Woensdag 22/05/2019

Antwerpen

Bart De Wever: “Coke zoekt weg van minste weerstand: Antwerpen”

Bart De Wever Beeld BELGA

De helft van de cocaïne-aanvoer in Europa loopt via de Antwerpse haven. Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) waarschuwt hoe de kingpins van de drugswereld zijn wereldhavenstad dreigen te vergiftigen. "Op den duur gaan we in een stad wakker worden waar de achterkanten de voorkant in de schaduw heeft geplaatst."

Als ‘uithaler’ moet je de kalme brutaliteit van een beul bezitten. Belangrijker nog is snelheid. Een goede uithaler kan in achttien minuten 1.200 kilo cocaïne verslepen van de ene container naar de andere. Voor elke kilo vangt hij een bedrag tussen de 500 en 1.000 euro. Laten we uitgaan van het gemiddelde, van 750 euro per kilo. Een Antwerpse havenarbeider die zich beschikbaar heeft gesteld om de cocaïne veilig te stellen is na achttien minuten 900.000 euro rijker.

“De coke is een gamechanger”, vertelt Bart De Wever (N-VA), burgemeester van Antwerpen, dat nu berucht is als dé Europese aanvoerhaven van cocaïne. De Wever: “De cash die bij ons in de cocaïnehandel omgaat, is enorm. Waar we vroeger over families spraken die bijverdienden, die in het theehuis de cannabis aan de man brachten, heeft de coke nu alles veranderd. Sinds een paar jaar gaan bedragen rond die mensen in staat stellen om in Marokko vastgoedkoning te worden.”

De Wever heeft naar eigen zeggen een tijd “in zalige onwetendheid” geleefd. “Wij kennen mensen die van een invaliditeitsuitkering leven”, vertelt hij, “en die hier in de stad dertig panden bezitten op en rond de Turnhoutsebaan in de wijk Borgerhout. Wij kennen nu ondernemers die nog geen 30 jaar zijn en feestzalen bouwen van 2.000 vierkante meter, het geheel afgewerkt in marmer. Nee, dit zijn geen kleinigheden meer.”

De burgemeester zegt dat hij kanten van zijn stad heeft leren kennen die hij nimmer had vermoed. Hij voorziet naargeestige gevolgen: “Dit gaat doordringen in heel de samenleving, weet u. De invloed van het geldvolume blijft niet beperkt tot bepaalde wijken. Dit gaat doordringen in de politiek. Ik durf te zeggen: in Antwerpen staan we op de rand dat men zich ook politieke invloed aan het inkopen is.”

Geweld

Het werk van de uithaler is riskant en vergt precisie. Het risico gesnapt te worden is reëel. Het verklaart de ruime beloning. Het betekent niet dat een organisator met lege handen naar huis gaat – 75.000 tot 125.000 euro per zaak. De rekruteerder van behulpzame havenarbeiders staat voor 10.000 op de lat. De transportfirma voor 150.000.

Het zijn bedragen die tot de verbeelding spreken. Voor de drugsdealers zijn het muntjes die op tafel achterblijven. Cocaïne uit Latijns-Amerika gaat het schip in voor 800 tot 1.000 euro per kilo. Aangekomen in Antwerpen ligt de prijs op 21.000 tot 25.000 euro. Een partij van 1.200 kilo die wordt uitgehaald is op dat moment zo’n 30 miljoen waard. Van groot- naar kleinhandel verdubbelt de prijs. De zuivere cocaïne wordt dan nog eens twee- tot driemaal versneden. De 1.200 kilo die voor nog geen miljoen Colombia verliet brengt uiteindelijk op straat in Europa een bedrag tot 180 miljoen op. Het zijn bedragen die worden genoemd in nota’s van Belgische autoriteiten. Het heeft de verhoudingen in de stad van De Wever op scherp gezet.

Met het geld komt het geweld vanzelf, zeker nu de concurrentiestrijd met Nederlandse netwerken verhevigt. Cocaïnetransporten zijn ingewikkelde operaties. Ze verlopen over veel schijven, alles moet kloppen. Als ergens in de keten een schakel wegvalt, volgen vanuit de opdrachtgevers financiële aanslagen en als deze niet worden voldaan, geweldsaanslagen.

Aan de Schelde worden per jaar vijftien miljoen containers verwerkt. Er is geen zicht op wie met welke achtergrond de afgeschermde kaaiomgeving betreedt. Beeld BELGA

Begin dit jaar maakten Belgische kranten gewag van een hitlijst met negen namen, een dodenlijst in het Antwerpse milieu. De namen stonden op een pamflet dat de kop droeg ‘Dood aan de informanten’. Onduidelijk is wat met ‘De Jood’ is gebeurd, bijnaam van een Marokkaans-Belgische drugsbaron die in de zomer van 2016 op straat in Antwerpen is vastgeklampt en meegenomen. Het verhaal wil dat een Nederlandse bende hem verantwoordelijk hield voor het verlies van een partij cocaïne van 320 kilo, met een waarde van 16 miljoen. De Gazet van Antwerpen vernam verschillende versies over zijn lot: onthoofd op Ibiza, opgelost in een vat zuur in Amsterdam.

Antwerpen lijkt het filiaal te zijn geworden van de Nederlandse cokehandel. “Ze zijn klein begonnen in Antwerpen”, schreef misdaadjournalist Raf Sauviller in zijn boek Borgerokko maffia.  “Als uithalers van cocaïne in opdracht van Nederlandse Marokkanen. Tegenwoordig zijn ze sterk genoeg om eigen coketransporten op te zetten en te financieren.”

In 2013 onderschepte de Antwerpse politie ruim 4.000 kilo. Vorig jaar was dit opgelopen naar 40.000 kilo. Hoeveel is dat van het totaal? De Belgische autoriteiten hebben geen idee. Het EU-drugsagentschap schatte deze zomer dat bijna de helft van de cocaïne-aanvoer via België verloopt. Volgens de politiediensten in Antwerpen gaat ongeveer 80 procent van de cocaïne die in Antwerpen aan land komt direct door naar Nederland. Van daaruit worden de drugs verder gedistribueerd, lokaal en vooral internationaal.

Nederlandse erfschuld

Burgemeester De Wever spreekt van “een erfschuld” van Nederland. “Men kan niet om de constatering heen dat sinds de jaren zeventig ondernemers in Nederland stinkend rijk zijn geworden in de drugsbusiness. Eerst met cannabis, dan met synthetische drugs en coke. Dat businessmodel heeft zich verspreid over de rest van Europa. De Nederlanders zijn wereldwijde consultants. Hun probleem is nu ook ons probleem geworden.”

Toen hij dat begrip erfschuld in april van dit jaar in Nieuwsuur voor het eerst gebruikte, stak een kleine storm op. “Journalisten hier kregen telefoon van collega’s uit het Noorden die zeiden: wat een nare, afschuwelijke man is dat, die durft met de vinger naar ons te wijzen. Ik had gedacht een evidentie uit te spreken.”

Dat de cokehandel uitwaaiert naar Antwerpen, moet ook iets zeggen over Antwerpen. De Wever beaamt het: “De coke zoekt de weg van de minste weerstand. Antwerpen.”

Beeld BELGA

Het is niet moeilijk in te zien wat de Antwerpse haven zo aantrekkelijk maakt voor grootondernemers in drugs. Om te beginnen is het een van de meest uitgestrekte havens ter wereld. Het heeft een omvang van ruim 18.000 voetbalvelden. Toezicht is daarom veel moeilijker dan in bijvoorbeeld Rotterdam, waar de haven uitmondt in een flessenhals.

Aan de Schelde worden op vijftien terminals per jaar vijftien miljoen containers verwerkt. Ellenlange straten zijn het, de stalen kisten hoog opgetast. Er ligt een schip aan de kaai. Het wordt door vier ploegen gelost; het gaat om duizenden containers. Die ploegen bestaan uit een ceelbaas, een voorman, kuipers en markeerders. De havenarbeiders in Antwerpen zijn voor het grootste deel niet in dienst van de overslagbedrijven. De havenarbeid organiseert zichzelf. Het is een voorname factor in de aantrekkingskracht van Antwerpen als cocaïnehaven. Er is geen zicht op wie met welke achtergrond de afgeschermde kaaiomgeving betreedt. Een politiefunctionaris die anoniem wil blijven: “Op elk niveau zijn gecorrumpeerde werklieden.”

Laden en lossen is een ander woord voor oponthoud en oponthoud is een kostenpost. Schepen moeten varen. De haven die het meest efficiënt werkt, wint. De Belgische overheid wenst het handelsverkeer te faciliteren; daarom moet de haven van Antwerpen in de allereerste plaats flexibel zijn. Allicht zet het deuren open voor criminelen.

Nog niet 1 procent van de vijftien miljoen containers wordt gecontroleerd. De Antwerpse haven kent twee scansites, één op de linker- en één op de rechteroever van de Schelde. Als een chauffeur is aangewezen, heeft hij tweeënhalf uur om zijn container aan te bieden voor een scan. Tweeënhalf uur moet lang genoeg zijn om de contrabande in veiligheid te brengen. Het komt voor dat chauffeurs niet verschijnen. De boete bedraagt 5.000 euro, een peulschil als de handelswaar miljoenen waard is.

Kleinstedelijke politieke cultuur

Burgemeester De Wever beaamt: “De haven is zo lek als een vergiet. Dat is zo. Dat ik daarmee als burgemeester een groot probleem heb, zult u mij ook niet horen ontkennen.”

De burgemeester beklaagt zich over de kleinstedelijke politieke cultuur van België. Het is een cultuur die gedomineerd wordt door gemeenten van twintigduizend inwoners, “voor wie dit verschijnsel zeer exotisch is. Allemaal vinden ze het heel erg, intussen zijn ze blij er niet mee geconfronteerd te worden.”

Nu ligt er een plan van aanpak, het 'Stroomplan'. “Ik ben bij de ministers van Binnenlandse Zaken (Jan Jambon, N-VA, nvdr) en Justitie (Koen Geen, CD&V, nvdr) gaan smeken.” De kern ervan is dat tal van diensten en overheden de eigen rigiditeit overstijgen en innig gaan samenwerken. In plaats van versnippering en ieder voor zich, de handen ineen slaan, over een breed front, om het criminelen tenminste knap lastig te maken. (Nvdr: blikvanger wordt de drugstaskforce, die in het begin 30 tot 40 mensen zal tellen. Op termijn moet die uitgroeien tot 70 tot 80 mensen. De lokale en federale politie, de douane, de sociale inspectie en het parket zullen samen onder één dak zitten.)

De Wever heeft, zoals hij het ziet, op drie niveaus strijd te leveren. Tegen de straatdealers – de eerste laag – en tegen de bevoorraders – laag twee. Het geld dat door straatdealers wordt verdiend, verdwijnt onmiddellijk “in consumptiegoederen, reizen en zotternijen”. Op het tweede niveau is de toestand al iets bedreigender en moeilijker te bestrijden.

De Turnhoutsebaan in Borgerhout, waar de illegale economie zou boomen. Beeld Thomas Legreve

Maar dan het derde niveau: “De grote ondernemers, de drugscriminelen die vanuit Nederland gekomen zijn en handlangers hebben gekocht in de haven van Antwerpen. Deze handlangers zijn zich nu aan het opwerken tot aan het niveau van de oorspronkelijke Nederlandse ondernemers. Dit is de actuele situatie. Dit is mijn grote zorg. De kingpins van de drugswereld zijn vaak al lijfelijk niet meer aanwezig, ze zitten in Dubai of waar dan ook. Ik kan niet beweren dat die mensen vandaag een lastig leven hebben.”

Inkopen in gemeenschap

Onderaan de ladder daarentegen is de grens tussen snel geldgewin en geweld flinterdun.

In Borgerhout kwam de Colombiaanse drugsmaffia eerder dit jaar een strafexpeditie uitvoeren om 200 kilo verduisterde cocaïne terug te veroveren. Het ging gepaard met ontvoering, brandstichting en marteling. Maar De Wever ligt overhoop met de Antwerpse volkswijk. Hij mag de stad regeren, in het linkse district krijgt zijn populistische N-VA weinig poten aan de grond.

Twee van de drie Borgerhouters hebben een migratieachtergrond. Eén op de drie jongeren komt van school zonder diploma. Hier woont een groeiend contingent van jonge gezinnen, bakfietsbelgen die willen bijdragen aan een hippe en energieke wijk.

Aan de Turnhoutsebaan, de verkeersader die dwars door de wijk snijdt, staan nog een paar winkels die op bijna monumentale wijze aan andere, burgerlijker tijden herinneren. Je hebt uitvaartverzorging Verbist (“Uw tevredenheid is wat voor ons telt”) en de dameszaak op maat, boetiek Sylvia (“Ook grote maten”). Maar er zijn onwaarschijnlijk veel geldkantoren en telefoonwinkels – 42 telde de politie er enige tijd geleden. Overwegend beantwoordt de Turnhoutsebaan aan een waarneming van de vorig jaar overleden Belgische criminoloog Brice De Ruyver, dat in Antwerpen een deel van de bevolking niet meer deelneemt aan de legale economie.

Bart de Wever: “De cash van de cocaïne wordt gebruikt om zich in de gemeenschap in te kopen. Door giften te verlenen aan moskeeverenigingen, door onderhandse leningen te verstrekken aan buurtbewoners die niet naar de bank kunnen of willen, door mensen tewerk te stellen in winkels die schijnbaar winkels zijn, maar in werkelijkheid criminele doelen dienen, telefoonwinkels, viswinkels, shishabars.”

Heeft Bart de Wever in Borgerhout een crimineel of een sociaal probleem? “Die gaan hand in hand”, antwoordt hij. “Er is een generatie die in moeilijke buurten woont en toch voor de weg steil omhoog kiest, die alle onderwijskansen benut die er zijn. Er zijn er ook die als 15-, 16-jarigen ervoor kiezen 10.000 euro per maand op te scheppen.”

Het antwoord kan volgens hem nooit zijn “dat we het schenden van de rechtsstaat maar moeten pardonneren, omdat er onmiskenbaar een sociale problematiek bestaat. Als je zo’n logica zou aanvaarden is er geen beginnen meer aan.”

Hij pauzeert. Al die tijd heeft hij daarvoor niet de gelegenheid genomen. Dan volgt de conclusie: “Ik probeer mensen duidelijk te maken dat ze op den duur in een stad gaan wakker worden waar de achterkanten de voorkant in de schaduw hebben geplaatst.”

Voor dit verhaal is gebruikgemaakt van rapportages van overheidsdiensten en zijn achtergrondgesprekken gevoerd met opsporingsfunctionarissen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.