Zondag 20/09/2020

Bart Moeyaert, Ramsey Nasr en Joke van Leeuwen over hun stadsdichterschap in Antwerpen

'Een stadsdichter is een katalysator'

Op donderdagavond 20 november eert Antwerpen zijn stadsdichters met een eerste stadsgedichtennacht. Speciaal voor De Morgen doen huidig stadsdichter Joke van Leeuwen en twee van haar voorgangers, Ramsey Nasr en Bart Moeyaert, het verhaal van hun stadsdichterschap.

door sarah theerlynck

Antwerpen l De functie was een van de beste leesbevorderingscampagnes van de laatste jaren. Maar meer nog dan de liefde voor de poëzie belichaamde het viertal (Tom Lanoye was de eerste) de liefde voor 't Stad, ook als die soms tegen haat of onbegrip aanleunde.

30 oktober 2002. Op de allereerste persconferentie van Antwerpen Boekenstad, een stedelijke dienst die de Sinjorenstad nog meer bekendheid moet geven als stad van de literatuur, kondigt coördinator Michaël Vandebril haast tussen neus en lippen aan dat Antwerpen een stadsdichter krijgt. Een paar weken later krijgt die stadsdichter ook een naam: Tom Lanoye. Al snel wemelen de letteren door 't Stad, met als absoluut hoogtepunt het gedicht dat op een enorme doek aan de Boerentoren gehangen werd. "Aanvaardt mij, neemt mij, ziet mij" schreeuwen enorme blokletters van op het machtige gebouw. Het stadsdichterschap van Antwerpen staat definitief op de kaart.

Maar wat is een stadsdichter? Lanoyes opvolger, Ramsey Nasr, heeft geen welomlijnd antwoord wanneer hij in 2005 het ambt opneemt. Wel weet hij: "Ik wilde voor de hele stad schrijven zonder iemand uit te sluiten, maar ook zonder een allemansdichter te zijn. In mijn poëzie moesten de stemmen weerklinken van zij die te weinig gehoord worden: kansarmen, illegalen..." Nasr is net als Lanoye de stadsdichter van het grote gebaar. Hij springt gretig op alle podia (negentig in een jaar, om precies te zijn), en schrijft veelal heftige, breed uitwaaierende stadsgedichten.

Met de aanstelling van Bart Moeyaert in 2006 lijkt er zich een radicale breuk af te tekenen. "Nu krijgen we een intimistische en minder geëngageerd stadsdichter", is de algemene teneur. "Maar ik had de functie net aanvaard omdat ik er vrede mee had dat ik niet de grote geëngageerde schrijver moest zijn", zegt Moeyaert. En toch. Lees er stadsgedichten als 'Zie' (voor het Vredescentrum) en 'Vrouw en kind' (naar aanleiding van de moord op de tweejarige Luna en haar oppas Oulemata N'Doyie) op na, en je merkt: ook hier zindert het engagement in door.

"Ik durf hardop de dingen te zeggen die ik denk", zegt Moeyaert. "Het stadsdichterschap heeft me dat doen inzien. Daarvoor zag ik mezelf als iemand die vooral luistert, een man die oplet zijn visie te verkondigen omdat wat hij nu vindt, morgen misschien anders is."

Ook Joke van Leeuwen beklemtoont haar engagement. "Men wil het graag voorstellen alsof Bart en ik de intimistische stadsdichters zijn en Tom en Ramsey de geëngageerde waren, maar dat klopt niet. Alleen al mijn gedicht 'Hier', voor de buurtbewoners van het heraangelegde Kievitplein, bewijst dat. Mijn engagement is zelfs erg letterlijk te nemen. Toen ze een mensenketting vormden tegen de heraanleg van het plein, was ik erbij."

Stad vol spanningen

De stadsdichters doen de letteren knetteren in Antwerpen. De kranten schrijven pagina's vol over hen, hun publieke optredens lokken heelder menigtes en hun gedichten worden gretig gelezen. Het succes blijkt echter niet transporteerbaar. In Gent deed het stadsdichterschap weinig stof opwaaien en kan iemand één naam noemen van het Brussels stadsdichterscollectief?

"Antwerpen is een van de weinige steden die echt gebaat is bij een stadsdichter", zegt Bart Moeyaert. "Dat komt omdat het een lastige stad is, een havenstad waar mensen aankomen, weggaan of blijven. En als sommigen blijven, anderen dat niet oké vinden. Er zijn zoveel krachten voor en tegen dat een stadsdichter als een katalysator kan werken."

Ramsey Nasr beaamt. "Antwerpen is een stad vol spanningen omdat verschillende gemeenschappen er naast en door, maar vaak ook tegenover elkaar leven. Een stadsdichter kan zorgen voor ontlading."

Kortom: het stadsdichterschap van Antwerpen is meer dan een geslaagde leesbevorderingscampagne. Op zijn of haar beste momenten draagt de stadsdichter bij tot een maatschappelijk bewustzijn. Al mag dat volgens Ramsey Nasr nu ook weer niet overdreven worden. "Een stadsdichter zal 't Stad niet veranderen. In wezen is het een bescheiden functie. Je spreekt een aantal mensen aan met je poëzie, zet er een paar aan het denken, maar een stadsdichter zal de Schelde niet uit haar oevers doen treden."

Ook de manier waarop het stadsdichterschap wordt ingevuld in Antwerpen, speelt volgens Joke van Leeuwen een rol in het succes. "Elke stadsdichter wordt de vrijheid gegund een eigen stem te laten horen. Je hoeft niet bij elke gebeurtenis iets officieels te doen en kan vrijuit experimenteren met vormen. De poëzie krijgt letterlijk een plaats in de stad."

De poëziebanier op de Boerentoren van Tom Lanoye was inderdaad maar het, weliswaar indrukwekkende, begin. Op een tiental plekken in de stad wordt werk van de Antwerpse stadsdichters aangebracht: van het gedicht 'Een minimum' van Ramsey Nasr op het OCMW-gebouw op het Mechelseplein, over 'Gedicht voor gelukkige mensen' van Bart Moeyaert op een zeven meter hoge banier aan de gevel van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, tot het gedicht 'Ben ik' van Joke van Leeuwen op de luifel en de vloer van het Theaterplein.

Politiek

Naast succes oogst het stadsdichterschap in Antwerpen ook regelmatig controverse. Bij Tom Lanoye gaat het nog vooral om de functie zelf en het volgens sommigen wel heel royale loon (5.000 euro per jaar) dat eraan verbonden is. De vraag die velen niet luidop durven stellen, gaat echter dieper: kan een stad als Antwerpen het zich wel permitteren om een uitgesproken politieke schrijver als Lanoye als stadsdichter aan te stellen?

Verloopt de aanstelling van Lanoye nog woelig, dan is die van Ramsey Nasr ronduit tumultueus. 'Kan een Nederlands-Palestijnse dichter met een uitgesproken mening over de Palestijnse zaak wel stadsdichter van Antwerpen worden?' is nu de veel pijnlijker vraag. De directe aanleiding is een opiniestuk van de nog niet aangestelde stadsdichter in de Nederlandse krant NRC Handelsblad, dat De Standaard overneemt. De VLD- en Vlaams Belang-fractie in de Antwerpse gemeenteraad schreeuwen moord en brand. Nasr reageert met het stuk 'Dit is geen stadsgedicht', waarin hij zijn criticasters van antwoord dient.

"Het was een uitgestoken hand", zegt Nasr. "Hadden ze die geweigerd, dan hadden ze voor mij het stadsdichterschap in hun kont kunnen steken. Ik wilde niet door het stof gaan. Gelukkig werd ik van alle kanten gedekt. De mensen die toen meegewerkt hebben aan de hetze, zullen het zich achteraf wellicht beklaagd hebben. Toen ik mijn eerste stadsgedicht 'Stadsplant' voorlas op het stadhuis, heerste er een collectieve opluchting. In wezen was het mijn inburgeringsgedicht."

En wat na het stadsdichterschap? Gaapt dan het zwarte gat? "Hoe kom je erbij?", reageert Nasr. "Ik was kapot. Ik heb dan ook vriendelijk bedankt toen ze me voorstelden er nog een jaartje bij te doen. Mijn spanningsboog was gericht geweest op één jaar. Ik was heel graag nog een jaar langer stadsdichter geweest, maar dan had ik het wel op voorhand moeten weten."

Bart Moeyaert was net als Tom Lanoye wel twee jaar lang stadsdichter. Ook hij was op. "Ik wilde alles intens beleven en was op elk moment alert op alles wat er in mijn stad gebeurde. Ik had alles gegeven, maar had geen tijd gehad om mijn bagage weer aan te vullen. Na twee jaar had ik dan ook het gevoel dat alles opgebruikt was. Ik werd ook heel cynisch, leek alleen nog maar het negatieve te zien. Ik voelde mij als die man uit de film Paris die rondkijkt in zijn stad en alleen nog maar kan denken: 'Wees toch eens tevreden, mensen.'"

Een nacht vol Antwerpse gedichten

Op 20 november, op de eerste Stadsgedichtennacht, brengen stadsdichters en acteurs op vier symbolische plekken in de stad een greep uit de in totaal 46 Antwerpse stadsgedichten. In het Letterenhuis brengt Axel Daeseleire hulde aan de allereerste 'externe stadsopsteller' Tom Lanoye, die er helaas niet bij kan zijn. Theatermaker Johan Petit leest in het gebouw de Meerminne de stadsgedichten van Ramsey Nasr voor. Stadsdichter nummer drie, Bart Moeyaert, neemt zelf de honneurs waar en brengt een greep uit zijn 'Gedichten voor gelukkige mensen' in het FelixArchief. In HetPaleis staat huidig stadsdichter Joke van Leeuwen. Wie de avond bijwoont, ontvangt bovendien gratis het boek Antwerpse stadsdichters. (ST)

Info: www.antwerpen.be

n Vers van Joke van Leeuwen geprojecteerd op de gevel van de Meerminne.

Joke van Leeuwen maakt stadsgedicht tegen kindermishandeling op het Theaterplein

Op 19 november, de Werelddag tegen kindermishandeling, onthult Joke van Leeuwen om vier uur haar nieuwe stadsgedicht 'ben ik voor', een aanklacht tegen kindermishandeling. Op verzoek van De Stobbe vzw, een centrum voor Integrale Gezinszorg op het Kiel, en met medewerking van het jeugdtheater HetPaleis krijgt het tot eind 2008 een plek op het Theaterplein. Samen met visueel kunstenaar Bob Takes bedacht Van Leeuwen een concept waarbij de laatste regel van het gedicht zodanig op de luifel boven het Theaterplein wordt aangebracht dat het op bijna alle plaatsen waar je staat, lijkt op een verbrokkeling. Slechts vanaf één standpunt kun je de hele zin lezen. De integrale tekst komt op de vloer van het plein.

(ST)

Joke van Leeuwen:

Je hoeft niet bij elke gebeurtenis iets officieels te doen

Bart Moeyaert:

Antwerpen is een van de weinige steden die echt gebaat is bij een stadsdichter

Ramsey Nasr:

Zorgen voor een ontlading van spanningen tussen de gemeenschappen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234