Vrijdag 22/11/2019

Batman is een Belg

Hij luistert naar de scherpe riffs van Tool en Kyuss om in de juiste mood te geraken. Gooit een rol wc-papier de afgrond in om de wind in te schatten. Trekt dan zijn vleermuizenpak aan en duikt de ravijn in. Cedric Dumont (41) vliegt, soms minutenlang.

'Steve Jobs had gelijk: 'Don't live someone else's life.'

Januari 2012, Zwitserland. Cedric Dumont maakt zich klaar voor een afsprong. Het decor: de Alpen. Het middel: een grijs pak, de wingsuit. Het doel: vliegen. Met 180 kilometer per uur. Dumont is een havik. Een mens met vleugels. Weliswaar van textiel, maar toch vleugels.

"Ik wandel uren in de bergen, op weg naar de top. Ik, helemaal alleen, met alleen muziek in de oren. Geen AC/DC, 'Highway to Hell'. Wel Kyuss, Tool, Pantera. Harde gitaren. Ook Metallica, vooral de oudere albums. Terwijl ik wandel, laad ik me op. De muziek brengt mij in de juiste stemming. En dan kom ik aan de rand van de berg. Een steile muur. De muziek gaat uit. De rituelen beginnen. Het is geen routine wat ik dan doe. Echt een ritueel. Eerst alles checken. Alle parameters moeten goed zitten: de temperatuur, de wind, de wolken, alles. Ik spring alleen als ik wil. Veiligheid voorop. Een rol wc-papier in de afgrond gooien helpt daarbij. Dan het aantrekken van het pak. Eerst mijn linkerbeen, dan mijn linkerarm, dan de rechterarm. Ik controleer alles: de touwen van de parachute, het textiel van mijn pak en doe dan pas mijn helm aan."

De 'klik' van het helmriempje sluit hem af van de wereld.

"Dan vraag ik me niet af of de koffiemachine nog aan staat thuis. Na de klik zit ik in het 'nu'. Ik kan dat niet goed uitleggen, maar wie helemaal opgaat in het moment kan zich optimaal focussen. Volle concentratie, maar toch alles loslaten. The state of hyper awareness, dat leerde ik aan de Universiteit van New York. Ik ben sportpsycholoog. Die hyper awareness is geen meditatieve staat. Het is denken zonder te denken. Nu is er geen plaats voor emotie. Maar toch ben ik nu bang. Ik ben altijd bang als ik in de diepte kijk. Voor een risicosprong heb je veel negatieve emoties. Het is gevaarlijk, dat weet ik. Ik kan sterven, dat besef ik. Dus weer die vraag: 'Waarom doe ik dit?' De negatieve emotie wordt omgebogen in positieve energie. Ik moet de angst begrijpen en accepteren."

Dan springt hij.

"Tijdens de vlucht voel ik zeer weinig. Ik vlieg bijna twee minuten. Ik zit in een vacuüm. Mijn zintuigen staan op volle sterkte. Iedere seconde duurt een uur. Het is bijna slow motion. Bomen scheren langs me, ik zie ze amper. Ik heb geen tijd om bang te zijn. Het is Star Wars. Overal tussen vliegen. Tussen bossen, tussen bergen. Vliegen.

"Voet aan de grond. Pas bij de landing is er plaats voor emotie. Een overvloed aan hormonen. De endorfine doet mijn lichaam bijna ontploffen. Een heroïneshot is het. Pas nu kan ik eigenlijk antwoorden waarom ik het doe: na iedere sprong. Dan weet ik waarom ik dat risico neem. Voor de vrijheid. Voor het plezier. Voor mezelf."

Hout vasthouden

Februari 2012, Knokke. Een schijnbaar anonieme man komt het ontbijtzaaltje binnengewandeld. Kort haar, strakke blik. Zijn naam: Cedric Dumont. Zijn beroep: basejumpen. B.A.S.E., acroniem voor Building, Antenna, Span en Earth. Het is springen van gebouwen, antennes, bruggen en bergen, tegen 200 kilometer per uur, met niks meer dan een parachute. De tv-toren in Vilnius, Jin Mao-toren in Shanghai, de Halletoren in Brugge, het viaduct van Vilvoorde (34 meter, de laagste basejump ooit). Maar dus ook de Zwitserse bergen, duizenden meters hoog. Vreemd: Cedric Dumont is misschien wel 's werelds beste basejumper, maar we kennen hem amper. Nochtans krijgen we hem af en toe te zien. Begin februari nog: de sprong van de KBC Arteveldetoren in Gent: 118,4 meter hoog. Landen tussen graafmachines en de E40: Vintage Dumont.

Meer nog dan basejumper is de Knokse Brusselaar een volbloed vogel. Een menselijke havik. Voor Red Bull, maar vooral ook voor zichzelf, kruipt Dumont in het vleermuizenpak. Haast ondenkbaar. Geen motor, amper vleugels. Alleen een hoge bloeddruk en een parachute. Het valt niet uit te leggen. De filmpjes van de wingsuit flights op YouTube lijken surreëel. Het is Batman, maar dan zonder trucage. Cedric Dumont heerst in de lucht, al twintig jaar.

De voorlopige balans: 10.000 skydives, 2.200 basejumps en dik 1.000 wingsuit flights. Aan tafel in Knokke herhaalt Dumont de cijfers: "10.000, 2.200 en nog eens 1.000." Hij richt de ogen ten hemel en klemt zijn handen stevig om het vuistdikke tafelblad. "Hout vasthouden. Ik heb me nog nooit geblesseerd. Nooit."

Dumont is geen geblondeerde tafelspringer met een stretch in de oren en het vuur in de ogen. Een rustige kerel die denkt voor hij praat. Eigenlijk gaat hij diepgaande gesprekken uit de weg. Hij praat liever niet over zijn vermetele sprongen. Niet over zijn gemoed. De sprongen gebeuren in zijn hoofd, niet aan de tafel. Maar toch. Praten is ook therapie. Er zit structuur in zijn discours. Een wandeling door de geest van Cedric Dumont gebeurt op geijkte paden. Te beginnen in 1991, ergens in Californië.

Het grote 'waarom'

Cedric Dumont komt uit een bourgeois familie. Opgegroeid in Sint-Pieters-Woluwe, in het Frans. Naar school met de typische jas van Millet en de kousen van Burlington. Vader Claude reisde vaak naar de States om er zaken te doen. Dumont was zaakvoerder van een woningbureau. Zoon Cedric ging vaak mee naar de Verenigde Staten. "In de zomer van '92, ik was toen 22, was ik een fervente surfer. Ik wilde vrij zijn. Opgaan in de natuur. De jaren voordien, vooral in de middelbare school, speelde ik golf. En goed ook, eigenlijk. Ik speelde in het Belgisch nationale team. Sport stond altijd al centraal in mijn nog jonge leven. Vier jaar: skiën. Vijf jaar: skateboarden. En dan waterskiën. Om uiteindelijk te surfen. Mijn focus verlegde zich langzaam naar de meer avontuurlijke sporten. In Californië, na een dagje surfen, kreeg ik dan plots de vraag van een Amerikaanse vriend: 'Goesting in een parachutesprong? Morgen?'"

Het antwoord liet even op zich wachten. Zo is Dumont: eerst denken. Niemand die zo rationeel pro en contra afweegt. Niemand die alles zo nadrukkelijk in vraag durft te stellen. Geen impulsieve sprong in het onbekende, maar overwogen stap vooruit. "'Waarom zou ik dat doen?' Ik vroeg het me constant af. Je hebt zelf niet de controle over de sprong, want de eerste keer is altijd een duosprong natuurlijk. Maar ik wilde het doen. Schrik was er wel. Schrik voor het onbekende. Maar na de vrijheid op het water wilde ik ook wel proeven van de vrijheid in de lucht."

Dumont ging de vliegtuigloods binnen voor zijn eerste sprong en wist het meteen: dit moet ik doen. "Ik zag de andere springers, het vliegtuig, de parachutes. Ik maakte een klik. Ik wilde al mijn hele leven piloot worden. Maar ik keek in de loods meer naar de parachutes dan naar het vliegtuig. De sfeer in de hangaar was een beetje mystiek. Het raakte me.

"Maar bij het opstijgen bleef de vraag nog altijd in mijn hoofd malen: 'Waarom doe ik dit?' Ik accepteerde de angst wel, maar het was niet simpel."

De sprong verliep perfect. Dumont ruilde de surfplank voor de parachute. Hij dook in Californië door de lucht en later ook in Florida, maar evengoed in Brussel en Antwerpen. "Wat hebben wij fout gedaan?", vroegen mijn ouders. (lacht) "Waarom doe jij zulke dingen?" Maar het skydiven bleek maar een tussenstap. Stukje bij beetje ging Dumont verder in het aftasten van zijn grenzen. Na de mystiek van de hangaar in Californië, was daar plots het licht in cinema Passage 44, hartje Brussel.

"Begin jaren negentig was van YouTube geen sprake. Ook niet van internet, overigens. Extreme Action Sports, dat was een nog onbekend begrip. Filmpjes van skydives waren niet bekend bij jonge gasten. Maar één keer per jaar toonden ze in de Quarante Quatre Pushing The Limits, een film die de highlights van het jaar inzake Extreme Action Sports toonde. Ik zat daar met een groepje vrienden. Snowboarden, skydiven, allemaal goed en wel. Plots zag ik een nieuwe sport. Een stapje verder dan het skydiven: basejumpen. Ook met een parachute, maar dan zonder vliegtuig. Gewoon van een gebouw of een berg springen. Ik wist niet wat ik zag. Het was geen religieuze roeping, maar net als in de hangaar in Californië werd ik echt aangegrepen door de beelden. Je springt met alleen een rugzakje. Niks anders. De volledige onthechting. En dan nog kunnen sturen ook."

Angsthaas

Dumont wordt basejumper. En zijn moeder angsthaas. De eerste basejumps van zoon Cedric gaan bij moeder Arlette gepaard met grote angst. Inge Coolman, een oude schoolvriendin van Cedric, had jarenlang een kledingzaak in Knokke. Ze ziet moeder Arlette nog binnenkomen: "Ik vind het verschrikkelijk", zei ze. "Ik sta doodsangsten uit. Ik verwacht ieder moment een telefoontje: 'Mevrouw, uw zoon is neergestort.'" De angst wordt er niet beter op wanneer zoonlief het basejumpen combineert met de befaamde wingsuit.

Maar ook nu is de rede niet roekeloos. De ratio wint het van de emotie. Zoals zo vaak bij Dumont. Het vliegen met de wingsuit is het voorlopige eindpunt van de evolutie. Van ski, naar skateboard, naar snowboard, naar surfplank, naar parachute, naar basejump, naar wingsuit. Dumont wil de dood niet in de ogen kijken. Hij springt voor faam noch glorie, maar voor zichzelf. Voor de kick van het springen, niet voor de kick van het weglopen achteraf, als je op een of ander privé-eigendom bent geland. Het antwoorden op de waaromvraag blijkt niet simpel. Ook nu niet. Dumont doet een poging.

"Ik ben van nature een onrustig persoon. De innerlijke onrust vertaalt zich in het reizen. Ik kan nergens langer dan drie weken zijn. Ik ben een nomade. Die onrust zorgt er ook voor dat ik mijn grenzen steeds wil verleggen. Ik wil bijleren. Ik lees soms romans. Dostojevski of Tolstoj. Maar meer nog lees ik boeken over avontuurlijke sporten. Dingen zoeken die mij iets bijbrengen. Voor veel mensen is basejumpen levensgevaarlijk. Sommigen begrijpen niet waarom ik dat doe. Misschien heb ik dat gewoon nodig. Misschien ben ik depressief? Misschien. Het is een vraag die ik me stel. Heb ik te weinig serotonine of endorfine? Ik weet dat niet. Maar ik heb wel de drang om te springen. Met 180 kilometer per uur door de lucht springen. Pure vrijheid. Met niks verbonden. Alleen ik en niemand anders. En simpel gezegd: ik doe dit ook ontzettend graag."

Dood van collega

Oktober 2004. Op uitnodiging van de Chinese overheid verzamelen 's werelds beste basejumpers in Shanghai voor een sprong van de Jin Mao-toren. Letterlijk: 'Gouden Voorspoed Gebouw.' Dumont is er ook bij. Hij, een van de beste, maar ook bekend als een van de meest professionele springers in de kleine wereld van het basejumpen. Het loopt fout in China. Dumont ziet een Australische collega voor zijn ogen te pletter storten. Hij blijft rustig, ook nu nog, jaren later. "Die man was gewoon niet goed voorbereid. Hij mankte nog van een vorige sprong. Wie zijn parachute in amper drie minuten opplooit speelt met zijn leven. Hij vloog niet, hij fladderde als een neergeschoten vogel naar beneden. Na Shanghai was ik meer geschrokken van de Chinezen dan van de dodelijke sprong. Het leven heeft daar een andere prijs. We kregen orders van de politie. Niemand mocht iets zeggen. Niets mocht worden gelekt. De Australiër werd ruwweg afgevoerd in een gammele ambulance. Dat dictatoriale gevoel. Bah."

De dood is helaas een vast gegeven in het leven van Cedric Dumont. Basejumpers zijn het speelgoed van het lot. Maar ook hierin kan hij zich afsluiten voor emoties. Hij analyseert dodelijke sprongen en weet waarom het is fout gelopen. Maar dood en vernieling knagen niet aan zijn vertrouwen en geestdrift. "In 2001 reed ik op de ring van Brussel. Ik kreeg een telefoontje: 'Weet je het al van...' Ik hoefde geen verdere uitleg. De vriend waarmee ik een paar jaar voordien samen sprong, was verongelukt. Ook hij was te roekeloos. Ik heb een andere vriend die me ook telkens sms't als er iets misloopt. Dan weet ik: 'Het is weer zover.'

"Ik ben bang voor de dood, absoluut. Maar die angst houdt me niet tegen om te springen. Waarom ook? Vergelijk het met een ongeval op de autostrade. Je ziet bodybags liggen op de snelweg. Het uur nadien zul je trager rijden, want het is gevaarlijk. Maar nadien? Dan rij je weer 140. Een dag later ben je dat vergeten. Maar pas op. Ik wil niet zeggen: 'Ik doe het meest extreme ter wereld.' Neen, integendeel. Het is een sport. Het is vliegen. Esthetisch vliegen zelfs. Ik wil niet tonen dat ik de dood in de ogen kijk."

De mentale hardheid van Cedric, ervoer ook zijn broer Alexandre al vaak. "Tien jaar geleden waren we in Chamonix", klinkt het. "Voor onze ogen verongelukte een basejumper. Ik heb nagedacht over die crash. Cedric ook. Maar hij zette het snel van zich af. Ik daarentegen maakte me zorgen."

Cedric: "Wat me niet doodt, maakt me sterker. Ik kan ermee omgaan, met die risico's. Ik wil basejumpen niet banaliseren, maar het ook niet mystificeren. Een brandweerman, militair, jachtpiloot of berggids: voor hen is het toch ook gevaarlijk? Maar het risico van de sport trekt me misschien ook aan. Ik wil geen normaal leven. Ik aard zo moeilijk in onze maatschappij. Ik sta voor de ervaring, meer dan voor de materie. Steve Jobs had gelijk: 'Don't live someone else's life.' Het leven draait om dingen vóélen. Ik heb ook een iPhone, een computer en een leuke wagen. Maar die dingen zijn functioneel. Mijn ouders hebben altijd gedacht: 'Ach, hij zal er wel mee stoppen als hij 25 is.' Maar ik werd 30 en deed het nog altijd. Nu ben ik er 41 en het wordt steeds erger. Ik kan dat moeilijk uitleggen aan hen. Eén keer heb ik gezegd: 'Mama, ik ben zo. Ik ga niet meer veranderen.' Dat was de enige keer."

Moeder Arlette begrijpt haar zoon nu. De angst ebt weg. "Ik kijk nu zelfs op internet naar zijn filmpjes. Dan denk ik aan vroeger. Het jongetje dat altijd naar de lucht keek en een vliegtuig bouwde met legoblokken. Ik ben niet meer bang. Ik ben trots." Ook Bart Van Vooren, een vriend van Dumont, is niet bang voor een fatale afloop: "Cedric is een controlefreak. Neem nu het golfen. Het lukt hem niet meer zoals vroeger. Hij heeft geen controle meer over het balletje en dat frustreert hem. Daarom is hij eigenlijk zo sterk. Omdat hij het basejumpen zo goed beheerst. Zijn professionalisme wekt vertrouwen. Eén fout en hij is dood. Dat beseft hij. Cedric zal nooit zomaar springen."

Leren focussen

Dumont probeert zijn mentale oerkracht ook door te geven aan andere topatleten. Zoals Kelly Slater, elfvoudig wereldkampioen surfen. De man van Cocoa Beach in Florida geldt als een van de beste surfers aller tijden. Dumont: "In 2005 studeerde ik sport- en prestatiepsychologie in New York. Alles wat ik de jaren voordien instinctief aanvoelde, kreeg plots een academische term. Denk aan de hyper awareness net voor de sprong. Het is fijn om die kennis en ervaring te delen met anderen. Dan spreek ik niet over een talisman, of over bijgeloof. Dat heb ik niet. Ik draag geen kruisje. Dat leer ik mensen focussen. Om hoofdzaak van bijzaak te onderscheiden."

Dat doet Dumont niet alleen voor sporters, ook voor bedrijven. "Twee weken geleden gaf ik een speech aan de mensen van Belgacom. Tweeduizend man. Pfff, geloof me, ik was nerveuzer dan voor een basejump. Gek hé? Maar goed, na een tijd in de 'normale' wereld heb ik dan toch weer nood om te vliegen. Dat zal altijd zo zijn. Er wachten nog zo veel projecten in Zuid-Amerika. Staan op het lijstje: Peru en Colombia. Maar ook dichter bij huis wachten Noorwegen en de Dolomieten. Vliegen man, niks dan vliegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234