Zaterdag 18/01/2020

Basketbal

Kennelijk is de (Amerikaanse) basketballer de ultieme atleet. Of staat hij het dichtst bij de oermens?

Mario Aerts blijft nog enkele dagen in China. Vurigste wens: het Dream Team zien spelen. Karsten Kroon: idem dito. Roger Federer zou dolgraag de hand van Kobe Bryant schudden. Ruiters, roeiers, pingpongers: allen willen ze op de foto met een NBA-speler. Meisjes eerst. Michael Phelps mag ook, maar als reserve. Voor schoonspringen en beachvolleybal komt geen sporter het dorp uit, niet in verlangen naar aanraakbaarheid.

De koningen van de zwarte markt richten zich op de wedstrijden van Amerikaanse basketballers. Zo is het al jaren. Niet dat het veel helpt - tickethouders bewaren hun goedje in een kluis-, maar het zegt veel over de mythologisering van het Dream Team. Kennelijk is de (Amerikaanse) basketballer de ultieme atleet. Of staat hij het dichtst bij de oermens? In de mega-industrie die eromheen hangt, wordt het wel eens vergeten: Olympische Spelen zijn een oerkreet. Er wordt anders gejuicht, anders gehuild, anders geknield dan bij FC Dender. La condition humaine komt uit een diepere laag.

Ook daarom horen wielrennen en voetbal niet thuis op de Spelen. Na de wegwedstrijd in Peking was het weer hetzelfde gemekker als na de Driedaagse van de Panne: pap in de benen, hitte die de luchtwegen blokkeert, mankement aan de derailleur, te weinig volk langs de weg. Die rimram. Belgisch kopman Maxime Monfort had het over een geheimzinnige slapte die hij alleen maar als nieuweling had gekend. De honderdjarige Davide Rebellin is duizend keer olympischer dan het gebroed van Carlo Bomans. Ik kon wel huilen dat hij in zilver sneefde.

De Jonge Duivels hebben veel sympathie. Niet omdat ze zo jong en mooi zijn, en het spel houdt ook niet over, het is de sympathie van de afrekening met de boven hen gestelden. Met de parfumeriewinkel van Vandereycken cs. Met de megalomane proleet Mathijssen. Jonge Duivels zijn een anker van verlangen geworden naar vergetelheid en verruïnering van de zogenaamd echte Rode Duivels. Nee, zij spelen niet voor goud, zij spelen voor de mentale hygiëne van een oubliëtte.

Het strekt onze chef sport niet tot eer, want ook Bush was aanwezig op het beachvolleybal. En Willem-Alexander en Máxima. En premier Balkenende. De laatste illustreerde in perfecte onnozelheid het soortelijk gewicht van beachvolleybal: tijdens de wedstrijd leerde hij friet met stokjes eten.

De frietjes waren koud, zei hij, in humor verkrampt.

Die Máxima blijft wel een stoot, zeg. Alleen voor haar zou je tot het gedrocht beachvolleybal willen toetreden. Kreupel of niet. Máxima strekte zich uit alsof ze in een strandzetel lag, onder een tweede huid van ritselend zand. Zo relaxed dat ik er meteen een ijsje bij dacht.

Onze kroonprins steunde de Jonge Duivels tegen China. Filip en Jean-François de Sart: heren onder elkaar. Al blijf ik meer onder de indruk van de extreem beschaafde coach dan van de prins. Maar waar was Mathilde? Volgens kenners beter gekleed dan Máxima. Liever ook. Ze begrijpen het nog altijd niet in Laken. Dit medailleloze land heeft hoge nood aan een zandgestraalde glimlach. Aan een mooie vrouw die weet hoe je een pilsje hijst. Ter verlossing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234