Zaterdag 24/09/2022

'Banksy is een pr-man die walgt van het gewone volk'

In tegenstelling tot de rest van de wereld heeft Brendan O'Neill (41), de Britse hoofdredacteur van Spiked Online, een bloedhekel aan straatkunstenaar Banksy. Een afkeer die ook politiek getint is. 'Banksy is zoals hedendaags links: alleen maar puberale kritiek geven op de consumptiemaatschappij.'

The Guardian noemt hem "a sub-Danny Dyer obnoxious intellectual wind-up merchant". Vrij vertaald: een onaangename, makkelijk op zijn paard te krijgen pseudo-intellectueel. Of misschien bedoelen ze wel: een groothandelaar in meninkjes. Of een mercantiele opiniemaker met een halfbakken maatschappijvisie. Geen taal waarin je gelaagder kunt schelden dan het Engels. Wat er ook van zij: Brendan O'Neill draagt zijn Guardian-titel met trots: hij gebruikt de zin zelfs als biografie op zijn blog.

O'Neill - de zoon van Ierse migranten die in 1970 straatarm in Londen neerstreken - is de hoofdredacteur van Spiked: een onlinenieuwsmagazine over politiek en cultuur. Spiked bepleit de totale vrijheid van meningsuiting en O'Neill voegt gretig de daad bij het woord.

De afgelopen jaren kwalificeerde hij de Occupy Wall Street-beweging als een uiting van "teenage moralism", beweerde hij dat klimaatactivisten zich bezondigen aan een "hysterische interpretatie van de wetenschappelijke consensus over klimaatopwarming", riep hij in volle vluchtelingencrisis op "om wereldwijd alle grenzen open te gooien", noemde hij de heersende cultuur in onze samenleving een "therapiecultuur waarin redelijkheid het moet afleggen tegen goedkoop sentiment", en sprak hij zich uit tegen de goedkeuring van het homohuwelijk "omdat het homo's reduceert tot kwetsbare creaturen die de goedkeuring van anderen nodig hebben".

Ik vraag hem of op zijn naamkaartje behalve 'hoofdredacteur van Spiked' ook 'professioneel dissident' staat. Hij antwoordt dat hij zichzelf veeleer ziet als "a dissident by default", een dwarsligger tegen wil en dank. "Het is niet zo dat ik er voortdurend op uit ben om tegen gevestigde opinies in te gaan. Het probleem is dat onze maatschappij steeds minder ruimte laat voor afwijkende standpunten. Iedereen moet dezelfde smalle, politieke middenweg bewandelen: je hoort vóór milieuactivisme te zijn, vóór de multiculturele samenleving, tégen hate speech ... En als je dat toevallig niét bent, word je meteen weggezet als een extremist. Je moet tegenwoordig niet zo veel doen om een dissident te zijn."

Domme klootzakken

De aanleiding voor ons gesprek is een recent opiniestuk waarin O'Neill het werk van de Britse kunstenaar Banksy door de shredder haalt. Hij heeft het vooral gemunt op het laatste project van Banksy: Dismaland, een zwartgallige, in een kuststadje nabij Somerset opgetrokken parodie op Disneyland. In het inmiddels opgedoekte Dismaland kon je telegeleide vluchtelingenbootjes besturen, het door paparazzi omsingelde lijk van Assepoester bewonderen, ballonnen kopen met de slogan 'I am an imbecile' en selfies maken naast posters met fijnzinnige teksten als 'I fucked it all up'.

De orka's zwommen er niet in een zwembad, maar in een toiletpot, de botsauto's werden er niet bevolkt door kinderen maar door skeletten, en de met Mickey Mouse-oren uitgedoste personeelsleden waren er niet vrolijk, maar depressief: ze droegen een T-shirt waarop het woord 'Dismal' ('somber') gedrukt stond.

Brendan O'Neill noemt het anti-pretpark van Banksy een pathetisch excuus voor kunst. "Dismaland straalde niks dan minachting uit voor doorsneemensen: de gewone lui met een nine-to-fivejob, die samen met hun 2,4 kinderen graag eens naar een pretpark gaan. Banksy zei tegen hen: 'Jullie zijn domme, gevoelloze klootzakken. Jullie laten je verblinden door de lege beloftes van het kapitalisme, terwijl er momenteel een vluchtelingencrisis aan de gang is. Jullie zijn alleen maar geïnteresseerd in blinkende halskettingen en glimmende Nike-sneakers. Jullie lezen te veel tabloids, eten te veel hamburgers, drinken te veel bier en zijn te suf om te begrijpen wat er in de wereld écht aan de hand is. Shame on you.'

"Dismaland had niks met kunst te maken. Het was een oppervlakkige, op het niveau van een zestienjarige puber geformuleerde tirade tegen de consumptiemaatschappij."

Allemaal goed en wel, maar is fulmineren en rebelleren niet precies wat kunst hoort te doen? Is het niet de job van artiesten om ons te doen nadenken over ons leven? "Kunst moet inderdaad aanzetten tot reflectie. De beste schilderijen en toneelstukken doen je ontsnappen aan het alledaagse leven. Ze nemen je mee naar een andere wereld, waar je tot nieuwe inzichten komt. Maar Banksy doet precies het tegenovergestelde. Hij duwt ons met het gezicht keihard in de shit en roept ons toe dat ons leven één grote kutzooi is. 'Kijk nu toch eens wat voor sukkels jullie zijn en hoe richtingloos jullie leven is.' Grote kunst beoordeelt mensen niet op die manier. Grote kunst nodigt uit: 'Kom even mee. Ga rustig voor dit schilderij zitten en laat je overrompelen door zijn schoonheid.'"

Angelina Jolie

Volgens O'Neill is een afkeer voor 'de kleine man' de rode draad in Banksy's werk. "Kijk naar die ratten met een aktentas die hij een paar jaar geleden op Londense muren schilderde. Ook daarmee zei hij: 'Hey, klootjesvolk, jullie draaien mee in een zinloze ratrace. Wake up!' Ik vind dat ongelooflijk snobistisch. Banksy walgt van het gewone volk."

Ik werp tegen dat zijn fans zullen zeggen dat Banksy allesbehalve elitair is. Hij stelt zijn werk tentoon op stadsmuren in plaats van in galeries en je hoeft geen kunstwetenschappen gestudeerd te hebben om te begrijpen waarover hij het heeft. "Ja maar, dat argument is op zich al een vorm van snobisme. Alsof gewone mensen met geen stokken in een kunstgalerie te krijgen zijn of niet slim genoeg zijn om échte kunst te begrijpen."

En wat als we Banksy geen kunstenaar, maar een bovengemiddeld getalenteerde graffitispuiter zouden noemen, opper ik. O'Neill vindt het voorstel maar niks. "Graffiti is ontstaan als een expressievorm voor mensen die buiten de maatschappij staan. In het New York van de jaren 70 konden zwarte jongeren zich op geen enkele andere manier uiten. Ze spoten hun codenaam op een brug, een metrostel of een kantoorgebouw om hun lidmaatschap van de samenleving op te eisen. Om duidelijk te maken dat zij ook bestonden. En ze hadden ballen aan hun lijf, want als ze door de politie betrapt werden, riskeerden ze een straf.

"Het werk van Banksy heeft dat durfelement niet. Integendeel: hij heeft graffiti gerespecteerd gemaakt. De mensen noemen het nu 'streetart'. De muren waarop hij schildert worden tot beschermde monumenten uitgeroepen, wat later neergehaald en vervolgens voor belachelijk veel geld verkocht aan kunstverzamelaars zoals Angelina Jolie.

"Banksy loopt geen enkel risico op strafvervolging en ondermijnt op die manier de échte waarde van graffiti. Het is niet langer de kunstvorm van mensen die vervreemd zijn van de maatschappij, maar de hobby van populaire pseudoartiesten.

"Toegegeven: Banksy is goed in het bedenken van beelden die de aandacht van de mensen grijpen. Maar met kunst of graffiti heeft dat niks te maken. In mijn ogen is hij veeleer een reclamemaker of een pr-man."

Het valt inderdaad op dat reclamemensen verzot zijn op Banksy, zeg ik. Terwijl zijn verzameld werk toch één grote afwijzing is van de manier waarop ze aan de kost komen. "Ja, grappig is dat. Het kapitalisme is zelf antikapitalistisch geworden. Hollywood maakt aan de lopende band films over kwaadaardige grootverdieners die door een superheld ten val gebracht worden. En veel reclamecampagnes zijn tegenwoordig heel verontschuldigend: ze doen geen appel op je hebzucht, maar op je spiritualiteit. 'Koop ons product, het is goed voor je ziel.'

"Dat geeft aan dat het kapitalisme zichzelf niet langer graag ziet. En Banksy past perfect in dat plaatje: kapitalisten omarmen zijn werk om uiting te geven aan hun zelfhaat. Mocht hij nog altijd denken dat hij rebelleert tegen het kapitalisme, nodig ik hem uit om die mening snel te herzien." (lacht)

Vissen met Karl Marx

Ergert O'Neill zich aan het feit dat Banksy de consumptiemaatschappij fileert, dan stoort het hem zo mogelijk nog meer dat de kunstenaar daarvoor applaus krijgt van linkse progressieven. In zijn opiniestukken is een uithaal naar de politieke linkerzijde nooit ver weg. "Linkse politici geloofden ooit dat het creëren van meer materiële welvaart de weg naar maatschappelijke vooruitgang was. Nu gaan ze met beide voeten op de rem staan en zeggen ze: 'Genoeg is genoeg.'

"Ze laten zich laatdunkend uit over arbeiders die de winkelcentra afschuimen en keuren hun materiële verzuchtingen af. Dat is pervers, want heel wat mensen beschikken nog altijd niet over de producten - wasmachines, magnetrons, vaatwassers - die hen in staat stellen om een comfortabeler leven te leiden en meer tijd over te houden voor reflectie en ontspanning.

"Karl Marx zei ooit: 'Ik zou willen dat iedereen 's ochtends een beetje werkt, 's namiddags gaat vissen, in de vooravond een boek leest en

's avonds naar de opera gaat en een goed glas wijn drinkt.' Wel, dat is ook het leven dat ík iedereen toewens. Maar links vecht daar niet meer voor. Ze hebben hun strijd voor betere levensomstandigheden ingeruild voor een moralistisch milieudiscours. Ze praten niet langer over 'meer', maar over 'minder': minder consumeren, minder produceren, minder bouwen, minder willen. Die boodschap valt nogal moeilijk bij mensen die het niet zo breed hebben.

"Zeker op internationaal gebied is het betoog van links een schande. De journalisten van The Guardian klagen over het tempo waarin China zich ontwikkelt en over hoe vervuilend dat land wel is. Maar ze vergeten dat ondertussen meer dan 250 miljoen Chinezen uit de armoede zijn getild. En ze vergeten ook dat Engeland net zo vervuilend was op het moment dat wij ónze industriële revolutie beleefden. Terwijl die revolutie wel verantwoordelijk is voor al het comfort waar we anno 2016 van genieten. Tegen de Chinezen zeggen dat zij vandaag niet dezelfde welvaart mogen nastreven als wij destijds, is behoorlijk egoïstisch."

De puinhoop die Labour heet

Samengevat: de progressieven aller landen zijn niet langer trotse voorvechters van maatschappelijke welstand, maar prekerige ecofanaten die niks begrijpen van de gewone man. "Absoluut. Links gelooft niet meer in het gewone volk. Ze verdedigen de welvaartsstaat omdat ze ervan overtuigd zijn dat gewone mensen niet kunnen overleven zonder de hulp van de regering. Ze pleiten voor censuur omdat ze geloven dat hate speech en pornografie de geesten van de mensen aantasten. Kortom: ze zien hun kiezers als labiele, makkelijk beïnvloedbare figuren die beschermd moeten worden tegen zichzelf.

"Volgens de progressieven zijn gewone mensen dom, latent racistisch en dringend aan heropvoeding toe. Dat is onversneden paternalisme en daar heb ik een bloedhekel aan. Links hoort mensen niet af te zeiken, maar te inspireren: 'Natuurlijk kun jij Shakespeare lezen. Natuurlijk kun jij van Mozart houden. Natuurlijk kun jij de samenleving mee besturen.' Die positieve, stimulerende boodschappen heb ik al lang niet meer gehoord van links.

"Nadat de Tories de laatste verkiezingen in Engeland hadden gewonnen, schreven Guardian-columnisten dat de Murdoch-media erin geslaagd waren om gewone mensen te laten stemmen op een partij die hun belangen niet verdedigde. Zo dwaas zijn mensen dus volgens de progressieven: naïef als ze zijn, laten ze zich brainwashen door mensen die het slecht met hen voorhebben. Geloof me: de nederlaag van links was uitsluitend te wijten aan het feit dat Labour een ideologische puinhoop is."

Links heeft nog een andere kapitale fout gemaakt, zegt O'Neill: ze hebben hun geloof in een universeel burgerschap door het toilet gespoeld. "Links heeft lange tijd gezegd dat we allemaal iets gemeen hebben. Of we nu blank of zwart, man of vrouw zijn. Ze benadrukten wat ons bond en zeiden dat we er allemaal belang bij hadden om de wereld te veranderen.

"Die universele gedachte is nu vervangen door de multiculturele gedachte: het idee dat we allemaal in verschillende etnische of culturele enclaves wonen en uiterst behoedzaam met elkaar moeten omgaan. Een blanke kan een zwarte niet begrijpen, een man mag zich niet uitspreken over vrouwenrechten en hetero's moeten zwijgen over homokwesties. Met andere woorden: links benadrukt niet langer wat we gemeen hebben, maar wat ons verdeelt. Ook daardoor hebben ze hun aantrekkingskracht verloren.

Conservatief, qui moi?

"De burgerrechtenbeweging in het Amerika van de jaren 60 was de laatste grote uiting van universalisme. De zwarten, gesteund door de blanken, eisten dat ze bekeken zouden worden zoals alle andere mensen. Herinner je die mooie uitspraak van Martin Luther King: 'I want to live in a world in which people are judged by the content of their character. Not by the color of their skin.'

"Vandaag mag je die zin in sommige Amerikaanse universiteiten niet meer uitspreken. Omdat je er zwarten mee zou kunnen kwetsen. Omdat je de indruk zou kunnen wekken dat je hun identiteit negeert. Dat je minimaliseert wat ze in het verleden hebben moeten doorstaan. In plaats van zwarten te behandelen zoals iedereen moet je dus opnieuw rekening houden met hun huidskleur. Links dwingt mensen weer in etnische hokjes. Terwijl ze er vroeger net voor pleitten om die achterlijke opdeling van het menselijke ras achterwege te laten."

In zijn ijver om progressieve hipsters en intellectuelen te verketteren - hij noemt hen fijntjes "the chattering classes with their superior-brained dinner-party friends" - wordt hij vaak gelabeld als een conservatief. Toch staat hij wel degelijk aan de linkerkant van het politieke spectrum, beweert hij. "Hoe kun je mij nu een conservatief noemen? Ik pleit voor ingrijpende economische hervormingen; ik wil dat Afrika volledig heropgebouwd wordt zodat Nairobi even mooi wordt als New York; ik wil jaarlijkse in plaats van vierjaarlijkse verkiezingen; ik wil de Europese unie vervangen door een instituut dat écht werk maakt van Europese solidariteit, en ik wil de democratie heruitvinden zodat gewone mensen meer impact hebben op de politiek. Dat kun je bezwaarlijk conservatieve ideeën noemen.

"Een paar weken geleden gaf ik in Dublin een speech over de vrije meningsuiting en het recht om beledigende uitspraken te doen. Ik ging in debat met studenten die allemaal vonden dat vrijheid van meningsuiting gevaarlijk is en dat je het vrije woord soms aan banden moet leggen. Wel, in de Ierse pers werden de studenten omschreven als progressief en ik als conservatief. Daar staat je verstand toch bij stil? De progressieven hebben niet eens door dat hun ideeën conservatief zijn geworden."

Nieuwe breuklijn

We hebben meer dan een uur geskypet, O'Neill moet stilaan een redactievergadering gaan voorzitten. Ik vraag hem nog of hij het niet vermoeiend vindt om voortdurend met mensen in de clinch te gaan. "Toch wel", lacht hij. "Tijdens debatten hoor ik mezelf weleens zeggen: 'Ik ben het oneens met alle deelnemers aan dit debat.' Daar moet ik voor uitkijken. Als je zulke dingen te vaak zegt, word je een karikatuur van jezelf. Maar het is wél wat ik voel. Ik ben niet rechts en dus ben ik het vaak oneens met conservatieven. En ik schaam me voor links en dus ben ik het áltijd oneens met progressieven." (lacht)

"Het opdelen van de maatschappij in een linker- en een rechterkant heeft zijn beste tijd gehad, denk ik. De belangrijkste vraag is niet: 'Ben je links of rechts?' Maar wel: 'Hoe sta je ten opzichte van vrijheid en autonomie?' Het antwoord op die vraag legt namelijk je mensbeeld bloot. Als je voor de vrijheid van meningsuiting en voor morele autonomie bent, heb je vertrouwen in mensen. Dan acht je hen in staat om zelf hun toekomst uit te stippelen. Als je voor censuur pleit en de staat veel bevoegdheden toekent, denk je dat mensen het zonder jouw hulp niet kunnen redden. Dus ofwel geloof je in mensen, ofwel niet. Dat is volgens mij de nieuwe maatschappelijke breuklijn."

Benieuwd bij welk ploegje Banksy zichzelf zou indelen.

Volgende week: de Nederlandse wetenschapper Coen Vermeeren acht het bestaan van UFO's en buitenaards leven bewezen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234