Maandag 20/09/2021

Reportage1 jaar lockdown

‘Bang? Waarom? Na de kermis worden wij altijd ziek’: bericht uit Bütgenbach, de zwaarst getroffen coronagemeente van het land

Het kerkhof van Bütgenbach. Beeld DM
Het kerkhof van Bütgenbach.Beeld DM

Een reeks dorpskermissen bespoedigde eind vorig jaar de verspreiding van het coronavirus in de Duitstalige gemeenschap. Bütgenbach ging met de hoofdprijs lopen: hoge besmettingscijfers en een flinke oversterfte. ‘De mensen dachten: wij zijn een buitenvolk, wir schaffen das.’

Tien uur ’s ochtends en onder klokkengelui dragen begrafenisondernemers een kist naar de Sint-Stefanuskerk. Een handvol rouwenden volgt, ineengedoken voor de ijzige wind die vrij spel heeft rond de uitgestorven Marktplatz in Bütgenbach. De kerk ligt op een heuvel midden in het dorp en kijkt uit over de omgeving, waar groene weides afsteken tegen de staalblauwe lucht.

Het is een sereen, bijna verstild beeld, maar een familielid heeft het niet begrepen op onze toevallige aanwezigheid. De man eist dat we de foto’s van de begrafenis wissen. Wanneer we zijn verzoek niet stante pede inwilligen, dreigt hij de politie erbij te halen. Het verweer dat niemand herkenbaar op de foto staat, stemt zelfs na het tonen van de bewuste beelden niet tot enige mildheid.

Begrijpelijk, vindt Daniel Franzen, de burgemeester van Bütgenbach met wie we aan de kerk hebben afgesproken. “De mensen zijn het beu.” Hoewel het overlijden volgens Franzen niet coronagerelateerd is – uiteraard kende hij als burgervader de aflijvige: “Een oude dame die op was” – worden de inwoners van zijn gemeente liever niet meer herinnerd aan de voorbije herfst.

Eind oktober topte Bütgenbach de lijst van de gemeenten met de hoogste incidentie (zie kader). Ook de oversterfte was angstwekkend hoog: in 2020 stierven er 49 procent meer mensen dan verwacht. De lokale berichtgeving daarover bleef beperkt; de Duitstalige krant Grenz-Echo besteedde er amper aandacht aan. Toch lokten de cijfers internationale media naar de amper 5.600 inwoners tellende gemeente aan de grens met Duitsland.

Van een baken in het Eifel-landschap werd Bütgenbach, altijd al bekend van zijn meer en stuwdam op de Warche, plots een te mijden coronahotspot. “Het liep hier vol met camerateams uit binnen- en buitenland”, zegt burgemeester Franzen. Onder de titel ‘De wanhopige Belgische buurman’ wijdde ook de Duitse openbare omroep ARD een reportage aan het dorp “waar de mensen zich niets aantrekken van de mondmaskerplicht” en waarin Bütgenbach werd afgeschilderd als “een voorbeeld van het Belgische coviddrama”.

Het kleine Ostbelgien publiekelijk kaltgestellt door grote broer Duitsland: een grotere belediging bestaat bijna niet.

Burgemeester Daniel Franzen:
Burgemeester Daniel Franzen: "Zoals zoveel mensen hebben we ons in de zomer te zeker gevoeld en dachten we dat het virus verslagen was.”Beeld Tim Dirven

Quatsch

Annelies Vanmechelen woont al zeven jaar in Bütgenbach. Zij schetst een opmerkelijk profiel van haar dorpsgenoten. “In maart deden de meesten alsof er geen virus bestond. Corona was quatsch of een probleem van de bejaardentehuizen”, schreef ze in oktober in een lezersbrief naar Knack.

Wanneer we aanbellen bij de Vlaamse in deelgemeente Küchelscheid, pal op de grens met Duitsland, verklaart Vanmechelen zich nader. “Regels zijn er in de eerste plaats voor anderen. En dat gaat niet alleen over corona. Sluikstorten, verkeersregels, bouwovertredingen: de meeste inwoners kennen wel iemand die dat voor hen zal regelen.”

Een eigengereidheid die het gevolg is van de eigenheid van de Bütgenbachers? De gemeente is dunbevolkt. Wie er woont, heeft veel ruimte en kan daardoor de valse indruk krijgen dat het virus iets is wat daarbuiten rondwaart, in steden waar mensen dicht op elkaar wonen. Maar toch niet hier, in de gezonde buitenlucht?

“Zoals zoveel mensen hebben we ons in de zomer te zeker gevoeld en dachten we dat het virus verslagen was”, geeft burgemeester Franzen toe. “Dan is het normaal dat je je laat gaan. De politie heeft in onze gemeente nogal wat overtredingen van de coronamaatregelen vastgesteld. Een aantal inwoners had moeite met de avondklok. Sinds 1 maart geldt die van middernacht tot vijf uur ’s ochtends, zoals in Vlaanderen. Maar voordien moesten de mensen al om tien uur ’s avonds binnen zijn.”

Er is ook een groep die niet in het virus gelooft. “Maar die vind je overal”, stelt Franzen. De burgemeester heeft het over enkele buitenlanders in zijn gemeente, Duitsers en Nederlanders, die samenzweringstheorieën aanhangen en over een gesloten Facebook-groep van non-believers waarvan de meeste leden in Büllingen blijken te wonen, een buurgemeente.

Lang niet iedereen is blij met de 'mondmaskerdwang'. Beeld Tim Dirven
Lang niet iedereen is blij met de 'mondmaskerdwang'.Beeld Tim Dirven

Volgens Franzen waren het de oktoberkermissen die het vuur aan de lont staken. “Eerst in deelgemeente Weywertz en daarna in Bütgenbach zelf. Tegelijkertijd waren de studenten opnieuw gestart in Luik en Leuven en brachten zij het virus in het weekend mee naar huis. Ook het koudere weer heeft meegespeeld. In augustus waren er in onze gemeente ook evenementen met maatregelen, maar toen zijn de cijfers niet de hoogte ingegaan.”

Met de recente statistieken in de hand richt Daniel Franzen de blik liever vooruit. “Amper twee positieve gevallen de laatste twee weken: we hebben ons herpakt”, zegt hij. “Elke inwoner heeft bijgedragen aan dat succes. Door de verstrenging van de maatregelen zijn de mensen samengeklit, figuurlijk dan.”

Waalse toeristen

Wat opvalt na een tijdje rondlopen in Bütgenbach: de meeste inwoners hebben een nuchtere kijk op de zaak en laten zich niet gek maken door een virus dat hoofdzakelijk oudere mensen met onderliggende aandoeningen velt. Hier zijn voelt haast als een verfrissing na maandenlang onder een stolp te hebben geleefd in een regio waar experts het debat bepalen en de bevolking murw wordt geslagen met coronaberichtgeving.

Anderzijds lijken veel Oost-Belgen zich niet bewust van het gevaar. “Ik ben tijdens de eerste golf elke dag bij mijn mama blijven langsgaan om te eten”, zegt Thorsten Maraite, al 25 jaar werkzaam in Bütgenbacher Hof, het hotel dat hij van zijn ouders overnam in de schaduw van het dorpsplein. De dagelijkse bezoeken aan zijn moeder bleven zonder gevolgen, aldus Maraite. “Ik heb nergens last van gehad.”

De uitbater ontvangt ons met een mondmasker op in de lege bar van zijn hotel, dat eind december weer openging en sindsdien op volle toeren draait. Waren zijn klanten voor de lockdown overwegend Vlamingen, dan zijn daar nu opvallend veel Walen bij gekomen. “Nu de grenzen dicht zijn, komen ook Franstalige landgenoten onze streek ontdekken. In het weekend zijn alle kamers bezet. Dan zitten we aan honderd gasten, die allemaal op hun kamer eten kunnen krijgen.”

Thorsten Maraite van het Bütgenbacher Hof:
Thorsten Maraite van het Bütgenbacher Hof: "Kermis is traditie. Er waren dit keer geen fuiven, maar de cafés zaten vol."Beeld Tim Dirven

Hij is geen non-believer van het virus, benadrukt Maraite, die vindt dat het met de besmettingen heus wel meevalt. “Natuurlijk ken ik mensen die corona hebben gehad; twee van onze medewerkers waren besmet. Maar in het hotel hebben we altijd maskers gedragen en afstand gehouden. Niemand is aangestoken.”

Zijn eigen familie bleef bespaard, in die van zijn vrouw waren er twee overlijdens: zijn schoonopa van in de negentig en een oom, een zestiger met een zwakke gezondheid. “In de zomer hoorde je niet veel over corona. In Oostenrijk, waar wij met vakantie waren, gold in de hotels zelfs geen maskerplicht. Veel mensen denken dat als ze corona krijgen, het na twee weken voorbij is. Bij de meesten is dat ook zo. De opa en de oom van mijn vrouw waren oud en ziek.”

Ook Maraite wijst naar de oktoberkermissen als lokale besmettingshaard. “Al zag je het overal. Mijn zoontje speelt voetbal in Weywertz. Als ik met hem meeging naar de match kwam ik niet veel ouders tegen met een mondmasker op.” De kermissen gaven wellicht de doorslag, denkt Maraite. “Kermis is traditie. Het begint op vrijdagavond en duurt tot dinsdagochtend. Het wordt stevig gevierd. Er waren dit keer geen fuiven, maar de cafés zaten vol. Jonge mensen gingen op stap en schoven ’s zondags aan bij het jaarlijkse kermisdiner, waar ze hun familie hebben aangestoken.”

Eigenlijk liep het in 2020 niet zo heel anders dan de jaren daarvoor, vindt Maraite. “Of ik bang ben geweest? Waarom? Elk jaar worden wij hier na de kermis ziek.”

Dat er meer aan de hand was dan een griepje leek slechts een detail.

Beperking van de vrijheid

In Mürringen, een woonkern in buurgemeente Büllingen, houdt Catherine Pothen de vinger aan de pols. Al 36 jaar is Pothen een van de zes zelfstandige thuisverplegers voor de regio. Het coronajaar 2020 was ook voor haar uitzonderlijk. “In november en december is het zwaar geweest”, zegt ze. “De ziekenhuizen stuurden veel patiënten naar huis, waardoor we overbevraagd waren. Ik betwijfel of het alleen aan de kermis lag. Toen het in de zomer beter ging, hebben veel families hun kinderen en kleinkinderen weer toegelaten. Ik denk dat er geen enkele familie is die niet getroffen werd.”

Pothen vermoedt daarnaast dat nogal wat streekgenoten de maatregelen ervaren hebben als een overbodige beperking van hun vrijheid. “De mensen dachten: wir schaffen das. Wij zijn een buitenvolk, wij leven gezond en wonen niet in de stad, het zal wel overwaaien. Ten onrechte gingen ze ervan uit dat hun afweersysteem sterker is.”

Thuisverpleegster Catherine Pothen. Beeld Tim Dirven
Thuisverpleegster Catherine Pothen.Beeld Tim Dirven

Maar die mentaliteit is veranderd, stelt de thuisverpleegster vast. Mensen willen zich laten vaccineren. Ze zijn bang om een Todesanzeige te worden in de Grenz-Echo. Normaal publiceert de krant een paar overlijdensberichten per dag, op het hoogtepunt van de coronacrisis ging het om meerdere pagina’s.

Ook in het plaatsje Küchelscheid van Annelies Vanmechelen is een omslag merkbaar. Al is er wel het Duitse gezin aan het einde van de straat met zelfgemaakte affiches op de auto die de ‘maskerdwang’ aanklagen en oproepen om ‘de ogen te openen’. Hier gaat de deur pas na lang wachten open. Wat volgt, is een resem complottheorieën die feiten met fictie vermengen en kant noch wal raken. Samengevat: corona is een constructie van de politieke en economische wereld, uit zelfbehoud. “Het verbaast me dat u daar als journalist niets over weet.”

Voor we afscheid nemen in Bütgenbach heeft Franzen een verzoek. “Maak er geen negatief verhaal van. Ik snap dat meer dan 6.000 besmettingen op 100.000 inwoners veel is, maar hier wonen niet eens 6.000 mensen. Een kleine gemeente heeft niet veel positieve gevallen nodig om aan een hoge incidentie te komen. Kunt u ook schrijven dat Bütgenbach een fijne gemeente is en dat de Vlamingen zich hier altijd hebben thuisgevoeld? Wij zouden graag hebben dat ze blijven komen.”

Waarom Bütgenbach?

Welke gemeente werd het hardst getroffen door de coronacrisis? Het is een vraag waarop geen eenduidig antwoord bestaat.

Kijk je louter naar de oversterfte, dan is het niet Bütgenbach dat helemaal bovenaan prijkt. Met een oversterfte van maar liefst 67 procent voert het West-Vlaamse Ardooie de lijst aan van de Belgische gemeenten waar het coronavirus in 2020 de meeste doden veroorzaakte. Andere gemeenten waar de oversterfte piekte waren Poperinge, Genappe en Sint-Agatha-Berchem.

Maar overlijdens alleen zijn geen goede graadmeter omdat oversterfte ook andere oorzaken kan hebben dan covid. Correcter is om de besmettingen mee in overweging te nemen.

“Oversterfte wordt berekend op de te verwachten sterfte”, zegt demograaf Patrick Deboosere van de Vrije Universiteit Brussel. “Doorgaans gebeurt dat op basis van de overlijdens van de afgelopen jaren. Hoe meer jaren, hoe stabieler het cijfer maar hoe groter het risico dat op het niveau van een gemeente de samenstelling van de bevolking en dus het aantal te verwachten overlijdens daardoor wordt beïnvloed.”

In 2017, 2018 en 2019 telde Bütgenbach respectievelijk 53, 54 en 57 overlijdens. Ten opzichte van een gemiddelde van 55 waren er in 2020 27 extra overlijdens. Dat is een oversterfte van 49 procent. Met alleen 2019 als referentie bedraagt de oversterfte 43,85 procent.

Biostatisticus Geert Molenberghs (Universiteit Hasselt) ontleedde de besmettingscijfers. “In de veertiendaagse periode die eindigde op 26 oktober zijn er in Bütgenbach 374 coronabesmettingen geweest. Omgezet naar incidentie, het aantal gevallen op 100.000 inwoners, betekent dat een cijfer van 6.644.” In 2020 deed geen enkele Belgische gemeente het slechter.

Vraag je de experts om op basis van al deze info de zwaarst getroffen plek eruit te halen, dan wijst zowat iedereen naar Bütgenbach.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234