Vrijdag 15/11/2019

Bang om corrupt te worden

Een week voor 'een stap opzij zetten' een geijkte term werd, nam de voorzitter van de Brusselse vervoermaatschappij MIVB op zijn manier zijn verantwoordelijkheid op. Hij ging in staking. Hij weigerde zijn handtekening te zetten onder bestuursdocumenten zolang er geen onderzoek werd geopend naar de wantoestanden die hem door bange werknemers waren gemeld. Een gesprek met Werner Daem, kind van de post-Agusta-generatie.

Annemie Bulté / Foto Stephan Vanfleteren

Voor de buitenwacht is het misschien al geen prioritair probleem meer, maar een gesprek met de voorzitter van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB) blijft ook in Dutroux-tijden een helse onderneming. Een werknemer aan de telefoon. "Meneer de voorzitter, ik werk op de commerciële dienst. Ik zou u willen zien in verband met gesjoemel op..." Er volgt zo nog een hele reeks. Directeurs en journalisten. Werner Daem neemt de telefoons allemaal aan, soms twee tegelijkertijd. De journalist met stekelige vragen aan het ene oor, de MIVB-werknemer met problemen aan het andere oor. "Ja ja, hebt u een moment? Nee mevrouw, ik neem geen ontslag. Sorry, dat was niet voor u, wanneer zei u dat u een afspraak wou...?" Als beide telefoons neergelegd zijn ziet hij er enigszins ontredderd uit. "Dit", zucht hij, "heb ik van mijn leven nog niet meegemaakt."

De voornaamste taak van de voorzitter van de MIVB bestaat sinds mensenheugenis in het doorknippen van linten in de metro, het houden van een nieuwjaarsspeech en het uitreiken van gouden horloges aan werknemers met vijfentwintig jaar dienst. De rest is administratief: de voorzitter en de politiek samengestelde raad van bestuur waken over het beleid en de uitgaven van de door de Brusselse overheid gefinancierde maatschappij. In de praktijk betekent dit dat de directie elke belangrijke beslissing moet voorleggen aan de raad van bestuur. Die wordt grotendeels bevolkt door Brusselse schepenen, parlementariërs en kabinetschefs die er, naast hun gewone politieke ambt, nog een kleine commissie komen opstrijken. Op de voorzittersstoel zit le Flamand de service, een Brusselse Vlaming die zijn erestatuut in het beste geval kan aanwenden als politieke springplank. Zijn enige bestaansreden is de handtekening. "Je moet hier eigenlijk niet meer doen dan de koning," zegt Werner Daem.

Hij voldeed perfect aan het gewenste profiel. Schuchter, volstrekt onbekend, niet de minste ervaring met het leiden van een stedelijk vervoerbedrijf. Tweehonderd voorkeurstemmen toen hij in 1994 in het Brusselse Jette als 38-jarige voor de allereerste keer op een verkiezingslijst voor de SP figureerde. Dat was net na de Agusta-crisis. "Achteraf merk je pas dat de mensen je als politicus met andere ogen bekijken. Een week na mijn aanstelling kreeg ik al een uitnodiging om bij de loge te komen (lacht). Ik word daar ongemakkelijk van. Vroeger, als ik ergens kwam, werd ik gerespecteerd. Dan zeiden de mensen: hij is advocaat. Nu zeggen ze: bah, ne politieker. Ik ben nog altijd bang van de actieve politiek. Het wordt zo snel cynisch. Zo wil ik niet worden. Tijdens bijeenkomsten van de raad van bestuur zie ik geroutineerde politici binnenstromen om ons te beraden over een of andere bestelling ter waarde van honderd miljoen frank. Sommigen kijken niet eens op en zitten daar verwoed bruine enveloppen van het parlement open te scheuren. Daar blijven ze dan de hele zitting lang in bladeren. Dan vraag ik mij toch af wat ze daar komen doen."

Men gaf hem één dag bedenktijd. Op een woensdagmiddag in november 1995 was er vanuit het hoofdkwartier van de SP gebeld naar zijn advocatenkantoor. Of hij de stoel van voorzitter wilde overnemen van partijgenoot Robert Delathouwer. "Ik leidde tot dan toe een heel rustig leven. Ik was negen jaar directeur-generaal geweest bij de orde van advocaten, en ik was daar een jaar eerder een beetje bitter weggegaan, omdat ik vond dat je bij het toporgaan van de Belgische advocatuur al evenveel tijd verloor in oeverloze discussies als in de politiek. Maar ik wist absoluut niets over de MIVB toen dat aanbod uit de lucht kwam vallen. Ik kende het openbaar vervoer nauwelijks. Bij mij voor de deur was er een tramhalte - verder reikte mijn kennis niet. Voortdurend zat ik met de angst dat iemand mij een vraag zou stellen over pakweg lijn 71 of halte Hankar... Ik wist niet eens waar dat lag. Ik vroeg mij ook af: zal ik dit wel kunnen? Mijn Frans was niet zo goed. Je moet kunnen goochelen met technische termen. Aiguillages, bougies... Wel, ik begreep daar niks van.

"Die eerste dag kwam directeur-generaal Jacques Devroye mij verwelkomen. Ik weet nog dat ik daar wat verlegen stond rond te draaien. Hij deed stijfjes en zei maar één ding: 'Enchanté. Het lijkt mij goed dat u, vooraleer u een aanvang neemt met uw opdracht, aandachtig de statuten van de maatschappij leest.' Ik had als advocaat al heel wat statuten gelezen, maar het was de eerste keer maal dat ik statuten zag die op het lijf geschreven waren van één persoon, de directeur-generaal zelf."

Twee jaar lang heeft Daem als een Alice in Wonderland het reilen en zeilen in de maatschappij zitten observeren. Het patroon is klassiek: de directie van het overheidsbedrijf die haar raad van bestuur als een groep vervelende pottenkijkers aanziet. Memorabel, vindt Daem, was de zaak van de twintig bij wijze van ecologisch experiment aangekochte stadsbussen waarvan werd beweerd dat ze op gas reden. Innoverend, fantastisch, uitstekend, meldden de rapporten die de directie aan de raad van bestuur overmaakte. Op zekere dag bracht hij een bezoek aan de remises en raakte hij in gesprek met de monteur die geacht werd in te staan voor het onderhoud van de gasbussen. "Hij vertelde me dat ze er niks dan problemen mee hadden en dat ze op een bepaald ogenblik alle twintig defect in de garage stonden. Maar ja, de politiek hoort dat graag hé, gasbussen. Minder vervuiling, goed voor het imago. Dus schrijven ze gauw een rapport naar de raad van bestuur dat alles prima verloopt."

De ontdekkingsreizen door de ateliers werden een gewoonte. Iedereen die hij op tram of metro tegenkwam, klampte hij aan. "Ik ging kloppen op de ruit van de mezzanine om een babbeltje te slaan met de man achter het loket. Ik vroeg zijn naam. Hij antwoordde: 3654. Ik vond dat verschrikkelijk. Iedereen in de maatschappij spreekt elkaar aan in cijfers en codes. Als ik met die gasten sprak, viel mij ook altijd op dat ze ergens bang voor waren. Ik heb mij lang lopen afvragen wat dat was. Le client mystère, bekende iemand uiteindelijk. Bleek dat ze die mensen wijsmaakten dat er ergens in de metro een anonieme controleur rondloopt die, zich voordoend als klant, nagaat of alles wel naar wens verloopt in de diensten. Ik ben er nog altijd niet achter of die client mystère nu wel bestaat. Maar dat ingebakken wantrouwen tegen het personeel, dat viel mij zwaar. Ik ontdekte nog meer van die gekke dingen. Een van de manieren om een baan te krijgen is bijvoorbeeld 'familielid zijn van een werknemer'. Zoiets gaat toch niet?"

Eind 1996 zorgde Daem voor algehele hilariteit door tijdens een bijeenkomst van de raad van bestuur zijn gratis abonnement voor bus, tram en metro in te leveren. "Meer als statement," benadrukt hij. "We bespraken net een voorstel om kansarmen en steuntrekkers gratis met het openbaar vervoer te laten meerijden. In de directie was niet iedereen het daarmee eens. Daarom leverde ik dat pasje in. Ik had toevallig de lijst onder ogen gekregen van de mensen die gratis met het openbaar vervoer in Brussel rijden. Wist u dat er jaarlijks bijna zevenduizend gratis abonnementen worden uitgedeeld aan politici, journalisten, rijkswachters, politieagenten en gewoon vrienden? Dit voorzitterschap is mijn eerste politieke mandaat. En eigenlijk ben ik gewoon bang om corrupt te worden. Als een firma die tramstellen bouwt mij uitnodigt voor een bezoek aan de installaties, dan ga ik daar niet op in. Ik betaal al mijn reizen naar congressen zelf. Ik overdrijf daarin misschien, maar toch."

Het begon tijdens de obligate uitreiking van gouden horloges. Voorheen behoorde het tot de vaste gebruiken dat elke werknemer een feuille d'audience invulde naar aanleiding van elk gesprek met om het even welke hiërarchisch overste. Nu deelde Daem mee dat zijn deur "altijd openstaat".

Na een jaar wist de directie niet goed meer wat te denken van de Jettenaar. Ze beschouwden hem als een bedeesd, wereldvreemd manneke uit de provincie. Wat ook klopt. Hij is afkomstig uit de Vlaamse Ardennen. Net voor de paasvakantie kondigde voorzitter Daem aan dat hij "in staking" ging. Hij was "beschaamd", zei hij, over wat er in de MIVB gebeurt.

"Ik neem wel vaker op een emotionele manier beslissingen. Er zit wel altijd een berekende emotionaliteit in. Ik zei tegen al die mensen dat ik niks voor hen kon doen als ik niet een en ander op papier had. En toen hebben ze mij van alles gegeven. Voor mij was dat een echte revelatie. Toen ik voorzitter werd, trof ik een maatschappij aan die vol geruchten zit. Men fluisterde dat er geknoei was met kaartjes en geldautomaten, dossiers over het privé-leven van collega's werden in brandkoffers bijgehouden, directeurs werden gechanteerd met foto's bij prostituees... De wildste verhalen. Het kan best dat vijfennegentig procent verzonnen is, maar goed, onderzoek het dan gewoon. Ik had wekenlang werknemers uit die dienst in mijn bureau zien defileren met verschrikkelijke verhalen over het werk. Sommigen huilden en beefden van de angst. Pas op, de meeste mannen daar zijn geen doetjes hoor."

Doorslaggevend in zijn beslissing was de informatie die hem werd verstrekt over de veiligheidsdienst van de Brusselse metro. Die leek te evolueren van een gewone kaartjesknippersdienst naar een privé-militie van één diensthoofd, Bernard Sicx. Tegenover Daem getuigden zijn ondergeschikten dat hij zijn agenten terroriseerde en zich untouchable waande. Verplichte vangquota voor zwartrijders, racisme onder het personeel, het verplicht aanleren van gevechtstechnieken... Het ging steeds meer op een spionagefilm lijken. Er kwamen getuigenissen over afluisterpraktijken, over chantage en verboden wapens. Dat alles met het oog op het vangen van zwartrijders.

De mediastorm stak op. "Daar ben ik van geschrokken. Zoveel camera's bij elkaar had ik nog nooit gezien." Op 21 april besliste de raad van bestuur van de MIVB dat er een intern onderzoek zou komen. Gerust is hij er niet op. "Tijdens die bijeenkomst van de raad werd vooral gediscussieerd - twee uur lang - over het feit dat ik met dit alles naar de pers was gestapt. Over de grond van de zaak is bijna niet gesproken. Zoiets maakt mij triestig. Ik heb niet die politieke training of de politieke ervaring. Anders had ik daar wel het gepaste antwoord op geweten. Maar wat zie je? Na afloop lopen ze allemaal snel, snel de trap af - omdat ze weten dat het daar vol cameraploegen staat. De eerste die beneden is, krijgt een micro onder zijn neus geduwd. Dat is Jan Béghin (Brussels CVP-politicus, AmB) en die zegt dan: 'De berg heeft een muis gebaard.' Net daarvoor heeft hij nog maar een beslissing bekrachtigd om de veiligheidsdienst volledig te laten doorlichten."

Maar misschien had Béghin toch gelijk? Misschien moest de zaak intern gehouden worden, al was het maar voor het imago van het openbaar vervoer in de hoofdstad? "In België is men altijd zo bang om met iets naar buiten te komen. Wát is er uiteindelijk schadelijk voor het imago? Een kleine groep die zich als Rambo's gedraagt in de metro. Er wás al een zaak uitgebreid behandeld op de raad van bestuur, een geval van extreem racisme in de veiligheidsdienst. Er werd nauwelijks op gereageerd. Ik heb het mij al vaker afgevraagd: ben ik degene die gek is? Ben ik als enige geschokt door die verhalen? Of zijn al die mensen die in mijn kantoor defileerden fantasten?"

In de kastjes van veiligheidsagenten werd inmiddels afluisterapparatuur gevonden. "Voor alles hebben ze een uitleg," stelt de voorzitter vast. "Die afluisterapparatuur is destijds aangekocht als beveiliging, omdat een directeur doodsbedreigingen had gekregen. Vorige week hoorde ik dat de MIVB blijkbaar ook beschikt over een geblindeerde bestelwagen van waaruit clandestien gefilmd kan worden. Het is een soort 'onderzeeër' die regelmatig aan de rijkswacht en de politie wordt uitgeleend. Dat hadden ze nodig om diefstallen uit de ateliers tegen te gaan. Zeg, zijn wij een vervoermaatschappij of een politiedienst?

"De directeurs ondervragen nu elke veiligheidsagent uit de MIVB over de aangeklaagde wantoestanden. Ik heb mijn twijfels over de objectiviteit van dat onderzoek. Ik hoor dat elke veiligheidsagent bij het begin van zijn verhoor te horen krijgt dat hij goed moet beseffen dat Sicx nog steeds zijn eigenlijke baas is. Als dat inderdaad zo is, dan twijfel ik sterk of dat onderzoek iets zal opleveren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234