Zondag 07/06/2020

InterviewJan Callebaut

‘Bart De Wever was voor velen het gezond verstand, maar de N-VA gooide haar felbevochten betrouwbaarheid te grabbel’

Het vertrouwen van de Vlaming in de politiek verdampte in coronatijden nog meer dan anders. Tijd voor herbronning, meent meestermarketeer Jan Callebaut. In zijn boek Het DNA van Vlaanderen, een coproductie met politiek journalist Ivan De Vadder, bundelt hij tien jaar onderzoek naar wie de Vlaming écht is en spelt hij onze politici de les. ‘Ik onderzoek de politiek zoals ik dat ooit met boter deed: wat verwáchten de mensen ervan?’ Kortom, wie smaakt ongezouten het best, De Wever of Rousseau, en wie heeft de meeste boter op het hoofd, Beke of Rutten?

Jan Callebaut (64) is een wereldvermaard expert in consumentengedrag. Hij stippelde strategieën uit voor multinationals als Unilever, Coca-Cola en Heineken en adviseerde toppers binnen CD&V en de VRT. Aan de hand van bevragingen tussen 2009 en 2019 ontblootte Callebaut in Het DNA van Vlaanderen de ziel van de Vlaming en al zijn angsten en verlangens. Het boek leest als een handige handleiding voor politieke partijen.

Met alle respect, maar is uw boek niet overbodig? De partijen zeggen al jaren dat ze luisteren naar de kiezer.

(lacht) Dat denken ze inderdaad. Maar zeker de traditionele partijen zijn vervreemd van de bevolking. De verkiezingsresultaten zijn de harde bewijzen: in 1999 haalden de christendemocraten, socialisten en liberalen nog 59 procent van de stemmen, vandaag, twintig jaar later, overtuigen ze nog maar 39 procent van de kiezers.

“Partijen gebruiken graag opiniepeilingen en populariteitspolls. Maar als je peilt naar kiesintenties of de populariteit van politici, zie je enkel de relatieve machtsverhoudingen bínnen de politiek, niet wat écht leeft in de samenleving. Wat verlangt de burger? Wat zijn zijn angsten en dromen? Hoe ziet hij zijn ideale samenleving? En sluit dat alles wel aan bij wat de partijen verkondigen? Ik werk al decennia met die filosofie in de bedrijfswereld: ooit begon ik met te onderzoeken wat mensen verwachten van hun boter, en hoe ver de merken Solo en Becel van die verwachtingen af lagen. Nu onderzochten we niet de ideale margarine, maar de ideale samenleving.”

Waar ligt de Vlaming van wakker?

“De eigen toekomst. Onze grootste angst is ongeneeslijk ziek worden, op korte afstand gevolgd door een lage levensstandaard na het pensioen. Dat zijn de twee grote constanten. Voorts heeft ieder zijn eigen angsten en dromen, maar het valt op dat we na elke bevraging clusters zien: groepen Vlamingen met dezelfde bezorgdheden, mensen die dezelfde basiswaarden delen en op een gelijkaardige manier naar zichzelf en de medemens kijken.

“In ons model onderscheiden we zes samenlevingsgroepen die ongeveer even groot zijn. Je hebt de ondernemende Vlamingen, die vertrouwen hebben in de toekomst en in zichzelf en hun eigen dromen willen nastreven. Er is de groep wereldverbeteraars, die zeer positief naar de toekomst en andere culturen kijkt. Andere Vlamingen hechten bijzonder veel belang aan hun eigen buurt, het milieu en een leefbare omgeving. We zien ook groepen die angstiger in het leven staan en vooral snakken naar een veilige plek: bij hen staat het gezin centraal. Anderen zoeken hun heil in identiteit en in regels: zij hechten veel belang aan de politie. Ten slotte heb je de Vlamingen die pragmatisch in het leven staan en vooral vertrouwen in zichzelf. Zij vinden dat de overheid de economie moet doen draaien en dat iedereen hard moet werken, maar tegelijk vrezen ze dat er nogal wat profiteurs rondlopen.

“Deze indeling overstijgt het links-rechtsdenken. Dat stamt uit de 19de eeuw en dekt in mijn ogen de lading niet meer. Opvallend is dat de zes samenlevingsgroepen zeer stabiel blijven in de tijd. Vijftien jaar geleden zagen we dat even grote groepen Vlamingen ongeveer dezelfde zorgen en verlangens hadden. Dat betekent niet dat individuen niet veranderen: we weten dat jonge mensen positiever in het leven staan en meer vertrouwen hebben in de toekomst, en dat mensen met de jaren angstiger worden om te verliezen wat ze hebben. Voorts stellen we vast dat vrouwen het klimaatprobleem belangrijker vinden dan mannen en dat ze meer aandacht hebben voor solidariteit.

“Er zijn ook regionale verschillen. Antwerpen telt beduidend meer mensen die angstig zijn voor de veranderende samenleving: ze willen vooral zichzelf, hun gezin en de ‘Vlaamse cultuur’ beschermen. Gentenaars voelen die angst minder. Zij kijken positiever naar de toekomst en in hun ideale samenleving staan solidariteit en een aangename leefomgeving centraal.”

Dat verklaart de andere politieke realiteit in die steden.

“Deels. Mensen willen dat politici hun ideale maatschappij bouwen, of dat ze ten minste uitleggen waarom sommige dingen niet kunnen. Ze verwachten dat partijen hun dromen waarmaken en hun angsten wegnemen. Maar de jongste vijftien jaar zijn de traditionele partijen bijna uitsluitend met zichzelf bezig geweest. De sp.a, Open Vld en CD&V wéten niet meer waar de Vlaming van wakker ligt.

“Vlaanderen telt nog maar drie partijen die een droom aanbieden: Vlaams Belang, de PVDA en Groen. Groen pleit voor een wereld die de klimaatverandering aanpakt, Vlaams Belang wil een samenleving die veilig is en waarin je je identiteit kunt beleven, en de PVDA streeft naar een wereld zonder sociale ongelijkheid. Die ideeën sluiten bijna perfect aan bij de ideale samenlevingen van één van die zes groepen Vlamingen. De zogenaamd extreme partijen begrijpen dus veel beter waar mensen dagelijks mee bezig zijn. Het zijn niet toevallig die partijen die in mei de verkiezingen wonnen.”

Vlaams Belang behaalde vorig jaar bijna 20 procent. Heeft het nog groeipotentieel?

“In de jaren 90 scoorde het 26 à 27 procent: het kan dus. Alles hangt af van de reactie van de andere partijen. Zoals ik al zei: de bevolking verandert niet echt. Er zijn niet opeens honderdduizenden Vlamingen racistisch geworden. Wel is meer dan één derde van de bevolking vrij angstig en wantrouwig tegenover anderen. Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken heeft uitstekend begrepen dat veel Vlamingen zich onzeker voelen in een wereld die verandert. Hij praat consequent tegen die groep Vlamingen en beschouwt hen als de kwetsbare mensen, de echte slachtoffers. Filip Dewinter sprak over de grote filosofische problemen: de ‘islamisering’, hij verkocht fascistische praat. De nieuwe Vlaams Belang-stemmers zijn niet bezig met fascisme. Ze hebben enkel behoefte aan een gevoel van bescherming van hun kleine wereld, en Van Grieken biedt hen die aan. Hij vist zo niet alleen in de vijver van de N-VA, maar ook in die van CD&V, waar ook veel mensen zitten die bezorgd zijn om hun gezin en hun kleine bubbel.

“Wat Vlaams Belang afremt – en dat geldt ook voor de PVDA en Groen – is dat de Vlaming meent dat het niet daadkrachtig genoeg is om het ideaalbeeld in realiteit om te zetten. Je moet ook het idee geven dat je de dromen van mensen kunt waarmaken.”

DE FRANCKEN-FLANK

Hoe verklaart u de leegloop van de N-VA?

“De partijtop heeft verkeerde strategische keuzes gemaakt. De laatste cijfers van de N-VA in onze bevragingen waren verbluffend. Vlamingen associëren de partij met leiderschap en bekwaamheid. De bevolking rekent op de N-VA om de economie te doen draaien en aan de samenleving te bouwen: de N-VA is in de ogen van veel Vlamingen een brede beleidspartij, zoals CD&V dat vroeger was. In 2006, toen ik mijn eerste onderzoeken naar de perceptie van partijen voerde, werd Yves Leterme beschouwd als de leider van de samenleving. Mensen zagen CD&V als een betrouwbare partij die het gezin beschermde, een partij met bekwame politici. Door de samenwerking met de N-VA van Bart De Wever trok het kartel ook kiezers aan die sterk terugplooiden op identiteit in een verwarrende wereld. De som van dat alles? 30 procent van de stemmen.

“De N-VA bouwde dat totaalplaatje in de jaren erna helemaal zelf op, voornamelijk ten koste van CD&V. Ze combineerde het leiderschap van De Wever met de menselijke kant van Jan Peumans en Geert Bourgeois, en de bekwaamheid van Jan Jambon. Die bekwaamheid was de afgelopen jaren cruciaal. De N-VA behaalde in 2014 een prima verkiezingsresultaat en kwam in de federale regering, maar ze droeg nog het imago van een zweeppartij mee. In moeilijke omstandigheden gedroegen de N-VA-ministers zich betrouwbaar en standvastig. Jan Jambon nam als minister van Binnenlandse Zaken het leiderschap op in de nasleep van de aanslagen in Brussel. De N-VA oogstte zelfs in Franstalig België lof, maar ze liet de regering vallen tijdens de zogenaamde Marrakesh-crisis, wellicht omdat de partijtop nerveus werd door het succes van Vlaams Belang in de lokale verkiezingen van oktober 2018.

“Kijk even mee. (haalt papier boven) De mensen associëren de N-VA wel met de bescherming van hun identiteit, maar Vlaams Belang torent er op dat vlak bovenuit. Met als resultaat, in verkiezingen waarin migratie voor 36 procent van de Vlamingen het belangrijkste thema was: grote winst voor Vlaams Belang. De N-VA kán deze strijd niet winnen. Het was een strategische blunder. De partij heeft bijna twintig jaar hard gewerkt om dé volkspartij te worden, en met succes. Nu offert ze haar leiderschap op voor een Vlaamse, identitaire reflex. Ik vrees dat de partijtop Vlaams Belang totaal overschat. Die partij is voor de N-VA maar een kleine rivaal.”

Moet de N-VA dan af van de Francken-flank? De man is immens populair.

“Theo Francken is populair geworden, ja, maar wel op die éne dimensie. Een succesvolle partij creëert een welbegrepen evenwicht tussen verschillende dimensies. Net als de oude CVP wordt de N-VA gezien als de balansbrenger in de samenleving. Bart De Wever is in de ogen van een immense groep Vlamingen de verpersoonlijking van het gezond verstand. De partij had de komende jaren kunnen voortbouwen aan haar geloofwaardigheid, op onderwijs bijvoorbeeld, met een ietwat strenge visie waar veel mensen achter staan. Misschien heeft de N-VA haar imago zelf verkeerd ingeschat. Het evenwicht binnen de partij is hoe dan ook verstoord door een te eenzijdige focus op identiteit. Ik denk dat De Wever zich daarvan bewust is.”

Intussen staat zijn partij aan de zijlijn tijdens de grootste crisis van de eeuw.

(knikt) De N-VA riskeert veel te verspelen op korte termijn. Ook tijdens de coronacrisis blundert ze. Het Europees Parlement stemde bijna unaniem voor maatregelen in de strijd tegen Covid-19. De N-VA-politici waren zowat de enigen die zich onthielden, omdat Wallonië te veel en Vlaanderen te weinig kreeg – zelfs Vlaams Belang stemde voor. Zulke politieke spelletjes in een context van zoveel leed getuigen niet van groot leiderschap. Mogelijk is de N-VA haar felbevochten betrouwbaarheid te grabbel aan het gooien. Er ontstaat nu een vacuüm van leiderschap, en politici van andere partijen zouden dat weleens kunnen opvullen.”

REDDER CONNER?

Zit die nieuwe leider bij de sp.a? Conner Rousseau is een communicatief toptalent.

“Conner Rousseau wordt soms vergeleken met wijlen Steve Stevaert (de populaire minister en voorzitter van de sp.a in de jaren 1998 tot 2005, red.), maar ook Stevaert kon het niet alleen: hij had de andere ‘Teletubbies’ van de sp.a nodig: Frank Vandenbroucke, Johan Vande Lanotte en Patrick Janssens, en dat allemaal onder de hoede van Louis Tobback. Na dat tijdperk heeft de sp.a geen sterke leiders meer gehad. Rousseau is een talent, maar een succesvolle partij heeft complementaire leiders nodig. Hij moet partners zoeken, en snel. Vlamingen aanzien de PVDA en Groen als jonger en eerlijker. Die twee partijen vissen in dezelfde vijver als de sp.a en hun vangst wordt almaar groter.”

Inhoudelijk lijkt de partij te vervellen: Rousseau is harder op migratiethema’s.

“Hij heeft een uitstekend instinct. De socialisten hebben eigenlijk geluk, want de enige Belgische droom die overeind blijft, is die van de sociale zekerheid: hun corebusiness. Vlamingen uit de lagere middenklasse beseffen zeer goed: valt de sociale zekerheid weg, dan ook hun vangnet wanneer ze ziek worden of hun werk verliezen. Maar de realiteit is dat steeds meer Vlamingen vrezen dat de sociale zekerheid zal imploderen. Door de vergrijzing, maar vooral door de idee dat een toevloed van migranten het systeem onhoudbaar zal maken. Het probleem van de sp.a is niet dat andere partijen menselijker of solidairder overkomen, maar dat al die waarden in het niets verdwijnen bij de vrees dat de sociale zekerheid zal instorten door de komst van buitenlanders. Het migratiethema is voor de socialisten de olifant in de kamer. Dat begrijpt Rousseau. Dat socialisten zich bekommeren om het lot van vluchtelingen in Lesbos is zéér lovenswaardig, maar voor veel minderbedeelde Vlamingen is dat in het grotere plaatje bedreigend. Of het antwoord van Rousseau op die vrees correct is, weet ik niet, maar hij voelt wel waar het schoentje knelt.

“Hetzelfde geldt voor het klimaatverhaal. De sp.a slaagt er niet in de kleine man mee te nemen in de oplossingen. En wat zien we nu? De sp.a verzet zich tegen de lage-emissiezones, omdat ze sociale ongelijkheid in de hand werken. Om weer succesvoller te worden bij de typische doelgroep is dat de juiste strategie.”

Is dat niet te cynisch? Moeten progressieve partijen het enthousiasme om de klimaatverandering aan te pakken niet net aanwakkeren?

“Partijen moeten meningen niet zomaar achternalopen. Politici moeten helder uitleggen waarom ze een andere richting uit willen. Migratie is een goed voorbeeld: wie alleen het probleem van de toestroom van buitenlanders aankaart, doet aan populisme. Politici kunnen de kiezers erop wijzen dat migranten een bijdrage kunnen leveren aan onze vergrijzende samenleving en zo onze sociale zekerheid kunnen redden. Maar dan moet je eerst de vrees van de mensen erkennen – iets wat de sp.a, CD&V en Open Vld lang niet gedaan hebben. Zij minimaliseerden de groeiende angst onder de bevolking, en nieuwe partijen zijn in dat gat gedoken.

“Uit de bevraging in 2019 bleek dat de klimaatverandering één van de grote thema's was: twee op de drie Vlamingen maakten zich zorgen – het migratiethema lag maar enkele procenten op kop.”

Als twee op de drie Vlamingen bezorgd zijn om het klimaat, dan is het potentieel van Groen toch immens?

“Bij de verkiezingen van vorig jaar had Groen minstens even groot kunnen worden als Vlaams Belang. Maar wat de groene politici niet beseffen, is dat ze de totáál verkeerde dingen zeggen. Groen moet goed kijken naar de collega’s in Duitsland. De Duitse ecologisten stralen hoop uit: ze verkopen een droom, een project waarin je wíl geloven. Hoe ze de energietransitie gaan betalen? ‘Dat zien we later wel.’ Hier praat Groen in doembeelden en doet het uitschijnen dat de burger moet worden gestraft voor slecht gedrag, zoals vlees eten of het vliegtuig nemen.

“Bovendien zal in de ogen van de Vlamingen een oplossing voor de klimaatverandering veel geld kosten. Dé blunder in de laatste kiescampagne: toen Groen-boegbeelden Meyrem Almaci en Kristof Calvo alles begonnen uit te rekenen. Ze wilden een belasting heffen op grote vermogens, en ‘vermogens’ mochten we letterlijk nemen: Vlamingen moesten niet alleen hun aandelen, maar ook hun waardevolle boeken en flessen wijn aangeven. Ineens stond Groen in je wijnkelder. Veel Vlamingen beseffen dat we een nieuw samenlevingscontract moeten opstellen, met meer respect voor het klimaat, maar je blijft wel van hun wijn af. Door die campagne zijn veel potentiële kiezers nog weggelopen.”

Een partijprogramma moet toch realistisch zijn? Groen móést toch rekenen?

“Waarom? Wat voor zin heeft het om je programma tot twee cijfers na de komma uit te rekenen? Zolang je geen 50 procent van de stemmen haalt, voer je campagne om in een zo gunstig mogelijke onderhandelingspositie te starten. Meer niet. Als partij moet je in de eerste plaats ambitie tonen. Die rekenlogica is een vorm van navelstaren. Daarom verliezen traditionele partijen steun: politici moeten geen rekensom maken, ze moeten de bevolking laten weten dat ze mee willen bouwen aan haar dromen. En als je dan mee mag besturen, los je de problemen die zich stellen wel op.

“Ik kom terug bij de socialisten. Het is toch hemeltergend dat alléén Rudy De Leeuw (socialistisch vakbondsleider, red.) luidop durft te zeggen dat de pensioenen naar 1.500 euro moeten? Dat is de basis van het socialistische gedachtegoed: ervoor zorgen dat de kleine, werkende mens nooit in financiële problemen komt. Maar dan komt de vraag: kunnen we dat wel betalen? Net als Groen is toenmalig sp.a-voorzitter John Crombez in die val getrapt. Hij sloeg aan het rekenen.”

Bart De Wever.

Maakt de N-VA een fout met haar koele omgang met het klimaatthema?

“Absoluut. Ze laten zich te snel in de hoek van de klimaatontkenners duwen. Ze zijn het misschien niet, maar die perceptie leeft wel. Door zich zorgen te maken over haar harde, Vlaamse flank, vergist de partij zich van vijand, net als tijdens de Marrakesh-crisis. De N-VA had het klimaatthema moeten omarmen. Ze had vol naar buiten moeten komen met dat thema en inzetten op innovatie en technologische vernieuwingen. Als verantwoordelijke volkspartij ben je het aan je status verplicht om bezorgd te zijn om het klimaat, maar ook om meteen met oplossingen te komen: jobcreatie, bijvoorbeeld.

“Uit onze bevragingen blijkt dat er in Vlaanderen een gat in de markt is: honderdduizenden Vlamingen zijn bezorgd om het klimaat, maar vinden hun gading niet bij Groen. Er leeft een behoefte aan een partij die de droom van Groen combineert met de daadkracht en het sérieux van de N-VA: inspiratie én leiderschap. Puur uit het standpunt van het politiek marktonderzoek is er voor een kartel tussen Groen en de N-VA een grote toekomst weggelegd, maar ik zie het niet snel tot stand komen.”

Uit uw bevragingen blijkt dat de traditionele partijen en de N-VA vooral op één kenmerk laag scoren: eerlijkheid. Vlamingen associëren de politiek met valse beloften. Vandaar allicht de reflex om alles netjes door te rekenen.

“Ik begrijp die reflex, maar je lost dat niet op door in technische details te vervallen, wel door moderner te communiceren. We leven in 2020: mensen nemen níéts meer klakkeloos aan. Toen ik in het vierde leerjaar zat, in de jaren 60, sloeg de meester nog met de lat op onze vingers als we stout waren. Vandaag moet ook de leerkracht alles uitleggen én verantwoorden. Maar CD&V, Open Vld, de sp.a en de N-VA hebben duidelijk nog niet geleerd dat ze moeten communiceren over waarom ze de beslissingen nemen die ze nemen. Je kán vandaag de pensioenleeftijd niet zomaar verhogen naar 67 jaar zonder uit te leggen waarom je dat doet.

“De burger is intelligent, alert en wil betrokken worden bij de beslissingsprocessen. Dat betekent niet dat je als partij moet plooien voor de publieke opinie, wel dat je je beslissingen eerlijk uitlegt: ‘Als we niet langer werken, zal uw pensioen niet overeind blijven.’ Dat is één van dé kernboodschappen van mijn onderzoeken: Vlamingen vinden eerlijkheid het belangrijkst bij politici. Als de traditionele partijen hun communicatie niet aanpassen, zullen ze blijven krimpen.”

Conner Rousseau.

LIEGENDE LIBERALEN

De partij die de Vlaming als het minst eerlijk beschouwt, is Open Vld.

(knikt) De liberalen hebben een huizenhoog probleem. Ze kwamen aan de macht na de dioxinecrisis in 1999 en waren immens populair. Maar in de plaats van de focus te leggen op economisch liberalisme, lage belastingen en een gunstig ondernemersklimaat – zoals een grote groep Vlamingen wilde – klampten ze zich vast aan de macht. Met Guy Verhofstadt en Karel De Gucht op kop. Ze wilden mee surfen op alle mogelijke thema’s. Het is geen toeval dat De Gucht als voorzitter gesneuveld is op het migrantenstemrecht. De liberalen verloren hun kernboodschap uit het oog in hun meest succesrijke periode, en nu gelooft niemand hen nog.”

Gelukkig is er nog kandidaat-voorzitter Els Ampe, redder van het liberale gedachtegoed.

“Laat ik beleefd blijven en zeggen dat ze niet echt geloofwaardig overkomt. Als outsider bokst ze op tegen het liberale establishment en dus moest ze creatief zijn, maar dat is volledig verkeerd uitgedraaid. Op wie ik mijn geld zet? Ik verneem dat Bart Tommelein zich al zegezeker waant, wat nooit een goed teken is. Ik zet mijn 5 frank in op Egbert Lachaert, die veel steun geniet binnen de partij.”

De partij die u het beste kent, als voormalig adviseur van Yves Leterme, is CD&V.

“CD&V is in twee richtingen leeggelopen. Ze verloor haar status als volkspartij en koos ervoor om de focus te leggen op hoop en medemenselijkheid. Zo belandde ze pal in het vaarwater van de sp.a, de PVDA én Groen. Tegelijkertijd liepen de N-VA en Vlaams Belang weg met de Vlamingen die angstiger in het leven staan en bezorgd zijn over de toekomst van hun gezin. De bescherming die de christendemocraten boden, is weggevallen.

“Het grootste probleem van CD&V is het gebrek aan leiderschap. De partij gidst de Vlamingen niet meer door de samenleving. Wie is de leider, wie straalt geloofwaardigheid uit? Kris Peeters werd binnengehaald om die missie te vervullen, maar dat werd een schrijnend verhaal. Hij was door zijn verleden bij Unizo wel geloofwaardig als vertegenwoordiger van de zelfstandigen, maar niemand geloofde hem toen hij het sociale beleid in de regering-Michel moest verdedigen.

“Eigenlijk is het bij CD&V net zoals bij de sp.a: een succesvolle generatie verdween en er was geen opvolging. Met het leiderschap van Leterme, het vaderschap van Jean-Luc Dehaene en het sociale profiel van Inge Vervotte had je een fantastisch trio. Daarna is de vernieuwing tegengehouden. Rik Torfs had de bagage, maar hij heeft nooit een echte kans gekregen. Sindsdien is de partij vooral met zichzelf bezig geweest. Dat voelen de mensen: ze zijn weggelopen.”

Joachim Coens.

De partijleden kozen vorig jaar Joachim Coens als voorzitter.

“Ik ken Joachim Coens, een zeer intelligente man. Net zoals Kris Peeters en Wouter Beke: stuk voor stuk rustige mensen met veel intellectuele bagage. Maar dat is net het probleem. CD&V moet de bakens verzetten en zich herprofileren. De keuze voor Coens is eigenlijk een herbevestiging van de positie van de partij: zakelijk. Meer van hetzelfde. Welke ambitie blijkt daaruit?

“Er zit een systeemfout in voorzittersverkiezingen. De partijleden die stemmen, behoren tot een harde kern. Zij kiezen een voorzitter naar hun eigen beeltenis. Maar dat is daarom nog geen politicus die kiezers kan overtuigen, en al zeker niet de politicus die een ánder soort kiezer aantrekt. Kandidaat-voorzitter Sammy Mahdi had CD&V echt een nieuw elan kunnen geven. Hij kon inspireren, en met een andere figuur aan zijn zijde ook de sociale geloofwaardigheid van de partij herstellen. Misschien moet Coens Inge Vervotte proberen terug te halen. Het moet alleszins vandaag gebeuren, niet morgen.”

Als voormalig VRT-marketeer kent u het huis goed. Is corona een geschenk uit de hemel voor de openbare omroep, na de woelige herfst?

“Over de problemen in het VRT-directiecomité wil ik mij nu niet uitspreken. Maar inderdaad, hoe cynisch het ook mag klinken, deze periode is ongelooflijk dankbaar voor de openbare omroep. De VRT beleeft een ongeziene crisis. In 2015 bereikte de omroep elke week nog 67 procent van de Vlamingen met nieuws en duiding op tv, in 2019 was dat nog maar 58 procent. In amper vijf jaar haakte een half miljoen Vlamingen af. De VRT mist eigenlijk een volledige generatie. Bij informatieprogramma’s blijven de kijkers onder de 40 jaar massaal weg, terwijl zij de toekomst zijn. Ook de nieuwe Vlamingen krijgt de VRT niet binnengetrokken. Dat is hét probleem, want een openbare omroep moet per definitie iedereen die in Vlaanderen woont bedienen.

“Dankzij corona is de VRT weer een autoriteit. De kijk- en luistercijfers zijn zéér goed. Maar het virus blijft niet eeuwig hangen, de VRT zal moeten bouwen. Enkel via radiozender MNM bereikt de openbare omroep nog jongeren, kortgeschoolden en nieuwe Vlamingen. Er zal nog hard gewerkt moeten worden aan het digitale luik. Het is vijf voor twaalf.”

PARADIJS BELGIË

Callebaut merkt niet dat er aan de deur wordt gebeld. Als onze fotografe plots voor zijn neus opduikt, wil hij haar de hand schudden. ‘Verdorie,’ lacht hij, ‘ik ben het niet meer gewend om mensen te zien.’

U behoort tot een risicogroep. Twee jaar geleden kreeg u tijdens een vlucht een hartinfarct. Hoe gaat het met uw gezondheid?

“Goed, bedankt. Ik heb veel geluk gehad die dag. Ik verloor het bewustzijn, en toen ik weer wakker werd, stond er een man over mij gebogen. Blijkbaar zat er op de rij achter mij een cardioloog. Hij maande de piloot aan om terug te vliegen naar Brussel.

“Ik voel me als hartpatiënt bevoorrecht met de goede medische dienstverlening in ons land. Twee uur nadat de vlucht onderbroken was, was ik al geopereerd in Brussel. Ik heb veel levensvreugde herwonnen en voel me dankbaar. Niet alleen voor de zorgen van de intelligente mensen die onze ziekenhuizen bemannen, ook voor ons gezondheidssysteem. Ik denk dat veel Belgen niet beseffen in welk paradijs we leven. Onze gezondheidszorg, onze sociale zekerheid, ons onderwijs: wereldtop. Ja, het kost wat geld, maar ik vind het goed besteed.”

Is uw hond ook een risicopatiënt? Hij mankt.

“Zara is geopereerd aan haar heup. Er zijn bedrijven die nog wat van haar kunnen leren: ze heeft haar eigen Instagram-pagina. (lacht) Zara is erg aanhankelijk. Ik ben net als zij vrij gelukkig tijdens deze coronaperiode: het is wat surreëel, maar het is fijn om zoveel thuis te zijn.”

Zal deze periode de Vlamingen veranderen? En is uw onderzoek over hoe de bevolking in het leven staat, dus al achterhaald?

“Nee. Er zullen nog altijd mensen zijn die willen ondernemen, Vlamingen die de wereld willen verbeteren, mensen die in de eerste plaats bang zijn voor de toekomst van hun gezin, en een groep die terugplooit op de eigen identiteit. Onze grote verlangens zullen niet veranderen. Wat wél een belangrijke shift is: het telewerk. Dat was voor veel bedrijven en ondernemers een openbaring. De files zullen misschien afnemen, en ondernemen is door deze episode nóg laagdrempeliger geworden.”

De hoop van links is dat we opnieuw zullen beseffen hoe waardevol onze gezondheidszorg is.

“Ja, maar of de linkse partijen daardoor zullen groeien, is nog maar de vraag. Ten eerste zal er binnenkort een regering van nationale eenheid gevormd moeten worden. Ten tweede zullen alle regeringspartijen uitzonderlijk helder moeten communiceren. Hoe groot zijn onze schulden als land, en hoe zullen we dat probleem oplossen? Het moet in vol ornaat op tafel komen. Als partijen nu vaag doen of in eufemismen praten, gaan ze in de problemen komen. De mensen zijn niet dom, ze beseffen dat deze crisis gevolgen heeft.

“Er liggen kansen om het politieke veld te hertekenen. Ik raad de partijen aan om het boek van Ivan en mij te lezen. Dan kunnen ze meteen aan de slag.”

Ivan De Vadder en Jan Callebaut – Wat willen de Vlamingen écht? Het DNA van Vlaanderen, Uitgeverij Vrijdag

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234