Zondag 24/01/2021

Barokschilder met twee gezichten

De tentoonstelling Jordaens en de antieken in Brussel maakt komaf met het neerbuigende imago van de Antwerpse barokkunstenaar Jordaens als 'jolige burgerschilder'. Tegelijk wordt zijn echte voornaam in ere hersteld: Jacques.

Jordaens en de antieken, tot 27 januari 2013 in Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel. www.expo-jordaens.be

Het is even wennen aan de 'nieuwe naam': Jacques Jordaens. Voor alle duidelijkheid - en vooraleer menig flamingant gaat steigeren: Jordaens ondertekende zelf zijn brieven in het Nederlands met 'Jacques Jordaens' en zijn doopakte vermeldt ook die voornaam. Het feit dat men in de 19de eeuw gekozen heeft om de voornaam van de schilder te 'vervlaamsen' tot Jacob heeft volgens curatoren Joost Vander Auwera en Irene Schaudies niet alleen met de Vlaamse beweging te maken maar evenzeer met de natiestaat België.

"België deed uitermate zijn best om van Jordaens een 'volkseigen' kunstenaar te maken", aldus Vander Auwera. "In die opvatting schilderde Jordaens ongecompliceerde mensen, gezellige burgers en goedlachse boeren die van het leven genieten bij veel drank, spijs en weldoorvoede vrouwen."

Uiteraard waren die burgers wars van enig intellectualisme, en waren ze evenmin erudiet. Jordaens werd op die manier in de eerste plaats een genreschilder, de maker van familietaferelen als De koning drinkt en Zo d'ouden zongen, zo piepen de jongen, ideaal geschikt als illustraties op koekjestrommels. Zo werd Jordaens ook mooi gepositioneerd tegenover de erudiete, welopgevoede en aristocratische Peter Paul Rubens en de elegante hoveling Antoon Van Dyck.

Vijfde wiel

Jordaens is tot op heden het vijfde wiel aan de wagen van het beroemde Antwerpse baroktrio. Als hij al mythologische onderwerpen aanpakte, werd steevast aangevoerd dat hij Rubens' geleerde voorbeelden onbeholpen imiteerde en hij vrijwel uitsluitend teruggreep naar Ovidius als antieke literaire bron, omdat die nu eenmaal in het Nederlands vertaald was door Karel van Mander. Vander Auwera en Schaudies (die over het onderwerp haar proefschrift maakte) tonen overtuigend aan dat de beeldtaal van Jordaens recht-streeks door diverse antieke bronnen werd geïnspireerd, en niet alleen door Rubens.

In de eerste zaal van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten kijkt een andere Jacques Jordaens (1593-1678) ons toe dan we gewend zijn: het is een nagenoeg onbekend zelfportret (circa 1648) uit het museum van Angers, waarop de schilder, gekleed in het soberste zwart, een beeldje van Venus en Cupido vasthoudt. Hij ziet eruit als een connaisseur die in beschaafde kringen verkeert. Het portret doet denken aan het statige zelfportret dat Rubens in zijn laatste levensjaren schilderde en verwijst direct naar het Portret van Jacopo Strada van Titiaan, dat Jordaens vermoedelijk kende, omdat het zich toentertijd in de collectie van aartshertog Leopold Wilhelm in Brussel bevond.

"Jordaens is nooit in Italië geweest. Dat klopt", zegt Joost Vander Auwera. "Dat komt omdat hij te vroeg getrouwd is. Normaal maakten jonge meesters meteen een reis naar het Zuiden. En vermoedelijk kende hij weinig Latijn en geen Grieks. Maar er was voldoende virtueel Rome aanwezig in Antwerpen. Er was immers een ambitieuze elite: de ontwikkelde koopman-verzamelaar richtte kunstkamers in met schilderijen en curiosa, zoals munten, antieke bustes en sculpturen, die uit Rome kwamen."

Er waren reisverslagen beschikbaar, gravures en tekeningen van Rome werden verspreid en er waren kleine reproducties van de beroemdste Romeinse beelden op de markt. Jordaens kon dus in Antwerpen sowieso in contact komen met de antieke cultuur.

Bovendien moeten we ook zijn afkomst, opleiding en status niet onderschatten. "Zijn ouders hadden een lakenhandel, hij was niet echt van bescheiden komaf", aldus Vander Auwera. Hij kreeg zijn schildersopleiding bij Adam van Noort, waar ook Rubens in de leer was gegaan. In 1659 behoorde Jordaens tot de vierhonderd rijkste inwoners van Antwerpen en bezat hij een grote woning aan de Hoogstraat in fijne barokstijl en met een uitgebreid iconografisch programma van plafondschilderingen.

Er zijn maar vier brieven van Jordaens bekend, waaronder een brief aan Constantijn Huygens. Maar uit die brieven blijkt dat hij vloeiend Nederlands en Frans schreef en zeer vertrouwd was met humanisme, mythologie en allegorie. Vermoedelijk las hij, net als Rembrandt, de klassieke auteurs in vertaling. In Jordaens' werk zitten, aldus beide curatoren, directe verwijzingen naar Ovidius, Aesopus (voor zijn geliefde Sater en boer-fabel), Philostratus, Vergilius en Apuleius.

Creatief stelen

Bovendien heeft Jordaens veel met zijn ogen gestolen. Hij keek goed naar Rubens, bij wie hij tussen 1616 en 1620 werkte, en naar de nog altijd onderschatte Abraham Janssen. "Die laatste is de missing link tussen Rubens en Jordaens", zegt Irene Schaudies. "Janssen is wel in Italië geweest, maar kende net als Jordaens geen Latijn of Grieks." In de tentoonstelling hangt een mooi ensemble waarin de drie schilders elk op de eigen manier Pan en Syrinx uitbeelden, een erotisch getint mythologisch tafereel. De ene schilder wilde de andere in grootsheid en virtuositeit overtreffen.

Doordat Jordaens een tafereel als Meleager en Atalanta uitbeeldt met een boerse, mannelijke Atalanta, laat hij zien dat hij Ovidius grondig gelezen heeft. "En dat hij ook goed naar de Italiaanse schilder Caravaggio heeft gekeken", zegt Irene Schaudies.

De sfeervolle tentoonstelling exploreert voorts in een interactie van schilderijen, prenten, tekeningen en sculpturen: de antieke bronnen van Jordaens. Zo deed een erotische sarcofaag dienst als inspiratiebron voor zijn Triomf van Bacchus, een werk dat tot nu toe in het depot van het museum stond. Enkele voorstudies bewijzen wat een voortreffelijke tekenaar Jordaens was.

Jordaens kende zijn klassieken, maar koos binnen de retorica toch eerder voor de komedie, met haar volkse, scabreuze inslag, terwijl Rubens voor de tragedie koos. Ook in dat scabreuze laat Jordaens zien dat hij de antieken goed kent. Jordaens zocht voorts een ander segment van de markt op: de upper middle class, de gegoede handelaars, hoewel zijn schilderijen ook gegeerd waren door het Huis van Oranje en de hoven van Zweden en Denemarken.

Al het werk van Jacques Jordaens in de tentoonstelling is eigenhandig, benadrukt Joost Vander Auwera. Geen atelierstukken. Er zijn ook enkele schilderijen gerestaureerd, zodat het onderzoek naar de hand heel nauwgezet is kunnen gebeuren. Opvallend is de hoge kwaliteit, zowel in tekeningen als in schilderijen. Jordaens was, zo blijkt nu ook, een uitstekende groente-, fruit- en dierenschilder. Zijn eigen hond komt trouwens meermaals in zijn schilderijen voor.

Jordaens en de antieken is een baanbrekende tentoonstelling, die een nieuwe blik op Jordaens biedt en hem op overtuigende wijze rehabiliteert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234