Vrijdag 15/01/2021

Beate Zschäpe

Veertien jaar deelde Beate Zschäpe haar leven met twee neonazikillers. Achter een façade van huiselijkheid voerde het trio zijn racistische 'kebabmoorden' uit. Zschäpes mannen pleegden zelfmoord. Zij, moeder van 'de familie', blijft achter. In afwachting van haar proces zwijgt de bruine weduwe nog altijd.

Beate Zschäpe (spreek uit als 'tsjeppe'), Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt, het Duitse neonazitrio dat zich de Nationaalsocialistische Onderwereld noemde, pleegde minstens negen racistische moorden tussen 2000 en 2006. Omdat het meestal om snackbarhouders ging, werden ze de 'kebabmoorden' genoemd. Het trio schoot zijn slachtoffers recht in het gezicht en filmde de moorden. De bekentenisvideo die later opdook, met onder andere krantenknipsels over de kebabmoorden en fotocollages, getuigt van extreem racistische haat. Zo is er een beeld waarop ze hun Turkse slachtoffers, begeleid van de leuze 'vandaag döner kebab-actie', symbolisch spiesen.

Op 4 november 2011 spat hun leven als ondergronds misdadigerstrio uit elkaar. Beate Zschäpe rent uit het brandende huis in de Frühlingsstraße in Zwickau, een stad in de Duitse deelstaat Saksen. Ze kijkt nog een laatste keer achterom. Enkele ogenblikken eerder liep ze nog met een jerrycan door haar woning en sprenkelde ze brandversneller over de hoogslaper, de koelkast, de krabpaal van de kat en de computer, waarop ze zo-even nog naar een middel tegen misselijkheid had gegoogeld. Daarna nam ze enkele kledingstukken en de dvd's met de bekentenissen van de groep in de vorm van video's met The Pink Panther, stak ze het huis in brand en liep ze de knarsende houten trap af naar buiten. Ze liet 75.000 euro aan contant geld achter in het gebouw.

Wanneer Zschäpe de straat op loopt, verscheurt een harde knal de stilte in Zwickau-Weißenborn. Door de explosie wordt de gevel van het huis weggeblazen. Zschäpe kan nog één keer binnenkijken in de woning die jarenlang het hoofdkwartier was van neonazistische terreur. Dunne vlammen lekken over de vloer, het bed en de muren; ramen barsten en glas klettert op straat. Het is drie uur 's middags. Drie uur eerder hebben haar twee medeplichtigen zelfmoord gepleegd.Gedurende meer dan zes maanden evalueerden onderzoekers van de Duitse federale recherche en het Openbaar Ministerie duizenden pagina's documenten en 9,3 terabyte aan gegevens op harde schijven van het misdadigerstrio. Ze verhoorden ook honderd ooggetuigen. Op basis daarvan beschikken we vandaag over een heel nauwkeurig beeld van wat zich in de laatste uren voor de aanhouding van Beate Zschäpe afspeelde.

Alles verloren

Op die dag in november vorig jaar draagt ze een zwarte broek, een zwart fleecevest en roodbruine leren schoenen. Haar donker geverfde haren vallen over haar ronde gezicht achter een montuurloze bril. In haar handen draagt ze twee mandjes met haar katten Lilly en Heidi.

Wanneer Zschäpe het huis uit rent, ziet ze aan de overkant een buurvrouw voor haar eengezinswoning staan. Zschäpe houdt de pas in en vraagt de buurvrouw of ze voor haar katten kan zorgen. De buurvrouw knikt; Zschäpe zet de mandjes voor haar voeten neer, haalt een rode gsm uit haar zak en loopt in de richting van de binnenstad. De politie zal er nu snel zijn.

De 36-jarige Zschäpe heeft zonet alles verloren: haar familie, haar vrienden, haar mannen - en haar zin om te leven. Bijna veertien jaar lang leefde ze met Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt in de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU). De groep wordt verdacht van minstens tien moorden op kleine zelfstandigen van Turkse en Griekse afkomst en op een politievrouw, twee aanslagen met spijkerbommen en minstens vijftien overvallen.

Zschäpe vlucht op deze novembermiddag voor de politie en voor het leven dat ze leidde. Wanneer de vlammen het dak van het huis bereiken, probeert ze met haar gsm André E. te bereiken, die in de afgelopen jaren de belangrijkste handlanger van het trio was. Nadat ze twee kilometer door Zwickau heeft gedwaald haalt André E. haar met een auto in en rijden ze samen de stad uit. Zschäpe denkt aan zelfmoord: ze wil zich voor een trein gooien. Dat vertelt ze later, wanneer ze in voorlopige hechtenis zit, aan een politieman.

Maar eerst moet ze nog twee wensen vervullen van de mannen uit haar leven. Zschäpe vraagt André E. om haar aan het station af te zetten.

De vrouw die deze avond in het station van Zwickau onder de neus van de Bundespolizei ontsnapt, is niet alleen de enige overlevende van de terreurgroep die zich NSU noemde; ze is ook een van de weinige vrouwelijke rechts-radicale terroristen. Voor het Openbaar Ministerie is Beate Zschäpe de hoofdverdachte in het proces tegen de 'Braune Armee Fraktion'. Ze houdt de lippen stijf opeen. Wanneer het hoofdproces tegen de NSU voor het bondsgerechtshof van start gaat, zal Zschäpes houding mee de loop ervan bepalen. Behalve verdachte is ze ook de laatste getuige. Zij kan er het meest toe bijdragen dat de daden en motieven van de groep aan het licht worden gebracht, maar haar persoon is ook van groot belang voor het parket, dat waarschijnlijk deze herfst de akte van beschuldiging zal neerleggen.

Als het gerecht tegen die tijd niet kan aantonen dat Beate Zschäpe op de hoogte was van de moorden en de extreem rechtse ideologie van de groep, zal het moeilijk worden om de NSU te veroordelen als 'terroristische groepering'. Een bende geldt in Duitsland pas als terreurgroep als ze minstens drie leden telt: Böhnhardt, Mundlos en Zschäpe.

Er lopen weliswaar gerechtelijke onderzoeken tegen in totaal zestien mogelijke handlangers van de groep, van wie er op dit ogenblik twee in hechtenis zijn, maar die kenden elkaar vaak niet eens, zodat ze moeilijk onder het begrip 'terroristische groepering' te vatten zijn. Enkel het drietal voerde een naam en een logo en was zich bewust van de omvang van zijn daden. De handlangers, onder wie André E., voerden opdrachten uit voor de groep, zoals het huren van woningen of auto's en het bezorgen van wapens, identiteitskaarten of treinabonnementen. Beate Zschäpe is de enige nog levende activiste bij wie alle sporen samenkomen.

Toch is nog altijd maar weinig over haar bekend: nadat de terreurgroep was opgerold, berichtten de media vooral over de mannen. Wie is Beate Zschäpe? Wat zijn haar drijfveren? Zelf zegt ze niets tegen Die Zeit. Maar een paar van haar vroegere kameraden, buren, vrienden en diverse ooggetuigen doen wel hun mond open.

Op het station van Zwickau stapt Zschäpe op die bewuste novemberdag in 2011 op de trein naar Chemnitz. Ze heeft nu niemand meer die ze kan vertrouwen. Haar moeder en haar grootmoeder heeft ze ruim tien jaar niet meer gezien. Sinds ze is ondergedoken heeft ze het contact met vroegere vrienden consequent gemeden. Zogenaamde kameraden uit rechtse kringen denken dat Zschäpe in het buitenland woont of op Kreta is gestorven.

De cel werd in Chemnitz opgericht. Daar vond Zschäpe in 1998 haar eerste schuilplaats nadat ze samen met Mundlos en Böhnhardt was ondergedoken. De rolverdeling binnen het trio was vanaf het begin duidelijk: Mundlos, de belezen ideoloog, was het brein. Böhnhardt, de wapengek, was de vuist. En Zschäpe was de huisvrouw en de moeder van de 'familie' - zoals Zschäpe zelf later, in voorlopige hechtenis, het misdadigerstrio zal noemen.

Terwijl de mannen op hun moordcampagnes vertrokken, zagen de buren Zschäpe in de tuin de was ophangen. Ze kookte bijna iedere dag. Medebewoners zeggen dat er altijd een heerlijke etensgeur uit de woning kwam. Voor haar mannen bakte Zschäpe nu en dan ook de lievelingskoekjes uit hun kindertijd. In de keuken vinden politieagenten later het boek Dr. Oetker: 1000 - De beste bakrecepten.

Zschäpe organiseerde de dagbesteding van de groep: ze huurde meer dan driehonderd films en schietgames bij een videotheek in Zwickau en kocht brillen voor de mannen. Wanneer Böhnhardt en Mundlos plannen maakten om een bank te observeren of iemand neer te schieten, zocht Zschäpe schuilplaatsen voor hen in de buurt, bijvoorbeeld campings of woonwagens. Dat hebben onderzoekers gereconstrueerd op basis van de gegevens op de harde schijf van Zschäpes computer. Bovendien beheerde zij het geld van de groep. Vakantievrienden herinneren zich dat zij alle rekeningen contant betaalde. Vaak zag je de grote bankbiljetten in haar portemonnee zitten.

Het Openbaar Ministerie gaat ervan uit dat Zschäpe "een soort emotioneel middelpunt" van deze groep was, zegt plaatsvervangend procureur-generaal Rainer Griesbaum. "Uit ons onderzoek blijkt dat zij een wezenlijke invloed had, bijvoorbeeld op de financiële regelingen binnen de groep, en dat zij ook de ideologie van de groep aanhing."

Haar halve leven bracht Beate Zschäpe met de rechts extremistische moordenaars Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos door. Zocht ze bij hen iets wat ze nergens anders kon vinden?

Oma's kindje

Het is 2 januari 1975 en Annerose A. wordt in het ziekenhuis opgenomen met een vermoedelijke nierkoliek; ze hoopt dat een arts de krampen in haar onderlichaam kan behandelen. Maar Annerose A. is niet ziek. Ze heeft weeën en bevalt van een meisje: Beate.

Annerose A. is dan 22 jaar. Niemand heeft de zwangerschap opgemerkt, zo wordt gezegd, zelfs een bevriende verpleegster heeft niets vermoed. De jonge moeder heeft een - in de DDR felbegeerde - studieplek op de faculteit voor tandheelkunde in Boekarest bemachtigd. Zij wil haar kans op een opleiding in Roemenië niet verliezen.

Wanneer Annerose A. twee weken na de geboorte naar Roemenië terugkeert, laat ze haar baby in Jena achter. In Boekarest wacht iemand op haar: naast haar Duitse vriend heeft Annerose A. een Roemeense geliefde. Deze medestudent was Beates vader, zo beweerde Annerose in een verklaring voor het Openbaar Ministerie. De man weigerde echter tot zijn dood in 2000 het vaderschap te erkennen.

Beate Zschäpe, de vrouw bij wie als volwassene alles in het teken stond van haar haat tegen buitenlanders, is vermoedelijk zelf half Roemeens. Op grond van alle feiten die nu over haar bekend zijn, wordt vermoedt dat ze dit zelf wist.

In Jena bekommert eerst de grootmoeder zich om het kind. Na twaalf weken wordt het meisje in een crèche geplaatst. Wanneer Beate een half jaar oud is, neemt de Duitse vriend van Annerose A. het kind in huis. Met deze man, een oude jeugdvriend, had A. pas twee dagen voor de geboorte van Beate een relatie aangeknoopt. Tijdens een vakantie trouwt A. met hem. Beate krijgt aanvankelijk zijn achternaam.

Beates moeder wil niet met de media spreken, maar de stiefvader gaf aan Die Zeit zijn tot nu toe enige interview. "Ik heb langer met het kind samengeleefd dan met haar moeder", zegt hij. Tijdens het gesprek in zijn woning in Thüringen zwijgt hij vaak: een radeloze man op zoek naar een verklaring. Hij zegt dat hij nog steeds niet begrijpt hoe Annerose haar pasgeboren kindje zomaar in de steek kon laten.

Na de terugkeer van A. uit Roemenië loopt de relatie al snel op de klippen. De stiefvader van Beate zet zijn vrouw uit hun gezamenlijke woning en het koppel vraagt de scheiding aan. A. trouwt opnieuw en scheidt drie jaar later nog eens. Tegen de onderzoekers zegt ze later dat haar dochter Beate nooit een echte vader heeft gehad.

Tijdens haar eerste drie levensjaren krijgt de kleine Beate achtereenvolgens drie familienamen: eerst de naam van haar moeder, dan die van haar stiefvader en ten slotte de naam van de tweede echtgenoot van haar moeder, Zschäpe.

In de ongeveer vijftien jaar tussen haar geboorte en de val van de Muur verhuist Beate met haar moeder zesmaal in Jena en omgeving. Hun laatste gemeenschappelijke woonplaats bestaat uit één kamer met een slaaphoek die moeder en dochter delen. De moeder slaagt er niet in om een job te houden en ze leven in geldnood. Beate leert al vroeg hoe ze met weinig moet rondkomen.

Vaak laat de moeder haar enige kind bij oma. Bij haar, zo lijkt het, voelt Beate zich geborgen. 's Zomers rijden de grootouders met hun kleinkind in hun grijze Trabant de stad uit, naar hun tuintje. Daar speelt het meisje in het bos, klautert ze over ruïnes en kruipt ze in holen. Na haar aanhouding in 2011 zal Beate Zschäpe zeggen dat ze altijd "oma's kindje" is geweest.

De relatie met haar moeder wordt in de loop der jaren steeds slechter. Zschäpe is bijna nooit thuis. Ze wordt steeds vaker betrapt op zwartrijden en winkeldiefstal. Als de dochter thuiskomt en de moeder met haar wil praten, gooit het meisje de deur van haar kamer dicht.

Na de val van de Muur verliest de moeder haar baan als boekhoudster bij Carl Zeiss en wordt ze werkloos. Het ontslag komt hard aan en ze zit het grootste deel van haar tijd alleen nog maar thuis. Annerose A.'s nieuwe vriend kan niet met haar dochter overweg. Er is voortdurend ruzie. Is het door deze situatie dat Beate Zschäpe op zoek gaat naar een gemeenschap die haar accepteert zoals ze is? Het lijkt er wel op.

Op veertienjarige leeftijd sluit ze zich in de nieuwbouwwijk Winzerla aan bij een jeugdbende. Tot die groep behoren punkmeisjes met rood geverfd haar en neusringen, maar ook volledig apolitieke jongeren. De groep noemt zich Die Zecken (de teek) en beschouwt zichzelf als politiek links. Een tijdje later bezoekt Zschäpe graag de nachtclub Kassablanca in Jena, waar alternatieve jongeren op ska en reggae dansen.

Deze maanden zijn niet alleen voor Zschäpe een fase van zoeken en verandering. Het is 1989, het laatste jaar van de DDR, een niemandsland tussen de systemen. De oude orde is verdwenen, maar een nieuwe is er nog niet. Duitsland wacht op de hereniging. Het is een tijd waarin dingen verschuiven.

Zschäpe is erbij wanneer Die Zecken het plan opvatten om een jeugdhuis te overvallen dat bekendstaat als een trefpunt van skinheads, en om een paar rechts-radicalen te 'molesteren'. Dat herinnert Cornelia Z. zich, die er destijds ook bij was. Zschäpe sprak zich slechts zelden politiek uit: "Beate was toen een levenslustig iemand die niet zo politiek gedreven was. Ze wilde eenvoudigweg van het leven genieten."

Twee jaar later - in de herfst van 1991, wanneer neonazi's een opvangtehuis voor buitenlanders in Hoyerswerda aanvallen en daarbij met applaus worden aangemoedigd door honderden inwoners van het stadje - leert de zestienjarige Beate in Jena de twee jaar oudere Uwe Mundlos kennen. Samen breken ze in bij het rechtse jeugdhuis, waar ze een kluis openen, en sigaretten en tweehonderd Mark stelen. Ze worden verliefd en verloven zich.

De twee opdrachten

Twintig jaar later: in de vroege ochtend van 5 november 2011 komt Beate Zschäpe in Chemnitz aan. Ze heeft de nacht in de trein en op straat doorgebracht. Om 7u54 telefoneert ze naar de familie Mundlos. De moeder van Uwe Mundlos neemt de telefoon op. "Uwe leeft niet meer", zegt Zschäpe.

"Hij heeft zichzelf opgeblazen: dat is toch groot in het nieuws geweest?" De moeder luistert geschrokken, ze wist er helemaal niets van. Het is de laatste keer dat ze telefoneert, zegt Zschäpe nog, en dan hangt ze op. Ze loopt terug naar het station van Chemnitz en neemt een regionale trein naar Leipzig. Ze heeft tevoren ook de moeder van Uwe Böhnhardt opgebeld.

Daarmee heeft ze de eerste opdracht van haar kameraden vervuld. Nu de tweede nog. Aangekomen in Leipzig gooit Zschäpe in de binnenstad minstens twaalf enveloppen in een brievenbus. In de dagen die volgen ontvangen kantoren van de Linkspartei, het dagblad Bild, het Turkse consulaat, moskeeverenigingen en ook een postorderbedrijf van neonazi's kopieën van de NSU-bekentenisvideo. Hij bestaat uit vijftien minuten hatelijkheden tegen de slachtoffers van de terreurgroep in de vorm van een stripverhaal van de Pink Panther. De dvd is het politieke testament van de neonazigroep. Door de openbaarmaking van de video wordt de zogenoemde Nationalsozialistische Untergrund in één klap bekend. Beate Zschäpe wil dat haar ondergedoken leven en de dood van de twee mannen niet voor niets zijn geweest.

Bijna twintig jaar hebben de drie met elkaar doorgebracht. Helemaal in het begin is Beate voor de mannen niet meer dan een vriendin, een lief meisje. In die tijd draagt ze schouderlang haar en gaat ze gekleed in jeans, een T-shirt en een leren jasje - heel gewone kleren. Ze ziet er niet uit als een skingirl. Bekenden omschrijven Zschäpe als "een lief, aardig, open meisje". Haar droomberoep is kleuterleidster. Maar voor die opleiding kan ze geen plek bemachtigen, dus begint ze haar beroepsleven als schilderhulpje in de jeugdwerkplaats van de stad Jena. Later volgt ze een opleiding als tuinier, gespecialiseerd in groenteteelt.

Tijdens die opleiding verlaat ze haar vriend Uwe Mundlos. Terwijl hij in militaire dienst zit, wordt Zschäpe verliefd op een ander: Uwe Böhnhardt, Mundlos' beste vriend. Toen begon Zschäpe rechtse taal uit te slaan, vertelt Siegfried Mundlos, de vader van Zschäpes ex-vriend.

Dat was destijds niet uitzonderlijk. Een op de twee mensen in de omgeving van Zschäpe droeg een bomberjack. Neonazi's en skinheads vormden in de jaren negentig in sommige steden de toonaangevende jongerencultuur, net zoals hiphop dat vandaag in veel wijken van Berlijn is. Wanneer Zschäpe met rechtse jongeren optrekt, laat ze haar andere gezicht zien: tijdens een vechtpartij in een bar takelt ze het hoofd van een buitenwipper toe met een bierfles. Tegen mensen met een andere mening gedraagt ze zich agressief. Dikwijls vecht ze.

Toen een punkmeisje haar tijdens een treinreis "dom aangaapte", herinnert zich iemand die erbij was, "gaf Beate haar meteen een klap".

Een onderzoeker van het Openbaar Ministerie van de deelstaat Thüringen, die Zschäpe in de jaren negentig verhoorde, beschrijft haar als berekend en gevoelloos.

Hoewel Uwe Mundlos door Zschäpe is gedumpt, blijft hij haar gezelschap opzoeken. Voor zover nu bekend is, had Mundlos na Zschäpe nooit meer een andere vriendin. Een van zijn jeugdvrienden zegt: "Alleen omdat Uwe nog zo van haar hield, kon het trio ontstaan." Van dan af brengt Zschäpe haar tijd door met de beide Uwes, haar huidige en haar voormalige minnaar.

Mundlos en Böhnhardt worden voor Zschäpe haar nieuwe familie. Bij beide mannen vindt ze wat ze thuis nooit heeft gekend: warmte, geborgenheid en trouw - en dat alles zelfs na een breuk. Op zoek naar de liefde ontdekt ze ook de haat.

Het bruine milieu

Vanaf 1995 gaat de radicalisering van deze drie mensen, die zozeer aan elkaar vasthangen dat ze snel alleen nog maar als 'de drie' bekendstaan, steeds sneller. Geregeld bezoeken Zschäpe, Mundlos en Böhnhardt bijeenkomsten van de rechtse Kameradschaft Jena en later ook die van de Thüringer Heimatschutz, een groepering rond neonazi Tino Brandt. Al spoedig besluiten ze dat ze "meer moeten doen", herinnert Holger G., een kameraad van vroeger, zich.

In september 1995 zou Zschäpe samen met Böhnhardt een nepbom hebben gelegd bij het monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van de dodenmars van Buchenwald, aldus een notitie van de binnenlandse veiligheidsdienst. In dezelfde maanden bekogelden de twee het monument voor de slachtoffers van het fascisme in Rudolstadt met rauwe eieren. De binnenlandse veiligheidsdienst begint Zschäpe, Mundlos en Böhnhardt in de gaten te houden.

De drie vrienden brengen nu al hun vrije tijd samen door in het 'bruine' milieu. Zschäpe, Mundlos en Böhnhardt gaan naar concerten van de rechtse liedjesschrijver Frank Rennicke. Ze lopen mee met herdenkingsmarsen voor Rudolf Hess. Daar ervaren ze het samenhorigheidsgevoel waarnaar ze alledrie op zoek zijn.

Met minstens acht nepbommen, waarin ook echte TNT-springstof is verwerkt, zaait het trio tussen 1996 en 1998 terreur in hun thuisstad Jena. De met hakenkruizen beschilderde kisten worden door kinderen en voorbijgangers gevonden voor het theater, onder een tribune van het stadion van voetbalclub Carl Zeiss Jena, en voor een monument ter ere van de slachtoffers van het nationaalsocialisme. Rond Nieuwjaar 1996 worden nepbommen bezorgd bij het politiebureau, het gemeentehuis en de plaatselijke redactie van de Thüringischen Landeszeitung. De garage waar de nepbommen zijn gemaakt, is door Beate Zschäpe gehuurd.

Daarnaast zet ze zich in voor de later als staatsgevaarlijk omschreven en verboden Hulporganisatie voor nationale politieke gevangenen en hun familieleden (HNG). Voor deze vereniging bezoekt Zschäpe rechtse 'politieke' gevangenen in de gevangenis. Maar al snel volstaat dit alles niet meer voor haar, Mundlos en Böhnhardt. Ze willen niets meer te maken hebben met de 'stadsskinheads', die alleen maar geïnteresseerd zijn in zuipen en vechten. Mundlos leest Hitlers Mein Kampf en de drie voelen zich al snel de elite van het rechtse milieu. De leuzen van hun kameraden gaan voor hen niet ver genoeg meer. Het gaat hun nu om daden en niet langer om woorden. Wanneer het parket van Thüringen in januari 1998 hun 'bommenwerkplaats' ontdekt in de door Zschäpe gehuurde garage, duikt het trio onder en ontwikkelt het zich tot een cel. De daaropvolgende dertien jaar en negen maanden zijn Zschäpe, Böhnhardt en Mundlos op de vlucht.

Op 5 november 2011, de op twee na laatste dag van hun ondergrondse leven, neemt Zschäpe, nadat ze in Leipzig de propagandavideo's op de post heeft gedaan, een sneltrein naar Eisenach. In Eisenach loopt ze onopvallend door de wijk waar Mundlos en Böhnhardt een dag eerder zelfmoord pleegden. Zschäpe wil nog eenmaal de plaats zien waar een einde kwam aan haar 'familie'.

Daarna reist ze kriskras door Duitsland. Door het treinraampje ziet ze steden als Bremen, Hannover, Uelzen en Magdeburg voorbijflitsen. Later keert ze terug naar Eisenach, waarna ze doorreist naar Weimar en vervolgens naar Halle an der Saale. Deze vrouw in de trein maakte op ooggetuigen de indruk dat ze in shock was. Tegen die tijd zag Zschäpe er al verwaarloosd uit, alsof ze dagenlang niet had gedoucht.

Doelloos en opgejaagd

Wanneer Beate Zschäpe op 7 november 2011 in de voormiddag in Halle arriveert, maakt ze zich snel weg uit het station - uit de buurt van de bewakingscamera's en de politiepost - waarna ze doelloos door de binnenstad zwerft. Ze doorkruist pleinen en slentert langs winkels. Later zou een vrouw getuigen dat Zschäpe met open ogen liep te dromen. Zschäpe kijkt niet naar links en rechts wanneer ze bij een rood verkeerslicht oversteekt. Gierend remt een tram abrupt en Zschäpe kan maar net op tijd opzij springen.

Ze valt trillend in de armen van een oude vrouw. Samen gaan ze op een bank zitten en drinken daarna nog een kop koffie. De beiaard van de Rode Toren op de Hallmarkt klingelt.

Zschäpe maakt een opgejaagde, schichtige, bange indruk op de gepensioneerde vrouw. Die vergezelt haar terug naar het station, ondersteunt haar en draagt haar handtas met luipaardprint. Steeds opnieuw kijkt Zschäpe achterom. "Ik heet Beate, ik ben blij dat u er bent en me een rustig en veilig gevoel geeft", zegt ze. Het is de eerste keer in lange tijd dat Zschäpe zich voorstelt met haar echte naam. In de voorbije jaren noemde ze zich onder andere Bärbel, Lisa, Susann, Liese, Silvia en Mandy. Ten minste elf schuilnamen zouden de speurders van de federale recherche later tellen. De identiteitspapieren waren van kennissen; vaak gebruikte Beate Zschäpe ook identiteitskaarten die waren gestolen van discotheekbezoeksters of gepensioneerden. De ziekenfondskaart waarmee ze onder de naam Silvia naar de dokter ging, had een handlanger voor 300 euro gekocht van de echtgenote van een veroordeelde skinhead en aan het trio doorgespeeld.

Met behulp van deze onopvallende valse identiteiten slaagde Zschäpe erin om de schijn van een gewoon huishouden op te houden. Terwijl Mundlos en Böhnhardt moordden, bommen legden en overvallen pleegden, zorgde Zschäpe voor een brave façade. Mede daarom kon de cel zo lang onopgemerkt dood en verderf zaaien.

Laatste schuilplaats

Kort nadat ze in maart 2008 zijn ingetrokken in het huis aan de Frühlingsstraße nr. 26 in Zwickau, de laatste schuilplaats van de NSU, stelt Zschäpe zich voor aan de buren als Susann Dienelt, of met haar bijnaam Liese. Om de roddels in het gebouw voor te zijn wil ze graag duidelijk maken dat een van haar beide medebewoners haar vriend is en de andere zijn broer. Aan een buurvrouw vertrouwt Zschäpe op een keer toe dat ze al negentien jaar met haar vriend samen is, maar toch nog regelmatig seks met hem heeft. Kinderen kon Zschäpe niet krijgen omdat haar beide eierstokken bij een operatie verwijderd waren. Haar twee katten Lilly en Heidi waren alles voor haar. "Dat waren haar baby's", zegt een buurvrouw.

"Zschäpe gedroeg zich tegenover de mannen als een echtgenote - maar dan van twee mannen", getuigt een medeplichtige van het trio. Intern houdt Zschäpe de groep emotioneel bij elkaar; naar de buitenwereld toe is zij de boodschapster van de cel. Ze maakt zich snel geliefd bij de buren. Buurman Peter F. brengt af en toe verse komkommers voor haar mee, en ook buurman Olaf B. sluit Zschäpe in het hart. Wanneer hij met een paar vrienden achter het huis bier zit te drinken, komt Zschäpe hen verrassen met pizza. Steeds vaker, vertelt B., kwam Zschäpe bij de buren zitten. Ze dronk nooit bier maar liever prosecco of schuimwijn die ze zelf meebracht. De buren noemen Zschäpe 'Diddl-Maus'.

Mundlos en Böhnhardt blijven steeds op de achtergrond. "Die waren zeer onopvallend. Alles wat onder 'public relations' viel, nam de vrouw op zich. De mannen keken je nooit direct in de ogen en groetten je ook niet", herinnert een buurman uit het huis aan de overkant zich.

Op een andere woonplaats hielp Zschäpe ook wel eens alleenstaande buurvrouwen, door aan het einde van de maand hun boodschappen te betalen of met hun kinderen te spelen. Wanneer vroegere buurvrouwen nu over haar praten, valt vaak het woord 'vertrouwen'. Op een keer kwam Zschäpe in de binnenstad van Zwickau een buurvrouw tegen; ze vertelde haar dat ze een mobiele telefoon met prepaidkaart nodig had, maar dat ze haar identiteitsbewijs thuis was vergeten. De buurvrouw hielp haar uit de nood door het toestel op haar naam te registreren. Zschäpe bedankte de vrouw met een biljet van vijftig euro.

Voor het raam van haar woning aan de Frühlingsstraße hangt Zschäpe gordijnen. Ze zet bloembakken neer, voor de douche ligt een badmat, op de koelkast prijkt een kaartje van 'Cindy uit Marzahn'.

Alles staat in het teken van de camouflage: in een kast naast de voordeur liggen tot op het laatst een machinepistool en een automatisch geweer met afgezaagde loop klaar. Voor het keukenraam staan geen echte planten maar plastic bloemen, ontdekken rechercheurs in het najaar van 2011. Achter die kunstbloemen heeft het trio vier bewakingscamera's verstopt.

Op 8 november 2011 zijn de onderzoekers al vier dagen lang aan het proberen om in de verkoolde ruïne van het huis de puzzelstukjes van de NSU in elkaar te passen. Maar het belangrijkste, de enige overlevende, vinden ze niet.

Beate Zschäpe zit op dat moment weer op de trein en doolt door het land. Op een gegeven moment neemt ze een besluit: ze wil terug naar Jena. Naar de stad waar haar dode medeplichtigen in een koelcel van de universiteitskliniek op stalen baren liggen, met de nummers TH1380-014717-11/8 en TH1380-014715-11/0. Ze wil terug naar de stad waar de enige mens op aarde woont die nog iets voor haar betekent: haar grootmoeder. Zschäpe staat voor het huis van haar oma in Jena, maar ze ontmoeten elkaar niet. Waarom niet, is nog niet bekend.

Op 8 november 2011 om 11u15 wordt een nationale zoekactie naar haar gelanceerd. Op dat moment stapt Zschäpe in Jena een advocatenkantoor binnen. Om ervoor te zorgen dat de strafpleiter haar wil verdedigen, betaalt zij hem een voorschot van enkele honderden euro's cash.

Samen steken ze de straat over naar het hoofdkantoor van de politie van Jena. Om 13u05 lopen de advocaat en zijn cliënte Beate Zschäpe de witte trap naar het politiebureau op. De advocaat opent de deur van de glazen ontvangstruimte. Tegen de politievrouw die hen ontvangt, zegt de meest gezochte vrouw van Duitsland: "Ik ben degene die jullie zoeken". In haar zak heeft ze nog 12 euro en 23 cent, haar laatste geld.

Deze tekst is het resultaat van een onderzoek dat Christian Fuchs en John Goetz in november 2011 opstartten voor het Duitse tv-programma Panorama. Op 8 juni verscheen hun boekDe cel. Extreem rechtse terreur in Duitsland.

© Die Zeit

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234