Woensdag 23/10/2019

Interview

Basketbaltopper Ann Wauters: “Misschien had ik iets prominenter een rolmodel moeten zijn”

Beeld Jef Boes @ initials la

In 2018 leerde heel België het vrouwen­basket kennen. Maar het was ook het jaar waarin Ann Wauters (38), decennia­lang icoon van de sport, besefte dat ze stilaan afscheid moet nemen van haar indruk­wekkende carrière. “Revalideren van mijn knie vind ik lastiger dan revalideren van een zwangerschap.”

Dat ze ooit voor het basket koos, was eerder toeval. Uit een sportief gezin komt ze niet. Haar vader stond wel altijd zot van wielrennen, maar behalve gezins­vakanties naar de bergen waar hij dan de cols beklimmen wou, was sport geen must bij de familie Wauters. “Ik was wel een heel actief kind. Buiten spelen, racen met mijn fiets, in bomen klimmen, heerlijk vond ik het. In een sportclub hebben mijn ouders me nooit geduwd. Op mijn twaalfde ben ik gewoon met basket begonnen omdat een vriendinnetje het ook deed.”

Wat een parcours is het sindsdien geweest. Op haar negentiende al gevraagd om in de WNBA te spelen (de Women’s National Basketball Association in de VS, de sterkste vrouwen­competitie ter wereld). Meer dan twintig jaar bij verschillende top­ploegen gespeeld, en er in totaal tien keer een nationaal kampioenschap mee gewonnen. Vijf keer verkozen tot Europese speelster van het jaar. Meermaals een Europees seizoen gecombineerd met een seizoen in de Verenigde Staten of Azië.

Jarenlang is Ann Wauters het gezicht van het vrouwen­basketbal geweest, en in 2018 heeft ze er met de Belgian Cats, de nationale vrouwen­ploeg, mee voor gezorgd dat zelfs sport­dummy’s nu weten dat er in dit land op hoog niveau gebasket wordt.

Wie is Ann Wauters?

- geboren op 12 oktober 1980, in Sint-Niklaas
- begon haar basketbal­carrière in 1995 bij Osiris Aalst en groeide uit tot een wereldtopper
- clubs: o.a. Valenciennes, Cleveland Rockers, CSKA Samara, Jekaterinenburg, Samsung Seoul, Valencia, Galatasaray en Los Angeles Sparks
- won tien keer een nationaal kampioenschap en verscheidene Europese bekers
- vijfmaal verkozen tot Europese speelster van het jaar 
- haalde met de Belgian Cats brons op het EK 2017 en de halve finales op het WK 2018

Maar er is die linker­knie. Een lichaams­deel dat hapert, Wauters is het niet gewoon. In haar twintig jaar top­sport had ze nauwelijks blessures. Heeft ze geluk gehad met haar lijf? Of heeft ze dat geluk zelf afgedwongen? “Beide, denk ik. Waarschijnlijk heb ik sterk DNA, maar dan komt het er nog op aan om je goed te verzorgen. Mijn lichaam is mijn werkmiddel. Ik heb het nodig om de resultaten te halen die ik me als doel heb gesteld.” 

Hoe ouder je wordt, hoe meer je merkt dat je geen twintig meer bent, zegt Wauters. Zo voelde ze al een tijdje dat haar rechter­knie slechter werd. “Het ging geleidelijk, en daarom kon ik omgaan met de pijn. Maar vorig jaar kreeg ik dan ineens pijn in die linker­knie.” Wauters speelde toen voor een Turkse ploeg in Istanbul. “Ineens ging het lopen niet meer zo gemakkelijk. Ik kon zelfs niet meer gewoon recht­komen op het toilet, maar moest me afduwen. Toen dacht ik: shit, dit klopt niet. En dat ging dan over mijn goeie knie.”

Er werd een scheur in de meniscus vast­gesteld, ze werd in België geopereerd, en ging in Istanbul revalideren. “Maar ik zag vooral een ploeg die wachtte op mij. Waarschijnlijk heb ik me te hard geforceerd door te snel te willen terugkomen en heb ik uiteindelijk nog meer schade toegebracht.”

Ann Wauters: “Ik wil niet de speler zijn die niet weet van ophouden.” Beeld Jef Boes @ initials la

Achteraf zeg je: ik had het rustiger aan moeten doen?

Ann Wauters: “Zeker weten. Maar ik had geen mensen in mijn omgeving die me daar toen op wezen. Na een aantal maanden hield ik mezelf wel wat in toom, maar toch was er altijd weer een nieuw doel waardoor ik me forceerde. Zo wilde ik nog per se bij de final four spelen van de Euroliga­competitie. Omdat het een heel belangrijke competitie is voor mij en het waarschijnlijk ook de laatste keer zou zijn. Daarna kwam het WK in Tenerife. Ik wist dat ik die knie te weinig had verzorgd en ik kende de risico’s, maar ik wilde er per se bij zijn. Achteraf gezien heel fijn, omdat we er zo’n goed resultaat hebben neergezet, maar ik draag er nu nog de gevolgen van.

“Die knie is nog altijd niet goed. Ik ken mijn lichaam. Het is heel sterk. Dus ik weet dat dit meer is dan een blessure die gewoon wat tijd nodig heeft. Mijn dokter zegt me nu dat ik het niet meer in weken maar in maanden moet bekijken. De kwalificatie­wedstrijden voor het EK eind november heb ik niet meegespeeld. Het was de eerste keer dat ik aan de zijlijn stond voor zulke belangrijke matchen. Raar, ja. Maar als ik nog iets wil meemaken van het EK – en vooral van de Olympische Spelen in 2020 – is dit wat ik moet doen.”

Je bent altijd heel erg bezig geweest met je lichaam. Je vrouw Lot vertelde me dit aan de telefoon: drie maanden nadat je van jullie zoon Vince bevallen was, ging je bij Valencia aan de slag en had je de beste fitheids­score van alle speelsters. Straf.

“Ofwel waren die anderen toen echt niet in vorm. (lacht) Nee, het zit in mijn karakter, denk ik. Ik had dat contract bij Valencia al getekend toen ik zwanger was, en wilde niet bij een nieuwe ploeg aan een seizoen beginnen terwijl ik niet in vorm zou zijn. Ik moest dus trainen na mijn bevalling. Lot is toen trouwens bijna tegelijker­tijd bevallen van onze dochter Lou, dus terwijl we allebei kers­verse mama’s waren van twee kinderen, volgde ik een strak schema waarin ik mijn work-outs deed. Soms trainde ik zelfs terwijl de baby’s aan het huilen waren. Die klik kon ik maken, ja. Ik wilde fysiek klaar zijn.

“Nu ja, een zwangerschap is geen kwetsuur. Je lichaam verandert wel heel hard, maar revalideren van die knie nu vind ik lastiger dan revalideren van een zwangerschap. Omdat ik heel snel resultaten zag van zodra ik weer begon te trainen. Trouwens, als je weer op je beste niveau wilt komen, móét je door je pijn­grens. Dat geldt voor iedereen.”

Je bent nu al een tijdje thuis. Jullie wonen in Bellegem, een dorp met amper 4.000 inwoners. Is dat niet wennen voor iemand die in grote, bruisende steden als Moskou, Istanbul, Seattle, Los Angeles of Valencia heeft gewoond?

“We hebben inderdaad een beetje overal gezeten. Als ik in het buitenland speelde, gingen Lot en de kinderen altijd mee. Maar tegelijk is Bellegem al lang onze thuis. Toen we nog zwanger waren, hebben we er een hele tijd gewoond.

“Soms mis ik het leven in de stad wel een beetje, maar om echt ergens te wonen, heb ik het toch liever rustig. Ik ben zelf ook opgegroeid in een dorp en in een huis met een tuin, misschien is dat de reden. (glimlacht) De kerktoren boezemt me dus geen angst in. Ik kan er trouwens echt van genieten om thuis te zijn.”

Lot vertelde dat zij ook blij is, omdat jij nu het gras maait.

(schatert) “Dat doe ik graag, ja. Die geur van vers gemaaid gras, heerlijk. Of het niet slecht is voor mijn knie? Ik speel een beetje vals, ik heb een zitmaaier.” (lacht opnieuw)

Laten we even naar het begin van je carrière gaan. Op je negentiende, terwijl je voor het Franse Valenciennes speelde, trok je in je eentje naar de States, om er een seizoen in Cleveland te gaan spelen en wonen. Was je daar toen klaar voor?

“Eigenlijk niet. Naar Amerika gaan was op mentaal vlak het zwaarste wat ik ooit gedaan heb. Toen ik in 2000 gekozen werd voor de WNBA, kreeg ik ineens ook veel aandacht, en dat was ik niet gewoon. Er was wel een manager die mij wat begeleidde, maar ik heb het toch grotendeels alleen gedaan. Er was daar geen familie, ik had er geen vrienden... Ik heb er mij echt eenzaam gevoeld. Ik snap eigenlijk nog niet hoe ik dat heb aangepakt. Maar ik stond er niet bij stil, denk ik, ik deed het gewoon.

“Het was ook toen pas dat ik besefte hoe hard en competitief basket kan zijn. Het was vechten voor een plaats. Tot dan zat het allemaal nog wat in de vrienden­sfeer. Ik was aan mijn tweede seizoen bezig bij Valenciennes, en ook al was dat een professionele club, de sfeer was er heel gemoedelijk. In Cleveland kreeg ik voor de eerste keer klappen. Letterlijk. Ik was wel groot, maar nog redelijk tenger. Die periode in Amerika heeft me veel sterker gemaakt. Op fysiek en mentaal vlak.”

Hoe komt het dat je toen al zo mentaal weerbaar was? Heb je dat van thuis mee­gekregen?

“Moeilijk om daar een antwoord op te geven. Toen ik in het zesde middelbaar wilde doorgaan met basket en in Amerika college wilde volgen – waar ik basket en school kon combineren – heb ik mijn ouders daar wel van moeten overtuigen. Ze hadden liever dat ik eerst hier een diploma zou halen. Nu ik zelf moeder ben, begrijp ik hun bezorgdheid veel beter (lacht), maar ik wilde toch echt vertrekken. Uiteindelijk ging het alsnog niet door, omdat Valenciennes vroeg om bij hen te komen spelen, maar het was me wel gelukt om mijn ouders over de streep te trekken.

“En nu ik er zo over nadenk: mijn vader kwam altijd naar mijn trainingen kijken, maar hij heeft me nooit gepusht. Hij zei nooit: werk nog maar wat harder. Integendeel zelfs. Misschien heeft dat me juist geholpen om te vechten voor wat ik wil, en de tegenstand te overwinnen.”

Is het een attitude die je zelf ook aan je kinderen wilt meegeven?

“We beseffen dat onze kinderen in een bevoorrechte positie zitten. Financieel zullen ze niks tekort hebben, en ze hebben nu al een flink stuk van de wereld gezien. Maar we willen geen verwende kinderen. Ze moeten de waarde van geld kennen en weten wat ik ervoor heb moeten doen. Dat evenwicht hopen we te kunnen bewaren.”

Je hebt veel gereisd en in landen gewoond waar vaak een andere cultuur heerst dan hier. Wat heeft jou dat gegeven als mens?

“Een ruimere blik, denk ik. Die willen we ook aan onze kinderen geven. Ze zullen hier opgroeien, maar ze moeten weten dat er nog een hele wereld is buiten België.

“Ik kan terug­blikken op de titels die ik heb gewonnen en de doelen die ik heb bereikt. Maar ik heb vooral ook mensen leren kennen, en plaatsen in de wereld gezien die ik nooit meer zal vergeten.

“Het reizen heeft me anderzijds ook extra trots gemaakt op België. In sommige andere landen besef je pas hoe goed we het hier hebben. Twee vrouwen die samen kinderen hebben: in Turkije, Rusland of Zuid-Korea is het toch niet evident. Lgbt-sporters die moeiteloos uitkomen voor hun geaardheid, ze bestaan daar niet.”

Ook in België zeggen sommige sporters liever niet dat ze holebi zijn. Hun sport moet centraal staan, niet hun privé­leven, redeneren ze. Begrijpelijk, maar anderzijds: hoe meer mensen er normaal over doen, hoe minder het een issue wordt.

“Ik snap dat het moeilijk is. Zelf heb ik ook nooit de nood gehad om daarin een voortrekker te zijn. Ik vond ook dat het over mijn sport moest gaan. Maar nu ik ouder word, besef ik wel dat mensen soms een rolmodel nodig hebben.

“Ik was heel erg aangegrepen door een
Pano-reportage over holebi’s onlangs, waarin mensen hier in België getuigden hoe moeilijk het voor hen nog was om uit te komen voor hun geaardheid. En toen dacht ik: misschien had ik toch iets prominenter een rolmodel moeten zijn. Als ik door mijn verhaal te vertellen één iemand kan helpen, moet ik het misschien meer doen.”

Beeld Jef Boes @ initials la

Stellen je kinderen vragen over het feit dat ze twee mama’s hebben?

“Voor hen is het normaal dat ze geen vader hebben. Op dit moment hebben we niet het gevoel dat ze er hard mee bezig zijn. Maar ooit zal er een moment komen waarop ze vragen gaan stellen over hun genen. Dan zullen we eerlijk zijn en hun vertellen dat we naar het ziekenhuis gereden zijn en er zaadjes hebben gekregen. Hopelijk nemen ze daar genoegen mee en hebben ze de behoefte niet om nog verder te zoeken. Dat zal ook moeilijk zijn, want voor onze drie kinderen hebben we met een anonieme donor gewerkt.”

Thuis moest je toch wat strijden om voluit voor basket te kiezen, vertelde je net. Moest je dat ook doen toen je vertelde dat je lesbisch bent?

“Mijn zus, met wie ik een heel goede band heb, wist het al veel langer. Toen ik het aan mijn ouders vertelde, reageerde mijn moeder heel emotioneel en met de gebruikelijke bezorgd­heden. Misschien ook omdat we zijn opgevoed met het idee: doe maar gewoon, je hoeft niet te hard op te vallen. (lacht) Wat al niet simpel was, met mijn 1,95 meter. Mijn vader was iets kalmer en zei: ‘Als jij gelukkig bent, zijn wij gelukkig.’ Geen grote drama’s dus, maar gemakkelijk was het toch niet.”

Terug naar je carrière. Het actieve basketten nadert toch stilaan zijn einde, zeg je. Wat daarna?

“Op dit moment kan ik wel nog een rol spelen bij de Belgian Cats. Ik voel dat ik met mijn ervaring rust kan brengen in de ploeg. Dat het jonge geweld af en toe eens iemand nodig heeft die zegt: en nu gaan we even kalm worden. (lacht)

“Het mentale aspect is wel iets waar ik me graag op wil toe­leggen. Zelf heb ik in mijn carrière weinig of geen mentale begeleiding gehad. Ik stond er ook niet bij stil. Maar nu denk ik: zoals je naar de fitness kunt gaan om fysiek sterker te worden, zo kun je ook trainen om mentaal sterker te worden.

“De laatste jaren ben ik meer gaan nadenken over wat een ploeg succesvol maakt. Tien vrouwen uit verschillende delen van de wereld die willekeurig zijn bijeen­gebracht moeten ervoor zorgen dat die ploeg op het einde van het jaar de titel wint. Dat gaat over meer dan talent. Ik heb zelf in ploegen gespeeld waar heel veel talent zat en we toch niet het gewenste resultaat behaalden. Frustrerend, zeker als je er geen verandering in kunt brengen.

“Daarom heb ik samen met Ellen Schouppe, de sport­psycholoog van de Belgian Cats, en performance coach Matthias Haspeslagh een app en een website gelanceerd. Het model voor onze app is gebouwd op zeven high performing attitudes. Die overigens niet alleen voor sporters gelden, maar voor iedereen die top­prestaties levert. De app bestaat uit een zelf­evaluatie, die zowel door de coach als door de spelers kan worden gebruikt. Bijvoorbeeld: soms twijfel je als speler over je rol in de ploeg. Je denkt dat je een bepaald shot niet mag nemen, omdat de coach niet graag heeft dat je initiatief neemt, terwijl hij eigenlijk net wel verwacht dat je dat doet. Coaches en spelers praten daar niet altijd gemakkelijk over. Onze app moet die communicatie bevorderen.

“Ondertussen heb ik ook de eerste stappen gezet om een eigen bedrijfje op te starten. Ook dat zal gericht zijn op het mentale aspect van sport.

“Ik ben al een tijdje aan het nadenken over wat ik na het actieve basketten wil gaan doen. Dat is wel een zoektocht. Niet simpel om te weten te komen waar je evenveel energie en voldoening uit gaat halen. Veel atleten worstelen daarmee. Gelukkig heb ik ook mijn gezins­leven, anders zouden er ineens echt wel zeeën van tijd vrijkomen.”

Na de verloren wedstrijd van de Belgian Cats voor de derde plaats tegen Spanje op het WK in Tenerife, zagen we een emotionele Ann Wauters. Hoe kwam dat?

“Er schoten verschillende dingen door mijn hoofd. Ik had er echt nog in geloofd dat we de bronzen medaille konden halen. Ik vond het erg dat ik zelf niet meer had kunnen doen, omdat die knie me parten speelde. Tegelijk was ik ook trots dat we toch vierde waren van de wereld. Het waren dus veel emoties in één moment. Maar sport is emotie, dat weet iedereen.”

Wie in het kranten­archief duikt, komt interviews met jou van tien jaar geleden tegen waarin dan al de vraag gesteld wordt wanneer je gaat stoppen. Is dit nu wél het moment waarop je moet zeggen dat het echt stilaan gedaan is?

“Dat is hatelijk, hoor, als je nog geen dertig bent, je fysiek heel goed voelt, en ze toch blijven vragen wanneer je gaat stoppen. Maar bon, nu is de vraag inderdaad relevant. Ik denk dat ik al stappen aan het zetten ben naar een andere carrière, want ik heb geen nieuw contract meer getekend bij een ploeg.

“Ik wil niet de speler zijn die niet weet van ophouden. Maar aan de andere kant: was ik twee jaar geleden gestopt, had ik dit allemaal niet meer meegemaakt met de Belgian Cats. En dus wil ik wel nog alles op alles zetten om bij dat EK te zijn. Niet zozeer wegens het EK zelf, zo heb ik er al wel een aantal meegemaakt, dat hoeft niet meer per se. Wel omdat we er ons kunnen plaatsen voor de Olympische Spelen in 2020. Het zou de allereerste keer zijn dat een Belgische ploeg zich plaatst voor basketbal. In een olympisch stadion mijn carrière beëindigen, dat zou een droom zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234