Maandag 01/06/2020

BART STEENHAUT

Eerlijk: ik heb het geprobeerd. Eén, twee, zelfs drie keer. Maar telkens opnieuw haalde de slaap de overhand voor de eerste aflevering van De beste singer-songwriter van Vlaanderen het laatste reclameblok had bereikt. Zo kwam het dat ik pas afgelopen donderdag vernam welke twee aspirant-laureaten door de jury met een plek in de volgende ronde waren bedacht. Op zich ben ik ervan overtuigd dat er behoefte is aan een talentenjacht op televisie waar het voor de afwisseling eens echt om de muziek draait. Dat zou na The Voice (opvallendste stem), X-Factor (mooiste kapsel) en Idool (beste Koen Wauters) sowieso een mooie afwisseling zijn. Maar wat ik zag was een programma waar de clichés net zo hoog op elkaar werden gestapeld tot ze stuk voor stuk te pletter sloegen.

Vooreerst was er het beeld van hoe zo'n singer-songwriter er precies uit hoort te zien. Op basis van wat je te zien kreeg bestond deze bedreigde mensensoort kennelijk vooral uit loners die hun vrije uren zoek maakten langs verlaten spoorwegen in de hoop dat de muze hen daar in een onbewaakt moment zomaar kwam aangewaaid. Vervolgens trokken ze - nog steeds alleen, er is blijkbaar een ongeschreven wet die zegt dat singer-songwriters te getormenteerd zijn om er een brede vriendenkring op na te houden - naar de ICP studio. Dat is een plek met geschiedenis. Onder meer The Cure, Echo & The Bunnymen en onze eigen Arno hebben er classics opgenomen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er sfeer hangt. Alleen viel daar op het scherm weinig van te merken. Het donkere, stenen decor moest vast een zucht gezelligheid suggereren, maar elke kandidaat werd uitgelicht alsof de audities plaatsvonden in een vitrine aan het Brusselse Noordkwartier.

En het kon nog erger, want telkens als een van hen een nummer inzette, duurde het hooguit dertig seconden voor er commentaar van andere deelnemers overheen werd gemonteerd. Commentaar op een song die, ik meld het toch maar even, op dat moment alweer tot ruis op de achtergrond was verworden. Kijkers die wilden weten of de nummers echt wat om het lijf hadden, werden door de bijdehante luitjes van VIER vriendelijk doorverwezen naar de website, waar je ze wel integraal kon beluisteren. Je kan in deze barre tijden niet crossmediaal genoeg zijn. Nog even en ze lanceren een comedyprogramma waarbij je de pointe van elke grap enkel nog online te weten komt. Tussendoor praatte een ongemakkelijk ogende Lisa Smolders de boel aan elkaar op een nasale toon die de Gamma-mannetjes uit Het peulengaleis in herinnering riep.

En er was uiteraard een vakjury wiens oordeel ik niet in twijfel trok. Sarah Bettens en Frank Vander linden zaten lekker uitgezakt in de zetel, en deden wat in zo'n situatie van hen verwacht werd: opbouwende feedback geven zonder echt kritisch te zijn. Alleen special guest Flip Kowlier piepte af en toe dat het hem allemaal niet zoveel deed. Maar zelfs hij bleef te allen tijde vriendelijk lachen. Dat laatste deed ik zelf ook maar. Want hoe ironisch is het dat uitgerekend in het enige muziekprogramma dat pretendeert authenticiteit voor te staan, elke deelnemer al na een halve minuut de mond wordt gesnoerd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234