Donderdag 02/04/2020

Baldadig, beeldig, Belgisch

Hij had geen olifanten op spinnenpoten nodig om te fascineren maar een pijp, een bolhoed en wolken

Sla er de krant maar op na: de term 'surrealistisch' is nog altijd een favoriete stoplap van lezersbrievenschrijvers en columnisten die woorden zoeken om hun verontwaardiging te ventileren. Vaak duikt het op in commentaarstukken over de ivoren torens waar politici of ambtenaren verwijlen, als synoniem voor 'ongehoord'. Surrealistisch is zowat alles wat een gezonde mens niet kan verzinnen. Het klinkt lichtjes denigrerend en verwijtend. Samen met zijn vaste partner 'Belgisch' vormt het een ijzersterk duo. Een steelse knipoog naar Magritte kan al even efficiënt zijn om anekdotes een triest maar lachwekkend aura te geven, wanneer het etiket 'Kafka' al te beklemmend zou zijn.

René Magritte is zowat de oppersmurf van het Belgische surrealisme. In Le mal du pays, een kleine encyclopedie van de belgitude die Patrick Roegiers in 2003 publiceerde, volgt de schilder net na het lemma maft, de in Vlaanderen niet geheel onbekende vertaling van 'onnozel'. Magrittes doeken horen inderdaad thuis in de categorie saai, degelijk, onverstoorbaar, arm maar proper. De schilder speelde graag het typetje met de bolhoed, de burger die zijn hele leven in een Brusselse voorstad woonde, met dezelfde vrouw - een ongeziene prestatie in een club die berucht was voor zijn vrijgevochten seksuele praktijken. Georgette maakte trouwens integraal deel uit van Magrittes universum. Paul Simon vereeuwigde het koppel in zijn song 'René and Georgette Magritte with their Dog after the War' op de lp Hearts and Bones uit 1983.

Magrittes surrealisme is allicht de toegankelijkste variant van de stroming. Van Giorgio de Chirico had hij geleerd dat de zichtbare werkelijkheid veel raadselachtiger en opwindender kan zijn dan de natste droom. Hij had geen olifanten op spinnenpoten nodig om te fascineren maar een pijp, een bolhoed en wolken. Ze zijn geschilderd met het vakmanschap van de ontwerper van behangselpapier of de reclametekenaar die Magritte lang is geweest. Niet de motieven zelf maar de combinaties ervan zijn verrassend: een kanon vat post naast een gordijn, een nachtelijke straat ligt onder een stralende blauwe hemel. Om het enigma nog te vergroten speelt de schilder taalspelletjes, combineert hij woorden die geen rechtstreeks verband hebben met de afbeeldingen op het doek. Ook de titels van de schilderijen zijn zoekplaatjes. Ze werden vaak door kunstbroeders als Scutenaire of E.L.T. Mesens bedacht.

Tussen 1927 en 1930 verbleef Magritte in Parijs, waar hij optrok met de pausen van de beweging, Breton en Eluard. Als geen ander kende hij echter de bevrijdende kracht van het banale: zijn nadrukkelijk oninteressante, kleinburgerlijke bestaan was de enige manier om een rustig leven te leiden. Schaken, een dagje aan zee, samen met de vrienden onnozele fotootjes maken in de tuin... Niets menselijks was René en Georgette vreemd. Af en toe kwam de kunstenaar des te verrassender uit de hoek: wanneer hij lid werd van de Communistische Partij bijvoorbeeld, of toen hij rond 1948 de lillende doeken van zijn période vache borstelde. Tenminste één andere surrealist heeft die rode draad weer opgenomen: Herr Seele.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234