raïbandje dat op de trappen loopt tot een lezing over emailkistjes uit de 13de eeuw, terwijl mensen zitten te eten en te drinken - dat zou toch fantastisch zijn.

"Het is de vestibule van de stad. Je kunt je bruiloft vieren op het dak. Er is ook een helicopterdak, dus de Amerikaanse president kan er landen. Een gast kan meteen een zaal in om de geschiedenis van de stad te bekijken of een zakenman uit Kortrijk maakt er zijn afspraak. Dat moet allemaal kunnen. Maar je moet ook gewoon op een bankje kunnen genieten van het uitzicht en de krant lezen.

"Musea overal ter wereld, kijk naar het Museum of Modern Arts (MOMA) in New York, worden steeds bredere openbare gebouwen: je spreekt er af, je eet in het restaurant. De Bourla-foyer is ook een mooi voorbeeld van die evolutie. Vroeger werd die alleen in de pauze van theatervoorstellingen gebruikt. Nu spreek je er af."

Het MAS komt ook op een speciale plek.

"Het MAS ligt aan de noordkant van de stad en trekt een lijn richting Eilandje. Zoals het Zuid zich heeft ontwikkeld, zal het Noord zich de komende tien jaar ontwikkelen. Het museum moet de katalysator worden, uitstraling geven aan het hele gebied en de stad opentrekken richting noorden.

"Wat Antwerpen nodig heeft zijn plannen die meer samenhang vertonen. Potenties van de stad komen vaak onvoldoende tot uiting omdat de plannen te fragmentarisch zijn. Er moet meer overleg zijn: je moet vermijden dat wanneer het MAS klaar is, men de straten eromheen open begint te leggen. Die geïntegreerde aanpak is in Antwerpen nog altijd wat zoek, hoewel het beter wordt. Het probleem is dat in Antwerpen, net zoals in veel Vlaamse steden, alle bouwprojecten meteen erg politiek geladen zijn. Waardoor een langetermijnplanning ontbreekt.

"Een nieuwe brug met kantoren in de pijlers en een zeppelinhaven zijn spectaculaire projecten waarmee men hoopt Antwerpen weer op te stoten, maar het is de samenhang die belangrijk is. Er moet ook continuïteit zijn, over de legislaturen heen. De politiek moet daarom meer ruimte geven aan bijvoorbeeld de stadsbouwmeester, de administratie, de ontwerpers. In Maastricht is architect Jo Coenen nog altijd de supervisor van een project op het oude keramiekterrein, waartoe ook het Bonnefantenmuseum behoort. Dat project is al vijftien jaar oud, maar Coenen blijft alle nieuwe plannen toetsen aan het totale kader.

"Kijk naar de manier waarop de Leopold de Waelplaats in Antwerpen is heraangelegd. Je ziet hoe dat plein veranderd is. Plotseling leeft het daar, er lopen 's avonds mensen rond, er zijn terrassen. Nochtans zijn alleen maar de kasseien anders gelegd. Je ziet hoe belangrijk het is om de openbare ruimte goed te krijgen. Vergelijk dat met de gedempte Zuiderdokken: als er tien jaar geleden met de ontwikkeling van het MUHKA en het Fotografiemuseum een gecoördineerde ontwikkeling was geweest, waarbij de dokken heraangelegd waren of weer water of een park zouden zijn geworden, dan was het Zuid nog krachtiger dan nu.

"Het is een kans die je op 't Eilandje nog hebt. Je hebt de pas aangelegde jachthaven, het Sint-Felixpakhuis dat wordt verbouwd tot stadsarchief, Dries Van Noten die er zijn ateliers heeft. Als je die initiatieven bestuurlijk goed coördineert, heb je een onwaarschijnlijke potentie voor de stad. Met het MAS als katalysator. Dat vereist een zorgvuldig politiek beleid en een langetermijnvisie."

Zou een spectaculair gebouw als het Guggenheim-museum van Frank Gehry in Bilbao op deze plek kunnen staan?

"Ik denk zelf dat het MAS een spectaculair gebouw is met een prentkaart- en icoonwaarde. Het spectaculaire zit niet noodzakelijk in de vorm - kijk naar de Tate Modern. Onze vormtaal is ingetogen, zeker. Het Bilbao-effect is natuurlijk interessant: met één gebouw in staat zijn om een attractie-pool van je stad te maken. Antwerpen mist dat een beetje. Het gaat nog altijd om de kathedraal en het Rubenshuis. Het zou mooi zijn als je in 2005 kunt zeggen dat het met het MAS gelukt is. Ik ga niet zeggen dat het allemaal zo is. Maar het is een ambitie die bij ons leeft om zoiets aan de stad te geven.

"Natuurlijk wil ik graag musea bouwen in Parijs of New York, als ik daar de kans toe krijg. Maar de uitdaging en het effect hier zijn vele malen groter. Het MAS heeft een groter effect op Antwerpen dan de uitbreiding van het MOMA op New York."

'De opzet is een niet elitair museum voor iedereen. Kinderen, ouderen, toeristen, de havenbaron én de dokwerker moeten er iets van hun gading vinden'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234